Philips personeel in het verzet deel 3 van 5

1940 - 1944

Een overzicht van het verzet door Philipspersoneel in Eindhoven
Dit overzicht is nooit compleet, we doen ons best maar uw hulp is welkom.

Philips verzet deel 1

Philips in de oorlog
Het "stille" verzet
Productie saboteren
Bankier van het verzet
Geheim agent Philips
Commandant verzetsgroep
Spionage en microfilm
Bouw geheime zender
Herrijzend Nederland

Philips verzet deel 2

Spontane opstand
Eindhovense boksclub
Illegale zender
Sicherheitsdienst
Brandbommen en pilotenhulp
Partizanen en provocatie
Overval DK Geldrop
Verraders
Zender uitgepeild
Leveren radiomateriaal
Post en mensen smokkelen
Minister van Oorlog
Trein duikt onder

Philips verzet deel 3


Wie is nog te vertrouwen?
Voorbereiding op oorlog
Mini-radio’s
Philips vliegenier
Vervalsen documenten
Brandbommen
J uit persoonsbewijs
Verzet in Roemenië en Litouwen
Valse papieren
April-Mei stakingen 1943
Executies bij Phillips
Meer verzet en sabotage

Philips verzet deel 4

Zij, die sneuvelden. Overzicht van personen, werkzaam bij Philips, die in de mei dagen 1940 en tijdens de oorlogsjaren 1940 -1945 zijn overleden.

Philips verzet deel 5

Fotopagina van de viering 50 jaar Philips, tevens een protest tegen de Duitse bezetter.
De viering van het vijftigjarig bestaan van de onderneming op 23 mei 1941 liep uit op een vorm van symbolische verzet.


De bovenkant van een Philips advertentie  juni 1940 voor een nieuwe radio en knijpkat.
De grote en dreigende schoorsteen is opvallend. Een symbool voor de Duitse bezetting?
Wij werken!
Onze fabrieken staan ongeschonden en wij zijn vast besloten, alles in het werk te
stellen, om onze klanten op dezelfde wijze te blijven bedienen als zij dat gewend
zijn. Wij geven ons alle moeite, onze mensen van werk te voorzien, doch daarvoor
is Uw steun onontbeerlijk. U moet ons helpen door de producten, die wij fabri-
ceeren, te kopen. Wij komen met nieuwe producten. Aan U, om ze te gebruiken.
Klik hier voor meer beeldmateriaal Philips in oorlogstijd

Wie is te vertrouwen?

Verhaal van Ir. Th.Ph. (Theo) Tromp hoe hij in 1942 geprobeerd werd om in de val te laten lopen. Ook op zijn werk liepen verraders en NSB-ers rond. Na de oorlog zijn er bij Philips door de zuiveringscommissie zo'n 800 personen ontslagen waarvan 335 NSB'ers, leden Waffen SS enz. 
Over dit zuiveringsontslag na de oorlog komt een apart artikel.

Hans schreibt seine Division kommt nach, pst! Feind hört mit!

pst - Feind hört mit!

Tromp vertelt in een interview..."Je stond ook bloot aan provocatie. Ik woonde toen nog in de Lijsterlaan..." en daar kwam een vent aan de deur, die moest mij spreken. En toen ik die man zag, toen vertrouwde ik hem al niet. Waarom niet? Het enige...hij had een hoedje op.. van ruwharig groen vilt....de hoeden waren in die tijd glad.. en daar zat een smal lintje om. lk denk; verdomme dat is een Duits hoedje. Dat bevalt me niet. Ik heb hem niet binnen gelaten....in de vestibule gesproken. Hij zei; ik kom uit Londen. Ik ben gedropt, en heb een opdracht voor u van de Engelse regering om hier een afdeling van de OD op te zetten. Toen was ik al met Thal Larsen bij de OD. lk was dus stomverbaasd. En hij wou een pak papieren geven... en zei u moet dit doen. Ik zeg; dat kan ik niet doen. Ik ben ingenieur bij Philips...met illegale dingen wil ik niks te maken hebben. Hij zei; Dat zult u toch moeten doen, want het is opdracht van de regering, en als u het niet doet, dan wordt u na de oorlog ...... U bent reserve officier...dan wordt u voor de krijgsraad gedaagd. En dat kan heel ernstige gevolgen hebben. Ik zei, ik doe dit niet... maar hij drong aan, en toen zei ik; geeft dan die papieren maar, dan zal ik ze eens lezen, en komt u morgen maar eens terug. Maar ik doe het niet, dat zeg ik u van tevoren. Ik las de papieren door. Een deel van de opzet van de OD klopte, en andere dingen niet.
Toen kwam die volgende dag terug. Maar voordien had ik die papieren....ben ik met die papieren naar de ortskommandant gegaan... ik zeg; luister eens, gisteren is er iemand bij me geweest...die heeft me deze papieren gegeven, die geef ik u, die wil ik niet hebben, want als er dadelijk Duitsers komen voor huiszoeking, en ze vinden die papieren.... ik wil er niks mee te maken hebben.

Die vent kwam terug. vroeg; doet u het? Ik zeg nee, en ik heb de papieren aan de ortscommandant gegeven. lk denk nou zal ik je testen. Maar die vent schrik helemaal niet. hij zei; dat had u niet moeten doen. Ik praatte verder met die vent, en hij kwam niet terug op die papieren. Maar de vorige dag had ik hem drie vragen gesteld; interessant zei ik, u komt uit Londen. U moet zeker veel bonnen geven bij het eten...in de restaurants. Ja, zei hij; dat kost veel bonnen. Dat was zijn eerste fout. In de oorlog werden er geen bonnen in de restaurants gevraagd. Ik zeg; hoe gaat het met het verkeer.. met de benzine...zit zeker allemaal gas op die auto's. Ja, zei ie; dat is vrijwel allemaal gas. Er heeft in heel Engeland niet een auto op gas gereden. En nog een vraag, maar die ben ik vergeten. lk wist absoluut zeker dat die vent een verrader was. Dit gebeurde in 1942, meen ik.

Ik bracht niemand in gevaar door die stukken aan de ortskommandant te geven.. Achteraf bleek dat het een hele gemene verrader was. De naam weet ik niet....staat in mijn rapport. Hij kwam uit de buurt van Driebergen... Zeist. Ze hebben hem gecheckt in Londen, en daar bleek dat het een agent van de moffen was. En zo werd je dus geprovoceerd'. De gehele oorlog? "Voortdurend".

Die moffen hadden een plakkaat opgehangen; feind hürt mit, maar dat gold voor ons ook.'

Bron Interview met Frans Dekkers, 20 oktober 1980.

In het rapport dat Tromp schrijft voor de Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, in 1950, dat hij benaderd is door dhr. v.d. Graaff uit Bennekom. Hij overlegt dan met zijn Philips vrienden Jaap Hamming, Thal Larsen, ir G. Heel en mr. W.E.A. de Graaff. Ook zij vermoeden provocatie. Tromp is er niet op ingegaan en hij heeft de papieren teruggegeven met een nietszeggend brief. Zijn verhaal uit 1980 is wel veel spannender.

mr. J.L. Hamming

Verzet van mr. J.L. Hamming 

Voorbereidingen van Philips op een mogelijke oorlog. 
Mr. J. L. (Jaap) Hamming (1903 - 1944) 

De bedrijfsjurist mr. J. L. (Jaap) Hamming werkte al sinds oktober 1934 aan een plan voor evacuatie van machines en materieel naar een fabriek achter de Hollandse Waterlinie. Hij leunde daarbij op adviezen van kapitein G.J. Sas, tot deze in 1936 militair attaché in Berlijn werd. Sas zal diverse malen tevergeefs de regering waarschuwen voor de komende Duitse inval in Nederland. Zijn informatie en zijn bron werd niet vertrouwd en door Hitler's grillige patroon veranderde de aanvalsdatum en -plannen steeds. Sas rapporteerde in mei '39 dat de Duitsers beschikken over sterke eenheden parachutisten en luchtlandingstroepen. Dat bij de inval in de Polen parachutisten als Poolse militairen waren verkleed. Onduidelijk is of Sas ook informatie met Philips bleef delen.

