online site builder

Philips personeel in het verzet deel 1 van 2

1940 - 1944

Een overzicht van het verzet door Philipspersoneel in Eindhoven
Dit overzicht is nooit compleet, we doen ons best maar uw hulp is welkom.

Onderwerpen
Inleiding
Bankier van het verzet
Iman Jacob van den Bosch
dr. ir. N.A.J. Voorhoeve
A. Voorwinde 
Harry Linthorst Homan
Walraven van Hall
mej. M.H. J. de Wilde
ir. A.J. Gelderblom
Geheim agent voor Philips en vaderland
Wim Schreinemachers


Onderwerpen
Schakel met Orde Dienst (O.D)
ir. G.H. Thal Larsen
Spontane opstand 1941
Philips 50 jaar / 23 mei 1941
Wie is te vertrouwen?
Eindhovense Boksclub
Cor Mellema
Louis Henri Maertens

Verzet van mr. J.L. Hamming
Verraad in Eindhoven
W. P. L Spruit

Harde Verzet
M. C. van Bruggen
Henk Streefkerk / R. L. Keizer

Onderwerpen
Ir. Th.Ph. (Theo) Tromp
informatie op microfilm
C. P. Blinkhof / J. W. den Turk
Cor Gehrels
Gerrit Bakker
Cornelis Johannes Haspels
Marten Frans Elkerbout 
Steun aan verzets groep Packard
Eduard Otto Mettivier Meijer
Aart van Wijk in verzet tegen 2e Stamkaart
verhaal F. Pijnappels
Alberta Marie Vastenouw
Minister van Oorlog 
Jan Zwartendijk
April-meistakingen 1943 in Eindhoven
Herrijzend Nederland


Zoeken in deze pagina met ctrl+F of cmd+f pas mogelijk door eerst hier te klikken.
of gebruik het snelmenu hierboven.
Komende tijd regelmatig updates dit is versie 10 sept. 2019

Philips in de oorlogsjaren
Vóór de Tweede Wereldoorlog was Philips al een technologisch geavanceerd en internationaal opererend concern, dat in 1939 in totaal 45.000 mensen in dienst had, van wie 19.000 in Nederland, het merendeel was werkzaam bij Philips Eindhoven. Eindhoven had rond 1940 zo'n 112.000 inwoners

Door deze vergevorderde internationalisering kon Philips de Tweede Wereldoorlog redelijk goed doorstaan en zelfs winst maken. Door allerlei internationale contacten was Philips op de hoogte van de komende oorlog en had al in 1936 draaiboeken klaarliggen, bij een eventuele inval van Duitse troepen. Philips was beter voorbereid dan de Nederlandse regering, Philips kon aan hun eigen Duitse fabrieken zien hoe de oorlogsindustrie in Duitsland toenam. Deze bezorgdheid werd ook gedeeld met de Nederlandse regering.

Ondanks de vele aanwijzingen en de reeds uitgevoerde Duitse oorlogshandelingen zoals inval in Polen op 1 september 1939 geloofden merendeel van de Nederlanders dat Nederland wel “neutraal” zou blijven en de waterlinie uit 1870-1885 hun zou beschermen. Op 9 april 1940 viel het Duitse leger, onder leiding van Adolf Hitler, Denemarken en Noorwegen binnen. Een deel van het Philips kader en vooral de vrouwen en kinderen (de visie was; "dan hebben de mannen geen familiezorgen.") van het hogere personeel en directie waren vertrokken naar het westen van Nederland. Na twee weken waren deze Philips-mensen weer teruggehaald, het gevaar voor een inval in Nederland was weer even geweken, dacht men. 

In de nacht van 9 op 10 mei, was het duidelijk dat Nederland toch zou worden aangevallen. Een aantal vrachtwagens volgeladen met octrooien, goud, zeldzame grondstoffen en essentiële wapenonderdelen reden richting Engeland. Slechts één beperkt deel van de vracht gelukte het om te ontkomen aan de Duitse inval. Nederland dacht met een waterlinie wel stand te houden, maar Duitse parachutisten bezetten direct achter deze waterlinie de belangrijkste punten in het land. De inzet van parachutisten was in WOII een nieuw en deels geheim wapen van de Duitse oorlogsmachine.  Het Nederlandse leger werd er door verrast.
De Philips top [ video De-vlucht-van-de-Philips-directie], het koninklijk huis en de regering ontvluchten Nederland. Een deel van de directie zet het bedrijf voort in de VS en Engeland. In Nederland begint de bezettingsperiode die in Eindhoven pas na 18 september 1944 is afgelopen.

https://www.anderetijden.nl/aflevering/510/De-vlucht-van-de-Philips-directie


De bovenkant van een Philips advertentie  juni 1940 voor een nieuwe radio en knijpkat.
De grote en dreigende schoorsteen is opvallend. Een symbool voor de Duitse bezetting?
Wij werken!
Onze fabrieken staan ongeschonden en wij zijn vast besloten, alles in het werk te
stellen, om onze klanten op dezelfde wijze te blijven bedienen als zij dat gewend
zijn. Wij geven ons alle moeite, onze mensen van werk te voorzien, doch daarvoor
is Uw steun onontbeerlijk. U moet ons helpen door de producten, die wij fabri-
ceeren, te kopen. Wij komen met nieuwe producten. Aan U, om ze te gebruiken.
Klik hier voor meer beeldmateriaal Philips in oorlogstijd

Verzet door Philips personeel

Het verzet onder Philips personeel is zeer divers geweest 


Een belangrijke rol is de financiering van het verzet geweest met veel inzet vanuit Philips. Allerlei zend- en radiomateriaal, onderdelen en complete zenders kwamen tot stand door Philipsmensen die in het gehele land werden ingezet. Ook het verzamelen en versturen van militaire en economische informatie naar Engeland. Vitale oorlogsproductie werd gesaboteerd. Hiernaast is de arbeidsinzet tegenwerken en zijn onderduikers geholpen. Hiernaast waren allerlei mensen actief in plaatselijke en landelijke verzetsgroepen en pilotenhulp. De eerste verzetsmensen, in die periode aangeduid als "illegale werkers" werden al in 1941 opgepakt, Gelukkig zijn daarna veel dapper doorgegaan, waar bij tientallen hun leven verloren. Veel verzetsmensen hebben de oorlog overleefd en de meeste hebben dat gewoon als hun plicht gezien. Verhalen over alle heldendaden waren niet eenvoudig te achterhalen, we doen een poging. 

Philips mensen zijn actief bij de O.D. (OrdeDienst), Het N.C. (Nationaal Comité), R.V.V. (Raad Van Verzet),  P.B (Persoonsbewijzenclub), L.O. (Landelijke Duikorganisatie), falsificatiecentrales, N.S.F. (Nationaal Steunfonds), K.P. (Knokploegen), G.D.N. (Geheime Dienst Nederland), Groep Albrecht, Groep Harry, Groep Wim, Groep Fiat Libertas enz. enz. alsdus de Philips Koerier sept. 1954)

De officiële biografie "Onder  Duits beheer" schrijft: "In de verhouding tot het personeel heeft de Nederlandse directie gedurende de oorlogsjaren haar verantwoordelijkheid als werkgever niet uit het oog verloren. Zij zorgde voor het instandhouden van werkgelegenheid en voorzag waar nodig en mogelijk in materiële en morele hulp. Met de tot haar beschikking staande middelen verzette zij zich tegen de Arbeitseinsatz. Evenzeer spande zij zich in om haar joodse werknemers en tal van andere buiten de onderneming staande joden het leven te redden. Bovendien stond zij toe dat zeer vele onderduikers in het bedrijf werden opgenomen en verschafte zij aan illegaal werkers de gevraagde dekmantel. Dit alles was mogelijk op basis van een gedurende de bezetting nog versterkt gevoel van saamhorigheid dat voortkwam uit een in voorgaande jaren gegroeide hechte ondernemingscultuur." 


Verzet moet "geleende" radio's teruggeven aan Philips

Direct na de oorlog wilde Philips wel de vijftig "uitgeleende" Philetta ontvangtoestellen, enkele zenders en zendonderdelen terug hebben, van het verzet. Zij doen een beroep aan oud-illegale werkers in Eindhoven om bij hun vrienden in het verzet in en buiten Eindhoven dit terug te vragen. Vrije Philips Koerier 25 mei 1945, p2.  Ja, de oorlog is in mei 1945 voorbij.

Bankier van het verzet

De invloed van Philips medewerkers was groot bij het financieren van het verzet.
In midden foto Iman Jacob van den Bosch door Lou de Jong omschreven als een van de grote figuren van de Nederlandse illegaliteit, pagina 409

Walraven van Hall

Walraven van Hall nam het westen van Nederland onder zijn hoede. Hij werkte onder verschillende schuilnamen: Van Tuyl, Barends, oom Piet en zijn bekendste: de Olieman.

dr. ir. N.A.J. Voorhoeve

Medewerker van ir. A.J. Gelderblom

Iman Jacob van den Bosch

Iman Jacob van den Bosch

Iman Jacob van den Bosch kreeg het noorden en oosten toebedeeld. Zijn schuilnaam was Pa van den Berg.

ir. A.J. Gelderblom

Als derde leidinggevende nam ir. A.J. Gelderblom het zuiden van Nederland voor zijn rekening.
De schuilnaam was Van Dijk.

Iman Jacob van den Bosch

Iman Jacob Van den Bosch was een van de eersten die in “het stille verzet” ging. Hij was werkzaam bij Philips als afdelingsdirecteur Buitenlandse Expeditie in Eindhoven. Deze Groningse oud-marineofficier richtte in december 1940, samen met C. G. A. Gehrels, het Verjaardagsfonds op, dat zich vooral richtte op de financiële ondersteuning van de achtergebleven gezinnen van Engelandvaarders, zeelieden en marinemensen die in geallieerde dienst voeren.
Andere Philipsnamen die hierin actief zijn, waren  o.a. , Harry Linthorst Homan, dr. ir. N.A.J. Voorhoeve, ir. A.J. Gelderblom en Mr. J. L. Hamming. Deze komen hieronder verder aan de orde. 

In 1942 kwam Van den Bosch in aanraking met de in Rotterdam opgerichte Zeemanspot en een Amsterdamse groep die zich onder leiding van Walraven van Hall eveneens bekommerde om de gezinnen van niet naar Nederland teruggekeerde zeelieden en deelnemers aan de Februaristaking in 1941. De "landrottenpot" waar vooral Philips mensen in actief ging samen werken met de Zeemanspot van Walraven van Hall. 

Duitsland had steeds meer Nederlanders nodig, en uit veroverde landen, om arbeidsproductie in nazi Duitsland gaande te houden. Door maatregel van Sauckel (verplicht werken in Duitsland) ontstond de noodzaak om ook de gezinsleden van onderduikers en gevangenen te ondersteunen. Dit vormde voor Walraven van Hall en Van den Bosch de aanleiding om een nieuwe landelijke organisatie in het leven te roepen, het Nationaal Steun Fonds, die zich de financiering van het verzet ten doel stelde. Het NSF werd de financier van de illegaliteit en had het zijn kontakten met de OD, RW en LKP en vooral natuurlijk met de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers.  Philips-personeel gaven ook aan de onderduikers uit eigen kring. (249-0463A Dossier - Nationaal Steun Fonds). Het NSF krijgt een aparte afdeling voor hulp aan Joden die onderduiken om aan deportatie te ontkomen. 

De wijze waarop het Nationaal Steun Fonds [NSF] geld inzamelde en verdeelde is populair vertolkt in de speelfilm “Bankier van het verzet”. Helaas is de belangrijke rol van Van den Bosch is in de film totaal afwezig. De NRC van 2 maart 2018 beschrijft uitgebreid hoe deze verzetsbankier, uit de film-geschiedschrijving is verdwenen. Harm Ede Botje beschrijft in Vrij Nederland  de 10 historische missers in de film.

De rol van Van den Bosch en andere Philips medewerkers  staat uitgebreid beschreven in de geschiedenis van Philips “onder Duits beheer”. Meer informatie staat in het boek van Prof. mr. P. Sanders, "Het Nationaal Steunfonds, bijdrage tot de geschiedenis van de financiering van het verzet 1941-1945", uitgeven in 1960. Dit laatste boek staat nog vol met schuilnamen. 

In 1942 werd een deel van het netwerk opgerold, maar Van den Bosch, die al in 1941 was ondergedoken, wist naar Groningen, zijn geboortestreek, te ontkomen waar hij verder ging met de organiseren van de financiering van het verzet. Philips bleef zijn salaris doorbetalen, pas toen de Duitse op- of toezichter ofwel "Verwaltung" in juni 1943 dit bemerkte is de betaling gestopt. 

Zijn medewerkster en secretaresse mej. M.H. J. de Wilde (haar verzetsnaam is ‘Miep’) moet ook in 1942 onderduiken, zij probeert hem nog te redden bij hun arrestatie in 1944. 

In het zuiden werden de Nationaal Steun Fonds werkzaamheden aanvankelijk daarna gedaan door de Philips medewerker A. Voorwinde (Sperwerlaan 9). Deze moest zich echter terugtrekken [onderduiken?] toen de SD zijn activiteiten op het spoor was gekomen. Voorwinde is wel later betrokken bij pilotenhulp, hij woont dan in de Philipswoning Goorstraat 7. In zijn plaats trad de eveneens bij Philips werkzame ir. A.J. Gelderblom (Merellaan 10-A, nu 12) die al spoedig steun kreeg van zijn collega dr. ir. N.A.J. Voorhoeve (Parklaan 87). Gelderblom was een persoonlijke vriend en een Philips collega van Iman Jacob Van den Bosch, ze kenden elkaar uit de marinetijd. 

walraven-van-hall-premier-van-het-verzet

De meest bekende NSF organisator was Walraven van Hall, alias Wally, [foto hierboven] die nam het westen van ons land voor zijn rekening. Samen met zijn broer Gijs, de latere burgemeester van Amsterdam, en met de hulp van honderden medewerkers slaagde het NSF erin  miljoenen gulden te verzamelen waarmee talloze verzetsactiviteiten en het onderduiken werd gefinancierd.

Sinds september 1943 bestond de top van het NSF derhalve uit Van den Bosch, Walraven van Hall en Gelderblom. Later dat jaar versterkt Jaap Jacob Buijs (schuilnaam Ruys) de NSF top.

In de oorlog nam Harry Linthorst Homan, (zijn broer was oprichter Nederlandsche Unie) hij was voor en in de oorlogsjaren, directiesecretaris bij Philips, in 1940 wonent hij in de Zilvermeeuwlaan. Door zijn aandeel in het NSF verzet, dreigde hij in 1942 te worden gearresteerd, zoals van Bosch en Hamming.  Harry Linthorst Homan duikt onder eerst in een zomerhuisje in Sint Michelsgestel en later in Den Haag. Tijdens een vergadering op 13 januari 1943 bij Philips dreigde hij door SD-er Weber gearresteerd te worden. De heer P.R. Dijksterhuis, werkzaam op het hoofdkantoor, waarschuwt hem. Hij vlucht nu definitief via België, Frankrijk en Spanje naar Londen, hij arriveert daar in 1943. Hij bracht de regering op de hoogte van zijn / de steunfondsactiviteiten en aandringen op financiële hulp.' De regering stelde zich mede op aandringen van het Bureau Inlichtingen garant voor de terugbetaling van een bedrag van dertig miljoen gulden aan het Steunfonds. Een microfoto van deze belangrijke garantieverklaring kon door een gedropte agent in januari 1944 aan Van den Bosch worden overhandigd.

De ondergrondse bank heeft in uiteindelijk ruim 83 miljoen gulden (omgerekend een ruim half miljard euro nu, volgens de koopkracht omrekeningstool bij www.iisg.nl) bij elkaar sprokkelt. Met dat kapitaal zijn honderdduizenden onderduikers onderhouden. In het najaar 1944 waren er alleen al in Nederland ruim 350.000 mensen ondergedoken.

Uitbetalen aan onderduikers

Geld inzamelen en garanties verkrijgen is één ding, het uitbetalen aan onderduikers en stakers een ander. Van de 1900 medewerkers van het NSF houdt de meerderheid zich vooral daarmee bezig. Koeriersters fietsen door het hele land met in de buizen van hun frame en de pinnen van hun zadel onwaarschijnlijk grote hoeveelheden geld. Het gaat allemaal wonderbaarlijk goed. Tijdens de hele oorlog is er niet één die met het vele geld wegfietst en nooit meer terugkomt. [ 84 personen van de orgasatie zijn wel omgekomen in hun verzetswerk] Eén keer stuit een koerierster op een wegversperring door Duitse militairen. Ze verbergt haar fiets in de bosjes, zoekt onderdak bij een boerderij en kan de volgende dag haar fiets niet meer terugvinden. Wie in aanmerking wil komen voor een uitkering, moet een ‘schadeformulier ongevallenverzekering’ invullen met persoonlijke gegevens. Op deze manier worden de Duitsers misleid, want zo lijkt het alsof het om een verzekeringsmaatschappij gaat. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van onder meer de gezinssituatie en van het laatst verdiende loon.

Lees verhaal in historischnieuwsblad.nl



Van den Bosch reist veel in het land om alles te regelen, gebruikte hij hiervoor een NS dekmantel.


„Een prachtige dekmantel om door het hele land te kunnen reizen.”
Iman Jacob van den Bosch als „controleur 1ste klasse in dienst” van de Nederlandse Spoorwegen. 
foto's NRC

Arrestatie van den Bosch

Bij hun arrestatie 18 oktober 1944, door verraad, slaagde "Miep" zijn trouwe secretaresse er in, van de voorkamer uit, waar zij geboeid zat, van den Bosch toen hij op de voordeur toeliep, nog een teken te geven. Hij liep onmiddellijk snel weg, echter een SD ’er schoot op hem dwars door de ruit en trof hem in de schouder, hij liep door en kon belastende papieren verstoppen bij een fietsenmaker in de stad Groningen. Later toch mog gearresteerd. Hij was in Groningen bekend als "van den Berg" maar hij gebruikte in het noorden van het land weer zijn eigen papieren op van den Bosch. http://loe.niod.knaw.nl/grijswaarden/De-Jong_Koninkrijk_deel-10b_eerste-helft_zw.pdf p.566 

Zonder iets van zijn geheimen prijs te geven werd hij ter dood veroordeeld. Het vonnis werd op 28 oktober 1944 in Westerbork voltrokken. Pas op 14 september 1945 wordt zijn dood echt bevestigd. Welke belangrijke invloed hij heeft gehad in de oorlog wordt en hoe wordt niet vermeld er staat "tijdens de bezetting zeer actief aan de verzetsbeweging". De Vrije Philips Koerier, nr. 44. sept. 1945

Arrestatie Walraven van Hall

Dat de Duitsers Walraven van Hall, weten te pakken, is uiteindelijk niet zozeer het gevolg van overmoed als wel van verraad in eigen kring. Een jonge jurist in het verzet, de 26-jarige Johan van Lom, valt in handen van de Duitsers en slaat door. Op zaterdag 27 januari 1945 vallen de Duitsers een vergadering van de top van het verzet aan de Leidsegracht in Amsterdam binnen. Walraven en enkele anderen lopen in de val. De Duitsers wisten niet wie Wally (Walraven van Hall) was, ze waren op jacht naar een persoon genaamd "van Tuyl". Later achterhaalden zij dat Van Hall en Van Tuyl dezelfde persoon waren. Hierna werd hij op een lijst met Todeskandidaten geplaatst.

ir. A.J. Gelderblom

Na het wegvallen van zowel Den Bosch als Wally zet de Philips ingenieur A.J. Gelderblom, dapper de organisatie in het zuiden voort.

HBS en Marine-academie 

10 april 1891, Opleiding HBS en Marine-academie van 1909-1920 actieve dienst Koninklijke Marine. Hij komt op 16 juli 1929 bij Philips in dienst. Hij bekleed diverse chef en hoofdenfuncties in het bedrijf en hij wordt in 1937 benoemd tot procuratiehouder.

1946 is hij secretaris van de NV Philips

Na de oorlog in 1946 is hij secretaris van de NV Philips. Overleden op 13 maart 1983. Decoraties: Mobilisatieherinneringskruis 1914-1918, verzetsherdenkingskruis 1940-1945 en officier in de Orde van Oranje Nassau.
Foto hiernaast is A.J. Gelderblom tussen 1920/1930 als luitenant-ter-zee der tweede klasse

Na het wegvallen van zowel Den Bosch als Wally zet de Philips ingenieur A.J. Gelderblom, dapper de organisatie in het zuiden voort.  Douwe Westra is de gereedstaande opvolger van Van Hall.

De Philips directie was waarschijnlijk wel op de hoogte van de activiteiten van Van den Bosch en andere betrokken bij de fondswerving. Op zijn minst moet er een plausibele officiële verklaring zijn geweest voor zijn veelvuldige absentie. Om die reden althans lichtte Gelderblom, toen hij de leiding van het Steunfonds in het zuiden overnam, Frits Philips in. Waarschijnlijk waren ook De Vries en zijn medewerker W.A. de Jonge, die de ‘zwarte kas' van de onderneming beheerde, op de hoogte. 

De schuilnaam waarvan A.J. Gelderblom zich het meest bediende in de illegaliteit was Van Dijk.

