Plattegrond Eindhoven 1583
Rond 1600 maakte Frans Hogenberg een kaart van Eindhoven zoals dat er in 1583 uitgezien zou hebben.
Het blijkt dat de structuur van de stad weinig veranderd is.
 

 



(collectie Bauke Hüsken, Eindhoven)


 

Eindhoven in 1583 door De kunstenaar is Franciscus Hogenberg, zomer 6 juni 1583

Eindhoven was in de middeleeuwen een kleine ommuurde nederzetting, eigenlijk nauwelijks een stad te noemen. Deze prent is gemaakt aan de hand van een tekening die zich op het moment in Brussel bevind.
In 1583 nam Graaf van Mansfeld de stad in en liet de belegerde troepen vertrekken naar Herentals (Belgie)

Bovenin is de Gestelse poort getekend. Een statumse en Woenselse poort schijnen er ook geweest te zijn.

Rechter Torentje: Is het stadhuis, dat in de 19e eeuw vervangen werd. In 1965 is dit stadhuis weer afgebroken.

 

Linker toren: Dit is de oude kerk die in de 19e eeuw is gesloopt en de huidige Catharinakerk is hiervoor in de plaats gekomen.
 


Franse schematische kaart van Eindhoven uit de 17e eeuw.
Collectie Rijksuniversiteit Leiden

 





klik op de kaart voor een vergroting

 

In de Middeleeuwen (887 - 1418)

Kort voor 1232 is waarschijnlijk de nederzetting Eindhoven aan de samenvloeiing van de Dommel en Gender ontstaan op een gebied met een hardere bodem waar nu het Marienhage klooster is. In het jaar 1232 verleende hertog Hendrik I van Brabant aan de inwoners vrijheidsrechten, een eigen bestuur, eigen rechtspraak en een weekmarkt waar de omwonenden hun producten verplicht waren te verkopen. Dit privilege kan je een soort stadsrecht noemen, omdat de stad Eindhoven haar ontstaan eraan te danken heeft. 
Eindhoven was in die tijd een kleine "stad" met een bevolking die voornamelijk bestond uit kooplui en boeren. 
De nederzetting die deel uitmaakte van de parochie van Woensel kreeg haar eigen parochiekerk, die in 1399 tot kapittelkerk werd verheven.

In de Bourgondische tijd (1419 - 1567)

De "stad" was inmiddels zo belangrijk geworden voor de omgeving dat in 1423 hertog Jan IV de nederzetting volledige stadsrechten gaf. Eindhoven had vanaf toen het recht van 'ingebod en uitpanding' uit te oefenen. Dat hield in dat iedereen voor de stedelijke schepenbank kon worden gedagvaard wanneer hij een overeenkomst niet nakwam die hij voor de Eindhovense schepenen was aangegaan.
In 1419 organiseerde Jan van Schoonvorst van de heren Cranendonk de ambachtsgilden. Ook gaf hij de stad recht op het heffen van accijns. 
Jan van Schoonvorst gaf zijn burcht af aan de reguliere kannunikken van Sint Augustinus die het als klooster in gebruik namen. Zelf trok hij in een nieuw kasteel op de plaats van Ravensdonck in. Dit kasteel maakte deel uit van de vestingwerken die bestonden uit wallen, poorten en een gracht. De stad heeft toen waarschijnlijk uitgezien als een fort.
Palmzondag 1485, de stad wordt stormenderhand ingenomen door de Geldersen. De hele stad gaat op in vuur en vlam. Slechts zes huisjes buiten het stadscentrum blijven gespaard. 
Om de stad te herstellen word er van iedereen in Peel- en Kempenland twee stuivers belasting geheven.
Het Gelderse terreur hield echter niet op, vele andere keren werd Brabant onder de voet gelopen. Hierdoor trokken veel welgestelde Eindhovenaren weg naar Antwerpen. Voor Eindhoven braken onrustige tijden aan. 
Het opkomende Lutheranisme in de stad zorgde voor grote onrust. Om de burgers op het rechte pad te houden schreef de deken van het kapittel, Wijnanad Kincks, het "Stichtelijk Boeksken". Dit boekje werd een echte bestseller. Het effect ervan bleek echter niet goed te werken, want de Lutherse lezers konden na het lezen van een tekst, waarin stond dat ze blindelings naar de hel zouden varen, niet echt tot inkeer komen.

