|
Extra:
In september 1930 vond in Eindhoven voor het eerst een opgraving plaats. De
aanleiding van die opgraving was het graven van het Beatrixkanaal. Op de
plaats waar nu de haven in de Hurk ligt, op een hooggelegen terrein dat
destijds de Rooijakkers werd genoemd, troffen arbeiders prehistorische
potscherven aan. In juli 1931 vond nogmaals onderzoek plaats. Er werd een
‘Germaanse woning’ ‘met voorraadsvaten’ opgegraven.
Het gaat
hier om een nederzetting uit het begin van de ijzertijd (ongeveer 600 v.Chr.)
die op een hoge zandrug langs het beekdal van de Gender lag. Voor zover
bekend is van deze nederzetting slechts één huis opgegraven, met daarin de
beide potten, die als ‘koelkast’ hebben gediend. De 71 cm en 75 cm hoge
voorraadvaten zijn kenmerkend voor de vroege ijzertijd. Ze zijn ook elders
in de regio gevonden, zoals op de Geestenberg (Eindhoven), te Bladel en
Boekel. De voorraadvaten zijn gerestaureerd en bevinden zich in de
verzameling van het Rijksmuseum
van Oudheden te Leiden.

Grotere schepen door dieper Beatrixkanaal
EINDHOVEN - Het Beatrixkanaal wordt uitgediept. Mogelijk worden op termijn
ook de bruggen over het kanaal bij Batadorp in Best verhoogd.
Het Beatrixkanaal, eigendom van de gemeente Eindhoven, wordt daardoor
toegankelijk voor grotere vrachtschepen. Nu is de waterloop alleen
bevaarbaar voor kleinere, oude Kempenaars. Maar zelfs die kunnen niet
volledig worden beladen omdat ze dan te diep komen te liggen en vastlopen.
Kempenaars worden nu beladen tot zo'n 350 ton; ruim 100 tot 150 ton minder
dan het feitelijke laadvermogen. Vervoer over water is daar dan ook niet
echt efficiënt. Het kanaal is nu op veel plaatsen net 1.90 meter diep. |
Het Beatrixkanaal wordt volgens ir. Frank van Swol, hoofd van de afdeling
Groen en Water van de gemeente Eindhoven tot zo'n 2,5 meter uitgegraven. Dat
uitbaggeren gebeurt in 2011. De waterloop wordt daardoor bevaarbaar voor
duizendtonners. Bedrijven als Beamix, Brameco-Zon en HKS Metals aan de
Beatrixkade op industrieterrein De Hurk kunnen daardoor meer lading over
water gaan vervoeren. Tot dusver wordt zo'n 200.000 ton vracht per schip
aan- en afgevoerd. Dan kan volgens prognoses van de gemeente toenemen tot
meer dan 600.000 ton per jaar.
Het Beatrixkanaal is gegraven in de vorige crisistijd, in de jaren dertig
van de vorigre eeuw. Het laatste grootonderhoud dateert van rond veertig
jaar geleden. Al met al gaat de – wat officieel heet – opwaardering tot
vaarklasse III zo'n 27 miljoen euro kosten.
Het overgrote deel daarvan, zo'n 15 miljoen, wordt in nieuwe beschoeiing
geïnvesteerd. De eerste damwanden zijn inmiddels geslagen.
Vanaf de Beatrixhaven op industrieterrein De Hurk tot de aansluiting op het
Wilhelminakanaal in Best meet het Beatrixkanaal bijna 15 kilometer. Daarvan
moet de beschoeiing aan weerszijde worden vernieuwd. Waarschijnlijk is het
hele project klaar in 2013. Gerekend wordt op zo'n 10 miljoen rijkssubsidie,
geld van de provincie en het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven. De rest
moet de gemeente Eindhoven terugverdienen via havengelden. Er wordt nu zo'n
30 cent per ton vracht berekend.
Plannen om het kanaal grondig te reconstrueren dreigden vorig jaar nog te
verzanden omdat de financiering op problemen stuitte. Ook bedrijven die van
het kanaal gebruik maakten zouden miljoenen moeten meebetalen. Die voelden
daar niets voor.
Dat de kosten voor een deel worden doorberekend in het havengeld is voor de
betrokken ondernemingen wel acceptabel.
Bron: ED, 21 augustus 2009
Wikipedia:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Beatrixkanaal
|