Hoewel het illegale werk van Van den Bosch, Gelderblom en andere bij het Steunfonds betrokken Philipsmedewerkers in hoofdzaak buiten de onderneming plaatsvond, lieten zij binnen de onderneming geen kansen liggen om de bezetter te dwarsbomen. Zo traineerde Gelderblom de productie van Selenium-gelijkrichters, een kennelijk schaars artikel dat de Rüstungsinspektion gaarne bij Philips in licentie van de Nürnberger Schrauben Fabrik wilde laten vervaardigen. Volgens de in het contact met Duitse instanties geijkte manier van veel formalistisch overleg, heen en weer zenden van tekeningen enz., wist Gelderblom ook de productie van gegoten kleppen voor auto's te verhinderen. Opmerkelijk is dat hij daarbij alle medewerking kreeg van de Duitse Fordfabrieken waaraan de kleppen geleverd moesten worden.' Natuurlijk kreeg Gelderblom in dit soort zaken ook de steun van directie, collega's en medewerkers. Met name de kring van bedrijfsleiders en bedrijfsingenieurs was in dit opzicht van belang. Deze technisch geschoolde academici genoten een grote bewegingsvrijheid, beschikten over contacten in alle lagen van de onderneming en waren overwegend sterk tegen de Duitsers gekant. In sommige bedrijfsonderdelen kwamen zij 's middags samen tijdens de ‘ingenieursthee'. De stemming was er zodanig dat de enkeling die twijfelde het beter achtte om van deze bijeenkomsten weg te blijven.

Later blijkt dat aan het NSF zo'n 1900 mensen hebben deelgenomen. Hiervan zijn er 84 personen door de nazi's vermoord. Zie apart lijst met namen van omgebrachte personen zoals: uitbetalers, districtshoofden, geldinzamelaars, adviseurs en koeriers.

Na de bevrijding van Eindhoven op 18 September 1944 werd al spoedig de behoefte gevoeld om de illegale werkers als stoottroepen in de Binnenlandse Strijdkrachten te incorporeren (inlijven bij) om ongeordende toestanden te voorkomen. De mogelijkheid daartoe werd geschapen door een overeenkomst waarbij het NSF zich garant stelde voor de soldijen. Dit werd ingegeven door de eis van de situatie, nu het front zich stabiliseerde na het mislukken van de operatie Market Garden als speerpunt, kon alleen Zuid-Nederland worden bevrijd.

Daar de nood van de onderduikers nu opgevangen kon worden door legale hulpinstanties konden de fondsen van het NSF beschikbaar worden gesteld voor de binnenlandse strijdkrachten.

Het NSF verzorgde, na de spoorwegstaking 18 september 1944, voor de financiering van 30.000 gezinnen.

Bij de Gemeenschap van Oud Illegale Werkers in Nederland (GOIWN) treft men alle elementen van deze tijdgeest aan. Vooreerst de politieke vernieuwingsgezindheid en vervolgens het vraagstuk van de illegale werkers in het na-oorlogse Nederland. Hadden de illegale werkers niet getoond de ware leiders te zijn in een tijd waarin het overgrote deel van de natie dan wel niet fout dan zich toch wel laf-individualistisch, kortzichtig en meegaand had betoond? Hoe dan ook de "Bond Nederland" bedoeld als een politiek forum van vernieuwing op een brede basis (ook niet illegalen konden aanvankelijk toetreden) is spoedig versmald tot een belangen organisatie van de oud-illegale werkers. Toen de bevrijding van Noord-Nederland een feit werd groeide het contact met andere stichtingen van oud-illegalen en is ze uiteindelijk opgenomen in de stichting 40-45 nadat reeds een van zijn aktiviteiten in Landelijk Herstel als sociale dienst is gaan fungeren ter verlening van geestelijke en materiele bijstand.

Het district Eindhoven van de GOIWN had aanvankelijk grote invloed omdat Eindhoven door het verloop van het front de hoofdstad van het land was geworden maar men moet met zijn voorzitter Gelderblom bitter constateren hoe groot de afstand was tussen de beleden idealen van de illegale werkers, die al spoedig hopeloos verdeeld raakten, en het harde politiek bedrijf. De GOIWN heeft zijn pretenties niet kunnen waarmaken. Voorzover een voorzitter, in deze hoedanigheid maakte Gelderblom enkele reizen naar Londen en koningin Wilhelmina, bepalend is voor de richting kan gesteld worden dat deze te ironisch en weloverwogen geaard was om zich met de politiek met zijn vaak kunstmatige en oppervlakkige tegenstellingen en harde confrontaties bezig te houden.

Als verzetsman had A.J. Gelderblom door het verlies van zijn vrienden het leven in de diepte leren ervaren. Gelderblom legde in de eerste maanden na de bevrijding van Eindhoven een enorme aktiviteit aan de dag. Een van de akties die hij initieerde was de actie Zuid helpt Noord.

Meer info:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nationaal_Steun_Fonds

Collectie A.J. Gelderblom, oorlogsdocumentatie, Eindhoven, 1940-1945 https://rhc-eindhoven.nl of https://www.archieven.nl
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010370571:mpeg21:p002

https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/26926/walraven-van-hall-1906-1945-bankier-van-het-verzet.html

Boek                          :

Nationaal Steun Fonds door P. Sanders, 1960, 185 pagina's

Walraven van Hall, premier van het verzet (1906-1945), Erik Schaap, 2006, 176 pagina's




Geheim agent voor Philips en vaderland

W.J.H. (Willem / Wim) Schreinemachers 6 januari 1910 – 27-12- 1985 (verzetsnaam rudi)
"De beste momenten van mijn leven waren de eenvoudige momenten"

Opgeleid als spion

In Londen werd Wim Schreinemachers opgeleid tot agent bij het Bureau Inlichtingen (BI). Na zijn opleiding tot radiotelegrafist/codist werd Schreinemachers in de nacht van 8 op 9 oktober 1943 samen met de agent Jos van Alebeek, geparachuteerd.

100.000 gulden

Schreinemachers had bij zijn dropping veel geld bij zich 100.000 gulden, 8000 dollar en 3000 pond sterling, dat heeft Tromp verzilverd. Dat “was geheim geld” volgens Somer, toen hij weer terug was in Londen. Dit geld ingezet voor financiering van het verzet en klein deel aangetroffen bij arrestatie van Marten F. Elkerbout.

rudi

ingenieur bij Philips

Hij is 1 januari 1934 bij Philips in dienst gekomen als ingenieur bij de radiobuizenfabriek van Philips.

codenaam

De codenaam die Wim Schreinemachers tijdens de contacten met de Groep Harry en de Geheime Dienst Nederland gebruikte was 'Meester Cornelis'. Tijdens de radiocontacten met het BI maakte hij gebruik van de codenamen Rudi, Lewis, Leatherhead, Wim. Tijdens zijn contacten ”in het veld” gebruikte hij de schuilnamen Hein Roessing en Jan A. Scheltema.

W.J.H. (Willem / Wim) Schreinemachers 6 januari 1910 – 27-12- 1985 (verzetsnaam Rudi)

Hij is 1 januari 1934 bij Philips in dienst gekomen als ingenieur bij de radiobuizenfabriek van Philips. Tromp was toen hoofdingenieur, in die jaren heette dat nog geen directeur, volgens Schreinemachers

Hij had in de prille oorlogsjaren contact met adjudant-onderofficier J. B. Vermeulen van het later Bureau Inlichtingen.

Deze Vermeulen was in Nederland de opvolger van J.M. Somer, een KMA opleidingsofficier die met jonge officieren van de opleiding, een verbindingslijn naar Engeland had opgezet, via Zweden. Door zijn verzetsactiviteiten is Somer in maart 1942 in Nederland ontvlucht en in Londen bij bureau inlichtingen gaan werken, daar is hij al vrij snel hoofd van deze dienst geworden.

Hoe Schreinemachers in het inlichtingenwerk terecht gekomen, is onduidelijk. Hij gaf tot medio 1943 berichten door, het “waren berichtjes van niks” volgens zijn eigen mening. (Interview Frans Dekkers 24 mei 1984) 

In dezelfde periode zocht Tromp naar mogelijkheden om rechtstreeks contact met Londen te krijgen. Met veel moeite kreeg hij toestemming van de Duitse "Verwaltung" of toezichthouder voor een reis naar "neutraal" Zweden, waar een fabriek voor radiobuizen gevestigd was. In mei 1943 stuurde hij Wim Schreinemachers ( alias Rudi), deze kwam daar eind augustus in contact met overste Somer. 


foto's paspoort ® Frans Dekkers


Boven de paspoorten op naam van Schreinemachers
Onder op naam van Rudolf (Rudi) Scheltema
foto's paspoort ® Frans Dekkers

Bureau inlichtingen (B.I.)

In Zweden kreeg Schreinemachers, na diverse inlichtingen checks, een ander paspoort op naam van Scheltema. Dit valse document was door Engelse speciaal vervaardigd. Overste Somer was op dat moment in Zweden en samen officier G.de Jong van Bureau inlichtingen (B.I.) werd besproken dat Wim Schreinemachers in dienst kwam van B.I. Hij is daarna naar Engeland gegaan en kreeg een opleiding in codes, parachutespringen enz. 

Op 9-10-1943 is Schreinemachers samen met van Jos van Alebeek gedropt. Dit verliep rampzalig, zend kwijtgeraakt en marconist deserteert, maar hij kreeg wel opnieuw contact met Tromp. Hij had Tromp geïntroduceerd in Londen bij B.I. “Ze kende de naam Tromp in Londen helemaal niet. Ik heb Tromp namens B.I. aangesteld als medewerker van mijn groep. Ik was organizer. Mijn opdrachten waren boodschappen voor de commandant van de O.D. en het verzamelen van economische berichten. “ Interview Dekkers

Voor de economische berichten ging Tromp zorgen en ir. H. Thal Larsen (alias Herman), ook werkzaam bij Philips zorgde voor de contacten met de O.D. Ook Marten F. Elkerbout (alias "Siem") ook werkzaam bij Philips, gaat voor militaire berichten zorgen. 

Zijn opdracht was het verzamelen van economische, technische en wetenschappelijke gegevens met een accent op het herstel van de Nederlandse industrie en openbare nutsbedrijven. Deze vragenlijst is bekend geworden als de "eleven questions regarding Philips Eindhoven" Voor het beantwoorden van de elf vragen, dat enkele maanden in beslag nam, legde Tromp contacten met zijn persoonlijke en zakelijke relaties. Deze kring werd bekend als de groep-Harry, al is eigenlijk niet te spreken van een samenhangende groep. Veeleer was het een netwerk van informanten die Tromp inschakelde bij het beantwoorden van uit Londen afkomstige vragen. Twee belangrijke informanten waren C. von Lindern ("Kok") en Prof.dr. H.J. Zwiers ("Frederik"). In de hierop volgende maanden gaf Tromp economische, sociale, politieke en militaire informatie door aan het B.I. Tromp schatte dat in totaal zo'n 20.000 pagina's op microfilm naar Londen zijn gesmokkeld.

Daarnaast gaf Schreinemachers aan Tromp een opdracht van de Nederlandse regering door, om een noodzender bouwen voor het geval de Duitsers de grote radiozenders zouden opblazen als zij uit Nederland verdreven zouden worden. Dit is de zender “Herrijzend Nederland”. https://nl.wikipedia.org/wiki/Radio_Herrijzend_Nederland

Voor dit project schakelde Tromp zijn collega ir. G. van Beusekom in, die overigens ook behulpzaam was bij het oplossen van problemen met andere illegale zenders.

Schreinemachers had bij zijn dropping veel geld bij zich 100.000 gulden, 8000 dollar en 3000 pond sterling, dat heeft Tromp verzilverd. Dat “was geheim geld” volgens Somer, toen hij weer terug was in Londen. Dit geld is ingezet voor financiering van het verzet en klein deel hiervan aangetroffen bij arrestatie van Marten F. Elkerbout.

Bij zijn dropping had hij wel een probleem, geen klein geld bij zich om, een veerpont overtocht van 10 cent te betalen. Hij had alleen briefjes van 100 gulden. Daar hadden de Engelse en Nederlandse inlichtingendienst beter over na moeten denken, vertelt hij na de oorlog.  Hij mocht overigens gratis mee. 

Schreinemachers speelt een belangrijke rol bij het opzetten van de Geheime Dienst Nederland, een netwerk dat overal in Nederland informatie verzamelt en doorstuurt o.a. via Tromp naar Engeland.

Schreinemachers keert bij de bevrijding van Eindhoven terug en is dan tijdelijk medewerker van Somers als hij daar het Bureau Inlichten opzet in het van Abbe museum.
Schreinemachers verlaat Philips, hoewel Otten nog geprobeerd heeft om hem terug te halen, maar waarschijnlijk was de moeizame relatie met Tromp een te groot struikelblok. Hij komt in dienst van Amerikaanse ITT Corporation en daarna werkt hij voor diverse Franse firma’s.
Hij overlijd 27 december 1985 in België.



W.J.H. (Willem / Wim) Schreinemachers in mei 1984
foto ® Frans Dekkers
"Les meilleurs moments de ma vie c'était les moments simples"
Staat op zijn overlijdensadvertentie in de NRC van 28-12-1985.
[De beste momenten van mijn leven waren de eenvoudige momenten]

 ir. G.H. Thal Larsen
Schakel met Orde Dienst (O.D)

ir. Gautier Herman Thal Larsen 1899 - 18-1-1965 was bedrijfsleider apparatenfabriek bij Philips. Hij was als Zweed ook in bezit van een Zweeds paspoort, zodat hij naar "neutraal" Zweden kon reizen.
Hij was ook waarnemend commandant van Gewest 18, van de Orde Dienst (O.D) een verzetsgroep actief in Eindhoven en omstreken.

Thal Larsen was waarnemend commandant van de verzetsorganisatie "Ordedienst" in het gewest Eindhoven. Hij hield zich bezig met informatieverzameling en – met hulp van zijn vriend Tromp - met de opbouw van een landelijk radionet, dat ingezet zou kunnen worden na de komst van de geallieerden. Hij woonde in Philips ingenieurswoning Uiverlaan 11. Hij had gestudeerd in Delft en hij heeft in 1929 de Rugby Club Eindhoven is opgericht.

ir. G.H. Thal Larsen was al vrij vroeg in de oorlog actief in het verzet en onderhield contacten via de OD in het gehele land. Hij is waarnemend omdat zijn Philips collega en commandant mr. Jaap Hamming was ondergedoken. Later meer over het noodlot van Hamming.
Tromp vertelt in een interview met Frans Dekkers, in 1980,  dat ze samen aan het verzet is begonnen met nog twee collega's "Van Gestel", werkzaam op Philips gasfabriek en zijn assistent op de radiobuizenfabriek: de heer Bloemdaal. Dat was het begin van de verzet-boom met allerlei vertakkingen.

Thal Larsen werkt nauw samen met gewestelijke commandant mr. W.J. van Dijk en Tromp. Hij was ook een van de schakelpersonen tussen Nederland en Londen, via de zogenaamde "Zweedse Route". December 1942 reisde hij met zijn Zweeds paspoort naar zijn land van herkomst. Vanuit Zweden deed hij per brief naar Anton Philips in New York, verslag van een privé-bezoek aan Frits in villa De Laak. Hij zal wel veel meer informatie hebben meegenomen en verteld.

Januari 1943 wordt ir. G.H. Thal Larsen, mr J. van Blokland en ir. H. Furstner (1898- 1998) gearresteerd, de redenen zijn onduidelijk. Na een dag werd ir. H. Furstner al vrijgelaten. De zaken tegen de andere twee Eindhovenaren bleek ernstiger te zijn. Tromp heeft toen met het schermen met Duitse contacten en het omkopen met radio's, sigaretten en knijpkatten, eerst Thal Larsen en later Blokland vrij gekregen. Soms lukte dat.

Thal Larsen zet zijn illegale activiteiten voort. De radioapparatuur van het binnenlandse inlichtingen net had tot dan toe slecht gefunctioneerd. Daarom werd in 1944 met steun van ir. J.P. Heyboer (1912-1945) die daarvoor door de N.V. Philipsfabrieken te Eindhoven beschikbaar was gesteld, in de werkplaats van J.H. Op den Velde te Zaandam nieuwe radioapparatuur voor de gewestelijke commandanten gebouwd. Het benodigde materiaal werd door bemiddeling van ir. G.H. Thal Larsen en de radio-technicus H.A. Hoekstra van Philips verkregen. Na de arrestatie van Op den Velde op 2 maart 1944 nam Hoekstra diens werkzaamheden over, althans voor zover het de opbouw van het binnenlandse radionet betrof. Johan Heyboer had inmiddels het radionet Zuid opgebouwd en nam op 31 december 1943 de taken van Thijssen over, nadat deze met de OD-leiding in conflict was geraakt en tot de Raad van Verzet (RVV) was toegetreden.

Na de bevrijding van het zuiden heeft Thal Larsen de functie van Hoofd van het Centraal Vrijwilligersbureau dat gevestigd is op Keizersgracht 6, Eindhoven. Hij blijft verder tot zijn pensioen bij Philips werken?

Het geweten der natie: de voormalige illegaliteit in het bevrijde Zuiden, september 1944-mei 1945

https://deoranjeboom.nl/wp-content/uploads/2015/02/Jb-47-1994-05.pdf

Mr. W.J. van Dijk, de gewestelijke commandant OD, is in september '44 bevorderd tot kapitein wordt bij de bevrijding bekend door het affiche met een oproep aan de bevolking van het gewest Eindhoven "om orde en rust te handhaven",  als gewestelijke commandant der Ordedienst, OD. Het Militair Gezag laat dit pamflet weer verwijderen, de bevrijding van het zuiden zorgde er niet voor dat politieke spelletjes voorbij waren.


Pas op 18 september 1944 zien Eindhovenaren deze  oproep aan de bevolking van de O.D. Mr. W.J. van Dijk

"spontane opstand 1941"

De viering van het vijftigjarig bestaan van de onderneming op 23 mei 1941 liep uit op een vorm van symbolische verzet.

Vijftigjarig bestaan van Philips op 23 mei 1941

Terwijl Frits Philips morgens in het Ontspanningsgebouw procuratiehouders en vertegenwoordigers van het personeel toesprak, trokken arbeiders van de glasfabrieken naar dit gebouw om hem voor de feestgave, namelijk twee weken extra loon, te bedanken. Op hun weg sloten zich van alle kanten duizenden medewerkers aan die, in een lange stoet, aan de inmiddels gewaarschuwde Frits Philips voorbij trokken.

"... daar kwam het duizendkoppige Philipsgezin in optocht aanzetten. Meisjes in hun witte montagejassen, mannen op karren, op electrische fabriekswagentjes, glasblazers met hun ijzeren staven, allen uitgedost met oranje of roodwit-blauwe sjerpen om, feestmutsen op, strikken in het haar ..." 

s'Middags kwamen op het binnenplein van de Philipsfabrieken aan de Emmasingel duizenden uitbundige personeelsleden bijeen een fascinerende schouwspel volgens bedrijfsleiders, zij vroegen Frits om ook naar de Emmasingel te komen. Felicitaties volgden, handen werden geschud. Iedereen wilde hem zien en spreken. 

Toen hij in de menigte onder dreigde te gaan, namen enkele stevige mannen, onder wie de bedrijfsleider van de elektronenbuizenfabriek ir. Th. Tromp, hem als betrof het een groot sportkampioen op de schouders. Frits Philips liet zich enige tijd verrukt meevoeren in de warme stroom van dankbetuigingen en gevoelens van saamhorigheid. Het nam echter niet weg dat hij zich realiseerde dat dit spontane feest door de Duitse autoriteiten anders zou kunnen worden opgevat. De met de nationale kleuren getooide menigte maakte zelf duidelijk dat de band met Philips even sterk was als die met Oranje. Mogelijk met de in Amsterdam zo bloedig onderdrukte februaristaking in gedachten, nam Frits Philips na enige tijd het woord om zijn personeel voor de rest van die middag vrijaf te geven en naar huis te zenden.


Nadat hij officieel vrij had gegeven, begon, aldus Frits Philips, het feest pas goed.' Zingend en hossend trok iedereen de stad in. In een grote optocht defileerden men langs De Laak, het woonhuis van Anton Philips aan de Parklaan. Wanneer verbaasde of onthutste Duitse militairen of politiefunctionarissen in de stoet belandden, kwam het tot plagerijen en demonstraties van vaderlandsliefde.? Naar verluidt werd zelfs de auto van de Duitse opperbevelhebber generaal Von Falkenhausen, die toevallig een bezoek aan Philips bracht, met een rood-wit-blauw vlaggetje versierd. Aan NSBʻers werden luidkeels gewetensvragen gesteld; een van hen, een politiecommissaris Dijs, werd door een messteek verwond, nadat hij een meisje een ernstige hoofdwond met zijn zwaard had bezorgd. De mensen konden die beide politieheren wel vermoorden. Lees apart verslag dat in de Philips Koerier 14 mei 1971 verscheen.

Mobirise

De reactie van de bezettingsautoriteiten bleef niet lang uit. Een eenheid van de Sicherheitspolizei werd inderhaast vanuit Tilburg naar Eindhoven gedirigeerd. Op de markt in Eindhoven bracht het bataljon mitrailleurs in stelling. Tot een noodlottige confrontatie met de feestvierende massa kwam het echter niet. Een hevige regen- en onweersbui dreef merendeel met spoed naar huis. Nochtans gaf de commandant van de Sicherheitspolizei de opdracht aan het gemeentebestuur om voor die dag een avondklok in te stellen. Na de weigering van burgemeester Verdijk nam de pro-Duitse en ex Philips bewakingsdienst, onlangs benoemde politiecommissaris W. Dijs het op zich om het bevel uit te voeren.

