Philips personeel in het verzet deel 2 van 5

1940 - 1944

Een overzicht van het verzet door Philipspersoneel in Eindhoven
Dit overzicht is nooit compleet, we doen ons best maar uw hulp is welkom.

Philips verzet deel 1

Philips in de oorlog
Het "stille" verzet
Productie saboteren
Bankier van het verzet
Geheim agent Philips
Commandant verzetsgroep
Spionage en microfilm
Bouw geheime zender
Herrijzend Nederland

Philips verzet deel 2

Spontane opstand
Eindhovense boksclub
Illegale zender
Sicherheitsdienst
Brandbommen en pilotenhulp
Partizanen en provocatie
Overval DK Geldrop
Verraders
Zender uitgepeild
Leveren radiomateriaal
Post en mensen smokkelen
Minister van Oorlog
Trein duikt onder

Philips verzet deel 3


Wie is nog te vertrouwen?
Voorbereiding op oorlog
Mini-radio’s
Philips vliegenier
Vervalsen documenten
Brandbommen
J uit persoonsbewijs
Verzet in Roemenië en Litouwen
Valse papieren
April-Mei stakingen 1943
Executies bij Phillips
Meer verzet en sabotage

Philips verzet deel 4

Zij, die sneuvelden. Overzicht van personen, werkzaam bij Philips, die in de mei dagen 1940 en tijdens de oorlogsjaren 1940 -1945 zijn overleden.

Philips verzet deel 5

Fotopagina van de viering 50 jaar Philips, tevens een protest tegen de Duitse bezetter.
De viering van het vijftigjarig bestaan van de onderneming op 23 mei 1941 liep uit op een vorm van symbolische verzet.

"spontane opstand 1941"

De viering van het vijftigjarig bestaan van de onderneming op 23 mei 1941 liep uit op een vorm van symbolische verzet.

Vijftigjarig bestaan van Philips op 23 mei 1941

Terwijl Frits Philips morgens in het Ontspanningsgebouw procuratiehouders en vertegenwoordigers van het personeel toesprak, trokken arbeiders van de glasfabrieken naar dit gebouw om hem voor de feestgave, namelijk twee weken extra loon, te bedanken. Op hun weg sloten zich van alle kanten duizenden medewerkers aan die, in een lange stoet, aan de inmiddels gewaarschuwde Frits Philips voorbij trokken.

"... daar kwam het duizendkoppige Philipsgezin in optocht aanzetten. Meisjes in hun witte montagejassen, mannen op karren, op electrische fabriekswagentjes, glasblazers met hun ijzeren staven, allen uitgedost met oranje of roodwit-blauwe sjerpen om, feestmutsen op, strikken in het haar ..." 

's Middags kwamen op het binnenplein van de Philipsfabrieken aan de Emmasingel duizenden uitbundige personeelsleden bijeen een fascinerende schouwspel volgens bedrijfsleiders, zij vroegen Frits om ook naar de Emmasingel te komen. Felicitaties volgden, handen werden geschud. Iedereen wilde hem zien en spreken. 

Toen hij in de menigte onder dreigde te gaan, namen enkele stevige mannen, onder wie de bedrijfsleider van de elektronenbuizenfabriek ir. Th. Tromp, hem als betrof het een groot sportkampioen op de schouders. Frits Philips liet zich enige tijd verrukt meevoeren in de warme stroom van dankbetuigingen en gevoelens van saamhorigheid. Het nam echter niet weg dat hij zich realiseerde dat dit spontane feest door de Duitse autoriteiten anders zou kunnen worden opgevat. De met de nationale kleuren getooide menigte maakte zelf duidelijk dat de band met Philips even sterk was als die met Oranje. Mogelijk met de in Amsterdam zo bloedig onderdrukte februaristaking in gedachten, nam Frits Philips na enige tijd het woord om zijn personeel voor de rest van die middag vrijaf te geven en naar huis te zenden.


Nadat hij officieel vrij had gegeven, begon, aldus Frits Philips, het feest pas goed. Zingend en hossend trok iedereen de stad in. In een grote optocht defileerden men langs De Laak, het woonhuis van Anton Philips aan de Parklaan. Wanneer verbaasde of onthutste Duitse militairen of politiefunctionarissen in de stoet belandden, kwam het tot plagerijen en demonstraties van vaderlandsliefde.? Naar verluidt werd zelfs de auto van de Duitse opperbevelhebber generaal Von Falkenhausen, die toevallig een bezoek aan Philips bracht, met een rood-wit-blauw vlaggetje versierd. Aan NSBʻers werden luidkeels gewetensvragen gesteld; een van hen, een politiecommissaris Dijs, werd door een messteek verwond, nadat hij een meisje een ernstige hoofdwond met zijn zwaard had bezorgd. De mensen konden die beide politieheren wel vermoorden. Lees apart verslag dat in de Philips Koerier 14 mei 1971 verscheen.

De reactie van de bezettingsautoriteiten bleef niet lang uit. Een eenheid van de Sicherheitspolizei werd inderhaast vanuit Tilburg naar Eindhoven gedirigeerd. Op de markt in Eindhoven bracht het bataljon mitrailleurs in stelling. Tot een noodlottige confrontatie met de feestvierende massa kwam het echter niet. Een hevige regen- en onweersbui dreef merendeel met spoed naar huis. Nochtans gaf de commandant van de Sicherheitspolizei de opdracht aan het gemeentebestuur om voor die dag een avondklok in te stellen. Na de weigering van burgemeester Verdijk nam de pro-Duitse en ex Philips bewakingsdienst, onlangs benoemde politiecommissaris W. Dijs het op zich om het bevel uit te voeren.

Volgens dagboek gegevens van Reinder Keizer is er twee dagen lang "een staat van beleg in Eindhoven" afgekondigd. Iedereen die na 8 uur ‘s avonds is opgepakt, moet in een gymnastiek lokaal 11 uur lang in de houding staan. 

Uitgebreid doet Frans Dekkers in zijn boek Eindhoven 1933-1945 p. 180-196, uitg. 1982 een ietwat ander verslag van de gebeurtenissen, kort samengevat: Politiecommissaris Dijs had 's middags al geprobeerd met zijn zwaard in de hand om de mensenmassa huiswaarts te sturen en hij liep daarbij zelf een messteek op. Naast de politie provoceerden ook aantal NSB-ers en WA-mannen de feestgangers en het wordt hierdoor rumoerig in de binnenstad. Er wordt, om 20.00 uur, een avondklok ingevoerd, dit feit ontgaat menig feestvierder, omdat de pamfletten pas rond 19.30 verspreid worden. Die avond zijn zo'n 400 mensen gearresteerd, dit feit is volgens Dekkers nergens gepubliceerd.