Foto's; juli 1957 Riek De Waal - IJsseldijk


Leemtreintje bij het Beatrixkanaal

Haven Beatrixkanaal foto ? 1990
 1996 Foto: ?
|
Beatrixkanaal
Eindhoven
Het circa 14 km lange Eindhovens kanaal tussen Eindhoven en de
ZuidWillemsvaart was bijna een eeuw lang de enige vaarverbinding die
Eindhoven bezat. Pas in 1940 kwam door de aanleg van het Beatrixkanaal, de
zo gewenste verbinding met het
Wilhelminakanaal tot stand.
De gemeente Eindhoven wilde in de jaren '40 van de 19e eeuw de handel en
nijverheid nieuw leven inblazen. Een aansluiting op de Zuid-Willemsvaart
leek daarvoor uitermate geschikt. Op 4 juli 1845 verleende de rijksoverheid
goedkeuring en twee maanden later volgde de aanbesteding.
De investering van f 180.000 die door deze gemeente met nog geen 3.000
inwoners moest worden opgebracht, heeft in de 19de eeuw wel zijn vruchten
afgeworpen. Van de geïnde kanaalgelden bleef zelfs zoveel over, dat zonder
bezwaar aanzienlijke bijdragen in de aanleg van wegen mogelijk waren. Tussen
1900 en 1920 vervijfvoudigde het scheepvaartverkeer op het Eindhovens
kanaal. Toch waren er veel klachten over het kanaal. De schippersvereniging
Schuttevaer vatte in 1905 de bezwaren kernachtig samen: het kanaal was te
smal en te ondiep, had een te geringe doorvaarhoogte bij de bruggen en kende
bovendien nog te hoge heffingen. Ondanks uitgevoerde verbeteringen bleef de
aandacht uitgaan naar een verbinding met het
Wilhelminakanaal . Uiteindelijk gaven niet
de scheepvaart- maar de afwateringsbelangen de doorslag. Het in cultuur
brengen van gronden nam in de jaren '20 zodanig toe, dat het bestuur van het
waterschap
Het Stroomgebied van de Dommel genoodzaakt was een nieuw afwateringsplan te
maken. De hierbij voorziene zijdelingse afleiding van het water van Dommel
en Gender ten zuiden van Eindhoven moest via een afwateringskanaal zijn weg
vinden naar het
Wilhelminakanaal . De noodzaak van zo'n
kanaal, gevoegd bij de wens van Eindhoven om een scheepvaartkanaal te maken,
leidde in 1930 tot de aanleg van het Beatrixkanaal. Evenals ten tijde van de
aanleg van het Eindhovens kanaal was er ook nu sprake van een economische
recessie. Dank zij een werkverschaffingsubsidie van het rijk was hervatting
van de onderbroken werkzaamheden mogelijk. Pas na tien jaar was het 8,5 km
lange kanaal voltooid. Van de officiële opening in mei 1940 is niets
terechtgekomen omdat de oorlog uitbrak. De tweede dag van de oorlog gingen
vier splinternieuwe bruggen de lucht in.
Bij de bevrijding van Eindhoven in september 1944 liepen de inmiddels
herstelde bruggen weer schade op.
Het Beatrixkanaal is niet uitgegroeid
tot een drukbevaren route. Toch is de laatste jaren een toename van de
vaart merkbaar naar de haven aan het einde van het kanaal. Hier zijn op het
industrieterrein De Hurk drie bedrijven gevestigd die afhankelijk zijn van
transport over water. Omdat het Eindhovens kanaal in 1974 voor de
scheepvaart is gesloten, houdt de gemeente Eindhoven het Beatrix- kanaal in
stand.
De recreatieve waarde van beide kanalen mag niet ongenoemd blijven; ze
liggen grotendeels in een landschappelijk fraaie omgeving. Wandelaars en
fietsers kunnen hier hun hart ophalen.
Geraadpleegde literatuur
Lijnen door het Brabantse land p.105
Wieringen, J.S. van, `Het Eindhovens kanaal', in: Land + Water 12 (1968) nr.
6, 44-47 en 13 (1969) nr. 3, 26-30
|