Vanaf 1938 krijgt hij hulp van zijn oom generaal H.G. Winkelman. Hij was de Nederlandse opperbevelhebber vanaf 6 februari 1940 en ten tijde van de Duitse invasie in 1940.

Hamming ging ervan uit - zoals velen in Nederland - dat het onder water zetten ('inunderen') van de strook tussen Naarden en de Biesbosch ook in de twintigste eeuw nog zou helpen bij het weghouden van eventuele aanvallers uit het westen van het land.

In november 1936 was een eerste versie van het plan klaar. Deze 'Regeling Buitengewoon Vervoer' beschreef hoe bij een Duitse aanval, na een waarschuwingstelegram van het ministerie van Defensie, in Eindhoven machines,, gereedschappen, grondstoffen, halffabricaten en archieven in vrachtauto's, treinen en binnenvaartuigen zouden worden geladen, en in drie dagen tijd zouden worden vervoerd naar een fabriekscomplex op het terrein van de werf Wilton-Feijenoord in Rotterdam. Het was een draaiboek van militaire precisie; aan alle details was gedacht, zelfs aan eigen bewegwijzering. Het bijbehorende personeel zou per extra trein of met eigen vervoer naar de 'Vesting Holland' reizen, en als de Waterlinie het toch niet hield, zou een deel van de staf doorreizen naar Engeland.. Als eerste stap huurde de directie alvast een kluis bij het kantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij in Den Haag om daar originele contracten en octrooipapieren in op te bergen, zodat ook die achter de Waterlinie lagen en eventueel snel naar Engeland konden worden overgebracht. 

De inzet van Duitse parachutisten, verkleed in Nederlandse militaire uniformen en als politieman achter de waterlinie droppen, was een nieuwe tactiek en deels geheim wapen van de Duitse oorlogsmachine. Hiermee werden Hammings plannen en ook van de regering en legertop acherhaalt, Hiermee was geen rekening gehouden, 
Overigens zijn veel lichtbewapende Duitse parachutisten door het Nederlandse leger gedood of gevangen genomen en grootste deel als gevangen naar Engeland overgebracht. Het verlies van deze speciale troepen en het neerhalen van zo'n 280 vliegtuigen, meer dan de helft van wat de Duitse luchtmacht op dat moment bezat. De inval in Engeland kon door het toedoen van Nederlandse militairen niet doorgaan. Kennis over luchtdropping kwam hiermee ook in Engelse handen. Meer valt te lezen in het boek "De slag om de residentie 1940" of  
Slag_om_Den_Haag.

Na de bezetting van Nederland en de Philipsfabrieken, bleef mr. J. Hamming bezwaar maken tegen de Duitse overheersing. Philips had Duitse militairen bij de in- en uitgangen kregen, intern had men last van N.S.B-ers, spionnen en verklikkers en Duitse bewindvoerders.
Jaap Hamming behoort tot de eersten die zich bij de Ordedienst (OD) aansluiten en wordt commandant van OD-regio 18, Eindhoven en omgeving. Hij onderhield nauwe contacten met Philipsmedewerkers die ook illegale werkzaamheden uitvoerden. Hiernaast was hij waarschijnlijk ook actief bij NSF. Zijn vele contacten in het land kwamen bij zijn activiteiten van toepassing. 

Jaap's naam wordt voor het eerst bekend bij de Duitsers als gevolg van de Duitse contraspionageoperatie Nordpol, beter bekend als het ‘Englandspiel’ waarbij de Duitsers een gevangengenomen radioman opdracht geven te blijven seinen met de Engelsen die vervolgens geheimagenten in bezet Nederland blijven droppen, met als gevolg dat zij beneden bij aankomst worden opgewacht. 

Als op 28 mei 1942 één van de verzetsgroepen waarmee hij contact heeft wordt opgerold door Englandspiel, moet Jacob met zijn familie onderduiken. Toevallig was Jaap met zijn gezin zeilen in Friesland en een Philips koerier komt hem waarschuwen. Ze keren niet meer terug naar hun huis aan Fazantlaan 7 en het gezin houd zich schuil in een leeg staande villa in Bussum dat het verzet voor hen heeft geregeld. Vandaaruit en andere plaatsen zet Jaap zijn verzetswerk voort. Ook zijn vrouw Françoise Hamming-Schreuder gaat zich vanaf dat moment inzetten voor hulp aan onderduikers. 

Jaap Hamming valt door de mand als hij in de trein tussen Leiden en Amsterdam wordt aangehouden en zijn persoonsbewijs moet laten zien. Terwijl hij in zijn tas zoekt naar het vervalste papier dat hij de Duitsers wil voorhouden, valt zijn echte bewijs per ongeluk op de vloer. Jaap wordt ter plekke gearresteerd en vastgezet, eerst in Amsterdam, vervolgens in de gevangenis in Scheveningen, het zogenaamde ‘Oranjehotel’.

Vanuit Philips (wie?) kan men door Duitse contacten het bezwarend dossier van wapen- en munitiebezit, laten verdwijnen. Alleen blijft als overtreding staan twee jaar onderduiken en een vals persoonsbewijs. Hiervoor is Jaap veroordeeld. Na enige maanden volgt transport naar kamp Vught, waar hij tot de ontruiming op 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) blijft. Na de evacuatie wordt hij achtereenvolgens naar Sachsenhausen en naar Neuengamme gedeporteerd. Eind oktober 1944 wordt hij met een aantal andere gevangenen uitgeselecteerd voor dwangarbeid bij de aanleg van de Friesenwall, een verdedigingslinie in Oost-Friesland rond de stad Aurich. Jacob wordt er ondergebracht in het buitenkamp Aurich-Engerhafe, van waaruit hij antitankgrachten graaft in de omgeving. Ook in dit kamp zijn de leef- en werkomstandigheden onmenselijk slecht. De gevangenen maken lange dagen van extreem zwaar werk, terwijl ze bloot staan aan mishandeling en verwaarlozing. Als gevolg van slechte hygiëne, ondervoeding en de onthouding van medicijnen worden de meeste, dan al ernstig verzwakte gevangenen ziek. Jaap Hamming bezwijkt op 23 november 1944 aan ‘bloedige dysenterie’, veroorzaakt door de geleden ontberingen. Hij is 41 jaar geworden.  Zijn vrouw Margaretha Françoise Schreuder overlijdt in 1946 in een ziekenhuis aan een verkeerde bloedtransfusie.

In Eindhoven (Acht) is een laan naar hem genoemd: Jaap Hamminglaan en in Waarle is er de Meester J.L. Hamminglaan.

Bronnen:
Philips koerier

Metze, M. A. H. M. (2004). Anton Philips 1874-1951. Ze zullen weten wie ze voor zich hebben. Pagina 329.

In het Duitse boek "Verschwunden in Deutschland", dat in 2018 vertaald is "Verdwenen in Duitsland", geschreven door Imke Müller-Hellmann is een interview opgenomen met zijn zoon Dolf over het leven van zijn vader. De Duitse uitgave is van 2014. ISBN 9789492052483, 175 pagina's.   Hieronder een foto van Françoise en Jaap uit boek "Verdwenen in Duitsland".