's Avonds was er een radiotoespraak van Anton Philips via de zender Boston. Hoe de informatie over datum en tijd van de uitzending Philips had bereikt is niet duidelijk. Maar eenmaal bij een enkele ingewijde bekend, was de verspreiding van die wetenschap binnen het bedrijf geen probleem geweest. In een van de liften in de fabriek had Van Riemsdijk de even uitdagende als simpele boodschap gelezen: Dr. Anton 9.15.

Naar de radio luisteren kon nog in die dagen. Een jaar later, 13 mei 1943, kregen alle Nederlanders de opdracht dat ze hun radio’s moesten inleveren. Wie dat niet deed, riskeerde een gevangenisstraf of zelfs de doodstraf.

Vele Philips mensen zullen 23 mei 1941 herinneren als een vorm van verzet. Een protest tegen de bezetter. Dit 'symbolische verzet' geeft vooral het gevoel om de moed er in te houden. 

Merendeel van de tekst afkomstig uit "onder Duits beheer" p. 198 - 202, Geschiedenis van Philips deel 4, 1997.

Eindhoven had zijn eigen Anjerdag  op 23 mei 1941
Op 29 juni 1940 kwamen in Den Haag veel Oranjegezinde Nederlanders bijeen. Het was de eerste verjaardag van een lid van het koninklijk huis, prins Bernhard, sinds de inval van Duitse troepen. De dag werd aangegrepen om uiting te geven aan de trouw aan het Koningshuis. De dag kwam bekend te staan als Anjerdag. Het was de eerste keer dat in Nederland openlijk geprotesteerd werd tegen de Duitse bezetting. Oranje uittingen werden hierna verboden.

Na de oorlog is de anjerdag nog een aantal jaar gevierd. Prins Bernhard heeft zijn hele leven met een anjer gelopen. Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld had trouwens al sinds zijn studententijd de gewoonte zich met een witte anjer te tooien. affiche RHCe.nl 

Eindhovense Boksclub

"de groep Van Moorsel"

F. van Moorsel, werkzaam op afdeling Secretariaat vormden samen met de octrooigemachtigde mr. dr. C.H.G. Mellema (Cor), eind 1940 een spionagegroep waarbij zich meer dan twintig andere Philipsmedewerkers aansloten. De groep kwam bijeen in de Eindhovense Boksclub gevestigd in café Le Coureur, Eindje 49 Eindhoven.

Wellicht door toedoen van zijn chef mr. J. Hamming, die al ruim voor de oorlog over goede contacten beschikte bij de Generale Staf, kwam Van Moorsel in aanraking met de voormalig ambtenaar van GS-III, W.J.M.J. d'Aquin, die leiding gaf aan een eigen spionagegroep. In juni 1942 introduceerde d'Aquin een zekere 'Jan' bij de groep. Het zou hier gaan om een door Londen gestuurd geheim agent die aan de opbouw van het Nederlandse gewapende verzet leiding moest geven. Volgens d'Aquin was de identiteit van ‘Jan' door Radio Oranje bevestigd. In werkelijkheid betrof het hier echter de beruchte agent-provocateur Anton van der Waals die, zoals L. de Jong schreef, "een verwoestend spoor zou trekken door de Nederlandse illegaliteit."

Anton van der Waals had zijn illegale 'vrienden' - d'Aquin, Van Moorsel en Philips medewerker en marconist Bob Zeehuizen van de O.D. Eindhoven - verteld, dat het door hen gevraagde materiaal in de avond van 24 juli 1942 op een afwerpterrein in de buurt van Ede zou worden afgeworpen. 

Bij de "georganiseerde" bijeenkomst werden gevangen genomen: F. van Moorsel en B. Zeehuizen uit Eindhoven, A.G. Putto, J.J.M. van Donk, J. van Nieuwenhoven, A. Wijnberg (een ondergedoken Jood), H.L. Frericks, T.E. de Bruijn, F.F. Aberle (een gedeserteerde Duitse militair) en T.M. Busscher, allen uit Den Haag. Lees PDF hierover bij Englandspiel en Schreieder in Ede.

Diezelfde avond om half zeven werden allen met auto's weggebracht naar de strafgevangenis in Scheveningen. Hier bleven ze ongeveer tien dagen, toen werden ze overgebracht naar de gevangenis in Haaren. Als gevolg van hun arrestatie werden nog veel meer O.D.-leden gearresteerd, zoals Cor Mellema en Louis Henri Maertens ze werden tijdens drie processen berecht en veroordeeld. Het eerste proces vond plaats op 6 februari 1943, het tweede in maart terwijl de groep Van Moorsel in mei van dat jaar terecht stond. Allen werden tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld, met uitzondering van Aberle, die als gedeserteerd militair afzonderlijk terecht stond en ter dood werd veroordeeld. Hij werd op 8 juni 1944 in Keulen gefusilleerd. Wijnberg is op een onbekende datum in Duitsland omgekomen, Zeehuizen overleed op 17 december 1943 in Dusseldorf, Van Donk in Haaren op 24 mei 1943 en Frericks in het concentratiekamp Dachau op 21 februari 1945. De overigen van deze arrestatie hebben de oorlog overleefd maar L. H. Maertens en Cor Mellema helaas niet.

Na de oorlog diende een aantal van zijn medewerkers bij de interne zuiveringscommissie van Philips een klacht in. Deze commissie verwees de kwestie door naar de Landelijke Ereraad der Illegaliteit. De Raad oordeelde dat het noemen van namen bij de SD niet kwalijk genomen kon worden. Wel werd van Moorsel verweten dat hij als illegaal werker in zijn samenwerking met ‘Anton van der Waals’ ernstig tekort was geschoten.

Landverrader Anton van der Waals is op 26 januari 1950 op de Waalsdorpervlakte geëxecuteerd. Vreemd genoeg is hij na 1945 ook nog eens als contraspion gebruikt door de Engelsen en Nederlandse inlichtingendienst. Hij werd ingezet om te infiltreren in Duitsland en Rusland. Meer hierover in: De verrader: leven en dood van Anton van der Waals ISBN 9789023474692 februari 2013, 368 pagina's.


Cor Mellema

mr. dr. C.H.G. Mellema (9-9-1895 - 10-05-1945) Octrooi-technicus bij Philips was ook lid van de groep van Moorsel. Hij was door Philips ingezet om in de omgeving van Den Haag een Illegale zender te installeren. 

actief in verzetsorganisatie 

Mellema was leider van een verzetsorganisatie en technisch leider van berichtengroep. De zender, welke van Eindhoven naar Wassenaar bij zijn ouders, was overgebracht. Hij werkte daar aan de verdere installatie van de zender. Nadat door verraad huiszoeking was gedaan, werd veel bezwarend materiaal in beslag genomen. 