Volgens dagboek gegevens van Reinder Keizer is er twee dagen lang "een staat van beleg in Eindhoven" afgekondigd. Iedereen die na 8 uur ‘s avonds is opgepakt, moet in een gymnastiek lokaal 11 uur lang in de houding staan. 

Uitgebreid doet Frans Dekkers in zijn boek Eindhoven 1933-1945 p. 180-196, uitg. 1982 een ietwat ander verslag van de gebeurtenissen, kort samengevat: Politiecommissaris Dijs had 's middags al geprobeerd met zijn zwaard in de hand om de mensenmassa huiswaarts te sturen en hij liep daarbij zelf een messteek op. Naast de politie provoceerden ook aantal NSB-ers en WA-mannen de feestgangers en het wordt hierdoor rumoerig in de binnenstad. Er wordt, om 20.00 uur, een avondklok ingevoerd, dit feit ontgaat menig feestvierder, omdat de pamfletten pas rond 19.30 verspreid worden. Die avond zijn zo'n 400 mensen gearresteerd, dit feit is volgens Dekkers nergens gepubliceerd.

's Avonds was er een radiotoespraak van Anton Philips via de zender Boston. Hoe de informatie over datum en tijd van de uitzending Philips had bereikt is niet duidelijk. Maar eenmaal bij een enkele ingewijde bekend, was de verspreiding van die wetenschap binnen het bedrijf geen probleem geweest. In een van de liften in de fabriek had Van Riemsdijk de even uitdagende als simpele boodschap gelezen: Dr. Anton 9.15.

Naar de radio luisteren kon nog in die dagen. Een jaar later, 13 mei 1943, kregen alle Nederlanders de opdracht dat ze hun radio’s moesten inleveren. Wie dat niet deed, riskeerde een gevangenisstraf of zelfs de doodstraf.

Vele Philips mensen zullen 23 mei 1941 herinneren als een vorm van verzet. Een protest tegen de bezetter. Dit 'symbolische verzet' geeft vooral het gevoel om de moed er in te houden. 

Merendeel van de tekst afkomstig uit "onder Duits beheer" p. 198 - 202, Geschiedenis van Philips deel 4, 1997.

Eindhoven had zijn eigen Anjerdag  op 23 mei 1941
Op 29 juni 1940 kwamen in Den Haag veel Oranjegezinde Nederlanders bijeen. Het was de eerste verjaardag van een lid van het koninklijk huis, prins Bernhard, sinds de inval van Duitse troepen. De dag werd aangegrepen om uiting te geven aan de trouw aan het Koningshuis. De dag kwam bekend te staan als Anjerdag. Het was de eerste keer dat in Nederland openlijk geprotesteerd werd tegen de Duitse bezetting. Oranje uittingen werden hierna verboden.

Na de oorlog is de anjerdag nog een aantal jaar gevierd. Prins Bernhard heeft zijn hele leven met een anjer gelopen. Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld had trouwens al sinds zijn studententijd de gewoonte zich met een witte anjer te tooien. affiche RHCe.nl 

Wie is te vertrouwen?

Verhaal van Ir. Th.Ph. (Theo) Tromp hoe hij in 1942 geprobeerd werd om in de val te laten lopen. Ook op zijn werk liepen verraders en NSB-ers rond. Na de oorlog zijn er bij Philips door de zuiveringscommissie zo'n 800 personen ontslagen waarvan 335 NSB'ers, leden Waffen SS enz. 
Over dit zuiveringsontslag na de oorlog komt een apart artikel.

Hans schreibt seine Division kommt nach, pst! Feind hört mit!

pst - Feind hört mit!

Tromp vertelt in een interview...'Je stond ook bloot aan provocatie. Ik woonde toen nog in de Lijsterlaan... en daar kwam een vent aan de deur, die moest mij spreken. En toen ik die man zag, toen vertrouwde ik hem al niet. Waarom niet? Het enige...hij had een hoedje op.. van ruwharig groen vilt....de hoeden waren in die tijd glad.. en daar zat een smal lintje om. lk denk; verdomme dat is een Duits hoedje. Dat bevalt me niet. Ik heb hem niet binnen gelaten....in de vestibule gesproken. hij zei; ik kom uit Londen. Ik ben gedropt, en heb een opdracht voor u van de Engelse regering om hier een afdeling van de OD op te zetten. Toen was ik al met Thal Larsen bij de OD. lk was dus stomverbaasd. En hij wou een pak papieren geven... en zei u moet dit doen. Ik zeg; dat kan ik niet doen. Ik ben ingenieur bij Philips...met illegale dingen wil ik niks te maken hebben. Hij zei; Dat zult u toch moeten doen, want het is opdracht van de regering, en als u het niet doet, dan wordt u na de oorlog ...... U bent reserve officier...dan wordt u voor de krijgsraad gedaagd. En dat kan heel ernstige gevolgen hebben. Ik zei, ik doe dit niet... maar hij drong aan, en toen zei ik; geeft dan die papieren maar, dan zal ik ze eens lezen, en komt u morgen maar eens terug. Maar ik doe het niet, dat zeg ik u van tevoren. Ik las de papieren door. Een deel van de opzet van de OD klopte, en andere dingen niet.
Toen kwam die volgende dag terug. Maar voordien had ik die papieren....ben ik met die papieren naar de ortskommandant gegaan... ik zeg; luister eens, gisteren is er iemand bij me geweest...die heeft me deze papieren gegeven, die geef ik u, die wil ik niet hebben, want als er dadelijk Duitsers komen voor huiszoeking, en ze vinden die papieren.... ik wil er niks mee te maken hebben.

Die vent kwam terug. vroeg; doet u het? Ik zeg nee, en ik heb de papieren aan de ortscommandant gegeven. lk denk nou zal ik je testen. Maar die vent schrik helemaal niet. hij zei; dat had u niet moeten doen. Ik praatte verder met die vent, en hij kwam niet terug op die papieren. Maar de vorige dag had ik hem drie vragen gesteld; interessant zei ik, u komt uit Londen. U moet zeker veel bonnen geven bij het eten...in de restaurants. Ja, zei hij; dat kost veel bonnen. Dat was zijn eerste fout. In de oorlog werden er geen bonnen in de restaurants gevraagd. Ik zeg; hoe gaat het met het verkeer.. met de benzine...zit zeker allemaal gas op die auto's. Ja, zei ie; dat is vrijwel allemaal gas. Er heeft in heel Engeland niet een auto op gas gereden. En nog een vraag, maar die ben ik vergeten. lk wist absoluut zeker dat die vent een verrader was. Dit gebeurde in 1942, meen ik.

 lk bracht niemand in gevaar door die stukken aan de ortskommandant te geven.. Achteraf bleek dat het een hele gemene verrader was. De naam weet ik niet....staat in mijn rapport. Hij kwam uit de buurt van Driebergen... Zeist. Ze hebben hem gecheckt in Londen, en daar bleek dat het een agent van de moffen was. En zo werd je dus geprovoceerd'. De gehele oorlog? "Voortdurend".

Die moffen hadden een plakkaat opgehangen; feind hürt mit, maar dat gold voor ons ook.'

Bron Interview met Frans Dekkers, 20 oktober 1980.

In het rapport dat Tromp schrijft voor de Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, in 1950, dat hij benaderd is door dhr. v.d. Graaff uit Bennekom. Hij overlegt dan met zijn Philips vrienden Jaap Hamming, Thal Larsen, ir G. Heel en mr. W.E.A. de Graaff. Ook zij vermoeden provocatie. Tromp is er niet op ingegaan en hij heeft de papieren teruggegeven met een nietszeggend brief. Zijn verhaal uit 1980 is wel veel spannender.



Eindhovense Boksclub

"de groep Van Moorsel"

F. van Moorsel, werkzaam op afdeling Secretariaat vormden samen met de octrooigemachtigde mr. dr. C.H.G. Mellema (Cor), eind 1940 een spionagegroep waarbij zich meer dan twintig andere Philipsmedewerkers aansloten. De groep kwam bijeen in de Eindhovense Boksclub gevestigd in café Le Coureur, Eindje 49 Eindhoven.

Wellicht door toedoen van zijn chef mr. J. Hamming, die al ruim voor de oorlog over goede contacten beschikte bij de Generale Staf, kwam Van Moorsel in aanraking met de voormalig ambtenaar van GS-III, W.J.M.J. d'Aquin, die leiding gaf aan een eigen spionagegroep. In juni 1942 introduceerde d'Aquin een zekere 'Jan' bij de groep. Het zou hier gaan om een door Londen gestuurd geheim agent die aan de opbouw van het Nederlandse gewapende verzet leiding moest geven. Volgens d'Aquin was de identiteit van ‘Jan' door Radio Oranje bevestigd. In werkelijkheid betrof het hier echter de beruchte agent-provocateur Anton van der Waals die, zoals L. de Jong schreef, "een verwoestend spoor zou trekken door de Nederlandse illegaliteit."

Anton van der Waals had zijn illegale 'vrienden' - d'Aquin, Van Moorsel en Philips medewerker en marconist Bob Zeehuizen van de O.D. Eindhoven - verteld, dat het door hen gevraagde materiaal in de avond van 24 juli 1942 op een afwerpterrein in de buurt van Ede zou worden afgeworpen. 

Bij de "georganiseerde" bijeenkomst werden gevangen genomen: F. van Moorsel en B. Zeehuizen uit Eindhoven, A.G. Putto, J.J.M. van Donk, J. van Nieuwenhoven, A. Wijnberg (een ondergedoken Jood), H.L. Frericks, T.E. de Bruijn, F.F. Aberle (een gedeserteerde Duitse militair) en T.M. Busscher, allen uit Den Haag. Lees PDF hierover bij Englandspiel en Schreieder in Ede.

Diezelfde avond om half zeven werden allen met auto's weggebracht naar de strafgevangenis in Scheveningen. Hier bleven ze ongeveer tien dagen, toen werden ze overgebracht naar de gevangenis in Haaren. Als gevolg van hun arrestatie werden nog veel meer O.D.-leden gearresteerd, zoals Cor Mellema en Louis Henri Maertens ze werden tijdens drie processen berecht en veroordeeld. Het eerste proces vond plaats op 6 februari 1943, het tweede in maart terwijl de groep Van Moorsel in mei van dat jaar terecht stond. Allen werden tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld, met uitzondering van Aberle, die als gedeserteerd militair afzonderlijk terecht stond en ter dood werd veroordeeld. Hij werd op 8 juni 1944 in Keulen gefusilleerd. Wijnberg is op een onbekende datum in Duitsland omgekomen, Zeehuizen overleed op 17 december 1943 in Dusseldorf, Van Donk in Haaren op 24 mei 1943 en Frericks in het concentratiekamp Dachau op 21 februari 1945. De overigen van deze arrestatie hebben de oorlog overleefd maar L. H. Maertens en Cor Mellema helaas niet.

Na de oorlog diende een aantal van zijn medewerkers bij de interne zuiveringscommissie van Philips een klacht in. Deze commissie verwees de kwestie door naar de Landelijke Ereraad der Illegaliteit. De Raad oordeelde dat het noemen van namen bij de SD niet kwalijk genomen kon worden. Wel werd van Moorsel verweten dat hij als illegaal werker in zijn samenwerking met ‘Anton van der Waals’ ernstig tekort was geschoten.

Landverrader Anton van der Waals is op 26 januari 1950 op de Waalsdorpervlakte geëxecuteerd. Vreemd genoeg is hij na 1945 ook nog eens als contraspion gebruikt door de Engelsen en Nederlandse inlichtingendienst. Hij werd ingezet om te infiltreren in Duitsland en Rusland. Meer hierover in: De verrader: leven en dood van Anton van der Waals ISBN 9789023474692 februari 2013, 368 pagina's.



Mobirise

Cor Mellema

mr. dr. C.H.G. Mellema (9-9-1895 - 10-05-1945) Octrooi-technicus bij Philips was ook lid van de groep van Moorsel. Hij was door Philips ingezet om in de omgeving van Den Haag een Illegale zender te installeren. 

actief in verzetsorganisatie 

Mellema was leider van een verzetsorganisatie en technisch leider van berichtengroep. De zender, welke van Eindhoven naar Wassenaar bij zijn ouders, was overgebracht. Hij werkte daar aan de verdere installatie van de zender. Nadat door verraad huiszoeking was gedaan, werd veel bezwarend materiaal in beslag genomen. 

Cor Mellemalaan

Hij is op 25-7-1942 bij zijn ouders te Wassenaar gearresteerd,
Dit was de dag na het verraad in Ede!!! Opgepakt en naar Haaren vervoerd en daar ter dood veroordeeld. Hij kreeg op 13-7-1943 gratie en zijn straf werd veranderd in 15 jaar tuchthuis. Eind augustus of begin september 1943 is hij overgebracht naar Rheinbach, vandaar in januari 1944 naar tuchthuis Siegburg. Hij is daar vermoedelijk aan vlektyphus overleden. Cor laat een vrouw en twee minderjarige zoons achter. In Eindhoven / Acht is naar hem vernoemd: Cor Mellemalaan

Louis Henri Maertens

L.H. Maertens, roepnaam Lou. Geboren 30-5-1896 te Den Haag, werkzaam bij Philips. Lid Boksclub /Moorsel?

26 augustus 1942

Hij is op 26 augustus 1942 door de Sicherheitsdienst (S.D.)  op zijn werk gearresteerd. Overgebracht naar Haaren werd hij door het Kriegsgericht veroordeeld tot 4 jaar tuchthuis. In het tuchthuis Siegburg (Duitschland) is hij vermoedelijk aan vlektyphus op 26-3-1945 overleden. 

Lou Maertenslaan

Maertens werkte in juli 1942 als marconist van een door hem gebouwde zender en werd in verband daarmee gearresteerd. Laat een vrouw en een meerderjarige zoon achter. In Acht is naar hem genoemd: Lou Maertenslaan.

mr. J.L. Hamming

Verzet van mr. J.L. Hamming 

Voorbereidingen van Philips op een mogelijke oorlog. 
Mr. J. L. (Jaap) Hamming (1903 - 1944) 

De bedrijfsjurist mr. J. L. (Jaap) Hamming werkte al sinds oktober 1934 aan een plan voor evacuatie van machines en materieel naar een fabriek achter de Hollandse Waterlinie. Hij leunde daarbij op adviezen van kapitein G.J. Sas, tot deze in 1936 militair attaché in Berlijn werd. Sas zal diverse malen tevergeefs de regering waarschuwen voor de komende Duitse inval in Nederland. Zijn informatie en zijn bron werd niet vertrouwd en door Hitler's grillige patroon veranderde de aanvalsdatum en -plannen steeds. Sas rapporteerde in mei '39 dat de Duitsers beschikken over sterke eenheden parachutisten en luchtlandingstroepen. Dat bij de inval in de Polen parachutisten als Poolse militairen waren verkleed. Onduidelijk is of Sas ook informatie met Philips bleef delen.

Vanaf 1938 krijgt hij hulp van zijn oom generaal H.G. Winkelman. Hij was de Nederlandse opperbevelhebber vanaf 6 februari 1940 en ten tijde van de Duitse invasie in 1940.

Hamming ging ervan uit - zoals velen in Nederland - dat het onder water zetten ('inunderen') van de strook tussen Naarden en de Biesbosch ook in de twintigste eeuw nog zou helpen bij het weghouden van eventuele aanvallers uit het westen van het land.

In november 1936 was een eerste versie van het plan klaar. Deze 'Regeling Buitengewoon Vervoer' beschreef hoe bij een Duitse aanval, na een waarschuwingstelegram van het ministerie van Defensie, in Eindhoven machines,, gereedschappen, grondstoffen, halffabricaten en archieven in vrachtauto's, treinen en binnenvaartuigen zouden worden geladen, en in drie dagen tijd zouden worden vervoerd naar een fabriekscomplex op het terrein van de werf Wilton-Feijenoord in Rotterdam. Het was een draaiboek van militaire precisie; aan alle details was gedacht, zelfs aan eigen bewegwijzering. Het bijbehorende personeel zou per extra trein of met eigen vervoer naar de 'Vesting Holland' reizen, en als de Waterlinie het toch niet hield, zou een deel van de staf doorreizen naar Engeland.. Als eerste stap huurde de directie alvast een kluis bij het kantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij in Den Haag om daar originele contracten en octrooipapieren in op te bergen, zodat ook die achter de Waterlinie lagen en eventueel snel naar Engeland konden worden overgebracht. 

De inzet van Duitse parachutisten, verkleed in Nederlandse militaire uniformen en als politieman achter de waterlinie droppen, was een nieuwe tactiek en deels geheim wapen van de Duitse oorlogsmachine waarmee de Hamming plannen en ook de regering en legertop, Eigenlijk was hiermee geen rekening gehouden. Overigens zijn veel Duitse parachutisten door het Nederlandse leger gedood of gevangen genomen en grootste deel als gevangen naar Engeland overgebracht. Het verlies van de speciale troepen en het neerhalen van zo'n 280 vliegtuigen, meer dan de helft van wat de Duitse luchtmacht op dat moment bezat. De inval in Engeland kon door het toedoen van Nederlandse militairen niet doorgaan. Meer valt te lezen in het boek "De slag om de residentie 1940" of  Slag_om_Den_Haag.
Na de bezetting van Nederland en de Philipsfabrieken, bleef mr. J. Hamming bezwaar maken tegen de Duitse overheersing. Philips had Duitse militairen bij de in- en uitgangen kregen, intern had men last van N.S.B-ers, spionnen en verklikkers en Duitse bewindvoerders.
Jaap Hamming behoort tot de eersten die zich bij de Ordedienst (OD) aansluiten en wordt commandant van OD-regio 18, Eindhoven en omgeving. Hij onderhield nauwe contacten met Philipsmedewerkers die ook illegale werkzaamheden uitvoerden. Hiernaast was hij waarschijnlijk ook actief bij NSF. Zijn vele contacten in het land kwamen bij zijn activiteiten van toepassing. 

Jaap's naam wordt voor het eerst bekend bij de Duitsers als gevolg van de Duitse contraspionageoperatie Nordpol, beter bekend als het ‘Englandspiel’ waarbij de Duitsers een gevangengenomen radioman opdracht geven te blijven seinen met de Engelsen die vervolgens geheimagenten in bezet Nederland blijven droppen, met als gevolg dat zij beneden bij aankomst worden opgewacht. 

Als op 28 mei 1942 één van de verzetsgroepen waarmee hij contact heeft wordt opgerold door Englandspiel, moet Jacob met zijn familie onderduiken. Toevallig was Jaap met zijn gezin zeilen in Friesland en een Philips koerier komt hem waarschuwen. Ze keren niet meer terug naar hun huis aan Fazantlaan 7 en het gezin houd zich schuil in een leeg staande villa in Bussum dat het verzet voor hen heeft geregeld. Vandaaruit en andere plaatsen zet Jaap zijn verzetswerk voort. Ook zijn vrouw Françoise Hamming-Schreuder gaat zich vanaf dat moment inzetten voor hulp aan onderduikers. 

Jaap Hamming valt door de mand als hij in de trein tussen Leiden en Amsterdam wordt aangehouden en zijn persoonsbewijs moet laten zien. Terwijl hij in zijn tas zoekt naar het vervalste papier dat hij de Duitsers wil voorhouden, valt zijn echte bewijs per ongeluk op de vloer. Jaap wordt ter plekke gearresteerd en vastgezet, eerst in Amsterdam, vervolgens in de gevangenis in Scheveningen, het zogenaamde ‘Oranjehotel’.

Vanuit Philips (wie?) kan men door Duitse contacten het bezwarend dossier van wapen- en munitiebezit, laten verdwijnen. Alleen blijft als overtreding staan twee jaar onderduiken en een vals persoonsbewijs. Hiervoor is Jaap veroordeeld. Na enige maanden volgt transport naar kamp Vught, waar hij tot de ontruiming op 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) blijft. Na de evacuatie wordt hij achtereenvolgens naar Sachsenhausen en naar Neuengamme gedeporteerd. Eind oktober 1944 wordt hij met een aantal andere gevangenen uitgeselecteerd voor dwangarbeid bij de aanleg van de Friesenwall, een verdedigingslinie in Oost-Friesland rond de stad Aurich. Jacob wordt er ondergebracht in het buitenkamp Aurich-Engerhafe, van waaruit hij antitankgrachten graaft in de omgeving. Ook in dit kamp zijn de leef- en werkomstandigheden onmenselijk slecht. De gevangenen maken lange dagen van extreem zwaar werk, terwijl ze bloot staan aan mishandeling en verwaarlozing. Als gevolg van slechte hygiëne, ondervoeding en de onthouding van medicijnen worden de meeste, dan al ernstig verzwakte gevangenen ziek. Jaap Hamming bezwijkt op 23 november 1944 aan ‘bloedige dysenterie’, veroorzaakt door de geleden ontberingen. Hij is 41 jaar geworden.  Zijn vrouw Margaretha Françoise Schreuder overlijd in 1946 in een ziekenhuis aan een verkeerde bloedtransfusie.

In Eindhoven (Acht) is een laan naar hem genoemd: Jaap Hamminglaan en in Waarle is er de Meester J.L. Hamminglaan.

Bron: Pagina 329 Metze, M. A. H. M. (2004). Anton Philips 1874-1951. Ze zullen weten wie ze voor zich hebben. 