Mini-radio's

Door één namens velen.
Cladestiene radioproductie in de bezettingstijd.
Verhaal in de Philips Koerier sept. 1954

De kleinste series kleine radio-ontvangapparaten, die ooit bij Philips werden vervaardigd, zagen in de bezettingsjaren het levenslicht. Iedereen, die maar de beschikking over onderdelen kon krijgen en enige kennis van de radiotechniek bezat, begon een privé-fabriekje, waarvan de productie overigens zeer klein was. In kleine werkplaatsen en afgelegen werkkamers werd een grote activiteit ontwikkeld. De liefhebberij om zelf ontvangtoestellen te vervaardigen, ondervond een tijdelijke, maar intensieve opleving.
Het luisteren naar buitenlandse zenders was ten strengste verboden, maar zolang de radiotoestellen nog niet in beslag waren genomen, stoorden weinigen zich hieraan. In 1943 echter, toen de normale toestellen moesten worden ingeleverd, ontstond er plotseling een grote vraag naar deze kleine toestelletjes, die, hetzij in een onvindbaar hoekje verborgen hetzij in een alledaags gebruiksvoorwerp, gecamoufleerd konden worden.



Bijbelradio en fiets als energiebron, zie foto hieronder 
Bron: www.tweedewereldoorlog.nl

 Luciferdoosje met radio-onderdelen klik op link
 Bron www.verzetsmuseum.org

Officiële productiestaten ontbreken uiteraard over deze fabricage en er is dus niemand in ons bedrijf, die een volledig overzicht heeft wat er op dit gebied werd gepresteerd. Naar schatting echter werden enige duizenden, wellicht zelfs tienduizenden van dergelijke radio-apparaatjes in zakformaat vervaardigd. De ,,fabrikanten” stonden voor twee problemen. Ten eerste zagen zij zich voor de opgave gesteld een zo klein en zo gevoelig mogelijk apparaatje te vervaardigen, terwijl men daarnaast aandacht moest schenken aan een goede camouflage. Of aan de eerste eis voldaan kon worden, was afhankelijk van de technische kennis van de betrokkene en van de onderdelen, die hij kon bemachtigen. Vooral het laatste kon wel eens moeilijk zijn; de technische kennis daarentegen waren velen maar al te graag bereid om te geven.

Bij voorkeur werd gebruik gemaakt van knoopbuisjes, ook wel eikelbuisjes genoemd. Met slechts twee van deze miniatuur-radiobuizen kon men een apparaatje bouwen volgens het zogenaamde reflex-schema, waarmee een grote gevoeligheid is te bereiken. Met een hoofdtelefoon gaf een dergelijke schakeling reeds een goed hoorbare ontvangst op een antenne van één of twee meter, in de kamer uitgespannen. Hoewel men de keus had uit een groot aantal zenders, was het luisteren dikwijls geen onverdeeld genoegen. De stoorzenders gooiden roet in het eten en aangezien men vooral op de kortegolf veel last hiervan had, besloten in de loop van de tijd veel constructeurs over te stappen op de lange golf, Wisselde echter de uitzending die men gewoon was te beluisteren, van golflengte, dan was een verwisseling van spoelen noodzakelijk. En dat was bij die kleine, in elkaar geknutselde toestelletjes dikwijls niet gemakkelijk.

De apparaatjes waren steeds uitgevoerd voor voeding uit een 220 volt wisselstroomnet. De gloeistroom werd soms geleverd door een kleine transformator, maar deze waren niet altijd aanwezig. Dan werd gebruik gemaakt van een gloeilamp of van een condensator als voorschakel impedantie voor de gloeidraad bij directe aansluiting op het net.

Het gebruik van een transformator had echter het grote voordeel, dat het toestel ook gevoed kon worden uit een rijwiel dynamo. De fiets werd ondersteboven gezet en pure mankracht leverde de noodzakelijke energie.

Vooral bij het vinden van een geschikte camouflage heeft men zijn vernuft de vrije teugel gelaten. Iemand vervaardigde een toestelletje, gemonteerd in een rijwiel lantaarn. Het glas van de lantaarn was van het voorgeschreven verduisteringsscherm voorzien en niemand kon dus van buiten af de ware inhoud bespeuren. Een ander verborg zijn apparaat in de uitgesneden bladzijden van een boek en weer een ander monteerde een apparaatje in een poederstrooier voor de baby. Hierbij was het aansluitsnoer door breiwerk gecamoufleerd als ceintuur van moeders peignoir en de telefoon, op dezelfde wijze aan het oog onttrokken, werd als rammelaar in de wieg gehangen. Een slimme oplossing was ook de volgende. In de wandplaat van een schemerlamp had de constructeur een superheterodyne-ontvanger met vijf buizen en een als luidspreker dienende telefoon weten te construeren. De gloeilamp vormde de rechtvaardiging van het netsnoer. Om het toestel in werking te stellen moest men een spijker in een nauwelijks zichtbaar gaatje steken en als antenne fungeerde een fietsspaak, die, indien niet gebruikt, geheel naar binnen kon worden geschoven.


Radio voor krijgsgevangenen in een groenteblik.

Natuurlijk bestond vooral bij hen, die in gevangenissen of kampen waren opgesloten, de allergrootste behoefte aan nieuws. Begin 1944 werd te Eindhoven het verzoek van een Nederlandse krijgsgevangene te Neu-Brandenburg ontvangen, hem enige radio-onderdelen, verborgen in een levensmiddelenpakket, te zenden. Er was toen reeds voldoende ervaring met de constructie van kleine toestellen opgedaan om te kunnen besluiten een volledig toestel, verborgen in een groenteblik, te zenden. Nadat het toestel gemonteerd was, werd het gewicht tot de normale waarde van het blik groente aangevuld en wel zo, dat het zwaartepunt in het midden lag. De wanden van het blik werden van binnen zodanig bekleed, dat de klank bij eventueel bekloppen zo goed mogelijk met die van een normaal blik overeenkwam. Groot was de vreugde, toen na enige tijd het: bericht kwam dat de voetbalschoenen (het overeengekomen: codewoord) goed waren aangekomen en dat ze „uitstekend pasten”.


Marten Frans Elkerbout

Marten Elkerbout (15 februari 1897 - 5 september 1944) was al een held voordat hij aan zijn talrijke verzet werkzaamheden begon.

Hij was een van de eerste Nederlandse vliegeniers. Hij vloog in 1919 zijn eerste vliegtuig en bij zijn afscheid in 1935 had hij twee vliegtuigcrashes overleeft. Hij heeft
meer dan vijftig piloten leren vliegen en zo'n honderd andere piloten werden door hem bekwaamd op andere
vliegtuigen. Gedurende zijn vliegeriers loopbaan vloog hij
meer dan 5000 uur in ruim zestig verschillende vliegtuigen zoals jacht-, verkennings-, verkeers- en watervliegtuigen.

In de oorlog was hij lid van de Geheime Dienst Nederland, talloze verzetsorganisaties en met zijn alias "Siem" een van belangrijkste vertrouwelingen ir. Tromp en betrokken bij talloze illegale activiteiten. Pas in juli 1946 was voor zijn familie duidelijk dat hij door de Duitse bezetters is vermoord. Hieronder het overlijdensbericht in Nieuwe Leidsche Courant van 1 augustus 1946 

Marten is na zijn laatste vliegtuigcrash met de Kolibri ernstig gewond geraakt, dat maakte een einde aan zijn loopbaan als piloot.