Cor Mellemalaan

Hij is op 25-7-1942 bij zijn ouders te Wassenaar gearresteerd,
Dit was de dag na het verraad in Ede!!! Opgepakt en naar Haaren vervoerd en daar ter dood veroordeeld. Hij kreeg op 13-7-1943 gratie en zijn straf werd veranderd in 15 jaar tuchthuis. Eind augustus of begin september 1943 is hij overgebracht naar Rheinbach, vandaar in januari 1944 naar tuchthuis Siegburg. Hij is daar vermoedelijk aan vlektyphus overleden. Cor laat een vrouw en twee minderjarige zoons achter. In Eindhoven / Acht is naar hem vernoemd: Cor Mellemalaan

Louis Henri Maertens

L.H. Maertens, roepnaam Lou. Geboren 30-5-1896 te Den Haag, werkzaam bij Philips. Lid Boksclub /Moorsel?

26 augustus 1942

Hij is op 26 augustus 1942 door de Sicherheitsdienst (S.D.)  op zijn werk gearresteerd. Overgebracht naar Haaren werd hij door het Kriegsgericht veroordeeld tot 4 jaar tuchthuis. In het tuchthuis Siegburg (Duitschland) is hij vermoedelijk aan vlektyphus op 26-3-1945 overleden. 

Lou Maertenslaan

Maertens werkte in juli 1942 als marconist van een door hem gebouwde zender en werd in verband daarmee gearresteerd. Laat een vrouw en een meerderjarige zoon achter. In Acht is naar hem genoemd: Lou Maertenslaan.

Verraad tot in Eindhoven

Hoe een Philips medewerker onderdeel is van een landelijk steekspel tussen de Sicherheitsdienst en het verzet.

W. P. L Spruit 

Willem Spruit is werkzaam in 1940 bij Philips op de afdeling verkoop en koloniën. In 1934 was hij nog radiotechnicus. Hiernaast is hij schrijver en publiceert hij maritieme boeken, voor de oorlog, over de Wilde vaart en Piet Heyn. Hij schrijft onder pseudoniem Willem de Geus.

Hij is actief in het verzet, welke rol is onduidelijk, leveren van radio- en zendermaterialen? Hij is in ieder geval de Eindhovense contactpersoon voor de groep rondom Koos Vorrink. Lou de Jong noemt zijn naam, maar weinig Philips verzetsmensen krijgen die eer. 

Koos Vorrink, voorman van de SDAP was een gewilde en bijna onvindbare buit voor de Sicherheitsdienst. De Nederlands bekendste verrader Anton van der Waals, die dan de schuilnaam “Antoon de Wilde” zorgt er eigenhandig voor dat de groep rondom Vorrink wordt opgerold. Anton die als "van de Wilde" had zich voorgedaan als agent uit Engeland en beweerde dat hij in opdracht van de Nederlandse regering een sabotagegroep moest opzetten. In een aantal maanden weet hij het vertrouwen te winnen van een groot aantal personen. In een afsluitende vergadering die op donderdag 1 april 1943 in Eindhoven was gepland, toevallig op het woonadres van Willem Spruit, Guido Gezellestraat 38. Een van de vele Philipswoningen in Eindhoven. Een voor een werden de leden van de groep opgepakt op het station in Eindhoven en Den Bosch. Die donderdag en op de volgende dag zijn in tal van steden zo’n 150 arrestaties plaats door de Sicherheitspolizei op basis van verraad door van der Waals. Antoon liet zich hierna zich zelf zogenaamd doodschieten, met papieren van de Wilde op zak. Een beloning van 10.000 gulden voor opsporing de daders. Zijn persoon en schuilnamen waren te bekent geworden. Later gaat hij in Zweden en het Noorden van het land om verder te gaan met zijn verraad.

Alle kranten nemen hetzelfde bericht op, zo ook het gecontroleerde Dagblad van het Zuiden dat in Eindhoven verschijnt. Het verzet gelooft de berichten niet en waarschuwt in september 1943 nogmaals voor de "nieuwe" van der Waals.

Willem Spruit is waarschijnlijk niet opgepakt maar direct ondergedoken met zijn gezin in `het onvindbare gat Landsmeer', in de polder tussen Amsterdam en de Zaan. Daar hadden voornamelijk Amsterdamse kunstenaars en mensen uit de Paroolgroep, een onderduikadres gevonden bij dokter Odinot en zijn vrouw. Daar zaten Architect Ben Merkelbach, componist en dirigent Karel Mengelberg, de schrijvers Albert Helman (pseudoniem van Lou Lichtveld), Willem de Geus (pseudoniem van Willem Spruit / Spruyt), Reinder Blijstra, Maurits Dekker en de schilder Wim Schuhmacher hadden zich met vrouw en kinderen verscholen in de dorpse stilte van Landsmeer. 

Elke dag zat een gezelschap van zo'n 18 man in het doktershuis, dorpsstraat 43, aan tafel, waarop inventieve wijze bijeen gesprokkelde maaltijd werd gegeten. Het doktersechtpaar organiseerde concerten, toneel- en voordracht avonden en lezingen. Maar naast gezelligheid schreef een van de aanwezige kinderen “Met brandend ongeduld wacht zij met de anderen op de naderende geallieerden. ,,Het is een tijd van afwachten, van geruchten, van zenuwen''. Aan de gruwelijkheden lijkt geen einde te komen. Alle overleven de oorlog.

Na de oorlog schrijft Willem met groot aantal Philips mensen zoals Otten, Frits Philips, Voorwinde een brochure met de titel Nederland zal herrijzen

In 1951 is het zestigjarig jubileum van Philips, maar het duurt tot 1957 wanneer het cadeau van het personeel aan het bestuur klaar is. Willem is dan voorzitter van de feestcommissie en hij drukt op de knop waarmee de lichtpunten en de stralen van de fontein Panta Rhei in werking gingen. De fontein is ontworpen door de beeldhouwer Hubert van Lith, 

De naam Panta Rhei betekent 'alles is in beweging'. De Nederlandse naam is De Roep, Het Licht en Het Schouwen, symbolen van drie takken van Philips: geluid, licht en beeld. Onderop staan verschillende groepen Philipsmensen: mannen en vrouwen, onderverdeeld in handarbeiders, administratief personeel en intellectueel kader. De Philipsfamilie uitstralen zoals voor de oorlog door veel mensen het bedrijf het liefst gezien werd.

Willem geboren 3 september 1899 werkt na zijn pensionering (1959?) tot zijn dood op 4 februari 1968 aan De Maritieme Encyclopedie. Hij overleed in Eindhoven.