In het Duitse boek "Verschwunden in Deutschland", dat in 2018 vertaald is "Verdwenen in Duitsland", geschreven door Imke Müller-Hellmann is een interview opgenomen met zijn zoon Dolf over het leven van zijn vader. De Duitse uitgave is van 2014. ISBN 9789492052483, 175 pagina's.   Hieronder een foto van Françoise en Jaap uit boek "Verdwenen in Duitsland".

Verraad tot in Eindhoven

Hoe een Philips medewerker onderdeel is van een landelijk steekspel tussen de Sicherheitsdienst en het verzet.

W. P. L Spruit 

Willem Spruit is werkzaam in 1940 bij Philips op de afdeling verkoop en koloniën. In 1934 was hij nog radiotechnicus. Hiernaast is hij schrijver en publiceert hij maritieme boeken, voor de oorlog, over de Wilde vaart en Piet Heyn. Hij schrijft onder pseudoniem Willem de Geus.

Hij is actief in het verzet, welke rol is onduidelijk, leveren van radio- en zendermaterialen? Hij is in ieder geval de Eindhovense contactpersoon voor de groep rondom Koos Vorrink. Lou de Jong noemt zijn naam, maar weinig Philips verzetsmensen krijgen die eer. 

Koos Vorrink, voorman van de SDAP was een gewilde en bijna onvindbare buit voor de Sicherheitsdienst. De Nederlands bekendste verrader Anton van der Waals, die dan de schuilnaam “Antoon de Wilde” zorgt er eigenhandig voor dat de groep rondom Vorrink wordt opgerold. Anton die als "van de Wilde" had zich voorgedaan als agent uit Engeland en beweerde dat hij in opdracht van de Nederlandse regering een sabotagegroep moest opzetten. In een aantal maanden weet hij het vertrouwen te winnen van een groot aantal personen. In een afsluitende vergadering die op donderdag 1 april 1943 in Eindhoven was gepland, toevallig op het woonadres van Willem Spruit, Guido Gezellestraat 38. Een van de vele Philipswoningen in Eindhoven. Een voor een werden de leden van de groep opgepakt op het station in Eindhoven en Den Bosch. Die donderdag en op de volgende dag zijn in tal van steden zo’n 150 arrestaties plaats door de Sicherheitspolizei op basis van verraad door van der Waals. Antoon liet zich hierna zich zelf zogenaamd doodschieten, met papieren van de Wilde op zak. Een beloning van 10.000 gulden voor opsporing de daders. Zijn persoon en schuilnamen waren te bekent geworden. Later gaat hij in Zweden en het Noorden van het land om verder te gaan met zijn verraad.

Alle kranten nemen hetzelfde bericht op, zo ook het gecontroleerde Dagblad van het Zuiden dat in Eindhoven verschijnt. Het verzet gelooft de berichten niet en waarschuwt in september 1943 nogmaals voor de "nieuwe" van der Waals.

Willem Spruit is waarschijnlijk niet opgepakt maar direct ondergedoken met zijn gezin in `het onvindbare gat Landsmeer', in de polder tussen Amsterdam en de Zaan. Daar hadden voornamelijk Amsterdamse kunstenaars en mensen uit de Paroolgroep, een onderduikadres gevonden bij dokter Odinot en zijn vrouw. Daar zaten Architect Ben Merkelbach, componist en dirigent Karel Mengelberg, de schrijvers Albert Helman (pseudoniem van Lou Lichtveld), Willem de Geus (pseudoniem van Willem Spruit / Spruyt), Reinder Blijstra, Maurits Dekker en de schilder Wim Schuhmacher hadden zich met vrouw en kinderen verscholen in de dorpse stilte van Landsmeer. 

Elke dag zat een gezelschap van zo'n 18 man in het doktershuis, dorpsstraat 43, aan tafel, waarop inventieve wijze bijeen gesprokkelde maaltijd werd gegeten. Het doktersechtpaar organiseerde concerten, toneel- en voordracht avonden en lezingen. Maar naast gezelligheid schreef een van de aanwezige kinderen “Met brandend ongeduld wacht zij met de anderen op de naderende geallieerden. ,,Het is een tijd van afwachten, van geruchten, van zenuwen''. Aan de gruwelijkheden lijkt geen einde te komen. Alle overleven de oorlog.

Na de oorlog schrijft Willem met groot aantal Philips mensen zoals Otten, Frits Philips, Voorwinde een brochure met de titel Nederland zal herrijzen

In 1951 is het zestigjarig jubileum van Philips, maar het duurt tot 1957 wanneer het cadeau van het personeel aan het bestuur klaar is. Willem is dan voorzitter van de feestcommissie en hij drukt op de knop waarmee de lichtpunten en de stralen van de fontein Panta Rhei in werking gingen. De fontein is ontworpen door de beeldhouwer Hubert van Lith, 

De naam Panta Rhei betekent 'alles is in beweging'. De Nederlandse naam is De Roep, Het Licht en Het Schouwen, symbolen van drie takken van Philips: geluid, licht en beeld. Onderop staan verschillende groepen Philipsmensen: mannen en vrouwen, onderverdeeld in handarbeiders, administratief personeel en intellectueel kader. De Philipsfamilie uitstralen zoals voor de oorlog door veel mensen het bedrijf het liefst gezien werd.

Willem geboren 3 september 1899 werkt na zijn pensionering (1959?) tot zijn dood op 4 februari 1968 aan De Maritieme Encyclopedie. Hij overleed in Eindhoven.

Bronnen:

https://www.nrc.nl/nieuws/2002/05/04/wachten-in-een-stropaleis-7588559-a1023010

https://biografieportaal.nl/recensie/het-verrotte-l-van-der-waals/

http://loe.niod.knaw.nl/grijswaarden/De-Jong_Koninkrijk_deel-06_eerste-helft_zw.pdf p. 218/219 enz

https://www.ed.nl/eindhoven/beeldengroep-panta-rhei-in-eindhoven-krijgt-schoonmaakbeurt~afe72445/

 https://nl.wikipedia.org/wiki/Koos_Vorrink

https://resolver.kb.nl/resolve?urn=urn:gvn:EVDO02:NIOD05_8894

https://www.dbnl.org/tekst/rand002insc01_01/rand002insc01_01_0053.php


Het harde verzet

Philipsmedewerker M. C. van Bruggen 13-6-1901 was actief op alle fronten van het verzet in Eindhoven en omgeving.

Rien van Bruggen

Rien van Bruggen


Rien van Bruggen was chemicus en hoofd keramiek bij het Philips’ Nat. Lab. Reeds vanaf het begin van de oorlog zat hij de Duitsers dwars, waar dit ook maar mogelijk was.

Op ieder gebied bewoog hij zich, zonder zich aan een organisatie te binden. Zelf vermenigvuldigde hij de illegale pamfletten. Hij en zijn vrouw zorgde ervoor dat een 30-tal joodse landgenoten werden geholpen en ondergebracht. Rien en zijn vrouw werkte samen met Harry Aarts, rechercheur bij de politie Eindhoven, en Wim Leeuw, wiens ouders een winkel in huishoudelijke artikelen (‘de Lebo’) hadden in de Wattstraat. 

Rien van Bruggen en Harry Aarts (en rondom hen een aantal anderen) begonnen neergeschoten vliegtuigbemanningen (ze werden allemaal voor het gemak ‘piloten’ genoemd) te laten onderduiken en via Limburg naar België en verder te helpen. Niet minder dan 227 geallieerde piloten werden door hem en zijn vrouw Johanna R.A.M. van Bruggen-van Moorsel geholpen op hun doortocht naar België. Zoiets kan niet onopgemerkt gebeuren. Tientallen personen stonden met Rien in contact en zijn woning, Nicolaas Beetsstraat 41 was een centraal kantoor "geworden." 

Zijn dagelijkse werk als scheikundige bij Philips leidde er toe, dat hij daar en thuis brandbommen vervaardigde en andere explosieve preparaten samenstelde.

Hij was eén van de initiatiefnemers en leider van de April-meistakingen 1943 bij Philips in Eindhoven.

De KP en later de P.A.N. kon altijd op zijn medewerking rekenen. Vanaf augustus 1943 was de LO (Landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers) in Eindhoven georganiseerd, en ook Rien werd vanzelfsprekend ingeschakeld. Zijn vele relaties met de politie en de SD konden goed gebruikt worden. Zijn naam staat ook bovenaan bij de na-oorlogse pilotenlijst.

Toen in november 1943 de plaatselijke leider van de LO werd gearresteerd en de valse inlegvelnummertjes van die maand hierdoor in Duitse handen kwamen, hielp Rien de LO uit de brand. Hierna was de samenwerking verzekerd en kon Rien in 't vervolg voor de LO de nodige bonkaarten krijgen. 

Zijn rusteloze arbeid in de strijd zou hem echter later in de handen der moffen brengen.


Johanna R.A.M. van Bruggen-van Moorsel 
Foto van Rien van Bruggen op de schouw.
"Zijn vrouw werkte even hard als hij zelf voor de goede zaak." 
Foto komt uit film "Terugkeer van den vliegenden Hollander" Johanna speelt hier na de oorlog een rol in. Online film duurt 30 min, rond 16 minuten komt zij in beeld.

Frans Dekkers schrijft in het boek B&W rond de Tweede Wereldoorlog in Groot Eindhoven.  " Op een dag staat [landverrader] Van der Waals bij hen op de stoep. Mevrouw E. Bruggen-van Moorsel herinnert zich. Hij zei dat hij in het verzet zat en een pakket voor de OD moest afleveren. Maar ik wist van niets, en bovendien, waarom kwam hij met een pakket voor de OD bij ons? [ Rien en zijn vrouwen waren niet van de OD] Ik voelde direct aan dat het niet pluis was en vermoedde een provocatie, en weigerde het pakket in ontvangst te nemen. Hij moet teleurgesteld zijn geweest, maar hij liet er niets van merken. Daarna is hij naar een nicht van mij gegaan die wel van de OD deel uitmaakte. Zij nam het pakket wel aan: er zaten acht revolvers in, vernamen we later.'

De provocatie heeft tot gevolg dat de SD enkele dagen later de plaatselijke OD-leider Van Dijk [Mr. W.J. van Dijk ? Voor de oorlog leider Landstorm, na de bevrijding gewestelijke commandant OD ] en vierentwintig Eindhovense OD-leden arresteert en naar concentratiekampen en tuchthuizen wegvoert. Vijf van hen zullen de oorlog niet overleven.

Een goede kennis van hun Mevrouw S. Wijtman- Vleer: 'In onze woning verstopten we wapens voor het echtpaar van Bruggen en we hielpen hen bij het zoeken naar onderduikadressen. Op een dag vernamen we dat we geen contact meer met hen moesten opnemen: de SD had hun illegale werkzaamheden ontdekt.

In de nacht van acht op negen juli 1944 vervoerde Harry Aarts twee piloten, die in Waalre zaten, naar Tilburg. Bij de tweede rit naar Tilburg ging het fout. De dienstauto van Aarts werd bij Moergestel aangehouden. In het licht van een zaklantaarn zagen de Duitsers de kolf van een pistool glinsteren, die half onder de kussens van de achterbank uit stak en daar was weggemoffeld door Piet Haagen. De inzittenen Harry Aarts, Jan Brunnekreef en Piet Haagen, alias Tom werden gearresteerd en verhoord. De twee piloten werden overgedragen aan de Luftwaffe in Gilze-Rijen en gingen in krijgsgevangenschap. Na dit mislukte piloten transport van Harry en Tom werd Rien van Bruggen in zijn woning, Nicolaas Beetsstraat 41 op 9 Juli 1944 door de SD gearresteerd naar Haren gebracht. Bij de ontruiming van Haren kwam hij in de bunker in Vught en daar op 19 augustus in Kamp Vught gefusilleerd, evenals Harry Aarts, Jan Brunnekreef en Piet Haagen. Rien van Bruggen laat zijn vrouw en twee minderjarige zoons na.

In Eindhoven is naar hem genoemd: Rien van Bruggenpad. Rien is postuum geëerd met het Verzetsherdenkingskruis en ook zijn vrouw ontving dit herdenkingskruis.

Bron:

P.A.N. documenten, Vrije Philips Koeriers.

https://www.tracesofwar.nl/persons/64878/Bruggen-van-Moorsel-van-Johanna-RAM.htm
De Zwerver 1947.pdf pagina 24


Meer collega's in het harde verzet


Henk Streefkerk. Geb. 22-5-1919. Doodgeschoten te Eindhoven 13-9-1944. Was lid van de K.P. /P.A.N (Partizanen Actie Nederland). Probeerde met Frans Linders (Recherche Eindhoven) Duitsers over te halen om zich krijgsgevangen te laten maken en hun wapens af te geven. 13-9-1944 zouden enige jonge Duitsers zich overgeven, ter plaatse aangekomen werd hij met een collega beschoten en dodelijk getroffen. Overleed dezelfde dag in het R.K. Binnenziekenhuis. Werkzaam als Radiotechnicus bij Philips.
Lees meer op oorlogsgravenstichting (PDF) en PAN deel 2

R. L. Keizer. (Reinder Lodewijk) Geb. 26-6-1905 te Den Helder. Keizer werd 14-5-1944 gearresteerd en overgebracht naar Haaren, 29-6-1944 op transport naar Vught, waar hij op 9-8-1944 werd gefusilleerd. Werd in verband met levering en in bezit hebben van verboden wapens gearresteerd. Was actief in plegen van overvallen op distributiebureau, hulp aan onderduikers etc. 
Hij aangesloten was bij de LO Eindhoven-Geldrop, evenals Schoenmakers te Eindhoven, van Gestel en Heurkens te Geldrop en gebr. de Koning te Heeze. Zijn functie was het verschaffen van wapens. Hij werd op 14 mei 1944 na een overval op het distributie kantoor van Geldrop samen met de gebr. de Koning te Heeze gearresteerd. Met van Gestel en van Hoeven werden ze eerst in het kamp Haaren geïnterneerd en op 29 juli werd Reinder naar kamp Vught getransporteerd. Laat een vrouw en 4 minderjarige kinderen achter. Werkte als Correspondent Commerciële Afdeling Philips. Genoemd naar hem Rein Keizerpad in Eindhoven / Acht  Meer: https://www.nmkampvught.nl/wordpress/wp-content/uploads/2014/08/PORTRET-VAN-MIJN-VADER_pdf.pdf

Mobirise

Ir. Th.Ph. (Theo) Tromp

Tromp opereerde in de Nederlandse illegaliteit onder de schuilnaam 'Harry'. Hij zorgde ervoor dat de civiele en militaire informatie, die spionagegroepen in steeds grotere hoeveelheden verzamelden, op microfilm werd gezet. 

financiële steun 

Tromp gaf ook financiële steun aan enkele verzetsgroepen; mogelijk was dit geld (deels) afkomstig uit de verkoop van enkele diamanten die Anton in beheer van zijn secretaresse mejuffrouw Van Breemen had achtergelaten, en waarvan zij later meldde dat uit de opbrengst onder andere ondergrondse activiteiten' waren betaald.

radio- en buizenfabriek

Hij was 1940 onder meer belast met de leiding van de radio- en buizenfabriek van Philips en is tijdens de oorlog directeur van deze belangrijke strategische onderdelen.

Mobirise

reserve officier 

Tromp was tijdens het uitbreken van de Oorlog 10 mei 1944, 36 jaar en was als reserve officier opgeroepen bij de verdediging van Nederland. Tijdens zijn korte internering besprak hij al verzetsplannen met zijn mede (reserve) officieren.

Boek Harry's Dubbelspel

Roman over Schreinemachers en Tromp' s verzet bij Philips tegen de Duitse bezetting. Harry's Dubbelspel is een thiller geschreven door oud-Philips medewerker Herman Vemde. Uitgegeven in 2005, 259 pagina's ISBN: 90-76968-67-5 

Theodoor Philibert (Theo) Tromp werd op 9 juni 1903 geboren te Voorburg. Hij studeerde in de werktuigbouwkunde te Delft en trad als 24-jarige (1927) in dienst bij Philips. In 1928 zond Anton Philips hem naar een pas door het concern overgenomen Lorenz fabrieken in Berlijn waar hij in twee en half jaar vloeiend Duits leerde spreken. Lorenz was een telefoonfabriek die ook radio-ontvangers maakte. In 1934 ging hij terug naar Berlijn en zag hoe sommige "krantenverkopers" van communisten in nazi-krantenventers waren veranderd.  "Opportunisten dus ... volkomen karakterloos", aldus Tromp in een interview met Frans Dekkers.
In de jaren dertig behartigde hij de connecties vanuit Eindhoven met de Philips-fabrieken die in het buitenland elektronenbuizen fabriceerden. Zijn contacten met ‘La Radiotechnique’ in Parijs leverden hem zijn Franse taalvaardigheid op. 

Tromp was tijdens het uitbreken van de Oorlog 10 mei 1944, 36 jaar en was als reserve officier opgeroepen bij de verdediging van Nederland. Tijdens zijn korte internering besprak hij al verzetsplannen met zijn mede (reserve) officieren. 

In 1940 kreeg hij de algehele leiding over de radio- en buizenfabriek van Philips, hier werden belangrijke en strategische radiobuizen onderdelen gefabriceerd.


Gedurende de bezettingsjaren woonde Tromp en zijn gezin in het Villapark, eerst de Lijsterlaan 34 en later op de chique Parklaan 75. Dit alles op loopafstand van zijn collega's, waarvan een aantal in het verzet zaten. Maar ook de NSB burgermeester dr H.A. Pulles, voorheen veearts, woonde om de hoek op Merellaan 2.
Al deze "lanen" komen uit op de Parklaan. De villa Parklaan 54 van de Joodse familie Elias was in 1940 in gebruik genomen door de Wehrmacht, Gestapo, Reichs Luftfahrt Ministerium (RLM), SS Sonderstab Feldmeijer en staf Oberkommando Wehrmacht. Tromp fietste iedere dag langs deze villa.

Vanuit zijn functie als bedrijfsleider onderhield hij contact met de Duitse bezettingsautoriteiten, in het bijzonder de Verwaltung van het Philips-concern. Vanaf 1943 verzamelde hij militaire en economische gegevens die hij naar Londen doorspeelde. Deze inlichtingenactiviteiten ontplooide hij via de "groep-Harry" en de Geheime Dienst Nederland. Ook had hij banden met tal van andere verzetsorganisaties, waaronder de Ordedienst, de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers en de Raad van Verzet. Voorts was hij betrokken bij hulp aan neergestorte geallieerde piloten en onderhield hij contacten met de Militair Attaché in Bern, generaal-majoor A.G. van Tricht. Via het Rode Kruis stond Tromp in contact met Philips-medewerkers in de niet-bezette landen.

Tijdens de oorlogsjaren maakte Tromp gebruik van verschillende schuilnamen: Harry, Siena, Ludovicus, Henk van Heuven, Henk Smits, Piet Hein, XYZ en Piet Schouwstra. Tromp opereerde zeer voorzichtig in contacten en delegeerde meestal via goede vrienden, Philips collega's en familieleden. De Duitse Sicherheitsdienst had op een gegeven moment diverse van deze alias namen ontdekt, maar nooit terug kunnen brengen op één persoon.

Bij het hoge Philips kader was de "ingenieursthee" berucht; Tromp was onder hen een centrale figuur. 

Vanwege zijn positie als bedrijfsleider had hij toegang tot belangrijke economische gegevens en was hij in staat clandestien apparatuur door te spelen aan verzetsorganisaties die een radionet wilden opbouwen. Naar eigen zeggen werkte zijn fabriek de productie van elektronica die bruikbaar was voor het Duitse leger zoveel mogelijk tegen. De productie van radiobuizen liep terug en ze saboteerden de kwaliteit. 

Tijdens het verzet congres in 1980 vertelt Tromp een anekdote hoe ze ingenieus de radiobuizen saboteerden. De heer van Steenis (één van de assistenten op de Elektronenbuizen) had het volgende idee, waaraan ik toestemming gaf :

"In een elektronenbuis zit een kathode met een gloeidraad en een nikkelen buisje eromheen. Daar zit een chemische stof op. Deze stof emitteert elektronen. Dat zijn de dragers van de elektrische stroom om het heel populair te zeggen. Dat buizensysteem moet ingesmolten worden op een voetje en in een glazen ballon. Nu is deze kathode geweldig gevoelig voor chloor. Wij hadden bedacht om toen die grote leidingen van 1,5 meter diameter op het dak van de gebouwen hersteld werden, daar stiekem in een hoekje een klein gaatje te maken. Door die pijpen ging blower lucht van lage druk de fabriek in. U kent wel die vogeldrinkbakjes, zo'n druppelaar. Zo'n bakje hebben we daar opgehangen met chloorzuur HCl (Waterstofchloride), zodat iedere 30 seconden een druppeltje HCl in die blower lucht werd verstoven. Dat ging door de hele fabriek heen en kwam ook bij die machines waar het voetje werd ingesmolten. Er kwam dan een spoortje chloor op de kathode. Nu was het leuke ervan dat je niet direct merkte, dat de kathode "vergiftigd" was maar pas na een paar weken. De metingen op de meettafel waren schitterend en we leverden af en de bezetters waren tevreden. Wij vonden het nog veel mooier, want wij wisten dat na een paar weken de buizen niet meer zouden werken door de zgn. "kathode vergiftiging".

Overigens had het verzet hier ook last van dat hun radio niet werkten, want maar weinig personen waren op de hoogte van deze subtiele sabotage.  Door diverse mensen werden de belangrijke onderdelen meegenomen. Trouwens uit het Philipscomplex smokkelen was niet eenvoudig, bij de poorten was strenge bewaking en veel controles. 