Rond 1935 in dienst gekomen bij Philips. In 1940 is hij hoofd van de Philips afdeling V.C. en P. (Voorcalculatie, Commerciële en Planning) van de afdeling radiobuizen en gloeilampen. Op zijn afdeling zijn tijdens oorlogsjaren zo' n 300 tot 400 onderduikers opgevangen, ze waren zogenaamd werkzaam voor Philips. Vaak waren het niet-Philipsmensen die met valse id bewijzen en bonkaarten geholpen werden. Philips had wel de voorkeur om hoog opgeleide jonge mannen en vrouwen aan te nemen, zij waren het nieuwe kader voor na de oorlog.

Siem, zijn schuilnaam, is actief bij een groot aantal illegale organisatie. Hij is actief voor de Ordedienst (OB), Geheime dienst Nederland (GDN) en het in 1942 opgerichte Nationaal Comité van Verzet (NC), dit was een in Eindhovens initiatief. Het NC probeerde een coördinatie tussen de verschillende verzetsgroepen te realiseren. Ook de Philipsmensen van den Bosch en A. Voorwinde maakte deel uit van het NC.

19 mei 1944 werd Elkerbout op zijn kantoor van de radiobuizenfabriek bij Philips gearresteerd. De SD vond op zijn werkplek een aantal microfilms met berichten voor GDN, zo'n 20.000 gulden (deel geld van Rudi) en pistool en munitie. Ook uit huiszoeking bij hem thuis werd materiaal gevonden. Duidelijk was dat hij zich bezig hield met spionage. Hoe de SD achter zijn activiteiten is gekomen daarvoor zijn verschillende theorieën: zijn echte naam is in Spanje genoemd in een brief, een marconist is opgepakt met zijn huisadres of intern verrraad. 

De arrestatie was voor de GDN een hele klap, via hem liep het contact met Londen, hij zorgde ook de financiële middelen voor het landelijke inlichtingenwerk. Zijn huisadres, Aalsterweg 230 was voor een gedropte radio-agent, drie weken na zijn arrestatie nog een ontmoetingspunt. Londen was toen nog niet op de hoogte. Jacob J. Brandjes, alias Jan de Bruin wist van de geheime code:

Elkerbout had in de muur van zijn huis een gaatje geboord, waardoor een potlood stak. Was het potlood er door gestoken, dan was alles veilig maar was het er niet, dan was dat een waarschuwing, dat, de zaak niet in orde was. Toen Brandjes daar kwam, was het huis leeg en het potlood was er niet, want Elkerbout was gearresteerd. Een ander verhaal is dat het dienstmeisje hem waarschuwde dat Elkerbout was opgepakt door de SD. Brandjes komt via een omweg in contact met Tromp.

Tromp heeft namelijk hierna de coördinerende werkzaamheden van zijn beste vriend Marten Elkerbout overgenomen. 

Er is nog geprobeerd Marten te ruilen voor een gevangen genomen SD’er en het verzet biedt 50.000 gulden voor zijn vrijheid. De Duitsers hebben echter zulke duidelijke bewijzen tegen Marten dat ze hem niet vrijlaten. Volgens de officiële Duitse documenten wordt Marten Elkerbout  op 5 september 1944 door de Duitsers bij Kamp Vught gefusilleerd. Andere bronnen verklaren dat Marten op 7 september 1944 is gefusilleerd. 

In Acht / Einhoven is de Marten Frans Elkerboutlaan. Onderscheiden met Verzetsherdenkingskruis (VHK), Bronzen Leeuw (BL) en Belgische onderscheidingen Médaille de la Résistance en Médaille commémorative de la Guerre 1940-1945

Bron o.a. boek: De Geheime Dienst Nederland

Aart van Wijk specialist in het vervalsen van documenten

Aart van Wijk Geboren: 21-03-1902 te Utrecht.
Overleden: 07-08-1976 te Eindhoven

Aart  van Wijk

Hendrika Mechtelina van Wijk-Thomson

A. van Wijk komt in 1927 in dienst bij Philips Nat.lab. Begin 1929 gepromoveerd tot doctor in de Wis- en natuurkunde op het proefschrift: Invloed van magneetveld, zwermen en wand op de kristaloptische eigenschappen van vloeibaar-kristallijn p-Zoxyanisol. Hij trouwt met Hendrika, Mechtelina Thomason, ze was muzieklerares, uit welk huwelijk twee zoons werden geboren Hendrik en Leendert.

In de oorlogsjaren is het gezin woonachtig op Gaailaan 7 in Eindhoven, zijn buurman op nummer 5 was Joseph van Vlijmen, procuratiehouder bij Philips. Hij is ook de plaatselijk vertegenwoordiger van de Joodse Raad en verzorgde de reis- en verhuisvergunningen.

In maart 1942 moest het gezin de woning uit om plaats te maken voor de Nazi-Kringleider van de NSDAP, Zimmermann. Later moet het gezin Vlijmen naar het Philips-Kommando in Kamp Vught. Joseph van Vlijmen en ook zijn zoon overlijden aan de ontberingen van een later concentratiekamp. Zijn vrouw Fanny van Vlijmen-Blomhoff overleeft de oorlog.

Bij Aart's gezin wordt in de begin jaren van de oorlog, een Oostenrijks officier ingekwartierd: groot-majoor Heitemeier werkzaam bij het Ortskommandantur in Eindhoven. Deze Duitse contole dienst is dan gevestigd aan stationsplein in het Grand Hotel Restaurant Royal. Deze rijksduitser bemoeide zich verder niet met het gezin maar had wel een voordeursleutel en gebruikte deels het huis. Wanneer hij vertrokken is, laten Aart en zijn vrouw, herfst 1942 een jonge Joodse vrouw onderduiken. Zij is Regina Wertheijm, een nicht van de weggestuurde buurman.

Toen Duitsland in mei 1940 Nederland binnenviel, studeerde Regina in een van de stadsziekenhuizen om verpleegster te worden. Met de steeds toenemende beperkingen voor de joden die niet langer bij niet-joden mochten studeren, moest ze haar studie onderbreken. In de zomer van 1942, toen de orders voor werk in het Oosten werden afgeleverd, besloot Regina in plaats daarvan op zoek te gaan naar een onderduikadres. Ze verborg zich korte tijd bij verschillende families, die haar om de een of andere reden niet langer konden houden. Toen, in het najaar van 1942, werd ze doorverwezen naar Aart en Hendrika van Wijk, buren van haar oom, die aanboden haar in huis te nemen. 

Aart gebruikte zijn Philips positie en de materialen waarmee hij werkte om identiteitskaarten en voedselbonnen te vervalsen. Hij maakte de valse papieren voor Regina en gaf haar de naam Kato de Jong. Ze was zogenaamd geboren in Nederlands-Indië (nu, Indonesië), omdat ze een donkere huidskleur had. Hoewel ze was uitgerust met een valse ID, werd het als veiliger beschouwd om altijd binnen te blijven. De Gaailaan was onderdeel van het Eindhovense Villapark, dat in de jaren 1910 -1935 gebouwd is voor het hoge kader van Philips. Het zijn luxe huurwoningen en veel wisselingen. Je baan bij Philips was verbonden met een woning van Philips, huur werd automatisch van je loon ingehouden. In deze grote huizen waren veel Duitse officieren ondergebracht of waren de huizen gevorderd zoals het huis van hun directe nazibuur.

Regina zou de oppas zijn voor de van Wijk-jongens, die haar 'juffrouw Toos' moesten noemen. Na de bevrijding bleef Regina nog enkele maanden, ze vertrok naar Israël. Ze bleef contact houden met de van Wijks tot hun dood.