Bronnen:

https://www.nrc.nl/nieuws/2002/05/04/wachten-in-een-stropaleis-7588559-a1023010

https://biografieportaal.nl/recensie/het-verrotte-l-van-der-waals/

http://loe.niod.knaw.nl/grijswaarden/De-Jong_Koninkrijk_deel-06_eerste-helft_zw.pdf p. 218/219 enz

https://www.ed.nl/eindhoven/beeldengroep-panta-rhei-in-eindhoven-krijgt-schoonmaakbeurt~afe72445/

 https://nl.wikipedia.org/wiki/Koos_Vorrink

https://resolver.kb.nl/resolve?urn=urn:gvn:EVDO02:NIOD05_8894

https://www.dbnl.org/tekst/rand002insc01_01/rand002insc01_01_0053.php


Het harde verzet

Philipsmedewerker M. C. van Bruggen 13-6-1901 was actief op alle fronten van het verzet in Eindhoven en omgeving.

Rien van Bruggen

Rien van Bruggen


Rien van Bruggen was chemicus en hoofd keramiek bij het Philips’ Nat. Lab. Reeds vanaf het begin van de oorlog zat hij de Duitsers dwars, waar dit ook maar mogelijk was.

Op ieder gebied bewoog hij zich, zonder zich aan een organisatie te binden. Zelf vermenigvuldigde hij de illegale pamfletten. Hij en zijn vrouw zorgde ervoor dat een 30-tal joodse landgenoten werden geholpen en ondergebracht. Rien en zijn vrouw werkte samen met Harry Aarts, rechercheur bij de politie Eindhoven, en Wim Leeuw, wiens ouders een winkel in huishoudelijke artikelen (‘de Lebo’) hadden in de Wattstraat. 

Rien van Bruggen en Harry Aarts (en rondom hen een aantal anderen) begonnen neergeschoten vliegtuigbemanningen (ze werden allemaal voor het gemak ‘piloten’ genoemd) te laten onderduiken en via Limburg naar België en verder te helpen. Niet minder dan 227 geallieerde piloten werden door hem en zijn vrouw Johanna R.A.M. van Bruggen-van Moorsel geholpen op hun doortocht naar België. Zoiets kan niet onopgemerkt gebeuren. Tientallen personen stonden met Rien in contact en zijn woning, Nicolaas Beetsstraat 41 was een "centraal kantoor" geworden.

Zijn dagelijkse werk als scheikundige bij Philips leidde er toe, dat hij daar en thuis brandbommen vervaardigde en andere explosieve preparaten samenstelde.

Hij was eén van de initiatiefnemers en leider van de April-meistakingen 1943 bij Philips in Eindhoven.

De KP en later de P.A.N. kon altijd op zijn medewerking rekenen. Vanaf augustus 1943 was de LO (Landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers) in Eindhoven georganiseerd, en ook Rien werd vanzelfsprekend ingeschakeld. Zijn vele relaties met de politie en de SD konden goed gebruikt worden. Zijn naam staat ook bovenaan bij de na-oorlogse pilotenlijst.

Toen in november 1943 de plaatselijke leider van de LO werd gearresteerd en de valse inlegvelnummertjes van die maand hierdoor in Duitse handen kwamen, hielp Rien de LO uit de brand. Hierna was de samenwerking verzekerd en kon Rien in 't vervolg voor de LO de nodige bonkaarten krijgen. 

Zijn rusteloze arbeid in de strijd zou hem echter later in de handen der moffen brengen.


Johanna R.A.M. van Bruggen-van Moorsel 
Foto van Rien van Bruggen op de schouw.
"Zijn vrouw werkte even hard als hij zelf voor de goede zaak." 
Foto komt uit film "Terugkeer van den vliegenden Hollander" Johanna speelt hier na de oorlog een rol in. Online film duurt 30 min, rond 16 minuten komt zij in beeld.

Frans Dekkers schrijft in het boek B&W rond de Tweede Wereldoorlog in Groot Eindhoven. "Op een dag staat [landverrader] Van der Waals bij hen op de stoep. Mevrouw E. Bruggen-van Moorsel herinnert zich. Hij zei dat hij in het verzet zat en een pakket voor de OD moest afleveren. Maar ik wist van niets, en bovendien, waarom kwam hij met een pakket voor de OD bij ons? [ Rien en zijn vrouwen waren niet van de OD] Ik voelde direct aan dat het niet pluis was en vermoedde een provocatie, en weigerde het pakket in ontvangst te nemen. Hij moet teleurgesteld zijn geweest, maar hij liet er niets van merken. Daarna is hij naar een nicht van mij gegaan die wel van de OD deel uitmaakte. Zij nam het pakket wel aan: er zaten acht revolvers in, vernamen we later."

De provocatie heeft tot gevolg dat de SD enkele dagen later de plaatselijke OD-leider Van Dijk [Mr. W.J. van Dijk ? Voor de oorlog leider Landstorm, na de bevrijding gewestelijke commandant OD ] en vierentwintig Eindhovense OD-leden arresteert en naar concentratiekampen en tuchthuizen wegvoert. Vijf van hen zullen de oorlog niet overleven.

Een goede kennis van hun Mevrouw S. Wijtman-Vleer vertelt: "In onze woning verstopten we wapens voor het echtpaar van Bruggen en we hielpen hen bij het zoeken naar onderduikadressen. Op een dag vernamen we dat we geen contact meer met hen moesten opnemen: de SD had hun illegale werkzaamheden ontdekt".

In de nacht van acht op negen juli 1944 vervoerde Harry Aarts twee piloten, die in Waalre zaten, naar Tilburg. Bij de tweede rit naar Tilburg ging het fout. De dienstauto van Aarts werd bij Moergestel aangehouden. In het licht van een zaklantaarn zagen de Duitsers de kolf van een pistool glinsteren, die half onder de kussens van de achterbank uit stak en daar was weggemoffeld door Piet Haagen. De inzittenden Harry Aarts, Jan Brunnekreef en Piet Haagen, alias Tom werden gearresteerd en verhoord. De twee piloten werden overgedragen aan de Luftwaffe in Gilze-Rijen en gingen in krijgsgevangenschap. Na dit mislukte piloten transport van Harry en Tom werd Rien van Bruggen in zijn woning, Nicolaas Beetsstraat 41 op 9 Juli 1944 door de SD gearresteerd naar Haaren gebracht. Bij de ontruiming van Haaren kwam hij in de bunker in Vught en daar op 19 augustus in Kamp Vught gefusilleerd, evenals Harry Aarts, Jan Brunnekreef en Piet Haagen. Rien van Bruggen laat zijn vrouw en twee minderjarige zoons na.

In Eindhoven is naar hem genoemd: Rien van Bruggenpad. Rien is postuum geëerd met het Verzetsherdenkingskruis en ook zijn vrouw ontving dit herdenkingskruis.

