"Eindhovensch Kanaal"

Eindhovens Kanaal  en Havenhoofd
Van een industriele bedrijvigheid naar een woon- recreatiefunctie rondom het Eindhovensch Kanaal

De laatste stukjes grond rondom het Eindhovense havenhoofd
krijgen een woonfunctie.

Havenkwartier 2008

De naam Havenkwartier verwijst naar de haven van het Eindhovensch Kanaal dat in 1846 is aangelegd. De haven zorgde destijds voor een opbloei van de bedrijvigheid aan het havenhoofd met onder andere een sigarenfabriek, bierbrouwerij en een houthandel. Ook nu nog is er een bloeiend bedrijfsleven, bijvoorbeeld net aan de overkant van het kanaal.
De start was 13 september 2008 in het Daf museum. Waarschijnlijk heeft de economische crisis er voor gezorgd dat dit plan niet is door gegaan. In 2017/2016   gaat het oorspronkelijke project weer van start door andere makelaars. De gemeentelijke bouwplannen voor dit gebied gaan terug  tot 2002. 

Havenkwartier wordt in 2017 DOK40

Daar waar de Eindhovense industrie floreerde is ondertussen een woonwijk ontstaan. Op de plek waar je tot het begin van deze eeuw het tapijtcentrum vond, wordt nu DOK40 gerealiseerd. Aan de kop van het Eindhovens kanaal, direct tegen de binnenstad. Aan de bestaande Havenstraat en Havensingel komen stadswoningen, passend bij de omliggende bebouwing, overgaand in een appartementengebouw passend bij de grotere schaal aan het kanaal. Woningen helemaal van deze tijd, met een "industriële touch" en het gevoel van het Eindhoven van weleer, aldus de wervende tekst van de makelaar.
www.dok40eindhoven.nl/

Havenhof

Havenhof: stads wonen op voormalige bedrijfslocatie
Op 25 januari 2017 klonk het startsein voor de bouw van 56 studentenwoningen en 38 stadswoningen in het gebied tussen de Vestdijk, Tongelresestraat, Havenstraat en Kleine Bleekstraat in Eindhoven. Samen met een werkgroep van omwonenden heeft woningcorporatie Woonbedrijf deze voormalige bedrijfslocatie, herontwikkeld tot een mooi en levendig stukje binnenstad met betaalbare huurwoningen.
Op diverse manieren wordt rekening gehouden met duurzaamheid. Het project krijgt o.a. zonnepanelen. De verwarming en warmwatervoorziening van de studentenwoningen is elektrisch. De stadswoningen krijgen een dakbedekking van sedum. Zo'n groen dak isoleert beter en het is koeler in de zomer. De sedumdakbedekking zorgt ervoor dat regenwater trager wordt afgevoerd naar de riolering.
bron: https://www.woonbedrijf.com/nieuws_/Paginas/nieuwbouw-Havenhof-Vestdijk.aspx

De voormalige garage van Jacques van der Meulen, later Tapijtcentrum Nederland

In 1936 vestigt de autogarage van Jacques van der Meulen (A. C. M. van der Meulen) zich op Kanaaldijk -Zuid 7g.  Zijn vrouw  Addy de Haan legde in die periode de eerste steen. De aanliggende panden van N.V. Linnen- en Damastweverijen v.h. C.E. Schroder & Zn. werden gekocht en omgebouwd en bij het bedrijf toeevoegd. In 25 jaar groeide het automobielbedrijf Jacques van der Meulen  uit tot ruim 6000 bebouwde m2 met 124 man personeel. Jacques van der Meulen was in de jaren 30 een bekende toerrijder en wint in 1932 en 1933 de zesdaagse Alpenrit met een Ford V8, zie poster 
Vanaf 1986 tot 2002 zit in het pand een vestiging van Tapijtcentrum Nederland. Vanaf 2002 zijn er plannen van nieuwbouw waar het "van der Meulen pand" een blijvende functie heeft. Na jaren leegstand,  brandt  in 2010 het pand af. De verkrotting was al veel eerder in gang  gezet en het orginele gebouw had behouden kunnen blijven.  In 2018 komt er een soort herbouw van het pand. Hieronder hoe Google foto's de verkrotting en na de brand heeft vastgelegd.  Daaronder een mogelijke situatiefoto van de herbouw in 2018.