Een veelheid van motieven had Aart is om actief te worden in het "stille" verzet: De bezetting van Nederland. Het wegvoeren van zijn Joodse buren, papieren vervalsen voor hun onderduikster of de aanwezigheid van een nazi-buurman. Of heeft zijn neef Adriaan Thomson, ook wel Kapitein A.A.J.J. Thomson hem overgehaald? Deze neef, die in het verzet zat en spioneerde voor de Nederlandse regering, logeerde vaak in de Gaailaan voordat hij als officier, in 1942, gevangen werd gezet in Stanislau. In maart 1943 is Thomson verplaatst naar een ander strafkamp nadat zijn spionagerol duidelijk was geworden. Over Thomson is door zijn dochter in 2016 een boek geschreven "Kapitein Thomson". Indrukwekkend stukje geschiedenis naar de geheimen van Kapitein Thomson. De archieven over Thomson zijn nog gesloten tot 2021, heeft de regering toen bepaald. 80 jaar! 

Aart van Wijk ging zich in het najaar van 1942 specialiseren in het vervalsen van documenten.

In oktober 1943 vraagt Tromp aan Aart van Dijk eens te kijken naar de valse persoonsbewijzen die door de Engelse waren verstrekt aan agenten die gedropt waren. Rudi's documenten (Wim  Schreinemachers) werden geanalyseerd. In 10 minuten haalde van Dijk er 12 fouten uit.  "Stomme  fouten", volgens  Ir. Th.Ph. Tromp  tijdens zijn verhaal vraaggesprek voor de Parlementaire Enquête  regeringsbeleid 1940-'45

Tweede distributiestamkaart

De invoering van de tweede stamkaart welke hoofdzakelijk ingevoerd werd om het grote aantal onderduikers klem te zetten en plaatste het verzet aanvankelijk voor grote problemen. De tweee distributiestamkaart werd in combinatie met een Persoonsbewijs gebruikt. Op beide documenten moest een zgn. Rauter – zegel zitten.

Het paniek van het verzet duurde niet lang, al op 25 januari 1944 werd de kluis van het gemeentehuis in Tilburg gekraakt. De buit 6000 zegeltjes met het woord Tilburg en 99.000 blanco stamkaarten. De laatste konden, na afstempeling, dienen voor iedere willekeurige gemeente. Op 17 mei 1944 leverde de overval bij drukkerij Hoitsema in Groningen nog een 133.450 zegeltjes op. Toen de uitreiking van de tweede distributiestamkaart in juni 1944 was afgerond waren er al voldoende zegeltjes ‘gestolen’.

Uit zijn archief, bewaard bij het RHC-e valt af te lezen dat dr. A. van Wijk het knooppunt was van wijdvertakt netwerk van ambtenaren bij distributiekantoren en bevolkingsregisters waarlangs valse persoonsbewijzen middels het aanpassen van de persoonskaarten en het verzorgen van het ontvangstbewijs voor de stamkaart "gelegaliseerd" konden worden. Van Wijk fungeerde ook als postadres van falsificatie centrales. Vele personen konden door het verschaffen van een nieuwe identiteit zich aan de arbeidsinzet onttrekken of als verdachte van de SD op een dwaalspoor brengen. Het materiaal, zoals stempels, valse papieren enz. dat nu aanwezig is in het Eindhovens stadsarchief, heeft Van Wijk waarschijnlijk, na de bevrijding van Eindhoven op 18 September, uitgeleend aan het verzet in het noorden van het land.

Het is duidelijk dat dit geruisloos verzet, vervalsen van papieren en financiering van het verzet, van enorme betekenis is geweest en naast andere verzetsgroepen onze bewondering verdient, al hebben overige groepen zich vooral in de nadagen van de oorlog onderscheiden door spectaculaire gewapende acties. In de niet aflatende stroom van publicaties over de tweede wereldoorlog wordt het rustige intellectuele verzet van kleine groepen ingewijden niet geheel op hun waarde geschat.

Vanwege zijn verdienste in het verzet volgde hij in 1944 de cursus reserve majoor voor het Militair Gezag, waarbij hij achtereenvolgens als districtscommissies van Delft en Den Briel in functie was. In 1947 maakte hij een reis naar Duitsland als gemachtigde van de geallieerde controle commissie.

Na zijn functie bij het Militair Gezag kreeg hij een functie bij het Centraal Ontwikkelingsbureau de voorloper van Philips Usfa NV waar hij werkte aan de ontwikkeling van geheime defensie systemen.

Op 1 januari 1965 werd hij gepensioneerd bij welke gelegenheid hij werd onderscheiden met de orde van Oranje Nassau.

Aart van Wijk en zijn vrouw H.M. Mechtelina van Wijk, krijgen postuum. 20 september 2011 een plaats in de Yad Vashem muur, voor hun verdiensten in de oorlog.

Bronnen:

Archief Aart van Wijk  rhc-eindhoven.nl

Boek Kapitein Thomson, Auteur: Else Kooijman, Pagina's 273, ISBN 9789402148954, 25-11-2016

http://db.yadvashem.org/righteous/family.html?language=en&itemId=9246582

Brandbommen en J verwijderen

Collega in verzet van Aart was J of S.H.R. Visser

De heer J. Visser of S.H.R Visser (Philips telefoonboek nov. 1940) was chemicus en werkte op het Nat. Lab. Van Philips. Hij werkte mee aan sabotage door zijn kennis van de chemie. Zo heeft hij samen met de glasblazers van het laboratorium een soort “brandbom” gemaakt, waarmee het Archief van het Eindhovens Administratiekantoor in brand werd gezet. Hierdoor gingen veel gegevens voor de Duitsers verloren.

Ook heeft hij voor Joodse mensen de indertijd fatale J uit hun Ausweis weten te verwijderen met een speciale behandeling van de inkt. Wie een J in zijn Ausweis had, was Jood en viel dus automatisch onder de etnische zuivering van de edelgermanen.
bron:
Aalst-Waalre in oorlogstijd door Raimondo Bogaars en Jaap Walinga, 2012, 167 pagina's, isbn 9789490552022

ing. P. H.K. G. Cornelius

werkzaam op Nat Lab en vooral bezig met het vervalsen van persoonsbewijzen voor joden en onderduikers en het vinden van onderduikadressen.

Mevrouw S. Wijtman-Vleer: "In de zomer van 1940 vingen mijn ouders aan met illegale activiteiten. Als enige dochter hielp ik vooral mijn moeder, omdat zij de spil in het geheel was. Aanvankelijk hielp ik met het verspreiden van illegale bladen als Trouw. Die bezorgde ik al wandelend met mijn baby – verstopt onder het matrasje – bij vertrouwde adressen aan huis".

Het illegale werk bracht mijn moeder in contact met een Philips-employé werkzaam op Nat Lab., ing. P. H.K. G. Cornelius, een Duitser van origine [sinds 27 mei 1948 Nederlander  (Stbl. no. I 213). ] die met een joodse was getrouwd. Hij hield zich vooral bezig met het vervalsen van persoonsbewijzen voor joden en onderduikers en het vinden van onderduikadressen. Toen hij vroeg of wij onze woning aan de Julianastraat daarvoor beschikbaar wilden stellen, hoefden we daar niet lang over na te denken.

Cornelius bracht mijn moeder in contact met de financier van zijn verzetsgroep, mevrouw Sylvia Philips-Van Lennep getrouwd met Frits Philips. Eens per maand haalde mijn moeder geld bij haar op. In de "boekhouding” van  Sylvia, zo vernamen we na de oorlog, werd mijn moeder met de codenaam “Vleermuis” aangeduid.