Bron:

P.A.N. documenten, Vrije Philips Koeriers.

https://www.tracesofwar.nl/persons/64878/Bruggen-van-Moorsel-van-Johanna-RAM.htm
De Zwerver 1947.pdf pagina 24


Meer collega's in het harde verzet


Henk Streefkerk. Geb. 22-5-1919. Doodgeschoten te Eindhoven 13-9-1944. Was lid van de K.P. /P.A.N (Partizanen Actie Nederland). Probeerde met Frans Linders (Recherche Eindhoven) Duitsers over te halen om zich krijgsgevangen te laten maken en hun wapens af te geven. 13-9-1944 zouden enige jonge Duitsers zich overgeven, ter plaatse aangekomen werd hij met een collega beschoten en dodelijk getroffen. Overleed dezelfde dag in het R.K. Binnenziekenhuis. Werkzaam als Radiotechnicus bij Philips.
Lees meer op oorlogsgravenstichting (PDF) en PAN deel 2

R. L. Keizer. (Reinder Lodewijk) Geb. 26-6-1905 te Den Helder. Keizer werd 14-5-1944 gearresteerd en overgebracht naar Haaren, 29-6-1944 op transport naar Vught, waar hij op 9-8-1944 werd gefusilleerd. Werd in verband met levering en in bezit hebben van verboden wapens gearresteerd. Was actief in plegen van overvallen op distributiebureau, hulp aan onderduikers etc. 
Hij aangesloten was bij de LO Eindhoven-Geldrop, evenals Schoenmakers te Eindhoven, van Gestel en Heurkens te Geldrop en gebr. de Koning te Heeze. Zijn functie was het verschaffen van wapens. Hij werd op 14 mei 1944 na een overval op het distributie kantoor van Geldrop samen met de gebr. de Koning te Heeze gearresteerd. Met van Gestel en van Hoeven werden ze eerst in het kamp Haaren geïnterneerd en op 29 juli werd Reinder naar kamp Vught getransporteerd. Laat een vrouw en 4 minderjarige kinderen achter. Werkte als Correspondent Commerciële Afdeling Philips. Genoemd naar hem Rein Keizerpad in Eindhoven / Acht  Meer: https://www.nmkampvught.nl/wordpress/wp-content/uploads/2014/08/PORTRET-VAN-MIJN-VADER_pdf.pdf

Dood door het lezen van een krant of naar een radio luisteren

Lezen van illegale kranten of luisteren naar de radio.
Philips mensen werden door NSB-ers verraden, deze "valse" en gevaarlijke collega's briefden deze informatie door naar de Duitsers. 

C. P. Blinkhof

J. W. den Turk

C. P. Blinkhof (Cornelis Pieter). 22-12-1914 13-04-1944 is op last van de S.D.-er Weber gearresteerd, omdat in zijn bureau, als bedrijfsassistent bij Philips, illegale couranten / kranten waren aangetroffen (Trouw). Overgebracht naar het concentratiekamp Vught, overleed hij aldaar op 13 April 1944.

J. W. den Turk. (Jan) Geb. 29-10-1910 te Zaandam. Hij werd 22-10-1941 gearresteerd en via de politiebureau Eindhoven, Den Bosch en Scheveningen overgebracht naar Borkum. Overleden op 25 april 1943 te Wolfenbüttel, Stadtkreis Wolfenbüttel, Duitsland) Arrestatie geschiedde op grond van vijandige uitdrukkingen in het openbaar en luisteren naar de Engelse zender. Werkzaam bij Philips als Bedrijfseconoom


Gerrit Bakker

Gerrit wordt geboren op 30 januari 1921 in Leeuwarden. Als laborant werkt hij in het Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven, waar hij zich specialiseert in elektro- en radiotechniek.

Zender OD Groningen

Wanneer de zender van de Ordedienst in Groningen niet naar behoren functioneert, wordt Gerrit gevraagd een nieuwe te bouwen. Per trein brengt hij deze op een maandag naar het noorden. Door de stakingen op Dolle Dinsdag kan hij echter niet terugkeren en dus blijft Gerrit verbonden aan de zender tot deze eind september 1944 op non-actief wordt gezet.

boerderij van Roelof

Na een riskante en moeizame zoektocht vindt hij half oktober een nieuwe zendlocatie in de boerderij van Bene Roelof Westerdijk in het Groningse Uithuizermeeden. Van daar verzendt hij berichten naar het inlichtingenhoofdkwartier in Eindhoven en ontcijferd hij gecodeerde berichten. De Sicherheitsdienst komt echter achter de golflengte en lokaliseert de zender in Groningen. 

Vermoord

Op 6 februari 1945 wordt een inval gedaan op de boerderij, waarbij zowel Gerrit als Bene Roelof in het vuurgevecht gewond raken. Gerrit probeert te vluchten, maar wordt samen met Bene Roelof gevangengenomen. Een derde verzetsstrijder, Piet van Dijk, wordt ter plekke gedood. Halverwege maart 1945 alsnog vermoord door de Nazi's.
Gerrit is postuum onderscheiden met het Kruis van Verdienste. Plaquette op het monument bij de kerk van Norg waarop G. Bakker en anderen genoemd worden

Cornelis Johannes Haspels

C. J. Haspels. (30-11-1907 - 13 januari 1943) Cor is al in 29-10 1941 op zijn huisadres Brugmanstraat 6 Eindhoven gearresteerd. Via het Eindhovens politiebureau, "Oranjehotel" in Scheveningen en Amersfoort op transport naar Duitsland gesteld (Neuengamme), waar hij in januari 1943 is overleden. Hij is gearresteerd in verband met het vervaardigen van een geheime zender. Bij huiszoeking werd een sleutel en een code gevonden. Cor is 35 jaar geworden en laat zijn vrouw en twee minderjarige kinderen achter. Hij was bij Philips (technisch?) tekenaar.


Cor Haspels

Steun aan verzets groep Packard

Eduard Otto Mettivier Meijer

E. O. Mettivier Meijer (roepnaam Otto), was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was tijdens de Duitse bezetting actief voor de groep Packard.

Eduard Otto Mettivier Meijer (Den Haag, 6 juli 1914 - Nijmegen, 6 september 1944) was als technicus werkzaam bij Philips, woonde in Eindhoven, Lijsterlaan 16 toen hij in het najaar van 1942 werd benaderd door de eveneens bij Philips werkzame Ir. D.M. Duinker om voor het verzet werkzaamheden te gaan verrichten. Duinker had eerder Henk Deinum, leider van de groep Packard, voorzien van een bouwschema voor een zender. Tevens verstrekte hij aan Deinum enige onderdelen en kristallen voor de opgegeven golflengten waarop telegrafisch kon worden gecommuniceerd met Bureau Inlichtingen te Londen.