2009  Alles in de stad dichtbij (dchtbij) Achteraf was het toch allemaal verder weg....

1845 start Eindhovensch Kanaal

Met de aanleg van de Zuid Willemsvaart van Den Bosch naar Maastricht in 1820 werd  Eindhoven gepasseerd, legde het Eindhovense stadsbestuur op eigen kosten het Eindhovensch Kanaal aan. Toen 20 jaar later de spoorlijnen gepland werden, werd Eindhoven 'niet gepasseerd', en kreeg het een station aan de spoorlijn naar Den Bosch.
De Zuid-Willemsvaart lag op grote afstand van Eindhoven en het bestuur van Eindhoven wensde eveneens een aansluiting op het kanalennet. In 1843 besloot het stadje Eindhoven (56 ha) voor eigen rekening een kanaal naar de Zuidwillemsvaart te laten graven. Men had al in 1826 geprobeerd dit voor elkaar te krijgen maar o.a. door de Belgische afscheiding was het uitgesteld. Met een lening van f 150.000 gulden kon men in 1843 beginnen met graven en was de aansluiting met de Zuidwillemsvaart in 1846 al gereed. Opmerkelijk is dat het gehele kanaal en zelfs de haven buiten het grondgebied van Eindhoven lagen. Maar de vooruitziende blik "een kanaal was in die tijd een economische factor" zorgde er wel voor dat rond 1850 de nijverheid in Eindhoven (en geheel Nederland) zich herstelde.
De gemeente Eindhoven wilde in de jaren '40 van de 19e eeuw de handel en nijverheid nieuw leven inblazen. Een aansluiting op de Zuid-Willemsvaart leek daarvoor uitermate geschikt. Op 4 juli 1845 verleende de rijksoverheid goedkeuring en twee maanden later volgde de aanbesteding.
De investering van f 180.000 die door deze gemeente met nog geen 3.000 inwoners moest worden opgebracht, heeft in de 19de eeuw wel zijn vruchten afgeworpen. Van de geïnde kanaalgelden bleef zelfs zoveel over, dat zonder bezwaar aanzienlijke bijdragen in de aanleg van wegen mogelijk waren.

In 1846 werd het kanaal geopend

Het graafwerk gebeurde met de hand. Veel behoeftigen uit de omliggende plaatsen waren blij met het werk, omdat de aardappeloogst van dat jaar was mislukt. De overige arbeiders kwamen uit andere Noord-Brabantse gemeenten.
Er waren ruim 500 arbeiders aan het werk. Daarvan waren er 415 afkomstig uit de omgeving. De mensen die van buiten de regio kwamen, waren over het algemeen ervaren grondwerkers die meer bij graafwerkzaamheden betrokken waren geweest. Sommigen daarvan woonden in zelfgebouwde plaggenhutten bij het werk, anderen hadden een onderkomen in een stad of een dorp in de omgeving.
Door de sterk gestegen prijzen van de eerste levensbehoeften ontstond onrust. Loonsverhogingen werden geëist, er werden stakingen georganiseerd en een samenscholing van ontevredenen werd door de marechaussee van Eindhoven, Helmond en Mierlo uiteen gedreven. 

Er werden, behalve duikers onder het kanaal door voor beide rivieren, ook tien identieke houten bruggen gebouwd, die erg hoog waren, zodat de schepen er onderdoor konden varen. Bij aanleg waren er slechts twee afwijkende bruggen; de hefbruggen bij de Zuid-Willemsvaart en de haven van Eindhoven. Verder kwam er een zwaaikom bij Tongelre. In 1846 werd het kanaal geopend. Men transporteerde vooral zware vrachten: machines en bulkgoed als steenkool en ruwe wol. Daarnaast kwamen ook houtvlotten naar Eindhoven, voor de industrie van lucifers en sigarenkistjes.