Behalve politieke problemen doken er ook sociale problemen op: door het 'geld in natura' - schoenen en eten - dat achter in de kerken werd uitgedeeld aan armen, kwamen er steeds meer bedelaars op de stad af. Maximiliaan van Buren, die heer van Eindhoven was, probeerde de invasie te stoppen door een reeks veroor-delingen. Dit hielp echter niet.
In 1543 plunderde de Gelderse legerleider Maarten van Rossum de stad. De pest brak uit en in elf jaar na de plundering brandde de stad voor drie kwart af omdat de huizen te dicht op elkaar waren geplaatst. Daarna volgde de klap vanuit het binnenste zelf van de stad: glasmaker Gerard Loyen steunde de Calvinis-tische predikanten die iedereen aanspoorden tot vernielingen. In 1566 werd in de Sint Catharinakerk zwaar beschadigd door de beeldenstorm. Het stadsbestuur en de katholieken zagen toe maar konden niets doen.

Eyndhoven = Eindhoven 1560
kaart: Jacob van Deventer

Deze tekening is een reconstructie van Eindhoven aan de hand van de Stadsplattegrond van Jacob van Deventer.
Zie meer op: http://www.theoldhometown.com/eindhoven/picture.asp?id=425

Tijdens de Nederlandse Opstand (80-jarige oorlog 1568 - 1648)

Niet alleen de onvrede met de kerk maar ook een economische crisis was de aanleiding tot onrust. Prins Willem van Oranje, die door een huwlijk met Anna van Buren heer van Eindhoven was geworden, reageerde niet op de beeldenstorm; wel reageerde hij op de brand en eiste dat de markt en de straten zouden worden rechtgetrokken. De persoon die wel reageerde op de beeldenstorm was hertog van Alva, die in naam van de Koning 22 inwoners voor eeuwig verbande en hun goederen verbeurd verklaarde.

De 80-jarige oorlog was begonnen. Afwisselend namen de Spaanse en de Prin-selijke troepen de stad in. Na de inname van Eindhoven in 1583 werd de stad ontmanteld in opdracht van landvoogd hertog van Parma. De wallen werden geslecht. Dit was een grote klap voor Eindhoven. Een groot deel van de nijvere bevolking vertrok naar de textielcentra Leiden, Haarlem, Amsterdam of het Duitse Goch.
Eindhoven was na de ontmanteling ingestort. Van de 450 huizen stonden er nog maar 40 overeind. Eindhoven heeft al zo geleden onder het geweld van de 80-jarige oorlog dat het een akkoord sluit met Woensel, Gestel, Strijp, Stratum en nog enkele andere plaatsen in de regio, dat ze zich gezamenlijk zullen overgeven aan het geweld. Vooral na de inname van Den Bosch in 1629 was er veel geweld. De troepen die langs kwamen plunderden alle dorpen en namen geregeld bewoners mee het bos in om ze daar door martelingen al hun geld te laten afstaan. Eindhoven werd staats, de katholieke kerk gesloten.

In de tijd van de Republiek (1649 - 1794)

De handel herstelde zich langzaam na de vrede van Munster. In deze periode leken de scherpste kanten van de achterstelling van het katholieke volksdeel min of meer verdwenen. De kerken en de Latijnse school waren in de handen van de protestanten maar de gilden waren grotendeels katholiek. Ook sommige leden van het bestuur waren katholiek.
De inval van de Fransen in het jaar 1672 was zowat een van de laatste van de serie rampen. De inval leidde tot brandstichtingen en tol heffingen. De Prins lette niet op de klachten van de bevolking van Eindhoven over 'paapse stoutigheden'. De priesters die in schuren predikten bleven ook ongezien.
De textielnijverheid bloeide weer op ondanks de in- en uitvoerrechten die de handel in producten uit het generaliteitsgebied bemoeilijkten. Omdat de lonen een stuk lager waren in dit gebied, lieten kooplui een deel van het linnen weven om vervolgens te verkopen als 'Hollands linnen'. Dit was in het profijt van de textielnijverheid. Na 1730 begonnen Eindhovenaren in groepjes steeds meer de activiteiten van de Hollandse commissiebazen over te nemen. Door alle activiteiten werd het marktplein te klein. Daarom werd de markt uitgebreid naar de straten rond de echte markt. 
Nieuwe tijden braken aan. Opvattingen van vrijheid, geluk en broederschap werden bijgesteld. Rijkere burgers begonnen bij elkaar te komen om de wekelijkse nieuwtjes bij te praten en gezamenlijk de kranten te gaan lezen. Het waren patriotten.
Tot deze patriotten behoorde ook Jan van Hooff. Hij kwam in 1787 in actie tegen het stadhouderlijk regime. Hij werd gearresteerd maar ontsnapte naar Frankrijk. Hij kon terug komen met de Franse legers.