Onze woning werd hoofdzakelijk als doorgangshuis gebruikt. Ook hebben wij er voor langere tijd tientallen onderduikers in huis gehad. Tijdens de bezetting was er veel loslippigheid onder de mensen, om maar te zwijgen van verraad. Daar zijn tal van joden het slachtoffer van geworden. Soms ook de helpers. Zo werd de familie Van der Wal uit onze buurt verraden en gearresteerd. Die hadden zes joden in huis. Het dag-en-nacht-parool was dan ook zwijgen en oppassen.

'In onze woning verstopten we wapens voor het echtpaar van Bruggen en we hielpen hen bij het zoeken naar onderduikadressen. Op een dag vernamen we dat we geen contact meer met hen moesten opnemen: de SD had hun illegale werkzaamheden ontdekt. Rien van Bruggen was met een politieagent, Aarts, bij Tilburg in de val gelopen toen ze met geallieerde piloten op weg naar België waren. Na de oorlog hoorde ik dat ze verraden waren.' Beiden overleven de oorlog niet en worden in kamp Vught geëxecuteerd.

Het grootste probleem voor ons was het vinden van onderduikadressen. Heel wat Eindhovenaren durfden het niet aan een onderduiker in huis te nemen. Wekenlang waren we daarvoor soms op pad. En ik moet helaas zeggen dat sommige joden heel lastig of kieskeurig konden zijn. Ik herinner me een vrouw voor wie geen enkel adres naar haar zin was. Het was te klein of er was te weinig comfort. Velen daarvan raakten daardoor in moeilijkheden en werden opgepakt. Weer andere joden gaven blijk van wantrouwen tegenover ons. Voordat ze door ons werden ondergebracht, werd hun huisraad onder verschillende adressen verdeeld, zo van de linkerschoen hier en de rechterschoen daar. Dan waren de mensen in staat om te zeggen; jullie zoeken het verder zelf maar uit. Er waren na de oorlog ook mensen die zeiden: zoiets doen we nooit meer.

Na de bevrijding hielpen wij opnieuw joden. Nu die – nog in hun streepjespakken gekleed - uit de concentratiekampen terugkeerden en in het Veemgebouw van Philips werden opgevangen waar we hen moesten ontluizen. Ik vond het heel indrukwekkend hoe die uitgemergelde mensen, die nauwelijks konden staan, het Wilhelmus zongen. Wij hebben onze plicht gedaan en wisten vooral door de inzet van mijn moeder een groot aantal joden uit handen van de Duitsers te houden. Mijn moeder is nooit voor haar verzetswerk onderscheiden, ook niet postuum, en dat is iets wat mij nog altijd steekt.'
Bron van dit verhaal: boek van Frans Dekkers met de titel: B&W Rond de Tweede Wereldoorlog in Groot-Eindhoven. Aangevuld met extra gegevens.

Lolle Smit 

Geboren te Sneek op 25 augustus 1892. Overleden te 's-Gravenhage op 22 september 1961
In de oorlogsjaren directeur van de Philips-vestiging in Roemenië

In 1938, na twaalf jaar bij General Motors in Berlijn te hebben gewerkt, was Lolle vanuit Wenen in Boekarest aangekomen om een ​​uitdagende nieuwe functie aan te nemen. Hij was benoemd tot directeur van Philips Roemenië in Boekarest. Hij werd al snel een bekend lid van het lokale bedrijfsleven met invloedrijke overheidscontacten. In september 1941 was het tijd voor een nieuwe promotie als hoofd van het Philips-hoofdkantoor in Boedapest en als zodanig verantwoordelijk voor de totale activiteiten van het bedrijf in Hongarije, Kroatië, Servië, Roemenië, Bulgarije, Turkije en Griekenland. Afgezien van zijn ouderlijk huis in Boedapest, waar hij woonde met zijn vrouw en drie kinderen, behield hij een verblijf in Boekarest. Deze professionele kant zorgde echter slechts voor een deel van zijn leven. Lolle Smit [schuilnaam Peters] had nauwe contacten onderhouden met de Poolse geheime dienst, dan misschien de meest bedreven en actieve Geallieerde Humint-dienst op de Balkan en had met hen samengewerkt in hun werk. Hiernaast bleek dat Smit zijn eigen communicatielijn had met de Britse diplomatieke missie in Turkije. Tegelijkertijd gaf hij belangrijke hulp aan geallieerd militair personeel dat uit Duitse krijgsgevangenkampen ontsnapte en zijn toevlucht zocht in Hongarije. Tot de Duitse bezetting in maart 1944 had Hongarije, hoewel in het Axis-kamp [asmogendheden], ​​een zekere mate van onafhankelijkheid behouden en bood zo een handige tijdelijke "veilige haven" voor degenen die op de vlucht voor de Duitse autoriteiten waren. Onder degenen die hij assisteerde, waren luitenant-kolonel Charles Telfer Howie, een Zuid-Afrikaanse officier die later betrokken was bij geheime onderhandelingen met admiraal Horthy, en verschillende Nederlandse officieren die waren ontsnapt uit het krijgsgevangenkamp in de Stanislau in Polen, nu in het huidige Oekraïne. Veel van deze Nederlandse officieren waren later betrokken bij ondergronds werk in Hongarije en produceerden vervalste papieren voor andere escapers en vervolgde Joden. Een van hen, luitenant Gerrit van der Waals, net als Raoul Wallenberg door het Sovjetregime op beschuldiging van spionage was opgepakt, toen het Rode Leger de Hongaarse hoofdstad binnenging. De Zweedse diplomaat Wallenberg wist tijdens de Tweede Wereldoorlog tienduizenden Hongaarse joden met valse papieren uit de handen van de nazi's te houden.  Wallenberg werd naar Moskou gebracht waar hij stierf in augustus 1948 in het ziekenhuis van Butirskaya gevangenis als de hervatting van langdurige mishandeling in Russische hechtenis. In 2000 rehabiliteert Rusland Wallenberg.

Kortom Lolle Smit, heeft na het uitbreken der vijandelijkheden, overeenkomstig een hem door de Hoofddirectie te Eindhoven verstrekte opdracht, daar te lande bleef als vertrouwensman op de Balkan zowel van de Philips-fabrieken als van andere Nederlandse bedrijven, zich in de oorlogsjaren ten opzichte van Nederlandse belangen heeft verworven.  Met gevaar voor eigen leven heeft de Heer Smit aan vele Nederlanders onderdak verleend, hen van geld voorzien en medewerking verleend om hen veilig over de grens te brengen. Hij verstrekte Uwer Majesteits voornoemde Gezant regelmatig inlichtingen, voerde instructies uit, wist enige malen door misleiding der Duitsers, naar Turkije te reizen en kwam dan aldaar met Dr. Visser en de Britten in contact. 

Lolle Smits ontving diverse onderscheidingen zoals Engelse "Honorary Officer of the Civil Division of the Order of the British Empire" en Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Na de oorlog verlaat Lolle Smit zijn werkgever Philips en wordt de nieuwe directeur voor exportbevordering naar de VS. Het Directoraat: ter bevordering van de Export, dat midden 1949 door de Nederlandse minister van Economische Zaken werd opgericht, heeft als eerste „doel" een Nederlandse export naar Amerika van 100 miljoen dollar in 1952. Er is een hoofdkantoor in New Vork gevestigd en bijkantoren in Chicago, Los Angeles, Dallas en Houston.  De directeur in de persoon van de heer Lolle Smit,

Bronnen:
https://www.youtube.com/watch?v=HyY_5bwDOMg

http://www.raoul-wallenberg.eu/wp-content/uploads/2010/08/Lolle-Smit.pdf

www.delpher.nl

https://intelligencepast.files.wordpress.com/2015/12/an-american-perspective-on-lolle-smit.pdf

Jan Zwartendijk

Jan Zwartendijk (Rotterdam, 29 juli 1896 – Eindhoven, 14 september 1976) was Philips directeur in Litouwen en diplomaat. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog heeft hij in Litouwen duizenden Joden valse papieren verstrekte waardoor ze uit de handen van de Duitse vervolging bleven. 