Tussen 1900 en 1920 vervijfvoudigde het scheepvaartverkeer

Tussen 1900 en 1920 vervijfvoudigde het scheepvaartverkeer op het Eindhovens kanaal. Toch waren er veel klachten over het kanaal. De schippersvereniging Schuttevaer vatte in 1905 de bezwaren kernachtig samen: het kanaal was te smal en te ondiep, had een te geringe doorvaarhoogte bij de bruggen en kende bovendien nog te hoge heffingen. Ondanks uitgevoerde verbeteringen bleef de aandacht uitgaan naar een verbinding met het Wilhelminakanaal. Uiteindelijk gaven niet de scheepvaart- maar de afwateringsbelangen de doorslag. Het in cultuur brengen van gronden nam in de jaren '20 zodanig toe, dat het bestuur van het waterschap
Het Stroomgebied van de Dommel genoodzaakt was een nieuw afwateringsplan te maken. De hierbij voorziene zijdelingse afleiding van het water van Dommel en Gender ten zuiden van Eindhoven moest via een afwateringskanaal zijn weg vinden naar het Wilhehninakanaal. De noodzaak van zo'n kanaal, gevoegd bij de wens van Eindhoven om een scheepvaartkanaal te maken, leidde in 1930 tot de aanleg van het Beatrixkanaal.
Tussen 1929 en 1934 werd het Eindhovensch Kanaal verbreed en gemoderniseerd. De voormalige haven van Zesgehuchten in Geldrop werd vergroot en kreeg ook een zwaaikom functie. Na de Tweede Wereldoorlog herstelde de scheepvaart zich tijdelijk, maar in 1974 werd het kanaal voor scheepvaart gesloten. 
Meer:
 http://eindhoven-encyclopedie.nl/index.php/Geschiedenis_van_het_Eindhovensch_kanaal_tot_1846

http://www.heemkundekringmyerle.nl/eindhovenskanaal.html

Cafe Het Havenhoofd

Al voor  1900 was dit het café van beurtschipper Petrus de Bont (1830  - 1900) gelegen Havenhoofd 5 te Eindhoven. Later jaren???  Gerarda, die was zijn Takhondje (Takshondje) kwijt in november 1943
Het cafe zijn vele sterke verhalen vertelt maar dit verhaal haalde alle landelijke kranten in 1940: "Gisteravond had de 65-jarige J. Tielemans uit de Bleekstraat alhier uit de haven een man, die door de duisternis te water was geraakt, gered. Tielemans ging daarna met zijn vriend Kooyman naar een café aan het havenhoofd.
Omstreeks half tien verlieten ze dit café weer. Een ogenblik later hoorden de overige cafébezoekers hulpgeroep. Het bleek, dat Tielemans en zijn vriend nu zelf te water waren
geraakt. Men slaagde erin hen op het droge te brengen. Kooyman kon naar huis lopen, doch Tielemans was bewusteloos. Alle pogingen om de levensgeesten op te wekken mochten niet baten."
In 1974 is het leegstaande cafe afgebroken.

Stoombootreederij

Stoombootdiensten van Eindhoven naar: Rotterdam, Dordrecht, Utrecht, Schiedam, Delft, Vlaardingen, Den Haag en Leiden
Affiche van de firma J. & A. van der Schuyt. Deze stoombootdienst verbond Eindhoven met de grote steden in het westen van het land.

Bevrachtingskantoor

Rederij  J & A van de Schuyt. Het middelste gedeelte van het gebouw was, voor de oorlog, bestemd voor paard en wagen. Het linkergedeelte was kantoor en opslagruimte van Rederij v.d. Schuyt, het rechtergedeelte was het kantoor van de havenmeester, waarachter de stal voor het paard. De boten van Rederij v.d. Schuyt voeren op Rotterdam, waar het hoofdkantoor was. Zij vervoerden vracht voor o.a. Philips, Mignot en de Block, Picus, Schellens en de firma Hezemans. Aan de rechterkant van het kanaal (voor de Persil gasketel) lag het kantoor van N.V. Koopvaart, deze vervoerde de vracht voor Amsterdam, beide firma's hadden twee vrachten per week heen en terug. De goederen werden met paard en wagen rondgebracht, later gebeurde dit ook per vrachtwagen.


Afvaart vanuit de Amsterdamse haven naar Eindhoven, verzorgt door N.V. Koopvaart  circa 1920

Drie momumenten bij elkaar:

Geklonken ijzeren hefbrug over het Eindhovensch Kanaal is een Rijksmonument. De kostprijs van deze in 1931 gebouwde hefbrug was fl. 8000, - Ontworpen door de Nederlandse staalindustrie uit Rotterdam. De hefbrug op dinsdag 2 februari 1932 officieel in gebruik genomen en kreeg veel landelijke publiciteit.
Het hefmechanisme van deze geklonken ijzeren brug functioneert niet meer.
Het kanaal zelf werd in 1846 op kosten van Eindhovense kapitaalverschaffers gegraven om Eindhoven een verbinding te geven met de Zuid-Willemsvaart en
is een belangrijke factor geweest in de industriële ontwikkeling van Eindhoven. De brug is van cultuurhistorische belang vanwege de bijzondere constructie.