In de tijd van Napoleon en het koninkrijk met België (1795 - 1830)

Na de Bataafse Omwenteling in 1795 werd Brabant gelijkgesteld met andere gewesten. Jan van Hooff kreeg toen een plaats in het landsbeheer.
De omwenteling werd een groot feest. Op de markt werd er gedanst rond de vrijheidsboom, maar na de Napoleontische oorlogen kon er met de komst van Willem I pas echt sprake zijn van vrijheid.
In 1809 werd de Catharinakerk terug gegeven aan de Katholieken. Het was er een bende. De hele kerk was vuil en kapot. Dit kwam omdat de kerk in de Franse tijd als kwartier had gediend voor de ruiterij, ook was de kerk jarenlang een broodbakkerij geweest voor de troepen. 
De industrie kwam weer een beetje op gang. In 1816 werd in de fabriek van J. Th. Smits en Zonen de eerste stoommachine van Brabant geïnstalleerd. In 1816 was een tweede merkwaardige fabriek verrezen over de Dommel. Honderden arbeiders gingen er werken. Het doortrekken van de straatweg van Den Bosch - Best via Lommel naar Luik bevorderde de opbloei.
 

In de tijd van industrialisering en strijd om rechten (1831 - 1913)

Aan het eind van de jaren dertig van de 19e eeuw liep de economie weer terug. De oorzaak was een aardappelschimmel waardoor er op zijn beurt weer hongerrellen ontstonden. De redding kwam, toen na eindeloos lobbyen in 1843 de Koninklijke goedkeuring werd verkregen voor aanleg van een kanaal naar Helmond. Dit kanaal gaf Eindhoven de aansluiting op de Zuid-Willems vaart en dat ontsloot op zijn beurt weer het achterland. De obligaties van 500 gulden werden maar liefst in vier uur acht keer overtekend. Door de voltooiing van het kanaal in 1846 kwam de economie eindelijk op het goede spoor.
De werkgelegenheid voor vrouwen nam toe. Koploper was de sigarettenfabriek van de allochtonen Mignot en De Block. Zij namen vrouwen aan, omdat ze 'zuiniger waren met de tabaksbladeren', maar in werkelijkheid namen ze vrouwen in dienst omdat ze geen 'maandag' hielden.
In 1866 was de verbinding van Eindhoven met Antwerpen, Brussel, Venlo en Keulen klaar. Dit gaf veel kans voor de opkomende industrie. Later was de stoomtram ook werkelijkheid en die bracht de stad een beter contact met de omgeving. Eindhoven bleef een plaats waar boeren hun producten konden verkopen. 
De renovatie van de Sint-Catharinakerk werd voltrokken. De renovatie koste zoveel dat het bestuur moest besluiten om de directeur van het zangkoor te ontslaan en het orgel te verkopen. Op verzoek van de deken Van Someren werden de gelovigen benaderd om god te geven wat hem toebehoorde. Zo werd er F 40.000,- gulden in het laatje gehaald. In 1871 werd ook een ander enorm bouwwerk voltooid: het nieuwe stadshuis.

De vreemdelingenondernemers streefden naar EFFICIENCY - rendement. Ze streefden naar goedkoop produceren met een hoog rendement. De oude ondernemer was blij met een netto winst waarvan hij redelijk in leven kon blijven. De 'nieuwe ondernemer' wou meer. Het contact tussen werkgever en werknemer stierf weg. Goedkope arbeidskrachten kwamen uit Duitsland over naar de in 1891 ontstane Philips gloeilampen fabriek. Philips trok in 1906 de eerste academici aan. Het bedrijf was toen al behoorlijk groot. 
Arbeidsconflicten braken uit.

Sigarenindustrie, 1907, massale staking, tweeduizend werknemers leggen het werk neer, zes weken platliggende industrie, compromis na zes weken. 
Philips, 1910, staking naar aanleiding van het 'feestdagenconflict', werknemers moeten doorwerken op Driekoningen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum (1914-1939)

Omringende dorpen worden bij 'Groot-Eindhoven' ingelijfd na eigen beroep. Woensel, Gestel, Stratum, Strijp en Tongelere kampen met te weinig woningen door de grote toestroom van arbeiders. Op 1 januari 1920 wordt 'Groot-Eindhoven' geboren. De vijf omringende gemeenten worden geannexeerd. Eindhoven heeft nu een oppervlakte van 64,37 km2 en een inwoneraantal van 45.630 mensen.
De stad is klaar voor een nieuw tijdperk.
 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw (1940 - 1950)

Eindhoven is helemaal platgebombardeerd in de Tweede Wereldoorlog. Het resultaat was ongeveer 500 platgebombardeerde woningen. De binnenstad heeft daardoor heel weinig oude gebouwen.
In 1950 had Eindhoven 138.700 inwoners. Veel arbeiders in de fabrieken werden met bussen uit de verre omtrek aangevoerd.
 

Tijdens de opbouw van de welvaartsstaat (1951 - 1980)

Vooral door Philips, maar ook de autofabriek van de gebroeders van Doorne (DAF), groeide Eindhoven uit tot de stad die het nu is. Heel belangrijk was de komst van de tweede technische hogeschool na die van Delft.

Bron: site.endovia.dse.nl/ (is in sept. 2009 door dse uit de luht gehaald