Uit zijn dagboek aantekeningen val op te maken: Hij slaapt niet meer thuis, als men weer geprobeerd heeft hem op te pakken. Hij meldt zich ziek bij Philips. Het ziekteverzuim stijgt aanzienlijk tijdens de oorlogsjaren mede door verzetsdaden en onderduiken.

Na een arrestatie zit hij enkele weken in Vught. Hij wordt voorzichtiger, maar wordt weer gearresteerd als hij zenderonderdelen bij zich heeft, waarmee hij het land afreist. Dit loopt goed af. Bij een volgende arrestatie wordt hij, na een korte celopname in Eindhoven, weer naar Vught gebracht. Hij wordt ondergebracht in een barak, kaalgeschoren en moet een gestreept gevangenkleding dragen. Na vrijlating moet hij beloven niet over de kamptoestanden te praten.
Het Philips concern heeft vele gevangen vrij gekregen door betaling of het ruilen met radio's, knijpkatten of andere waardevolle spullen.

Eind juli 1943 zet hij zijn illegale radiowerk voort. Hij maakt voor Deinum en Aad de Roode een ontvanginstallatie in Den Haag. Toen later de dubbelzender 'St.Julian' in de lucht was, zocht hij contacten en veilige zendhuizen in de omgeving van Den Haag.

Vervolgens was hij actief bij het inrichten van de zender 'St. Denys' in Amsterdam en de meteozenders 'Irene-Met' te Utrecht, 'Beatrix-Met' te Groningen en 'Margriet-Met' te Maastricht. Veel tijd en moeite besteedde hij aan het maken van sterkere zenders en betere ontvangers. Mettivier Meijer voorzag alle zenders van accu's en omvormers, zodat zij onafhankelijk van het lichtnet konden functioneren.

In Eindhoven heeft hij medewerking van politiemensen. Hij heeft verbinding met Londen en vertelt over zijn contacten en contactpersonen in het illegale netwerk en over komende droppings. Kleikamp in Den Haag, waar de gegevens van alle bevolkingsregisters liggen opgeslagen, wordt gebombardeerd. Dit gebeurt enkele weken na doorgave van de locatie. Hij combineert zijn werk met illegale activiteiten en reist veel. Bij Philips verlaagt men zijn salaris. blijkt uit zijn dagboek gegevens.

Op 6 september 1944 vertrok Mettivier Meijer met de zender 'St. Joseph' uit Eindhoven met bestemming Arnhem. Hij werd in Nijmegen, of in de buurt daarvan, met het belastende materiaal door de Duitsers aangehouden. Enige uren later werd hij bij een vluchtpoging doodgeschoten.

Voor betoonde dapperheid tijdens de oorlogsjaren werd hij postuum onderscheiden met de Bronzen Leeuw (KB nr. 24 van 14 december 1949).

Bob van Tol 

Bob van Tol, later "groepleider" of directeur bij Philips Natuurkundig Laboratorium (NatLab), werkte in de oorlogsjaren als 20-jarige al op het NatLab. Hij heeft nooit veel over het verzet losgelaten, maar moet (met sleutel Magazijn) o.a. mijn vader - Dienst Wim/OD Gewest 16 Bergen op Zoom/Breda, mogelijk radiopost Vloeiweide aan radiomateriaal o.i.d. geholpen hebben. "Er werd veel gestolen", zei Bob glimlachend. Zelf is hij een keer betrapt door collega's, hij moest een maand salaris inleveren. 
In 2018 geeft Bob van Tol, 99 jaar, in de Volkskrant zijn visie op de gemiste kansen van het NatLab.
Bron: ingezonden door Diete Oudesluijs, Bob was zijn oom.

Post, berichten en mensen smokkelen tussen Duitsland en Nederland

verhaal F. Pijnappels

F. Pijnappels, werkzaam bij Philips in Eindhoven, krijgt op een dag in 1943 de opdracht snel een andere baan te gaan zoeken in Duitsland. Zodra de oorlog voorbij is, mag hij weer terugkomen. Pijnappels vindt werk bij een kinderschoenenfabriek in de Duitse stad Kleef, vlakbij de Nederlandse grens, en zal de komende tijd pendelen tussen Nederland en Duitsland.
Dan wordt hem uitgelegd waarom. Op dat moment zijn circa 1300 werknemers van Philips in Duitsland tewerkgesteld. Het onderhouden van contact tussen de tewerkgestelden in Duitsland en de achterblijvende families in Nederland wordt ernstig bemoeilijkt door de Duitse censuur: een brief is soms maanden onderweg of komt nooit aan. Als grenswerker kan Pijnappels echter snel over en weer berichten doorgeven. In Kleef verstuurt hij uit het hoofd geleerde berichten per telegram, en vanuit zijn woonplaats Groesbeek belt hij de nieuwe berichten omtrent de tewerkgestelden in Duitsland door naar Philips. In 1944 wordt Pijnappels gearresteerd door de Gestapo en belandt hij in een gevangenis in Kleef. Hij overleeft de oorlog. 

Dit bovenstaande verhaal schets een klein deel van het "correspondenten" netwerk dat R.A. Jongbloed bouwt om Philips contact te laten onderhouden met hun werkers of tewerkgestelden in Duitsland en Oostenrijk. Zo werd Drs G.G. van Wijk in Berlijn te werk gesteld bij Philips Elektro Spezial voor contacten, informatie en zorg te verlenen. Soms werden werknemers illegaal terug gehaald. De student Wim Zeeman, ook door Philips daar is ingezet, verzorgde in de periode 1943/1944 voor valse papieren en stempels. Drs G.G. van Wijk reisde dan met deze "onderduikers" terug zodat zijn in Nederland echt konden onderduiken. 

Volgens een rapport uit 1947 zijn 52 in Duitsland te werk gestelde werknemers omgekomen.

Bron Onder Duits beheer p. 273 -275

Bron Dagboek niod


Steeds meer verwikkeld geraakt in illegale zaken...

Alberta Marie Vastenouw 13 juli 1913 - 6 mei 1971

Beschrijving van dagboekfragmenten: De schrijfster is een jonge vrouw van 29 jaar, getrouwd met Henri van Lelyveld (1915 -1991), een ingenieur werktuigbouwkunde bij Philips in Eindhoven. Hij is tijdelijk (september 1942 - februari 1943) in Gorcum gedetacheerd. Na deze periode - in Gorcum woonden ze in bij een vrouw wier man in krijgsgevangenschap zit - keren ze naar hun eigen huis en kennissenkring in Eindhoven terug. Zelf heeft de schrijfster gestudeerd en in 1941 haar apothekersexamen gehaald. Er zijn [op dat moment] geen kinderen. Ze schrijft een goed dagboek over het dagelijks leven, met de zorgen van haar kleine nette gezellige jonge-vrouwen huishouden. Verder houdt ze het binnen- en buitenlands oorlogsnieuws behoorlijk bij. In juni 1943 staakt ze het dagboek bij houden, omdat zij en haar man, steeds meer verwikkeld raakten in illegale zaken....of dat iets met de buren te maken heeft??