In een interview met Frans Dekkers vertelt hij dat hij bij een verzetsgroep was aangesloten " ja, met Thai Larsen, die was hoofd van de OD in Eindhoven, en ik was plaatsvervangend hoofd..." Verder was daar bij betrokken "Van Gestel", werkzaam op Philips gasfabriek en zijn assistent op de radiobuizenfabriek: Bloemdaal.  Die vier mensen, wij kenden elkaar precies en "we wilden ook niet meer contact hebben".  Ieder had weer zijn eigen contacten, dat als een vertakte boom ging dat dan verder.  "Je moest zo min mogelijk contacten hebben, dan had je de minste kans om ontdekt te worden." zegt Tromp. 

Door het onjuist opgeven en het verspreid opslaan van aanwezige voorraden, konden deze aan de controle van de Duitsers onttrokken worden. Overigens tolereerde Philips geen sabotage van hun werknemers bij niet strategische onderdelen zoals lampen of scheerapparaten.

Tromp gaf ook financiële steun aan enkele verzetsgroepen; mogelijk was dit geld (deels) afkomstig uit de verkoop van enkele diamanten die Anton in beheer van zijn secretaresse mejuffrouw Van Breemen had achtergelaten, en waarvan zij later meldde dat uit de opbrengst onder andere ondergrondse activiteiten' waren betaald. Merendeel van het verzetsgeld kwam via Wim Schreinemachers uit Londen, de zwarte kas van Philips en Nationaal Steun Fonds voor onderduikers.

Vanaf 28 november 1942 functioneerde in Londen het Bureau Inlichtingen (BI), dat tot voornaamste taak had het inwinnen, verzamelen en doorgeven van allerlei inlichtingen op politiek en economisch terrein ten behoeve van de Nederlandse regering in ballingschap. Sinds het voorjaar van 1943 berustte de leiding van BI bij overste dr. J.M. Somer (schuilnaam "Karel"). In dezelfde periode zocht Tromp naar mogelijkheden om rechtstreeks contact met Londen te krijgen. Met veel moeite kreeg hij toestemming van de Duitse Verwaltung voor een reis naar Zweden, waar een fabriek voor radiobuizen gevestigd was. In mei 1943 stuurde hij één van zijn stafleden naar Stockholm. Deze W.J.H. Schreinemachers ("Rudi"), kwam daar eind augustus in contact met overste Somer. Op voorstel van Somer ging Schreinemachers mee naar Londen om nog datzelfde jaar als geheim agent naar Nederland terug te keren. In de nacht van 7 op 8 oktober 1943 werd Schreinemachers samen met een marconist gedropt boven Malden, nabij Nijmegen. Zijn opdracht was het verzamelen van economische, technische en wetenschappelijke gegevens met een accent op het herstel van de Nederlandse industrie en openbare nutsbedrijven. Daartoe droeg hij een lijst met vragen bij zich, die was opgesteld door de Nederlandse en Engelse inlichtingendiensten te Londen. Deze vragenlijst is bekend geworden als de "eleven questions regarding Philips Eindhoven". Daarnaast gaf Schreinemachers aan Tromp een opdracht van de Nederlandse regering door, om een noodzender bouwen voor het geval de Duitsers de grote radiozenders zouden opblazen als zij uit Nederland verdreven zouden worden.

Met de directie van het concern wist Tromp het merendeel van de Philips-werknemers te behoeden voor verplichte tewerkstelling in Duitsland. Ook had hij toegang tot de Philips Speciale Werkplaats Vught, die sinds februari 1943 in het concentratiekamp Vught was gevestigd, waardoor hij levensmiddelen en berichten kon meesmokkelen voor de daar werkende gevangenen.

Tromp onderhield ook contacten met sommige SD'ers om gevangenen vrij te krijgen door enkele SD'ers radio's, knijpkatten en sigaretten toe te schuiven. Eén van deze SD'ers was SS-Hauptscharführer Hans Krämer, een Sachbearbeiter bij Referat IV-E (contraspionage). Via deze SD-connectie lukte het Tromp om diverse gevangen genomen mensen vrij te krijgen of hun straf te beperken. Helaas is dat niet altijd gelukt zoals bij zijn vriend Elkerbout of kregen ze wel strafvermindering maar ging de gevangen toch dood aan ontbering zoals Jaap Hamming.

Ook had Tromp nauwe contacten met de spionagegroep Geheime Dienst Nederland (GDN). Deze was opgericht door J.M.W.C. Jansen ("Max") en vanaf eind maart 1944 geleid door W. Schoemaker ("Miki"). Nadat op 19 mei 1944 de contactpersoon tussen de groep-Harry en GDN (M.F. Elkerbout alias "Siem") was gearresteerd, onderhield Tromp namens GDN het contact met BI. Onder codenaam XYZ presenteerde Tromp zich op 30 mei 1944 als de verbindingsschakel met BI te Londen. Miki leverde de inlichtingenrapporten aan en Tromp zorgde voor de contacten met Londen en de financiering van de organisatie. Op deze wijze onderhield GDN een intensief berichtenverkeer met BI.

In maart 1944 gaf de Duitse legerleiding opdracht om in Eindhoven elektronenbuizen voor de Wehrmacht te fabriceren. Om de productie in goede banen te leiden, stelde de Duitse Verwaltung van Philips dr. Rzehulka aan. Met de woorden Rzehulka "noch naast noch boven mij" te accepteren, verzette Tromp zich tegen diens plaatsing. Deze houding had nog geen gevolgen voor zijn positie, maar enige maanden later zag Tromp zich toch genoodzaakt onder te duiken.

Ondanks de Duitse controle van Rzehulka voldeed de productie niet aan de Duitse eisen. Begin juli 1944 bereikte Tromp het bericht dat de directie "an die Wand gesetzt" zou worden als geen verbetering zou komen in de levering van radiobuizen.  Tromp kreeg op 12 juli 1944 de Sicherheitsdienst (SD) aan de deur. Zijn oudste zoon voorkwam arrestatie door te zeggen dat hij alleen thuis was. In werkelijkheid hield Tromp zich verborgen in zijn schuilplaats in huis. Op een fiets die zijn zoon bij de buren klaar zette, wist Tromp te ontvluchten. Tot aan de bevrijding van Eindhoven op 18 september 1944 doken hij en zijn gezin onder. Zijn verzetstaken werden overgenomen door C.L. van Steenis, die ook lid was van de OD, zoals contact voor steun aan onderduikers, valse Persoonsbewijzen enz.

Op 20 juli ontsnapte de Frits de directeur van Philips ternauwernood aan arrestatie door de Sicherheitsdienst (SD). Tijdens de laatste maanden van de oorlog roofden de Duitsers het bedrijf leeg.

Voor zijn verzetsactiviteiten ontving hij in december 1949 de Bronzen Leeuw. Zijn vrouw, J. Gerritsz (Ineke) ontving het Kruis van Verdienste omdat zij "sedert 1943 tot de bevrijding van Eindhoven in haar woning zeer grote aantallen microfilms voor het Bureau Inlichtingen der Nederlandse Regering in Londen [heeft] klaargemaakt, zomede belangrijke gegevens verzameld, onderdak verleend aan verschillende personen en het onderbrengen van een uit Engeland per valscherm neergekomen zender".

Bron: verslag en verantwoording Tromp aanwezig bij Niod
Vlak onder de Duitse neuzenEen blik op de complexiteit tussen verzet en accommodatie (PDF)

Mobirise

ir. G. van Beusekom

ir. G. van Beusekom Koekoekslaan 2 Ehv, stond met Tromp in contact voor alles wat betreft de radiodienst van de O.D. en assistentie ter opheffing van de moeilijkheden, welke oorspronkelijk bestonden met de eigen zender (Jan de Bruin)

dr. J. Hoekstra

dr. J. Hoekstra, ~Nat lab. een chemicus bij Philips, commandaat van de RVV-zuid (Raad van Verzet) leverde een belangrijke bijdrage aan de opbouw van een verbindingsnet van de landelijk operende Raad van Verzet. Later was hij ook organisatorisch actief voor deze Raad. Zijn broer H. Hoekstra werkte ook bij Philips Hilversum en in het verzet. 

Na de oorlog is hij kort minister van Waterstaat, van 4 april 1945 tot 25 juni 1945. Zijn roeping lag meer bij het bedrijfsleven dan politiek en bedankte voor verdere ministerschappen. Hij blijft vervolgens vertrouwensman van de regering en wordt voorzitter van de commissie voor Wederopbouw en Herstel van Eindhoven. In deze hoedanigheid maakt Tromp zich sterk voor de komst van een verhoogd spoor. Dit moet een eind maken aan de frequente verkeersopstoppingen in het centrum vanwege de veelvuldig gesloten spoorbomen. Ook beijvert Tromp zich voor de wederopbouw van Eindhoven.

Hij is altijd betrokken gebleven bij Philips als lid Raad van Bestuur later vicepresident Raad van Bestuur tot zijn pensioen 1 juli 1968.

Hij was ook voorzitter van een commissie die de komst van de Technische Hogeschool in 1960 (inmiddels Technische Universiteit Eindhoven/ TUe) voorbereidt.

In 1969 gaf hij een aanzienlijke som geld aan de gemeente Eindhoven om een internationaal muziekconcours in te richten. Dit werd het Tromp Muziekconcours. 

Dr. Ir. Theo Tromp richtte in 1970 de Tromp Biënnale in Eindhoven op omdat hij vond dat jongeren te weinig kansen hadden. Momenteel heet dit de TROMP International Percussion Competition, Een competitie voor solo-percussie ter wereld, het creëren van kansen en een podium voor jonge percussionisten uit de hele wereld.

Zijn hobby was zeezeilen vooral op de Oostzee, helaas zijn de papieren verloren gegaan waar een familieband blijkt met de Nederlandse zeeheld Maarten Tromp die officier en later luitenant-admiraal was in de Nederlandse marine ten tijde van de Gouden Eeuw. Maar het zeehelden karakter had hij wel. Hij is op 1 juni 1984 overleden. Tromp is sinds 1949 ereburger van Eindhoven.

Bronnen:

Archief Tromp bij Niod
Extra informatie Frans ekkers

Strategische en militaire informatie op microfilm

Via diverse wegen ging informatie naar het Nederlandse Bureau Inichtingen (B.I) maar ook naar de Engelse en later ook Amerikaanse inlichtingendiensten

Microfilm voorbeeld van Rudi voor Karel, een tekening van een bunker, afmetingen en schootsveld zijn aangegeven. Berecht 26 mei 1944


Tromp vertelt trots op 28 mei 1980 tijdens een internationaal verzetscongres hoe de informatie verstuurd werd. "De grootste hoeveelheid informatie ging natuurlijk op microfilm. Deze werd op de meest ingenieuze wijze verstopt, want ze hadden n.l. in Londen ontdekt dat men op een bepaalde manier het dunne laagje, waar de tekst op stond los kon maken van de drager van celluloid. Je hield een vliesdun velletje over, bijzonder vlug beschadigbaar. Maar dat vliesje kon je oprollen. Je kon een potlood nemen, grafietstaafje eruit halen, film opgerold erin en na een stukje grafietstaafje te hebben afgebroken, de rest weer in het potlood stoppen. Zo ging dat potlood dan mee, met agenten. Een andere manier was in uitgeholde sleutels of in boeken. De mensen van Bureau Inlichtingen zijn ervaren boekbinders geworden want ze hebben geleerd filmpjes in de band ervan in te bouwen. Allerlei ingenieuze manieren zijn bedacht om de filmpjes te vervoeren naar hier en naar de overkant. Ze gingen dan met iemand mee die toch toestemming kreeg om naar Frankrijk te gaan of zelfs naar Zwitserland, zoals Mr. W.E.A. de Graaff. Op deze wijze was het wel mogelijk om een vrij groot verkeer te organiseren tussen het verzet in Nederland en de Intelligence Dienst in het vrije Londen". 


Microfilm met gegevens over de Duitse verdeding van Amsterdam.
Geheim Duits verdedigingsplan voor de stad Amsterdam.
17-12-1944 verzonden naar BI in Londen

Gemakkelijk was het natuurlijk niet. Tromp had hiervoor hulp gevonden bij Arnold M. H. van der Heijden. Deze had een fotozaak en kunsthandel in Rechtestraat 54-A. Die snapte het proces van microfilms maken. Helaas overlijdt deze man in het voorjaar 1943, waarschijnlijk gewond geraakt bij het bombardement van 30 maart 1943 ?, waar deel van de binnenstad en ook de Rechtestraat wordt getroffen.  (Arn. M. H van der Heijden komt niet voor op de Eindhovense namenlijst ??)

Een nieuwe microfotograaf was nodig, een verzoek hiervoor ging naar Londen. Het werd Marinus Verhage (9 oktober 1919 - 6 september 1994), hij was als "Engelandvaarder" https://nl.wikipedia.org/wiki/Engelandvaarder in 1942 via Canada naar Engeland gegaan. In Londen werd hij opgeleid tot agent bij het Bureau Inlichtingen (BI) Hij was opgeleid als radiotelegrafist/codist, kreeg een "te korte" opleiding microfotografie. Hij werd in de nacht van 5 op 6 november 1943 samen met de agent Jan Hendrik Diesfeldt (1918 – 1944), in de omgeving van Grave, boven Noord-Brabant geparachuteerd. Na een aantal dagen reisde Marius Verhage door naar Eindhoven. In Eindhoven ging hij onder de hoede van Theo Tromp en de agent Wim Schreinemachers (Rudi) aan het werk op de Tongelresestraat 171. Daar werden alle geheime berichten van het gehele land verzameld. "Op die manier zijn toen duizenden, tienduizenden microfilms naar Londen gegaan met alle mogelijke informatie." Hij kreeg steun van mej. J.H.Hanselaar bij het maken van de rapporten, verbergen van gegevens enz. Ook Mej. R. Lijkles was op hetzelfde adres actief, als het contactpunt voor G.D.N. zendingen, contacten met verschillende illegale groepen en koeriersters.

Marinus Verhage werkte tevens als radiotelegrafist voor de Zendgroep Barbara. Tijdens de radiocontacten met het BI maakte hij gebruik van de codenamen; Sijmen en Strahan. In het “het veld” gebruikte hij de schuilnaam; Pieter de Leeuw.

Tot de bevrijding van Eindhoven heeft deze centrale gewerkt. Marinus Verhage is wel een keer bij een controle zijn papieren kwijtgeraakt en ontkomen aan arrestatie.

Philips in de Tweede Wereldoorlog: Koopman en spion  (Online Groene Amsterdammer)



Microfilm over de Vliegende bommen, V-2 in Delft.
Dit bericht van 12-03-1945, De Engelse hadden hiervoor veel belangstelling

Dood door het lezen van een krant of naar een radio luisteren

Lezen van illegale kranten of luisteren naar de radio.
Philips mensen werden door NSB-ers verraden, deze "valse" en gevaarlijke collega's briefden deze informatie door naar de Duitsers. 

C. P. Blinkhof

J. W. den Turk

C. P. Blinkhof (Cornelis Pieter). 22-12-1914 13-04-1944 is op last van de S.D.-er Weber gearresteerd, omdat in zijn bureau, als bedrijfsassistent bij Philips, illegale couranten / kranten waren aangetroffen (Trouw). Overgebracht naar het concentratiekamp Vught, overleed hij aldaar op 13 April 1944.

J. W. den Turk. (Jan) Geb. 29-10-1910 te Zaandam. Hij werd 22-10-1941 gearresteerd en via de politiebureau Eindhoven, Den Bosch en Scheveningen overgebracht naar Borkum. Overleden op 25 april 1943 te Wolfenbüttel, Stadtkreis Wolfenbüttel, Duitsland) Arrestatie geschiedde op grond van vijandige uitdrukkingen in het openbaar en luisteren naar de Engelse zender. Werkzaam bij Philips als Bedrijfseconoom


Cor Gehrels

C. G. A. Gehrels
Cor is geboren op 20 juni 1906 te Haarlemmermeer en overleden te Sachsenhausen op 20 maart 1945. Hij was werkzaam bij Philips. Onder zijn leiding werd in het NatLab van Philips een geheime zender gebouwd, hiernaast was hij actief op alle fronten van het verzet.

Vader  van 7 kinderen

Zijn vrouw wist deels van zijn activiteiten.
Hij zei altijd: "Wat je niet weet, kun je ook niet vertellen". Zijn dochter van 14 is later bij een bombardement omgekomen. 

"Herrijzend Nederland"

Hij was de verantwoordelijkste man voor de zender "Herrijzend Nederland"

verjaardagsfonds

Oprichter verjaardagfonds om kinderen en vrouwen die achterblijven te helpen. Eerst een collega van Natlab, later gezinnen marechaussees Dit fonds groeide uit tot het N.S.F.

Actief in verzet

Hij schreef voor ondergrondse bladen en verspreidde die nachts, lopend op kousenvoeten. Hij verzamelde gegevens die naar Engeland werden door gezonden, hij hielp onderduikers en nam zelfs Joden in zijn huis op.....

Cor Gehrels was voor de oorlog voorzitter van de Nederlandse Vereeniging voor Internationaal Radioamateurisme (NVIR).

Hij stichtte het z.g. "verjaardagsfonds" in 1940 op (later in 1947 het Gehrelsfonds genoemd, ook soms aangeduid als Trompfonds ) voor hulp aan de achtergebleven gezinnen van  aanvankelijk de gezinnen van politieke gevangenen ondersteunde, wierp zich na de afkondiging van de Duitse maatregel met kracht op de verzorging van zeemansgezinnen. Aanvankelijk hield dit fonds zich uitsluitend met verjaardagen van zeemansvrouwen bezig: hen werd op hun verjaardag een bedrag van ƒ25,- uitgekeerd en aan hun kinderen ƒ10,-. Aangezien het geld bij deze groep door schenkingen in ruime mate binnenkwam kon in een later stadium tot een min of meer regelmatige maandelijkse uitkering worden overgegaan. Deze bestond niet uit een van tevoren vastgesteld bedrag; elke maand werd opnieuw de financiële toestand van de betreffende gezinnen beoordeeld en pas daarna volgde uitkering van het vastgestelde bedrag. In gevallen van ziekte werden extra uitkeringen verricht. De gevers en verdelers bestonden grotendeels uit mannen die bij Philips werkzaam waren en werd later geleid door I.J. van den Bosch (schuilnaam ‘Pa’ van den Berg), lees eerder genoemde N.S.F. 

Naast deze activiteiten is Cor ook betrokken bij de harde en gewapende verzet tegen de Duitse Nazi's.
De Philipskoerier van 3 oktober 1959 schrijft over hem: "Hij schreef voor ondergrondse bladen en verspreidde die nachts, lopend op kousenvoeten. Hij verzamelde gegevens die naar Engeland werden door gezonden, hij hielp onderduikers en nam zelfs Joden in zijn huis op, hoewel beide echtelieden aanvankelijk hadden afgesproken dat zij, met het oog op hun zeven kinderen, niet iets zouden doen waardoor zij beiden zonder meer voor het vuurpeleton konden komen. Ook hielp hij bij neergekomen geallieerde piloten en anderen te ontsnappen". Philipskoerier maart 1959 besteedde extra dacht aan Cor in verband met de moord op hem 15 jaar eerder.

Cor is, begin juli 1943 op zijn huisadres, St Gerarduslaan 10 gearresteerd. Waarschijnlijk doordat iemand die gearresteerd was, zijn adres heeft gegeven. Hij is via politiebureau Eindhoven, waar hij hevig gemarteld werd, overgebracht naar Haaren; vandaar naar Vught en 5-9-1944 op transport gesteld naar Oraniënburg en eind maart 1945 in het concentratiekamp Sachsenhausen. overleden.

Hij was de verantwoordelijkste man voor de zender "Herrijzend Nederland", waar hij al in de eerste bezettingsjaar aan begonnen was, zelfs voordat de Nederlandse regering hiervoor opdracht gaf. De zender was al midden 1942 klaar.

Zijn arrestatie stond in verband met het leveren van politie en maréchaussée-uniformen, welke gebruikt werden om het vervoer van neergekomen piloten met meer veiligheid te kunnen volbrengen. Door hem werd veel zendmateriaal en onderdelen verstrekt, bestemd voor geheime zendinstallaties voor allerlei verzetsgroepen. Cor Gehrels maakte ook deel uit van het netwerk van Rien van Bruggen, Piet Haagen en K.P Sanders
Hij laat een vrouw en zes minderjarige kinderen na.

In Acht is in de verzetsbuurt een straat naar hem vernoemd: Cor Gehrelslaan. Postuum heeft hij het Verzetsherdenkingskruis  gekregen. Dat radio's de zender aanduiding "Herrijzend Nederland" kregen heeft hij niet meegemaakt. Over "Herrijzend Nederland" zie onderaan.

Organisatie Gehrels
 204U

Collectors item: een Philips 204U uit 1944/1945 met de zenderaanduiding "Herrijzend Nederland" op de stationsschaal

Gerrit Bakker

Gerrit wordt geboren op 30 januari 1921 in Leeuwarden. Als laborant werkt hij in het Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven, waar hij zich specialiseert in elektro- en radiotechniek.