Foto: ® Jos Lammers

Het hoekpand uit 1879 is voormalig café "De Valk", horend bij de voormalige bierbrouwerij aan de overzijde van de Tongelresestraat is een Gemeentelijk monument. Het pand ernaast is een woning. Op de verdieping, die in 1910 is aangebracht, staat een borstwering van opengewerkt metselwerk.  De entree naar het café is op de stompe hoek gelegen en wordt geflankeerd door geblokt gepleisterde pilasters die doorlopen tot boven de borstwering op het dak. Een bakstenen trappetje leidt naar de cafédeur in een portiek. De zes-ruits schuiframen zijn allen omlijst met geprofileerd pleisterwerk, de ramen op de begane grond zijn getoogd. Aan de zijde van het Kanaal is in 1950 een houten veranda aangebouwd. In 1936 heet dit café „De Hefbrug" en is door  ambtenaren een geheime distilleerderij ontdekt. De 
volledige distilleerderij is in beslag genomen.  De Tijd : 12-05-1936
Het pand, Tongelresestraat 62-64, is nu bewoond door bekende Eindhovense beeldhouwer en architect: John Kormeling.

Het DAF Museum was voorheen het gebouwencomplex van de voormalige stoombier- brouwerij De Valk, bouwjaar 1884. Later de ijsfabriek ant. Coolen & Co. Achter dit gebouw begon Huub van Doorne in 1928 een constructiewerkplaats, het begin van de DAF fabrieken. 
In 1931 verhuisde Huub van Doorne naar een andere werkplaats.
Het pand is nu een Rijksmonument.

Hefbrug Eindhovenskanaal als kunst en onderwerp in stripverhalen

Hefbrug aan je muur?

Hefbrug Eindhovenskanaal en DAF museum van Joep de Groot Koop dit werk op canvas, aluminium, Xpozer, (ingelijste) fotoprint of behang, op maat geprint in Fine-Art kwaliteit. Van 95 tot 430 euro.
https://www.werkaandemuur.nl/nl/werk/Hefbrug-Eindhovenskanaal-en-DAF-museum/217742

Zeefdruk ‘De Stem Van Sonare

Jan Vervoort oplage 100 stuks, gedrukt op 250 grs. papier , twee drukgangen [zwart met blauw als steunkleur] Pagina 34 van ‘De Stem Van Sonare’ formaat A3 [29.7 x 42 cm]
De hefbrug uit 1932 aan de Tongelresestraat, vlakbij het havenhoofd, is rijksmonument geworden vanwege zijn cultuurhistorisch belang en als voorbeeld in de ontwikkeling van de bruggenbouw. 
Het is een markant punt van Eindhoven, de hoek kanaaldijk Noord - Tongelresestraat staat dit gemeentelijk monument, het voormalige café de Valk / de Hefbrug. Een beeldbepalend gebouw met een lange historie. 

Hoogspanning in Eindhoven

Tekening uit Hoogspanning in Eindhoven met de "hefbrug".
De hefbrug aan de Tongelresestraat is rijksmonument geworden vanwege zijn cultuurhistorisch belang en als voorbeeld in de ontwikkeling van de bruggenbouw. Overigens functioneert het hefmechanisme van deze geklonken ijzeren brug niet meer.
Ook zien we de Daf fabrieken

Jacques van der Meulen wint de zesdaagse Alpenrit 

Jacques van der Meulen was in de jaren 30 een bekende toerrijder en wint in 1932 en 1933 de zesdaagse Alpenrit met een Ford V8.

Vesteda toren

Vestedatoren

De Toren is een gezamenlijke ontwikkeling van Van Straten Vastgoed en Vesteda. Dat is een opmerkelijke samenwerking tussen twee projectontwikkelaars die elk op een heel eigen terrein van de vastgoedmarkt actief zijn. Van Straten Vastgoed richt zich met name op de ontwikkeling van vastgoed, terwijl Vesteda zich concentreert op het beheer en de verhuur van hoogwaardige huurwoningen. De samenwerking in de Toren betekent dan ook dat alle woningen die erin gerealiseerd worden bestemd zijn voor de huursector.
Meer op de speciale pagina  Vestedatoren