Tijdens zijn leven heeft Zwartendijk geen erkenning gekregen voor zijn rol in de Tweede Wereldoorlog. Integendeel, hij kreeg een reprimande van het ministerie van Buitenlandse Zaken omdat hij niet conform de consulaire richtlijnen had gehandeld. Door onder meer de inzet van Israël ontving de familie kort na Zwartendijks overlijden een lijst met 2132 namen van daadwerkelijk door Jan Zwartendijk ontkomen Joden. Hij heeft in totaal 2345 visa's verstrekt.

Bij Philips vertelt hij weinig over zijn activiteiten. In het najaar 1940 is zijn gezin weer terug in Nederland. De krant kan je lezen dat hij in december 1940 een telefoonaansluiting krijgt op zijn nieuwe woonadres Goorstraat 2, een Philipshuis. In 1942 en '43 zet mevrouw Zwartendijk diverse advertenties voor een dienstmeisje. In de oorlogsjaren verwacht Jan iedere dag dat zijn illegale activiteiten doorlekken naar Nederland. Zijn tweeling broer Piet Zwartkruis, ook werkzaam bij Philips, woont in de buurt, Uiverlaan 11. Hij weet niets van Jan's consul's activiteiten en hun gezin neemt een laat een Joodse kennis onderduiken. Deze jonge vrouw overleed aan kanker tijdens haar onderduikperiode. Haar "zwart" laten begraven wordt ontdekt, maar na lange Duitse verhoren was er uiteindelijke geen bewijs. 

De dochter van Piet Zwartkruis, Ineke ( M.E.L.) Zwartendijk, die in Amsterdam studeerde nam regelmatig, in een soort korset, allerlei briefjes, gecodeerde boodschappen en illegale krantjes mee, door het gehele land. Ze kreeg die in Eindhoven van een oud-klasgenoot die ze kende van het Lorentz lyceum. In Utrecht is ze door verraad in de val gelopen en toen ze alleen in een cel zat, heeft ze alle papieren opgegeten. Zonder bewijs en niets losgelaten heeft ze tot oktober 1944 in Den Bosch gevangen gezeten. Direct na de oorlog is zij het contactadres voor aanmelding Marva's (Marine Vrouwelijke Afdeling). 

Jan Zwartkruis neemt na de oorlog deel aan het onderzoek bij Philips naar "onvaderlandslievende personen". Het bedrijf riep hun eigen medewerkers op om foute elementen aan te geven. Toen de Commissie van Onderzoek op 31 december 1946 haar eindverslag uitbracht, werden 788 personeelsleden ontslagen, 536 voor een langere tijdsduur geschorst en kregen 104 personeelsleden een berisping. 

Jan Zwartendijk wordt in 1946 benoemd was tot directeur van Philips S.A. Hellénique. Geen eenvoudige klus want inmiddels was in Griekenland een burgeroorlog uitgebroken.

In november 2020 plaatst de Gemeente Eindhoven het lichtmonument van beeldend kunstenaar Titia Ex, een eerbetoon aan Jan Zwartendijk en evenzovele onzichtbare verzetshelden uit de regio tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het indrukwekkende interactieve lichtkunstwerk getiteld ‘Loom Light’ (nevellicht), markeert 75 jaar leven in vrijheid. Titia Ex: “Het werk verandert van vorm en beweegt met je mee. Overdag weerspiegelt het monument het zonlicht. ’s Avonds ontstaat een feest van lichtjes verwijzend naar de Chanoeka [Joods feest], waarbij acht dagen lang het licht wordt ontstoken door een onzichtbare hand. Het is een eerbetoon aan Jan Zwartendijk en de talloze onzichtbaren, die zich hebben ingezet om levens te redden.” Het werk, met een doorsnee van ongeveer 3.50 meter, waaiert uit van 4.50 meter tot bijna 6 meter hoog. Opdrachtgever is de Gemeente Eindhoven. De sculptuur staat bij het kruispunt op het voormalige NRE-energieterrein Eindhoven. Door deze plaatsing beleef je het lichtmonument vanuit elke richting anders. Vanaf de Kanaalstraat of Nachtegaallaan ervaar je vooral een metershoge poort van licht. De vloeiende energie van het monument komt en gaat in een V-vorm de aarde in en uit. De opoffering van tallozen, de diepzwarte periode die voorafging aan onze vrijheid.  

Lichtmonument Zwartkruis

Bron: De Rechtvaardigen van Jan Brokken. p. 340 -347 en 353

Familie Zwartkruis woonde voor 1940 in de Pauwlaan 15 Eindhoven.

Op 18 september – de Bevrijdingsdag van Eindhoven – 2018 opende het Philips Museum een tentoonstelling over Jan Zwartendijk. Meer info: https://www.philips.nl/a-w/philips-museum/over/verhalen/jan-zwartendijk.html

Na zijn dood heeft Jan Zwartendijk in 1997 de Yad Vashem-onderscheiding ontvangen.

Het ministerie van buitenlandse zaken, in het bijzijn van de koning,  heeft in 1997 alsnog excuses aan de familie aangeboden.

In Litouwen is sinds 2018 een Memory Place voor Jan Zwartendijk, zie foto's hieronder
Artikel in ED 15 juni 2018 over Jan Zwartendijk

Boek 2018: De Rechtvaardigen van Jan Brokken.
Over het leven van Zwartendijk verscheen in oktober 2018 bij Uitgeverij Atlas Contact het boek De Rechtvaardigen van Jan Brokken. (ISBN 9789045036649)

Jan Brokken beschrijft het leven van Jan Zwartendijk en de lotgevallen van veel van de ontkomen Joden in een meeslepend epos, waarin een treffend beeld wordt geschetst van een wanhopige tijd. De rechtvaardigen is een les in moed, in het maken van de juiste keuzes op het juiste moment.

Memory_Place_Jan_Zwartendijk
Memory Place voor Jan Zwartendijk

In Litouwen is sinds 2018 een Memory Place voor Jan Zwartendijk
Adres: Laisvės al. 18-40, Kaunas 44311, Litouwen
Kunstwerk ontworpen door Giny Vos


April-meistakingen 1943 in Eindhoven

In totaal vallen er landelijk 175 dodelijke slachtoffers bij de vergeldingen van de Duitsers. In Eindhoven zeven personen.
Ander bronnen zeggen dat er tussen 30 april tot 15 mei zo'n standrechtelijk executies van duizend Nederlanders hebben plaats gevonden*

Op 29 april 1943 maakten de Duitse bezetters bekend dat Nederlandse mannen en oud-militairen zich moesten melden voor de Arbeitseinsatz. Dit creëerde een golf van onvrede en zo begonnen de April-meistakingen. Via deze stakingen lieten Nederlanders hun onvrede zien aan de Duitsers, maar lieten de Nederlanders vooral ook zien dat zij op één lijn zaten met elkaar. Daarnaast zijn veel Nederlandse mannen ondergedoken en heeft uiteindelijk maar een fractie van hen (8.000 van de 300.000 man) zich gemeld. 