Zender OD Groningen

Wanneer de zender van de Ordedienst in Groningen niet naar behoren functioneert, wordt Gerrit gevraagd een nieuwe te bouwen. Per trein brengt hij deze op een maandag naar het noorden. Door de stakingen op Dolle Dinsdag kan hij echter niet terugkeren en dus blijft Gerrit verbonden aan de zender tot deze eind september 1944 op non-actief wordt gezet.

boerderij van Roelof

Na een riskante en moeizame zoektocht vindt hij half oktober een nieuwe zendlocatie in de boerderij van Bene Roelof Westerdijk in het Groningse Uithuizermeeden. Van daar verzendt hij berichten naar het inlichtingenhoofdkwartier in Eindhoven en ontcijferd hij gecodeerde berichten. De Sicherheitsdienst komt echter achter de golflengte en lokaliseert de zender in Groningen. 

Vermoord

Op 6 februari 1945 wordt een inval gedaan op de boerderij, waarbij zowel Gerrit als Bene Roelof in het vuurgevecht gewond raken. Gerrit probeert te vluchten, maar wordt samen met Bene Roelof gevangengenomen. Een derde verzetsstrijder, Piet van Dijk, wordt ter plekke gedood. Halverwege maart 1945 alsnog vermoord door de Nazi's.
Gerrit is postuum onderscheiden met het Kruis van Verdienste. Plaquette op het monument bij de kerk van Norg waarop G. Bakker en anderen genoemd worden

Cornelis Johannes Haspels

C. J. Haspels. (30-11-1907 - 13 januari 1943) Cor is al in 29-10 1941 op zijn huisadres Brugmanstraat 6 Eindhoven gearresteerd. Via het Eindhovens politiebureau, "Oranjehotel" in Scheveningen en Amersfoort op transport naar Duitsland gesteld (Neuengamme), waar hij in januari 1943 is overleden. Hij is gearresteerd in verband met het vervaardigen van een geheime zender. Bij huiszoeking werd een sleutel en een code gevonden. Cor is 35 jaar geworden en laat zijn vrouw en twee minderjarige kinderen achter. Hij was bij Philips (technisch?) tekenaar.

Mobirise

Cor Haspels

Mini-radio's

Door één namems velen.
Cladestiene radioproductie in de bezettingstijd.
Verhaal in de Philips Koerier sept. 1954

De kleinste series kleine radio-ontvangapparaten, die ooit bij Philips werden vervaardigd, zagen in de bezettingsjaren het levenslicht. Iedereen, die maar de beschikking over onderdelen kon krijgen en enige kennis van de radiotechniek bezat, begon een privé-fabriekje, waarvan de productie overigens zeer klein was. In kleine werkplaatsen en afgelegen werkkamers werd een grote activiteit ontwikkeld. De liefhebberij om zelf ontvangtoestellen te vervaardigen, ondervond een tijdelijke, maar intensieve opleving.
Het luisteren naar buitenlandse zenders was ten strengste verboden, maar zolang de radiotoestellen nog niet in beslag waren genomen, stoorden weinigen zich hieraan. In 1943 echter, toen de normale toestellen moesten worden ingeleverd, ontstond er plotseling een grote vraag naar deze kleine toestelletjes, die, hetzij in een onvindbaar hoekje verborgen hetzij in een alledaags gebruiksvoorwerp, gecamoufleerd konden worden.


Mobirise

Bijbelradio en fiets als energiebron, zie foto hieronder 
Bron: www.tweedewereldoorlog.nl

 Luciferdoosje met radio-onderdelen klik op link
 Bron www.verzetsmuseum.org

Officiële productiestaten ontbreken uiteraard over deze fabricage en er is dus niemand in ons bedrijf, die een volledig overzicht heeft wat er op dit gebied werd gepresteerd. Naar schatting echter werden enige duizenden, wellicht zelfs tienduizenden van dergelijke radio-apparaatjes in zakformaat vervaardigd. De ,,fabrikanten” stonden voor twee problemen. Ten eerste zagen zij zich voor de opgave gesteld een zo klein en zo gevoelig mogelijk apparaatje te vervaardigen, terwijl men daarnaast aandacht moest schenken aan een goede camouflage. Of aan de eerste eis voldaan kon worden, was afhankelijk van de technische kennis van de betrokkene en van de onderdelen, die hij kon bemachtigen. Vooral het laatste kon wel eens moeilijk zijn; de technische kennis daarentegen waren velen maar al te graag bereid om te geven.

Bij voorkeur werd gebruik gemaakt van knoop”- of „eikel”buisjes. Met slechts twee van deze miniatuur-radiobuizen kon men een apparaatje bouwen volgens het zogenaamde reflex-schema, waarmee een grote gevoeligheid is te bereiken. Met een hoofdtelefoon gaf een dergelijke schakeling reeds een goed hoorbare ontvangst op een antenne van één of twee meter, in de kamer uitgespannen. Hoewel men de keus had uit een groot aantal zenders, was het luisteren dikwijls geen onverdeeld genoegen. De stoorzenders gooiden roet in het eten en aangezien men vooral op de kortegolf veel last hiervan had, besloten in de loop van de tijd veel constructeurs over te stappen op de lange golf, Wisselde echter de uitzending die men gewoon was te beluisteren, van golflengte, dan was een verwisseling van spoelen noodzakelijk. En dat was bij die kleine, in elkaar geknutselde toestelletjes dikwijls niet gemakkelijk.

De apparaatjes waren steeds uitgevoerd voor voeding uit een 220 volt wisselstroomnet. De gloeistroom werd soms geleverd door een kleine transformator, maar deze waren niet altijd aanwezig. Dan werd gebruik gemaakt van een gloeilamp of van een condensator als voorschakel impedantie voor de gloeidraad bij directe aansluiting op het net.

Het gebruik van een transformator had echter het grote voordeel, dat het toestel ook gevoed kon worden uit een rijwiel dynamo. De fiets werd ondersteboven gezet en pure mankracht leverde de noodzakelijke energie.

Vooral bij het vinden van een V geschikte camouflage heeft men zijn vernuft de vrije teugel gelaten. Iemand vervaardigde een toestelletje, gemonteerd in een rijwiel lantaarn. Het glas van de lantaarn was van het voorgeschreven verduisteringsscherm voorzien en niemand kon dus van buiten af de ware inhoud bespeuren. Een ander verborg zijn apparaat in de uitgesneden bladzijden van een boek en weer een ander monteerde een apparaatje in een poederstrooier voor de baby. Hierbij was het aansluitsnoer door breiwerk gecamoufleerd als ceintuur van moeders peignoir en de telefoon, op dezelfde wijze aan het oog onttrokken, werd als rammelaar in de wieg gehangen. Een slimme oplossing was ook de volgende. In de wandplaat van een schemerlamp had de constructeur een superheterodyne-ontvanger met vijf buizen en een als luidspreker dienende telefoon weten te construeren. De gloeilamp vormde de rechtvaardiging van het netsnoer. Om het toestel in werking te stellen moest men een spijker in een nauwelijks zichtbaar gaatje steken en als antenne fungeerde een fietsspaak, die, indien niet gebruikt, geheel naar binnen kon worden geschoven.


Radio voor krijgsgevangenen in blik groente

Natuurlijk bestond vooral bij hen, die in gevangenissen of kampen waren opgesloten, de allergrootste behoefte aan nieuws. Begin 1944 werd te Eindhoven het verzoek van een Nederlandse krijgsgevangene te Neu-Brandenburg ontvangen, hem enige radio-onderdelen, verborgen in een levensmiddelenpakket, te zenden. Er was toen reeds voldoende ervaring met de constructie van kleine toestellen opgedaan om te kunnen besluiten een volledig toestel, verborgen in een groenteblik, te zenden. Nadat het toestel gemonteerd was, werd het gewicht tot de normale waarde van het blik groente aangevuld en wel zo, dat het zwaartepunt in het midden lag. De wanden van het blik werden van binnen zodanig bekleed, dat de klank bij eventueel bekloppen zo goed mogelijk met die van een normaal blik overeenkwam. Groot was de vreugde, toen na enige tijd het: bericht kwam dat de voetbalschoenen" (het overeengekomen: codewoord) goed waren aangekomen en dat ze „uitstekend pasten”.


Marten Frans Elkerbout

Marten Elkerbout (15 februari 1897 - 5 september 1944) was al een held voordat hij aan zijn talrijke verzet werkzaamheden begon.

Hij was een van de eerste Nederlandse vliegeniers. Hij vloog in 1919 zijn eerste vliegtuig en bij zijn afscheid in 1935 had hij twee vliegtuigcrashes overleeft. Hij heeft
meer dan vijftig piloten leren vliegen en zo'n honderd andere piloten werden door hem bekwaamd op andere
vliegtuigen. Gedurende zijn vliegeriers loopbaan vloog hij
meer dan 5000 uur in ruim zestig verschillende vliegtuigen zoals jacht-, verkennings-, verkeers- en watervliegtuigen.

In de oorlog was hij lid van de Geheime Dienst Nederland, talloze verzetsorganisaties en met zijn alias "Siem" een van belangrijkste vertrouwelingen ir.Tromp en betrokken bij talloze illegale activiteiten. Pas in juli 1946 was voor zijn familie duidelijk dat hij door de Duitse bezetters is vermoord. Hieronder het overlijdensbericht in Nieuwe Leidsche Courant van 1 augustus 1946 

Marten is na zijn laatste vliegtuigcrash met de Kolibri ernstig gewond geraakt, dat maakte een einde aan zijn loopbaan als piloot.

Rond 1935 in dienst gekomen bij Philips. In 1940 is hij hoofd van de Philips afdeling V.C. en P. (Voorcalculatie, Commerciële en Planning) van de afdeling radiobuizen en gloeilampen. Op zijn afdeling zijn tijdens oorlogsjaren zo' n 300 tot 400 onderduikers opgevangen, ze waren zogenaamd werkzaam voor Philips. Vaak waren het niet-Philipsmensen die met valse id bewijzen en bonkaarten geholpen werden. Philips had wel de voorkeur om hoog opgeleide jonge mannen en vrouwen aan te nemen, zij waren het nieuwe kader voor na de oorlog.

Siem, zijn schuilnaam, is actief bij een groot aantal illegale organisatie. Hij is actief voor de Ordedienst (OB), Geheime dienst Nederland (GDN) en het in 1942 opgerichte Nationaal Comité van Verzet (NC), dit was een in Eindhovens initiatief. Het NC probeerde een coördinatie tussen de verschillende verzetsgroepen te realiseren. Ook de Philipsmensen van den Bosch en A.Voorwinde maakte deel uit van het NC.

19 mei 1944 werd Elkerbout op zijn kantoor van de radiobuizenfabriek bij Philips gearresteerd. De SD vond op zijn werkplek een aantal microfilms met berichten voor GDN, zo'n 20.000 gulden (deel geld van Rudi) en pistool en munitie. Ook uit huiszoeking bij hem thuis werd materiaal gevonden. Duidelijk was dat hij zich bezig hield met spionage. Hoe de SD achter zijn activiteiten is gekomen daarvoor zijn verschillende theorieën: zijn echte naam is in Spanje genoemd in een brief, een marconist is opgepakt met zijn huisadres of intern verrraad. 

De arrestatie was voor de GDN een hele klap, via hem liep het contact met Londen, hij zorgde ook de financiële middelen voor het landelijke inlichtingenwerk. Zijn huisadres, Aalsterweg 230 was voor een gedropte radio-agent, drie weken na zijn arrestatie nog een ontmoetingspunt. Londen was toen nog niet op de hoogte. Jacob J. Brandjes, alias Jan de Bruin wist van de geheime code:

Elkerbout had in de muur van zijn huis een gaatje geboord, waardoor een potlood stak. Was het potlood er door gestoken, dan was alles veilig maar was het er niet, dan was dat een waarschuwing, dat, de zaak niet in orde was. Toen Brandjes daar kwam, was het huis leeg en het potlood was er niet, want Elkerbout was gearresteerd. Een ander verhaal is dat het dienstmeisje hem waarschuwde dat Elkerbout was opgepakt door de SD. Brandjes komt via een omweg in contact met Tromp.

Tromp heeft namelijk hierna de coördinerende werkzaamheden van zijn beste vriend Marten Elkerbout overgenomen. 

Er is nog geprobeerd Marten te ruilen voor een gevangen genomen SD’er en het verzet biedt 50.000 gulden voor zijn vrijheid. De Duitsers hebben echter zulke duidelijke bewijzen tegen Marten dat ze hem niet vrijlaten. Volgens de officiële Duitse documenten wordt Marten Elkerbout  op 5 september 1944 door de Duitsers bij Kamp Vught gefusilleerd. Andere bronnen verklaren dat Marten op 7 september 1944 is gefusilleerd. 

In Acht / Einhoven is de Marten Frans Elkerboutlaan. Onderscheiden met Verzetsherdenkingskruis (VHK), Bronzen Leeuw (BL) en Belgische onderscheidingen Médaille de la Résistance en Médaille commémorative de la Guerre 1940-1945

Bron o.a. boek: De Geheime Dienst Nederland

Steun aan verzets groep Packard

Eduard Otto Mettivier Meijer

E. O. Mettivier Meijer (roepnaam Otto), was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was tijdens de Duitse bezetting actief voor de groep Packard.

Eduard Otto Mettivier Meijer (Den Haag, 6 juli 1914 - Nijmegen, 6 september 1944) was als technicus werkzaam bij Philips, woonde in Eindhoven, Lijsterlaan 16 toen hij in het najaar van 1942 werd benaderd door de eveneens bij Philips werkzame Ir. D.M. Duinker om voor het verzet werkzaamheden te gaan verrichten. Duinker had eerder Henk Deinum, leider van de groep Packard, voorzien van een bouwschema voor een zender. Tevens verstrekte hij aan Deinum enige onderdelen en kristallen voor de opgegeven golflengten waarop telegrafisch kon worden gecommuniceerd met Bureau Inlichtingen te Londen.

Uit zijn dagboek aantekeningen val op te maken: Hij slaapt niet meer thuis, als men weer geprobeerd heeft hem op te pakken. Hij meldt zich ziek bij Philips. Het ziekteverzuim stijgt aanzienlijk tijdens de oorlogsjaren mede door verzetsdaden en onderduiken.

Na een arrestatie zit hij enkele weken in Vught. Hij wordt voorzichtiger, maar wordt weer gearresteerd als hij zenderonderdelen bij zich heeft, waarmee hij het land afreist. Dit loopt goed af. Bij een volgende arrestatie wordt hij, na een korte celopname in Eindhoven, weer naar Vught gebracht. Hij wordt ondergebracht in een barak, kaalgeschoren en moet een gestreept gevangenkleding dragen. Na vrijlating moet hij beloven niet over de kamptoestanden te praten.
Het Philips concern heeft vele gevangen vrij gekregen door betaling of het ruilen met radio's, knijpkatten of andere waardevolle spullen.

Eind juli 1943 zet hij zijn illegale radiowerk voort. Hij maakt voor Deinum en Aad de Roode een ontvanginstallatie in Den Haag. Toen later de dubbelzender 'St.Julian' in de lucht was, zocht hij contacten en veilige zendhuizen in de omgeving van Den Haag.

Vervolgens was hij actief bij het inrichten van de zender 'St. Denys' in Amsterdam en de meteozenders 'Irene-Met' te Utrecht, 'Beatrix-Met' te Groningen en 'Margriet-Met' te Maastricht. Veel tijd en moeite besteedde hij aan het maken van sterkere zenders en betere ontvangers. Mettivier Meijer voorzag alle zenders van accu's en omvormers, zodat zij onafhankelijk van het lichtnet konden functioneren.

In Eindhoven heeft hij medewerking van politiemensen. Hij heeft verbinding met Londen en vertelt over zijn contacten en contactpersonen in het illegale netwerk en over komende droppings. Kleikamp in Den Haag, waar de gegevens van alle bevolkingsregisters liggen opgeslagen, wordt gebombardeerd. Dit gebeurt enkele weken na doorgave van de locatie. Hij combineert zijn werk met illegale activiteiten en reist veel. Bij Philips verlaagt men zijn salaris. blijkt uit zijn dagboek gegevens.

Op 6 september 1944 vertrok Mettivier Meijer met de zender 'St. Joseph' uit Eindhoven met bestemming Arnhem. Hij werd in Nijmegen, of in de buurt daarvan, met het belastende materiaal door de Duitsers aangehouden. Enige uren later werd hij bij een vluchtpoging doodgeschoten.

Voor betoonde dapperheid tijdens de oorlogsjaren werd hij postuum onderscheiden met de Bronzen Leeuw (KB nr. 24 van 14 december 1949).

Aart van Wijk specialist in het vervalsen van documenten

Aart van Wijk Geboren: 21-03-1902 te Utrecht.
Overleden: 07-08-1976 te Eindhoven

A. van Wijk komt in 1927 in dienst bij Philips Nat.lab. Begin 1929 gepromoveerd tot doctor in de Wis- en natuurkunde op het proefschrift: Invloed van magneetveld, zwermen en wand op de kristaloptische eigenschappen van vloeibaar-kristallijn p-Zoxyanisol. Hij trouwt met Hendrika, Mechtelina Thomason uit welk huwelijk twee zoons werden geboren Hendrik en Leendert.

In de oorlogsjaren is het gezin woonachtig op Gaailaan 7 in Eindhoven, zijn buurman op nummer 5 was Joseph van Vlijmen, procuratiehouder bij Philips. Hij is ook de plaatselijk vertegenwoordiger van de Joodse Raad en verzorgde de reis- en verhuisvergunningen.

In maart 1942 moest het gezin de woning uit om plaats te maken voor de Nazi-Kringleider van de NSDAP, Zimmermann. Later moet het gezin Vlijmen naar het Philips-Kommando in Kamp Vught. Joseph van Vlijmen en ook zijn zoon overlijden aan de ontberingen van een later concentratiekamp. Zijn vrouw Fanny van Vlijmen-Blomhoff overleeft de oorlog.

Bij Aart's gezin wordt in de begin jaren van de oorlog, een Oostenrijks officier ingekwartierd: groot-majoor Heitemeier werkzaam bij het Ortskommandantur in Eindhoven. Deze Duitse contole dienst is dan gevestigd aan stationsplein in het Grand Hotel Restaurant Royal. Deze rijksduitser bemoeide zich verder niet met het gezin maar had wel een voordeursleutel en gebruikte deels het huis. Wanneer hij vertrokken is, laten Aart en zijn vrouw, herfst 1942 een jonge Joodse vrouw onderduiken. Zij is Regina Wertheijm, een nicht van de weggestuurde buurman.

Aart gebruikte zijn Philips positie en de materialen waarmee hij werkte om identiteitskaarten en voedselbonnen te vervalsen. Hij maakte de valse papieren voor Regina en gaf haar de naam Kato de Jong. Ze was zogenaamd geboren in Nederlands-Indië (nu, Indonesië), omdat ze een donkere huidskleur had. Hoewel ze was uitgerust met een valse ID, werd het als veiliger beschouwd om altijd binnen te blijven. De Gaailaan was onderdeel van het Eindhovense Villapark, dat in de jaren 1910 -1935 gebouwd is voor het hoge kader van Philips. Het zijn luxe huurwoningen en veel wisselingen. Je baan bij Philips was verbonden met een woning van Philips, huur werd automatisch van je loon ingehouden. In deze grote huizen waren veel Duitse officieren ondergebracht of waren de huizen gevorderd zoals het huis van hun directe nazibuur.

Regina zou de oppas zijn voor de van Wijk-jongens, die haar 'juffrouw Toos' moesten noemen. Na de bevrijding bleef Regina nog enkele maanden, ze vertrok naar Israël. Ze bleef contact houden met de van Wijks tot hun dood.


Een veelheid van motieven had Aart is om actief te worden in het "stille" verzet: De bezetting van Nederland. Het wegvoeren van zijn Joodse buren, papieren vervalsen voor hun onderduikster of de aanwezigheid van een nazi-buurman. Of heeft zijn neef Adriaan Thomson, ook wel Kapitein A.A.J.J. Thomson hem overgehaald? Deze neef, die in het verzet zat en spioneerde voor de Nederlandse regering, logeerde vaak in de Gaailaan voordat hij als officier, in 1942, gevangen werd gezet in Stanislau. In maart 1943 is Thomson verplaatst naar een ander strafkamp nadat zijn spionagerol duidelijk was geworden. Over Thomson is door zijn dochter in 2016 een boek geschreven "Kapitein Thomson". Indrukwekkend stukje geschiedenis naar de geheimen van Kapitein Thomson. De archieven over Thomson zijn nog gesloten tot 2021, heeft de regering toen bepaald. 80 jaar! 

Aart van Wijk ging zich in het najaar van 1942 specialiseren in het vervalsen van documenten.

In oktober 1943 vraagt Tromp aan Aart van Dijk eens te kijken naar de valse persoonsbewijzen die door de Engelse waren verstrekt aan agenten die gedropt waren. Rudi's documenten (Wim  Schreinemachers) werden geanalyseerd. In 10 minuten haalde van Dijk er 12 fouten uit.  "Stomme  fouten", volgens  Ir. Th.Ph. Tromp  tijdens zijn verhaal vraaggesprek voor de Parlementaire Enquête  regeringsbeleid 1940-'45

Tweede distributiestamkaart

De invoering van de tweede stamkaart welke hoofdzakelijk ingevoerd werd om het grote aantal onderduikers klem te zetten en plaatste het verzet aanvankelijk voor grote problemen. De tweee distributiestamkaart werd in combinatie met een Persoonsbewijs gebruikt. Op beide documenten moest een zgn. Rauter – zegel zitten.