Zij wonen in de oorlogsdagen op de Tongelresestraat 173. Bij hun buren Tongelresestraat 171 werden alle geheime berichten van het gehele land verzameld. Een specialist was uit Engeland gedropt om alles op microfilm te zetten. Meer hierover bij verhaal over ir. Tromp.

Ze heeft na de oorlog jaren als apotheker gewerkt. 

Bron dagboeken Niod


Minister van Oorlog 

Mr. J. (Jo) Meynen 13 april 1901 - 13 februari 1980
Tijdens zijn "oorlogs" Philipsperiode commandant bij de B.S

 Mr. Jo Meynen


Jo Meynen was in 1945 de enige antirevolutionair die toetrad tot het kabinet-Schermerhorn. Hij werd de nieuwe minister van minister van Oorlog, van 25 juni 1945 tot 3 juli 1946, zoals dat toen nog genoemd werd. 

Hij was werkzaam in de chemische industrie en was daardoor veel in het buitenland. Na de oorlogsdagen van mei '40, kwam hij in juli 1941 in dienst bij de N.V. Philips Gloeilampenfabrieken te Eindhoven. Gedurende de bezettingstijd was hij ook commandant bij de B.S. Ze hielden zich bezig met pilotenhulp. In de oorlog werd de term "piloot" gebruikt voor ieder bemaningslid die uit een neergeschoten vliegtuig kwam.

De Binnenlandse Strijdkrachten (BS; officieel: Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, maar deze naam NBS leek te veel op de NSB) was een op 5 september 1944 officieel opgezette bundeling van de tot dan toe weinig samenwerkende eigenlijke verzetsgroepen. De Binnenlandse Strijdkrachten kwam dan ook voort uit de drie belangrijkste verzetsgroepen: de Ordedienst (OD), de Landelijke Knokploegen (LKP) en de Raad van Verzet (RVV). 

Hij werd, na de bevrijding van Eindhoven, in november 1944 bevorderd tot majoor en geplaats bij de staf met de opdracht. de binnenlandse strijdkrachten te formeren en om te vormen tot legereenheden. Na zijn ministerschap is voorzitter Raad van Bestuur bij de N.V. AKU (Algemene Kunstzijde Unie) en de latere bij AKZO.

Dr. H Bruining

Hajo Bruining werkt op het Natlab van Philips. Zijn gezin heeft een Joodse onderduikster en hij onderhoudt via een zender contact met Engeland als leider verzetsgroep, captain staff CNF, (VHK, MBE military division)

Hajo Bruining werkt sinds 1933 bij het Natuurkundig Laboratorium (Natlab) van  van Philips. Naast zijn werk helpt hij in de oorlogjaren heimelijk een Joodse arts Betty Levi, voor de kinderen "tante Barbara", aan onderdak en onderhoudt hij via een zender contact met Engeland. Ondertussen speurt de Sicherheitsdienst (SD) naar staatsvijanden, zoals Joden en verzetslieden. Op een nacht in voorjaar 1944 staan de Duitsers voor het huis aan de Frankrijkstraat 40 in Eindhoven. Met hun geweerkolven slaan de Duitse soldaten onheilspellend op de voordeur. Dat belooft niet veel goeds. Moeder Nora ( C.N. Fransen) doet open.

Hajo en Nora Bruining-Fransen wonen sinds 1937 in het huis Frankrijkstraat 40 in Eindhoven. Zijn vrouw Nora zorgt voor hun vier kinderen. Annette is de oudste en lijdt aan tuberculose (tbc). Ze brengt haar dagen grotendeels door in bed. "Ik had wel een longaandoening, maar helemaal geen tbc. Er was geen penicilline of ander medicijn beschikbaar. Ik moest platliggen en zat alleen rechtop als ik moest eten", herinnert Annette Haas-Bruining zich. "Mijn vader was vaak druk in de weer met het ontvangsttoestel. Ik hoorde dat hij berichten verstuurde en ook berichten ontving. Niet over praten, werd mij verteld."

Geweerkolven

Nog voordat de Duitsers met hun geweerkolven 'aanklopten' bij het huis van de familie Bruining staat moeder aan het bed van Annette. "Ik draag je naar het bed van je vader, het bed is nog warm. Ik heb je vader onder de vloer verstopt, maar krijg het luikje niet goed dicht. Ik heb het zeil eroverheen getrokken, maar het staat nog bol. Doe maar alsof je slaapt", instrueert moeder. Ze gaat de trap af om de deur te openen voor de ongeduldige Duitsers.

Ineens ziet Annette dat de zender van haar vader nog op het nachtkastje staat. Ze pakt snel de zender en schopt die met haar voeten naar beneden onder de dekens. Annette: "Dat heb ik ook gedaan met zijn pantoffels die nog naast het bed stonden. Daarna heb ik de lakens over me heen getrokken en gedaan alsof ik sliep."

Open tbc

De Duitsers hebben maar één doel: Hajo Bruining. Ze doorzoeken het huis en komen op de kamer van de 'slapende' Annette uit. Met een beetje pech zouden de soldaten het opbollende zeil kunnen zien. Het licht van de zaklampen spot Annette.

"Wie is dat?", vraagt een Duitser die het laken al naar achteren wil slaan. "Dat is mijn dochter en ze heeft open tbc. Ze is erg ziek", antwoordt Nora. De Duitser laat het laken meteen los. Annette: "Daar moesten ze niets van hebben." Op de kamer van de ondergedoken arts Betty Levie worden de Duitsers opnieuw om de tuin geleid. "Het is de kinderjuf die op onze kinderen past", zegt moeder al wijzend naar de bos blonde krullen die onder de dekens uitkomt.
Dr. Betty Levie is ook actief als koerierster bij het verzet van de P.A.N en werkt samen met Onno Rinzema en Ric Avis, beide vrienden waren weer actief waren bij knokploeg 
 "Sander".

Kerkboek

De Duitsers blijven nog een tijdje rond het huis hangen, bij het ochtendgloren zijn ze weer verdwenen. "Mijn vader komt uit zijn schuilplaats. Hij krijgt van mijn moeder snel een kerkboek onder de arm gestopt. Daarna loopt mijn vader met een groep mensen richting de kerk.

Uiteindelijk belandt hij in het Rijks Krankzinnigengesticht. De directeur is een vriend. Hij laat mijn vader opnemen zodat hij zich tussen de patiënten kan verstoppen", beschrijft Annette de vlucht van haar vader. Ook dokter Betty Levie vindt een nieuw onderduikadres. "Op de Marconilaan bij een schoenmaker die zeven kinderen had én vlooien, dacht mijn moeder. Maar daar was ze wel veilig."