Het paniek van het verzet duurde niet lang, al op 25 januari 1944 werd de kluis van het gemeentehuis in Tilburg gekraakt. De buit 6000 zegeltjes met het woord Tilburg en 99.000 blanco stamkaarten. De laatste konden, na afstempeling, dienen voor iedere willekeurige gemeente. Op 17 mei 1944 leverde de overval bij drukkerij Hoitsema in Groningen nog een 133.450 zegeltjes op. Toen de uitreiking van de tweede distributiestamkaart in juni 1944 was afgerond waren er al voldoende zegeltjes ‘gestolen’.

Uit zijn archief, bewaard bij het RHC-e valt af te lezen dat dr. A. van Wijk het knooppunt was van wijdvertakt netwerk van ambtenaren bij distributiekantoren en bevolkingsregisters waarlangs valse persoonsbewijzen middels het aanpassen van de persoonskaarten en het verzorgen van het ontvangstbewijs voor de stamkaart "gelegaliseerd" konden worden. Van Wijk fungeerde ook als postadres van falsificatie centrales. Vele personen konden door het verschaffen van een nieuwe identiteit zich aan de arbeidsinzet onttrekken of als verdachte van de SD op een dwaalspoor brengen. Het materiaal, zoals stempels, valse papieren enz. dat nu aanwezig is in het Eindhovens stadsarchief, heeft Van Wijk waarschijnlijk, na de bevrijding van Eindhoven op 18 September, uitgeleend aan het verzet in het noorden van het land.

Het is duidelijk dat dit geruisloos verzet, vervalsen van papieren en financiering van het verzet, van enorme betekenis is geweest en naast andere verzetsgroepen onze bewondering verdient, al hebben overige groepen zich vooral in de nadagen van de oorlog onderscheiden door spectaculaire gewapende acties. In de niet aflatende stroom van publicaties over de tweede wereldoorlog wordt het rustige intellectuele verzet van kleine groepen ingewijden niet geheel op hun waarde geschat.

Vanwege zijn verdienste in het verzet volgde hij in 1944 de cursus reserve majoor voor het Militair Gezag, waarbij hij achtereenvolgens als districtscommissies van Delft en Den Briel in functie was. In 1947 maakte hij een reis naar Duitsland als gemachtigde van de geallieerde controle commissie.

Na zijn functie bij het Militair Gezag kreeg hij een functie bij het Centraal Ontwikkelingsbureau de voorloper van Philips Usfa NV waar hij werkte aan de ontwikkeling van geheime defensie systemen.

Op 1 januari 1965 werd hij gepensioneerd bij welke gelegenheid hij werd onderscheiden met de orde van Oranje Nassau.

Aart van Wijk en zijn vrouw H.M. Mechtelina van Wijk, krijgen postuum een plaats in de Yad Vashem muur, voor hun verdiensten in de oorlog.

Bronnen:

Archief Aart van Wijk  rhc-eindhoven.nl

Boek Kapitein Thomson, Auteur: Else Kooijman, Pagina's 273, ISBN 9789402148954, 25-11-2016

http://db.yadvashem.org/righteous/family.html?language=en&itemId=9246582

Brandbommen en J verwijderen

Collega in verzet van Aart was J of S.H.R. Visser

De heer J. Visser of S.H.R Visser (Philips telefoonboek nov. 1940) was chemicus en werkte op het Nat. Lab. Van Philips. Hij werkte mee aan sabotage door zijn kennis van de chemie. Zo heeft hij samen met de glasblazers van het laboratorium een soort “brandbom” gemaakt, waarmee het Archief van het Eindhovens Administratiekantoor in brand werd gezet. Hierdoor gingen veel gegevens voor de Duitsers verloren.

Ook heeft hij voor Joodse mensen de indertijd fatale J uit hun Ausweis weten te verwijderen met een speciale behandeling van de inkt. Wie een J in zijn Ausweis had, was Jood en viel dus automatisch onder de etnische zuivering van de edelgermanen.
bron:
Aalst-Waalre in oorlogstijd door Raimondo Bogaars en Jaap Walinga, 2012, 167 pagina's, isbn 9789490552022

ing. P. H.K. G. Cornelius

werkzaam op Nat Lab en vooral bezig met het vervalsen van persoonsbewijzen voor joden en onderduikers en het vinden van onderduikadressen.

Mevrouw S. Wijtman-Vleer: 'In de zomer van 1940 vingen mijn ouders aan met illegale activiteiten. Als enige dochter hielp ik vooral mijn moeder, omdat zij de spil in het geheel was. Aanvankelijk hielp ik met het verspreiden van illegale bladen als Trouw. Die bezorgde ik al wandelend met mijn baby – verstopt onder het matrasje – bij vertrouwde adressen aan huis.

Het illegale werk bracht mijn moeder in contact met een Philips-employé werkzaam op Nat Lab., ing. P. H.K. G. Cornelius, een Duitser van origine die met een joodse was getrouwd. Hij hield zich vooral bezig met het vervalsen van persoonsbewijzen voor joden en onderduikers en het vinden van onderduikadressen. Toen hij vroeg of wij onze woning aan de Julianastraat daarvoor beschikbaar wilden stellen, hoefden we daar niet lang over na te denken.

Cornelius bracht mijn moeder in contact met de financier van zijn verzetsgroep, mevrouw Sylvia Philips-Van Lennep getrouwd met Frits Philips. Eens per maand haalde mijn moeder geld bij haar op. In de "boekhouding” van  Sylvia, zo vernamen we na de oorlog, werd mijn moeder met de codenaam “Vleermuis” aangeduid.

Onze woning werd hoofdzakelijk als doorgangshuis gebruikt. Ook hebben wij er voor langere tijd tientallen onderduikers in huis gehad. Tijdens de bezetting was er veel loslippigheid onder de mensen, om maar te zwijgen van verraad. Daar zijn tal van joden het slachtoffer van geworden. Soms ook de helpers. Zo werd de familie Van der Wal uit onze buurt verraden en gearresteerd. Die hadden zes joden in huis. Het dag-en-nacht-parool was dan ook zwijgen en oppassen.

'In onze woning verstopten we wapens voor het echtpaar van Bruggen en we hielpen hen bij het zoeken naar onderduikadressen. Op een dag vernamen we dat we geen contact meer met hen moesten opnemen: de SD had hun illegale werkzaamheden ontdekt. Rien van Bruggen was met een politieagent, Aarts, bij Tilburg in de val gelopen toen ze met geallieerde piloten op weg naar België waren. Na de oorlog hoorde ik dat ze verraden waren.' Beiden overleven de oorlog niet en worden in kamp Vught geëxecuteerd.

Het grootste probleem voor ons was het vinden van onderduikadressen. Heel wat Eindhovenaren durfden het niet aan een onderduiker in huis te nemen. Wekenlang waren we daarvoor soms op pad. En ik moet helaas zeggen dat sommige joden heel lastig of kieskeurig konden zijn. Ik herinner me een vrouw voor wie geen enkel adres naar haar zin was. Het was te klein of er was te weinig comfort. Velen daarvan raakten daardoor in moeilijkheden en werden opgepakt. Weer andere joden gaven blijk van wantrouwen tegenover ons. Voordat ze door ons werden ondergebracht, werd hun huisraad onder verschillende adressen verdeeld, zo van de linkerschoen hier en de rechterschoen daar. Dan waren de mensen in staat om te zeggen; jullie zoeken het verder zelf maar uit. Er waren na de oorlog ook mensen die zeiden: zoiets doen we nooit meer.

Na de bevrijding hielpen wij opnieuw joden. Nu die – nog in hun streepjespakken gekleed - uit de concentratiekampen terugkeerden en in het Veemgebouw van Philips werden opgevangen waar we hen moesten ontluizen. Ik vond het heel indrukwekkend hoe die uitgemergelde mensen, die nauwelijks konden staan, het Wilhelmus zongen. Wij hebben onze plicht gedaan en wisten vooral door de inzet van mijn moeder een groot aantal joden uit handen van de Duitsers te houden. Mijn moeder is nooit voor haar verzetswerk onderscheiden, ook niet postuum, en dat is iets wat mij nog altijd steekt.'
Bron van dit verhaal: Frans Dekkers B&W Rond de Tweede Wereldoorlog in Groot-Eindhoven. Aangevuld met extra gegevens.


Post, berichten en mensen smokkelen tussen Duitsland en Nederland

verhaal F. Pijnappels

F. Pijnappels, werkzaam bij Philips in Eindhoven, krijgt op een dag in 1943 de opdracht snel een andere baan te gaan zoeken in Duitsland. Zodra de oorlog voorbij is, mag hij weer terugkomen. Pijnappels vindt werk bij een kinderschoenenfabriek in de Duitse stad Kleef, vlakbij de Nederlandse grens, en zal de komende tijd pendelen tussen Nederland en Duitsland.
Dan wordt hem uitgelegd waarom. Op dat moment zijn circa 1300 werknemers van Philips in Duitsland tewerkgesteld. Het onderhouden van contact tussen de tewerkgestelden in Duitsland en de achterblijvende families in Nederland wordt ernstig bemoeilijkt door de Duitse censuur: een brief is soms maanden onderweg of komt nooit aan. Als grenswerker kan Pijnappels echter snel over en weer berichten doorgeven. In Kleef verstuurt hij uit het hoofd geleerde berichten per telegram, en vanuit zijn woonplaats Groesbeek belt hij de nieuwe berichten omtrent de tewerkgestelden in Duitsland door naar Philips. In 1944 wordt Pijnappels gearresteerd door de Gestapo en belandt hij in een gevangenis in Kleef. Hij overleeft de oorlog. 

Dit bovenstaande verhaal schets een klein deel van het "correspondenten" netwerk dat R.A. Jongbloed bouwt om Philips contact te laten onderhouden met hun werkers of tewerkgestelden in Duitsland en Oostenrijk. Zo werd Drs G.G. van Wijk in Berlijn te werk gesteld bij Philips Elektro Spezial voor contacten, informatie en zorg te verlenen. Soms werden werknemers illegaal terug gehaald. De student Wim Zeeman, ook door Philips daar is ingezet, verzorgde in de periode 1943/1944 voor valse papieren en stempels. Drs G.G. van Wijk reisde dan met deze "onderduikers" terug zodat zijn in Nederland echt konden onderduiken. 

Volgens een rapport uit 1947 zijn 52 in Duitsland te werk gestelde werknemers omgekomen.

Bron Onder Duits beheer p. 273 -275

Bron Dagboek niod


Lolle Smit 

Geboren te Sneek op 25 augustus 1892. Overleden te 's-Gravenhage op 22 september 1961
In de oorlogsjaren directeur van de Philips-vestiging in Roemenië

In 1938, na twaalf jaar bij General Motors in Berlijn te hebben gewerkt, was Lolle vanuit Wenen in Boekarest aangekomen om een ​​uitdagende nieuwe functie aan te nemen. Hij was benoemd tot directeur van Philips Roemenië in Boekarest. Hij werd al snel een bekend lid van het lokale bedrijfsleven met invloedrijke overheidscontacten. In september 1941 was het tijd voor een nieuwe promotie als hoofd van het Philips-hoofdkantoor in Boedapest en als zodanig verantwoordelijk voor de totale activiteiten van het bedrijf in Hongarije, Kroatië, Servië, Roemenië, Bulgarije, Turkije en Griekenland. Afgezien van zijn ouderlijk huis in Boedapest, waar hij woonde met zijn vrouw en drie kinderen, behield hij een verblijf in Boekarest. Deze professionele kant zorgde echter slechts voor een deel van zijn leven. Lolle Smit [schuilnaam Peters] had nauwe contacten onderhouden met de Poolse geheime dienst, dan misschien de meest bedreven en actieve Geallieerde Humint-dienst op de Balkan en had met hen samengewerkt in hun werk. Hiernaast bleek dat Smit zijn eigen communicatielijn had met de Britse diplomatieke missie in Turkije. Tegelijkertijd gaf hij belangrijke hulp aan geallieerd militair personeel dat uit Duitse krijgsgevangenkampen ontsnapte en zijn toevlucht zocht in Hongarije. Tot de Duitse bezetting in maart 1944 had Hongarije, hoewel in het Axis-kamp [asmogendheden], ​​een zekere mate van onafhankelijkheid behouden en bood zo een handige tijdelijke "veilige haven" voor degenen die op de vlucht voor de Duitse autoriteiten waren. Onder degenen die hij assisteerde, waren luitenant-kolonel Charles Telfer Howie, een Zuid-Afrikaanse officier die later betrokken was bij geheime onderhandelingen met admiraal Horthy, en verschillende Nederlandse officieren die waren ontsnapt uit het krijgsgevangenkamp in de Stanislau in Polen, nu in het huidige Oekraïne. Veel van deze Nederlandse officieren waren later betrokken bij ondergronds werk in Hongarije en produceerden vervalste papieren voor andere escapers en vervolgde Joden. Een van hen, luitenant Gerrit van der Waals, net als Raoul Wallenberg door het Sovjetregime op beschuldiging van spionage was opgepakt, toen het Rode Leger de Hongaarse hoofdstad binnenging. De Zweedse diplomaat Wallenberg wist tijdens de Tweede Wereldoorlog tienduizenden Hongaarse joden met valse papieren uit de handen van de nazi's te houden.  Wallenberg werd naar Moskou gebracht waar hij stierf in augustus 1948 in het ziekenhuis van Butirskaya gevangenis als de hervatting van langdurige mishandeling in Russische hechtenis. In 2000 rehabiliteert Rusland Wallenberg.

Kortom Lolle Smit, heeft na het uitbreken der vijandelijkheden, overeenkomstig een hem door de Hoofddirectie te Eindhoven verstrekte opdracht, daar te lande bleef als vertrouwensman op de Balkan zowel van de Philips-fabrieken als van andere Nederlandse bedrijven, zich in de oorlogsjaren ten opzichte van Nederlandse belangen heeft verworven.  Met gevaar voor eigen leven heeft de Heer Smit aan vele Nederlanders onderdak verleend, hen van geld voorzien en medewerking verleend om hen veilig over de grens te brengen. Hij verstrekte Uwer Majesteits voornoemde Gezant regelmatig inlichtingen, voerde instructies uit, wist enige malen door misleiding der Duitsers, naar Turkije te reizen en kwam dan aldaar met Dr. Visser en de Britten in contact. 

Lolle Smits ontving diverse onderscheidingen zoals Engelse "Honorary Officer of the Civil Division of the Order of the British Empire" en Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Na de oorlog verlaat Lolle Smit zijn werkgever Philips en wordt de nieuwe directeur voor exportbevordering naar de VS. Het Directoraat: ter bevordering van de Export, dat midden 1949 door de Nederlandse minister van Economische Zaken werd opgericht, heeft als eerste „doel" een Nederlandse export naar Amerika van 100 miljoen dollar in 1952. Er is een hoofdkantoor in New Vork gevestigd en bijkantoren in Chicago, Los Angeles, Dallas en Houston.  De directeur in de persoon van de heer Lolle Smit,

Bronnen:
https://www.youtube.com/watch?v=HyY_5bwDOMg

http://www.raoul-wallenberg.eu/wp-content/uploads/2010/08/Lolle-Smit.pdf

www.delpher.nl

https://intelligencepast.files.wordpress.com/2015/12/an-american-perspective-on-lolle-smit.pdf

Steeds meer verwikkeld geraakt in illegale zaken...

Alberta Marie Vastenouw 13 juli 1913 - 6 mei 1971

Beschrijving van dagboekfragmenten: De schrijfster is een jonge vrouw van 29 jaar, getrouwd met Henri van Lelyveld (1915 -1991), een ingenieur werktuigbouwkunde bij Philips in Eindhoven. Hij is tijdelijk (september 1942 - februari 1943) in Gorcum gedetacheerd. Na deze periode - in Gorcum woonden ze in bij een vrouw wier man in krijgsgevangenschap zit - keren ze naar hun eigen huis en kennissenkring in Eindhoven terug. Zelf heeft de schrijfster gestudeerd en in 1941 haar apothekersexamen gehaald. Er zijn [op dat moment] geen kinderen. Ze schrijft een goed dagboek over het dagelijks leven, met de zorgen van haar kleine nette gezellige jonge-vrouwen huishouden. Verder houdt ze het binnen- en buitenlands oorlogsnieuws behoorlijk bij. In juni 1943 staakt ze het dagboek bij houden, omdat zij en haar man, steeds meer verwikkeld raakten in illegale zaken....of dat iets met de buren te maken heeft??

Zij wonen in de oorlogsdagen op de Tongelresestraat 173. Bij hun buren Tongelresestraat 171 werden alle geheime berichten van het gehele land verzameld. Een specialist was uit Engeland gedropt om alles op microfilm te zetten. Meer hierover bij verhaal over ir. Tromp.

Ze heeft na de oorlog jaren als apotheker gewerkt. 

Bron dagboeken Niod


Minister van Oorlog 

Mr. J. (Jo) Meynen 13 april 1901 - 13 februari 1980
Tijdens zijn "oorlogs" Philipsperiode commandant bij de B.S

 Mr. Jo Meynen


Jo Meynen was in 1945 de enige antirevolutionair die toetrad tot het kabinet-Schermerhorn. Hij werd de nieuwe minister van minister van Oorlog, van 25 juni 1945 tot 3 juli 1946, zoals dat toen nog genoemd werd. 

Hij was werkzaam in de chemische industrie en was daardoor veel in het buitenland. Na de oorlogsdagen van mei '40, kwam hij in juli 1941 in dienst bij de N.V. Philips Gloeilampenfabrieken te Eindhoven. Gedurende de bezettingstijd was hij ook commandant bij de B.S. Ze hielden zich bezig met pilotenhulp. In de oorlog werd de term "piloot" gebruikt voor ieder bemaningslid die uit een neergeschoten vliegtuig kwam.

De Binnenlandse Strijdkrachten (BS; officieel: Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, maar deze naam NBS leek te veel op de NSB) was een op 5 september 1944 officieel opgezette bundeling van de tot dan toe weinig samenwerkende eigenlijke verzetsgroepen. De Binnenlandse Strijdkrachten kwam dan ook voort uit de drie belangrijkste verzetsgroepen: de Ordedienst (OD), de Landelijke Knokploegen (LKP) en de Raad van Verzet (RVV). 

Hij werd, na de bevrijding van Eindhoven, in november 1944 bevorderd tot majoor en geplaats bij de staf met de opdracht. de binnenlandse strijdkrachten te formeren en om te vormen tot legereenheden. Na zijn ministerschap is voorzitter Raad van Bestuur bij de N.V. AKU (Algemene Kunstzijde Unie) en de latere bij AKZO

Jan Zwartendijk

Jan Zwartendijk (Rotterdam, 29 juli 1896 – Eindhoven, 14 september 1976) was Philips directeur in Litouwen en diplomaat. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog heeft hij in Litouwen duizenden Joden valse papieren verstrekte waardoor ze uit de handen van de Duitse vervolging bleven. 

Tijdens zijn leven heeft Zwartendijk geen erkenning gekregen voor zijn rol in de Tweede Wereldoorlog. Integendeel, hij kreeg een reprimande van het ministerie van Buitenlandse Zaken omdat hij niet conform de consulaire richtlijnen had gehandeld. Door onder meer de inzet van Israël ontving de familie kort na Zwartendijks overlijden een lijst met 2132 namen van daadwerkelijk door Jan Zwartendijk ontkomen Joden. Hij heeft in totaal 2345 visa's verstrekt.

Bij Philips vertelt hij weinig over zijn activiteiten. In het najaar 1940 is zijn gezin weer terug in Nederland. De krant kan je lezen dat hij in december 1940 een telefoonaansluiting krijgt op zijn nieuwe woonadres Goorstraat 2, een Philipshuis. In 1942 en '43 zet mevrouw Zwartendijk diverse advertenties voor een dienstmeisje. In de oorlogsjaren verwacht Jan iedere dag dat zijn illegale activiteiten doorlekken naar Nederland. Zijn tweeling broer Piet Zwartkruis, ook werkzaam bij Philips, woont in de buurt, Uiverlaan 11. Hij weet niets van Jan's consul's activiteiten en hun gezin neemt een Joodse kennis op. Deze jonge vrouw overleed aan kanker tijdens haar onderduikperiode. Haar "zwart" laten begraven wordt ontdekt, maar na lange Duitse verhoren was er uiteindelijke geen bewijs.
De dochter van Piet Zwartkruis, Ineke ( M.E.L.) Zwartendijk, die in Amsterdam studeerde nam regelmatig, in een soort korset, allerlei briefjes, gecodeerde boodschappen en illegale krantjes mee, door het gehele land. Ze kreeg die in Eindhoven van een oud-klasgenoot die ze kende van het Lorentz lyceum. In Utrecht is ze door verraad in de val gelopen en toen ze alleen in een cel zat, heeft ze alle papieren opgegeten. Zonder bewijs en niets losgelaten heeft ze tot oktober 1944 in Den Bosch gevangen gezeten. Direct na de oorlog is zij het contactadres voor aanmelding Marva's (Marine Vrouwelijke Afdeling). https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMNIOD05:000133813:mpeg21:p001

Jan Zwartkruis neemt na de oorlog deel aan het onderzoek bij Philips naar "onvaderlandslievende personen". Het bedrijf riep hun eigen medewerkers op om foute elementen aan te geven. Toen de Commissie van Onderzoek op 31 december 1946 haar eindverslag uitbracht, werden 788 personeelsleden ontslagen, 536 voor een langere tijdsduur geschorst en kregen 104 personeelsleden een berisping. 