Zowel dokter Betty Levie als Hajo overleeft de oorlog. Betty Levie emigreert in 1946 naar Israël en vestigt zich als radioloog in Tel Aviv. Ze houdt contact met de familie Bruining.

Na de bevrijding van Nederland ontving, in 1946,  Hajo Bruining in de Ridderzaal in Den Haag een onderscheiding van de Engelse regering, voor zijn spionagewerk,  en werd hij lid van de Order of the British Empire. Dit ere-lidmaatschap is maar aan weinig Nederlandse verzetslieden toegekend.  "De oorlog is voorbij", zei Hajo bij die gelegenheid. Daarna sprak hij nooit meer één woord over de oorlog.
Zijn archief en werkzaamheden voor de OD zijn tot 2027 geheim.

Bron:
https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3055406/Duitsers-sloegen-met-geweerkolven-op-de-deur-Nora-Bruining-verstopte-snel-haar-man-onder-de-vloer

https://www.brabantremembers.com/wp-content/uploads/2018/12/Brabant-Remembers-bundel_v12-FINAL-1.pdf

Jhr. Ir. Maarten Reuchlin, 

Jhr. Ir. Maarten Reuchlin is chemisch ingenieur en assistent-bedrijfsleider van de radiobuizenfabriek van Philips,
3-2-1911 geboren in Rotterdam en op 17-11-1944 gefusilleerd bij Venlo. Maarten woonde in de Florastraat 172 Eindhoven. 

Maarten Reuchlin

plaquette NS gevallenen

Jhr. Ir. Maarten Reuchlin, chemisch ingenieur en assistent-bedrijfsleider van de radiobuizenfabriek van Philips, is 3-2-1911 geboren in Rotterdam en op 17-11-1944 gefusilleerd bij Venlo. Maarten woonde in de Florastraat 172. 

Maarten maakt na zijn schooltijd carrière bij de Philips Gloeilampenfabriek in Eindhoven. Midden jaren dertig raakt hij betrokken bij een verkeersongeval met voor hem ernstige afloop. Met zijn linkerarm hangend uit het autoraam schampt hij een passerende vrachtwagen met aardappelen en loopt daarbij zeer zwaar letsel op. Als vervolgens koudvuur wordt geconstateerd, kan Maartens leven alleen nog gered worden door zijn hele linkerarm af te zetten. Sindsdien gaat hij verder door het leven met een kunstarm.

Kort voor de bevrijding van Eindhoven proberen de Duitsers goederen die nog van belang voor hen konden zijn, mee te nemen. In een wagon bevindt zich een forse hoeveelheid wolfraam en platina, grondstoffen die Gloeilampenfabriek Philips onder meer gebruikt voor het fabriceren van lampen. Willem Jonker en Maarten Reuchlin wisten daarvan. 

Willem Jan Jonker, adjunct commies NS, is 29 maart 1899 geboren in Epe en op 17-11-1944 gefusilleerd bij Venlo. Willem Jan werkte en woonde in de Edelweisstraat 108.

Willem rangeert de wagon achter het slachthuis aan de Celebestraat en de rails en wagon worden gesaboteerd. De Duitse bezetter ontdekt de "ondergedoken wagon" echter en herstelt de ontstane schade. De beide mannen gaan op zoek richting Helmond naar de "rooftrein". Vanwege zijn handicap springt Maarten bij Willem, nog in NS-uniform, achterop een tandem en gaat achter de rooftrein aan.

Toen bleek dat de trein zich niet in Helmond bevond, zijn ze langs het spoor verder gefietst naar het oosten. Ten tijde van deze actie heeft het verzet bij Horst-America getracht het spoor op te blazen, om zo verder transport onmogelijk te maken. Toen dit mislukte, waren de Duitsers in het gebied extra alert op mogelijke sabotage-acties.

Jonker en Reuchlin waren met de tandem uiteindelijk aangekomen bij Griendtsveen en werden bij een controlepost van de SD staande gehouden. Omdat Willem Jan Jonker zijn NS-uniform droeg, dachten de Duitsers dat hij en Maarten Reuchlin spionnen waren en arresteerden beide mannen.

Ze worden opgesloten in het politiebureau in Venlo, maar Maarten weet op 13 oktober te ontsnappen omdat het politiebureau in Venlo door een bombardement van de RAF geraakt wordt. Hij laat echter zijn kunstarm in de cel achter, een verzuim dat hem uiteindelijk noodlottig wordt. Hij duikt onder in de beeldenfabriek Sint Jozef van A. Gödden aan de Emmastraat in Venlo, waar hij leden van de Ordedienst voor enige tijd instrueert en wijkt vervolgens uit naar een andere schuilplaats. Vanwege zijn opvallende signalement zijn de Duitsers hem echter al snel op het spoor gekomen. Op 13 november, een maand na zijn ontsnapping, wordt hij opnieuw gearresteerd. 

Medio november 1944 zijn ze met een nekschot door de beruchte Maastrichtse Sipo-medewerkers Nitsch (niet ter dood veroordeeld) en Conrad gefusilleerd bij een bomtrechter op de Groote Heide (vliegveld Venlo) aan de Toeperweg. Over de fusilladedatum verschillen de opvattingen: 14 november (Cammaert), 15 november (herdenkingskruis aan de Toeperweg) en 17 november (Oorlogsgravenstichting, Dodenboek Venlo). 

Jonkers naam staat op de bronzen plaquette in de reizigerstunnel van het Eindhovense station en het Monument voor Gevallen Spoorwegpersoneel in Utrecht. 

In de verzetsheldenbuurt van Acht in Eindhoven is een straat aan Maarten opgedragen: Maarten Reuchlinlaan. Ter ere van Willem is in deze Eindhovense wijk naar hem vernoemd: Jan Jonkerlaan.

J.S.H. Weinberg

Jan Samuel Hendrik
8 mei 1899 -   in 1981 overleden.
administrateur bij de Philipsbedrijfsscholen

Jan Weinberg was administrateur bij de Philipsbedrijfsscholen. Hij was belijdend lid van de N.H. kerk. In de oorlog is hij actief geweest binnen de Philipsverzetsgroep en in de Landelijke Organisatie voor de hulp aan onderduikers. Een week voor de bevrijding van Eindhoven op 18 september 1944 heeft hij een Pools deserteur in zijn huis verborgen gehad. Postuum ontving hij het Verzetsherdenkingskruis welke aan zijn weduwe is uitgereikt.

De heer Weinberg heeft duidelijk met de gedachte gespeeld om een boekje over de oorlogsjaren tot stand te brengen. Zijn aantekeningen "Voor Boek" en de ordening van de krantenknipsels wijzen hierop, aantekeningen hierover zijn aanwezig bij rhc-eindhoven.nl