Jan Zwartendijk wordt in 1946 benoemd was tot directeur van Philips S.A. Hellénique. Geen eenvoudige klus want inmiddels was in Griekenland een burgeroorlog uitgebroken.

Bron: De Rechtvaardigen van Jan Brokken. p. 340 -347 en 353

Boek 2018: De Rechtvaardigen van Jan Brokken.
Over het leven van Zwartendijk verscheen in oktober 2018 bij Uitgeverij Atlas Contact het boek De Rechtvaardigen van Jan Brokken. (ISBN 9789045036649)

Jan Brokken beschrijft het leven van Jan Zwartendijk en de lotgevallen van veel van de ontkomen Joden in een meeslepend epos, waarin een treffend beeld wordt geschetst van een wanhopige tijd. De rechtvaardigen is een les in moed, in het maken van de juiste keuzes op het juiste moment.

April-meistakingen 1943 in Eindhoven

In totaal vallen er landelijk 175 dodelijke slachtoffers bij de vergeldingen van de Duitsers. In Eindhoven zeven personen.
Ander bronnen zeggen dat er tussen 30 april tot 15 mei zo'n standrechtelijk executies van duizend Nederlanders hebben plaats gevonden*

Op 29 april 1943 maakten de Duitse bezetters bekend dat Nederlandse mannen en oud-militairen zich moesten melden voor de Arbeitseinsatz. Dit creëerde een golf van onvrede en zo begonnen de April-meistakingen. Via deze stakingen lieten Nederlanders hun onvrede zien aan de Duitsers, maar lieten de Nederlanders vooral ook zien dat zij op één lijn zaten met elkaar. Daarnaast zijn veel Nederlandse mannen ondergedoken en heeft uiteindelijk maar een fractie van hen (8.000 van de 300.000 man) zich gemeld. 

Bij de N .V . Philips’ Gloeilampenfabrieken te Eindhoven verliet het personeel donderdagmiddag 29 april weliswaar het bedrijf niet, maar werden uit verschillende afdelingen toch sit-downstakingen gemeld, die op toenemende spanning wezen.  Op vrijdag 30 april '44 legde het personeel van de Philipsfabrieken het werk neer.  Deels ook noodgedwongen omdat ook de Staatsmijnen staakten, hierdoor stagneerde spoedig ook de gasleverantie, met het gevolg, dat alle industrieën, die op deze gastoevoer waren aangewezen, zoals een gedeelte van de Philipsbedrijven, tot stilstand kwamen.

Frits Philips heeft op vrijdagmiddag overleg gepleegd met de Verwalters (Duitse Toezichthouders)  en hun voorgesteld, dat Philips de volgende zaterdagochtend vrij zouden geven. Zij stemden toe, en kort daarna werd aan de fabriekspoorten bekend gemaakt dat zaterdag niet zou worden gewerkt. Ook de Ruestungsinspektion, waarmee intussen telefonisch overleg was gepleegd, gaf haar toestemming. Het niet werken op deze zaterdag kon dus niet als een staking worden beschouwd.

Zaterdag 1 mei, dag van de arbeid, deze ene keer een vrije dag. Veel mensen gaan naar het centrum Eindhoven.

Ooggetuigen hebben meegedeeld, dat zij zaterdagochtend enige open vrachtwagens van Philips zagen, vol arbeiders, die met rood-wit-blauwe en met rode vlaggetjes zwaaiden en liederen zongen.  Op dit dag vinden al de eerste arrestaties plaats.

Van arbeiderszijde is er over geklaagd, dat een gedeelte van het hoger Philipspersoneel niet openlijker partij koos voor de stakers. 

Op zondag 2 mei 1943 verzocht de Philipsdirectie het personeel dringend de volgende dag het werk weer te hervatten Zij kon de arbeiders buiten Eindhoven evenwel niet tijdig meer bereiken. In de stad werden pamfletten verspreid om met de staking door te gaan. Eén van de initiatiefnemers en leider van de staking bij Philips in Eindhoven was Rien van Bruggen. Hij werkte op Nat.Lab als chemicus en zeer actief in het verzet. 

Op maandag 3 mei bleken de Duitsers het domste te hebben gedaan, wat zij dat moment konden doen. De mensen die maandagsmorgens naar hun werk wilden gaan, zagen plotseling aan de poorten een zware Duitse bewaking, waarop velen niet eens naar binnen gingen.

Erger was dat, door een overigens begrijpelijke voorzorg van het gemeentelijke gasbedrijf, onze fabrieken zonder gas stonden. De gasvoorziening door de Staatsmijnen had wegens enkele stakingen korte tijd gestagneerd, maar was intussen hervat, waarop men bij de gemeente had besloten eerst voor bevolking de gashouder vol te pompen, alvorens aan Philips gas te leveren. Op de fabriek was echter de reactie: „Zie je wel: geen gas! Dus ze staken nog in Zuid-Limburg. Dan gaan wij ook naar huis". Onze fabrieken waren  al dun bezet, en de lui die er wel waren, begonnen zich meer èn meer onbehaaglijk te voelen. Ten slotte liepen ook zij de poort uit.

In de binnenstad werd het rumoerig, er ontstonden opstootjes, waarbij ergens een melkwagen werd omgegooid. De toestand werd beklemmend.  

Die maandag 3 mei 1944 constateerde de Sicherheitspolizei dat maar weinig Philips personeel op het werk was komen opdagen. Het Polizeistandgericht voor Noord-Brabant installeerde zich in het hoofdkantoor van Philips en liet het aan de gemeentepolitie over, een keuze te doen uit het grote aantal arrestanten, dat die dag door overvalwagens van alle kanten werd aangevoerd. Maandagmiddag werden zeven arbeiders op Philipsterrein gefusilleerd. 

Voor het vuurpeloton verschenen, P. J. Verhoeven, W. van Beek en J. C. Gielen werkzaam bij Philips. P. van Kempen was in dienst bij Bata te Best, G. van Werts bij de N .V . Mignot & de Block te Eindhoven. In de avond is ook J. G. Eilers gefusilleerd, werkzaam bij Philips als Televisie-ingenieur/assistent laborant en actief in het verzet. Even daarvoor is landarbeider Simon van Zantvliet doodgeschoten, beide zijn niet vermeld op het Duitse plakaat. Van de slachtoffers is niet bekend, waar zij begraven liggen. Van de zijde van de bezetter was verordonneerd dat de stoffelijke overschotten niet aan de nabestaanden mochten worden teruggegeven. Om de gefusilleerde mannen te herdenken is op het voormalige Philips-terrein, Glaslaan een monument opgericht.

Ook de directie van Philips wordt niet ontzien. De Duitsers dreigen "dat wanneer alle arbeiders 4 mei om acht uur niet aanwezig waren, de directie, waaronder Frits Philips, doodgeschoten zou worden".   Ook in de dorpen om Eindhoven, waar veel Philips  arbeiders woonden, door de Duitsers via luidsprekerwagens omgeroepen: als de bevolking wilde voorkomen dat ingenieur Frits Philips zou worden doodgeschoten, dan moest iedereen weer gauw aan het werk gaan.

Deze terechtstellingen en het bericht dat Frits Philips en sommige directeuren gearresteerd waren, zorgde voor de beëindiging van de staking in Eindhoven. De Duitsers "gijzelen" Prof. Holst en de heren Dijksterhuis en De Vries. Ze zijn een aantal dagen opgesloten. Deze poging tot intimidatie had voor Eindhoven effect. Frits Philips werd langer gevangen gehouden en hij kwam pas op 20 september '43 weer op vrije voeten. Zijn was zijn rol als directeur uitgespeeld. Het Duitse regime werd straffer en de productie bij Philips werd bijna volledig afgestemd op de oorlogsindustrie. Philips Eindhoven is in 1944 geleidelijk volledig in Duitse handen gekomen. Het enige voordeel hiervan was dat Philipspersoneel waren vrijgesteld om in Duitsland te gaan werken.

Want op 5 mei 1944 werd landelijk de beschikking gepubliceerd, dat de studenten niet-tekenaars zich de volgende dag moesten melden. 7 mei stond het besluit van de „arbeidsinzet” in de kranten: alle mannen van 18 tot 35 jaar moesten zich melden bij een der gewestelijke arbeidsbureaux. Op 13 mei volgde het bevel tot inlevering van de radiotoestellen. Het verzet komt in een volgde fase

Boek online aprilmeistakingen https://pure.knaw.nl/portal/files/1871154/1950_Bouman_aprilmeistakingen.pdf

Frits Philips over de staking  Leeuwarder courant 20-12-1975

* Het Nederlands gewapende verzet. Online 

Jhr. Ir. Maarten Reuchlin, 

Jhr. Ir. Maarten Reuchlin is chemisch ingenieur en assistent-bedrijfsleider van de radiobuizenfabriek van Philips,
3-2-1911 geboren in Rotterdam en op 17-11-1944 gefusilleerd bij Venlo. Maarten woonde in de Florastraat 172 Eindhoven. 

Maarten Reuchlin

plaquette NS gevallenen

Jhr. Ir. Maarten Reuchlin, chemisch ingenieur en assistent-bedrijfsleider van de radiobuizenfabriek van Philips, is 3-2-1911 geboren in Rotterdam en op 17-11-1944 gefusilleerd bij Venlo. Maarten woonde in de Florastraat 172. 

Maarten maakt na zijn schooltijd carrière bij de Philips Gloeilampenfabriek in Eindhoven. Midden jaren dertig raakt hij betrokken bij een verkeersongeval met voor hem ernstige afloop. Met zijn linkerarm hangend uit het autoraam schampt hij een passerende vrachtwagen met aardappelen en loopt daarbij zeer zwaar letsel op. Als vervolgens koudvuur wordt geconstateerd, kan Maartens leven alleen nog gered worden door zijn hele linkerarm af te zetten. Sindsdien gaat hij verder door het leven met een kunstarm.

Kort voor de bevrijding van Eindhoven proberen de Duitsers goederen die nog van belang voor hen konden zijn, mee te nemen. In een wagon bevindt zich een forse hoeveelheid wolfraam en platina, grondstoffen die Gloeilampenfabriek Philips onder meer gebruikt voor het fabriceren van lampen. Willem Jonker en Maarten Reuchlin wisten daarvan. 

Willem Jan Jonker, adjunct commies NS, is 29 maart 1899 geboren in Epe en op 17-11-1944 gefusilleerd bij Venlo. Willem Jan werkte en woonde in de Edelweisstraat 108.

Willem rangeert de wagon achter het slachthuis aan de Celebestraat en de rails en wagon worden gesaboteerd. De Duitse bezetter ontdekt de "ondergedoken wagon" echter en herstelt de ontstane schade. De beide mannen gaan op zoek richting Helmond naar de "rooftrein". Vanwege zijn handicap springt Maarten bij Willem, nog in NS-uniform, achterop een tandem en gaat achter de rooftrein aan.

Toen bleek dat de trein zich niet in Helmond bevond, zijn ze langs het spoor verder gefietst naar het oosten. Ten tijde van deze actie heeft het verzet bij Horst-America getracht het spoor op te blazen, om zo verder transport onmogelijk te maken. Toen dit mislukte, waren de Duitsers in het gebied extra alert op mogelijke sabotage-acties.

Jonker en Reuchlin waren met de tandem uiteindelijk aangekomen bij Griendtsveen en werden bij een controlepost van de SD staande gehouden. Omdat Willem Jan Jonker zijn NS-uniform droeg, dachten de Duitsers dat hij en Maarten Reuchlin spionnen waren en arresteerden beide mannen.

Ze worden opgesloten in het politiebureau in Venlo, maar Maarten weet op 13 oktober te ontsnappen omdat het politiebureau in Venlo door een bombardement van de RAF geraakt wordt. Hij laat echter zijn kunstarm in de cel achter, een verzuim dat hem uiteindelijk noodlottig wordt. Hij duikt onder in de beeldenfabriek Sint Jozef van A. Gödden aan de Emmastraat in Venlo, waar hij leden van de Ordedienst voor enige tijd instrueert en wijkt vervolgens uit naar een andere schuilplaats. Vanwege zijn opvallende signalement zijn de Duitsers hem echter al snel op het spoor gekomen. Op 13 november, een maand na zijn ontsnapping, wordt hij opnieuw gearresteerd. 

Medio november 1944 zijn ze met een nekschot door de beruchte Maastrichtse Sipo-medewerkers Nitsch (niet ter dood veroordeeld) en Conrad gefusilleerd bij een bomtrechter op de Groote Heide (vliegveld Venlo) aan de Toeperweg. Over de fusilladedatum verschillen de opvattingen: 14 november (Cammaert), 15 november (herdenkingskruis aan de Toeperweg) en 17 november (Oorlogsgravenstichting, Dodenboek Venlo). 

Jonkers naam staat op de bronzen plaquette in de reizigerstunnel van het Eindhovense station en het Monument voor Gevallen Spoorwegpersoneel in Utrecht. 

In de verzetsheldenbuurt van Acht in Eindhoven is een straat aan Maarten opgedragen: Maarten Reuchlinlaan. Ter ere van Willem is in deze Eindhovense wijk naar hem vernoemd: Jan Jonkerlaan.

J.S.H. Weinberg

Jan Samuel Hendrik
8 mei 1899 -   in 1981 overleden.
administrateur bij de Philipsbedrijfsscholen

Jan Weinberg was administrateur bij de Philipsbedrijfsscholen. Hij was belijdend lid van de N.H. kerk. In de oorlog is hij actief geweest binnen de Philipsverzetsgroep en in de Landelijke Organisatie voor de hulp aan onderduikers. Een week voor de bevrijding van Eindhoven op 18 september 1944 heeft hij een Pools deserteur in zijn huis verborgen gehad. Postuum ontving hij het Verzetsherdenkingskruis welke aan zijn weduwe is uitgereikt.

De heer Weinberg heeft duidelijk met de gedachte gespeeld om een boekje over de oorlogsjaren tot stand te brengen. Zijn aantekeningen "Voor Boek" en de ordening van de krantenknipsels wijzen hierop, aantekeningen hierover zijn aanwezig bij rhc-eindhoven.nl


Meer verzet en sabotage

Onduidelijk is wie allemaal actief bij Philips zijn geweest tegen de Duitse bezetter. We hebben zoveel mogelijk personen proberen te achterhalen die de oorlog overleefde of helaas gedood werden.
Stuur uw aanvullingen of opmerkingen naar contact.

ir. W. de Vries machinefabriek
Periode 1941/1942 wegens sabotage gearresteerde ingenieur ir. W. de Vries is geprobeerd vrij te kopen voor 30.000 gulden, geen succes op dat moment. Waarschijnlijk de oorlog overleefd.
Bron pagina 243

ir. C.B. Los  (OD)

Jo Nienhuis (J.R.) verzet en verbindingsofficier, na de oorlog commandant van het Militair Gezag in Groningen / hoofd van de Politieke Opsporingsdienst (POD) Appingedam

dr. J. Hoekstra, ~Nat lab. een chemicus bij Philips, commandant van de RVV-zuid (Raad van Verzet) leverde een belangrijke bijdrage aan de opbouw van een verbindingsnet van de landelijk operende Raad van Verzet. Later was hij ook organisatorisch actief voor deze Raad.

dr. Jaap Voogd werkzaam als  NatLab-onderzoeker was actief in het linkse verzet en bij de hulp aan Joodse onderduikers. 

Jasper Daams en Willem van Heeckeren, werkzaam bij Philips waren onderdeel van de Westerweelgroep 

‘Herrijzend Nederland’ 

Gedurende de oorlog was op het NatLab bij Philips in Eindhoven in het diepste geheim gewerkt aan een 1400 kilowatt radiozender. Cornelis Gehrels, die ook deelnam aan het ander verzet, had daar de leiding over.
zenddatum van 3 oktober 1944 tot 19 januari 1946

„Hier Herrijzend Nederland, de vrije zender op vaderlandse bodem". Op 3 october van het bevrijdingsjaar 1944, nauwelijks drie weken nadat de stad Eindhoven door geallieerde parachutisten was bevrijd, klonk dit zinnetje voor de eerste maal door de ether. aldus De vrije Philips Koerier 18 september 1946.

Weinig luisteraars zullen deze openingszinnen hebben gehoord, De eerste maanden was er een strenge rantsoenering van de beschikbare hoeveelheid elektriciteit en bijna iedereen had zijn radio moeten inleveren. Opgeroepen werd om lampen uit te doen als men naar de radio luisterde om stroom te besparen. Ook luisteren na 17.00 uur was in bevrijd Nederland verboden omdat het elektriciteitsnet te veel werd belast. 

Belangrijkste was de Philips zender werkte en kon in een groot deel van bezet Nederland ontvangen worden.

Zoals we al vermeld hebben kreeg Tromp, via Schreinemachers, de opdracht van de Nederlandse regering in ballingschap door, om een landelijke noodzender bouwen voor het geval de Duitsers de landelijke radiozenders in Hilversum zouden opblazen. Die kans was reëel als de nazi’s de oorlog zouden verliezen. 

De zender voorbereidingen waren in 1942 gemaakt door dr W. Keeman, die bij zijn moeder woonde op Floralaan 182. Hij werd gearresteerd in Zaandam. De belastende materialen, papieren en onderdelen zijn direct uit zijn huisadres gehaald (door Tromp?) . 

Hierna is er ruimte gevonden in de trijpfabriek, Bleekstraat van Frima Leo Schellens, dit gebouw was door Philips gehuurd i.v.m Engelse bombardementsschade van 30 maart 1943.

Voor dit mega-schaduwproject schakelde Tromp zijn collega ir. G. van Beusekom (Koekoeklaan 2) in. Foto Philips in de trijpfabriek hieronder.

Een aantal maanden is op deze locatie in het geheim aan deze zender gewerkt door Cor  Gehrels en deze was al in het midden van 1942 klaar. Later vertelt zijn vrouw, " Hij had er altijd verschrikkelijk veel plezier in, dat hij aan de zender bezig was zonder dat de toeziende Duitsers er erg in hadden dat het een zender was". Een bestaande installatie voor meting van zendbuizen werd omgebouwd naar een zender. De zender bestond uit 3 losse onderdelen die deels verstopt waren in het Natlab of natuurkundig laboratorium zoals toen heette. Een deel van installatie was zo groot dat deze niet te verstoppen was. Men heeft de Duitse toezichthouder voor de gek gehouden en dat deel van de zender voorgesteld als een meetstation voor radiobuizen, wat ook zo was. 

Cor Gehrels (1906-1945) heeft een groot deel van het bouwwerk gedaan, geholpen door andere collega's. Waarschijnlijk heeft ook Gerrit Bakker meegewerkt. Gerrit werkte als laborant hij in het Natuurkundig Laboratorium, hij was gespecialiseerd in elektro- en radiotechniek. Hij is later naar Groningen gestuurd om daar een zender te bouwen. Hij is daar betrapt en in maart 1944 dood geschoten terwijl zuid Nederland al bevrijd was. 

In de laatste oorlogsdagen is, toen de moffen alles wegroofden, is de ruimte waar de zender stond, verstopt achter een stapel dozen. De zender was bij de bevrijding van Eindhoven al klaar voor gebruik maar door gebrek elektriciteit, geen waterdruk voor de koeling en administratief gedoe over de zendfrequentie met de Engelsen, pas te beluisteren op 3 oktober 1944.

Een van de eerst omroepsters was Netty Rosenfeld, ze had als Joodse in Eindhoven ondergedoken gezeten. "Zij was een mooie meid en had een prachtige radiostem. Ze kon ook heel goed zingen. Ze heeft hier met diverse bands nog opgetreden onder de naam Netty van Doorn", herinnert Nijsen zich nog in het Eindhovens Dagblad. 

Speciaal uit Engeland was H. J. van den Broek al op 19 september 1944 overgekomen naar Eindhoven om met zijn bekende stem de zender het juiste vertrouwen te geven. In de oorlogsjaren was hij een van de vaste omroepers onder de schuilnaam „Rotterdammer” De heer van den Broek was o.a. met Drs. L. de Jong en A. den Doolaard de ziel van Radio Oranje „de stem van strijdend Nederland”. 

De dag dat van den Broek aankwam, werd Eindhoven gebombardeerd door de Duitsers, hierdoor en andere oorzaken zijn de uitzendingen later begonnen. Negentig procent van de Herrijzend Nederland medewerkers kwamen uit Eindhoven. Na een oproep leverden honderden Eindhovenaren hun platencollectie in, voor de muziek op de zender. 

Herrijzend Nederland zond in mei 1945 dagelijks hele lijsten uit van gevangenen die terugkeerden uit gevangenschap. De communistische krant de Waarheid publiceert de lijsten van ex-politieke gevangen. Een aantal personen komen uit Eindhoven. zoals: Johannes v. d. Haar, Walter Heeren, Jantje Kapman, Stephan Hanstein, Serge Kaplan, Carolus Rijkaart, Walter Heeren, Alfred Pappers, Gerrit Beenink, Aaltje Buys, Francisca Durigo, Johan van Hapert, Maria van Hoop en George de Graaf.

Herrijzend Nederland, naast Radio Oranje in Londen, was vanaf dat moment de tegenhanger van de door NSB'ers geleide gelijkgeschakelde "Nederlandsche Omroep" in Hilversum, die tot 6 mei 1945 uitzond.

Uiteindelijk ging radio Hilversum weer uitzenden voor heel Nederland, een radiozender bouwen is één maar uitzenden van radioprogramma's was toch weer een ander vak.