Bij de N .V . Philips’ Gloeilampenfabrieken te Eindhoven verliet het personeel donderdagmiddag 29 april weliswaar het bedrijf niet, maar werden uit verschillende afdelingen toch sit-downstakingen gemeld, die op toenemende spanning wezen.  Op vrijdag 30 april '44 legde het personeel van de Philipsfabrieken het werk neer.  Deels ook noodgedwongen omdat ook de Staatsmijnen staakten, hierdoor stagneerde spoedig ook de gasleverantie, met het gevolg, dat alle industrieën, die op deze gastoevoer waren aangewezen, zoals een gedeelte van de Philipsbedrijven, tot stilstand kwamen.

Frits Philips heeft op vrijdagmiddag overleg gepleegd met de Verwalters (Duitse Toezichthouders)  en hun voorgesteld, dat Philips de volgende zaterdagochtend vrij zouden geven. Zij stemden toe, en kort daarna werd aan de fabriekspoorten bekend gemaakt dat zaterdag niet zou worden gewerkt. Ook de Ruestungsinspektion, waarmee intussen telefonisch overleg was gepleegd, gaf haar toestemming. Het niet werken op deze zaterdag kon dus niet als een staking worden beschouwd.

Zaterdag 1 mei, dag van de arbeid, deze ene keer een vrije dag. Veel mensen gaan naar het centrum Eindhoven.

Ooggetuigen hebben meegedeeld, dat zij zaterdagochtend enige open vrachtwagens van Philips zagen, vol arbeiders, die met rood-wit-blauwe en met rode vlaggetjes zwaaiden en liederen zongen.  Op dit dag vinden al de eerste arrestaties plaats.

Van arbeiderszijde is er over geklaagd, dat een gedeelte van het hoger Philipspersoneel niet openlijker partij koos voor de stakers. 

Op zondag 2 mei 1943 verzocht de Philipsdirectie het personeel dringend de volgende dag het werk weer te hervatten Zij kon de arbeiders buiten Eindhoven evenwel niet tijdig meer bereiken. In de stad werden pamfletten verspreid om met de staking door te gaan. Eén van de initiatiefnemers en leider van de staking bij Philips in Eindhoven was Rien van Bruggen. Hij werkte op Nat.Lab als chemicus en zeer actief in het verzet. 

Op maandag 3 mei bleken de Duitsers het domste te hebben gedaan, wat zij dat moment konden doen. De mensen die maandagsmorgens naar hun werk wilden gaan, zagen plotseling aan de poorten een zware Duitse bewaking, waarop velen niet eens naar binnen gingen.

Erger was dat, door een overigens begrijpelijke voorzorg van het gemeentelijke gasbedrijf, onze fabrieken zonder gas stonden. De gasvoorziening door de Staatsmijnen had wegens enkele stakingen korte tijd gestagneerd, maar was intussen hervat, waarop men bij de gemeente had besloten eerst voor bevolking de gashouder vol te pompen, alvorens aan Philips gas te leveren. Op de fabriek was echter de reactie: „Zie je wel: geen gas! Dus ze staken nog in Zuid-Limburg. Dan gaan wij ook naar huis". Onze fabrieken waren  al dun bezet, en de lui die er wel waren, begonnen zich meer èn meer onbehaaglijk te voelen. Ten slotte liepen ook zij de poort uit.

In de binnenstad werd het rumoerig, er ontstonden opstootjes, waarbij ergens een melkwagen werd omgegooid. De toestand werd beklemmend.  

Die maandag 3 mei 1944 constateerde de Sicherheitspolizei dat maar weinig Philips personeel op het werk was komen opdagen. Het Polizeistandgericht voor Noord-Brabant installeerde zich in het hoofdkantoor van Philips en liet het aan de gemeentepolitie over, een keuze te doen uit het grote aantal arrestanten, dat die dag door overvalwagens van alle kanten werd aangevoerd. Maandagmiddag werden zeven arbeiders op Philipsterrein gefusilleerd. 

Voor het vuurpeloton verschenen, P. J. Verhoeven, W. van Beek en J. C. Gielen werkzaam bij Philips. P. van Kempen was in dienst bij Bata te Best, G. van Werts bij de N .V . Mignot & de Block te Eindhoven. In de avond is ook J. G. Eilers gefusilleerd, werkzaam bij Philips als Televisie-ingenieur/assistent laborant en actief in het verzet. Even daarvoor is landarbeider Simon van Zantvliet doodgeschoten, beide zijn niet vermeld op het Duitse plakaat. Van de slachtoffers is niet bekend, waar zij begraven liggen. Van de zijde van de bezetter was verordonneerd dat de stoffelijke overschotten niet aan de nabestaanden mochten worden teruggegeven. Om de gefusilleerde mannen te herdenken is op het voormalige Philips-terrein, Glaslaan een monument opgericht.

Ook de directie van Philips wordt niet ontzien. De Duitsers dreigen "dat wanneer alle arbeiders 4 mei om acht uur niet aanwezig waren, de directie, waaronder Frits Philips, doodgeschoten zou worden".   Ook in de dorpen om Eindhoven, waar veel Philips  arbeiders woonden, door de Duitsers via luidsprekerwagens omgeroepen: als de bevolking wilde voorkomen dat ingenieur Frits Philips zou worden doodgeschoten, dan moest iedereen weer gauw aan het werk gaan.

Deze terechtstellingen en het bericht dat Frits Philips en sommige directeuren gearresteerd waren, zorgde voor de beëindiging van de staking in Eindhoven. De Duitsers "gijzelen" Prof. Holst en de heren Dijksterhuis en De Vries. Ze zijn een aantal dagen opgesloten. Deze poging tot intimidatie had voor Eindhoven effect. Frits Philips werd langer gevangen gehouden en hij kwam pas op 20 september '43 weer op vrije voeten. Zijn was zijn rol als directeur uitgespeeld. Het Duitse regime werd straffer en de productie bij Philips werd bijna volledig afgestemd op de oorlogsindustrie. Philips Eindhoven is in 1944 geleidelijk volledig in Duitse handen gekomen. Het enige voordeel hiervan was dat Philipspersoneel waren vrijgesteld om in Duitsland te gaan werken.

Want op 5 mei 1944 werd landelijk de beschikking gepubliceerd, dat de studenten niet-tekenaars zich de volgende dag moesten melden. 7 mei stond het besluit van de „arbeidsinzet” in de kranten: alle mannen van 18 tot 35 jaar moesten zich melden bij een der gewestelijke arbeidsbureaux. Op 13 mei volgde het bevel tot inlevering van de radiotoestellen. Het verzet komt in een volgde fase

Boek online aprilmeistakingen https://pure.knaw.nl/portal/files/1871154/1950_Bouman_aprilmeistakingen.pdf

Frits Philips over de staking  Leeuwarder courant 20-12-1975

* Het Nederlands gewapende verzet. Online 

Peter van de Grint (P.J.M.)  
A. Vermeeren / F. Koevoets

Peter is 20 jaar, laborant bij Philips in Eindhoven. Hij in april 1942 gearresteerd, voornamelijk wegens het verspreiden van illegale lectuur zoals "Vrij Nederland". Hij en andere Philipsmensen zijn veroordeeld tot enige jaren tuchthuis. Over zijn leven in Eindhoven en gevangenschap schreef hij een uitgebreid dagboek vol brieven, krantenknipsels en wetenswaardigheden.
Zijn dagboek, 537 pagina's,  is aanwezig bij Niod , delen hiervan komen later op deze site beschikbaar. Aantal opmerkzame aantekeningen:

"Zelfs de gloeilampen zijn schaars en men is verplicht, een oude lamp, bij aankoop van een nieuwe, in te leveren."

"De knijpdynamo's werden al lang niet meer verkocht, wel gemaakt, maar die zijn voor de moffen.
Vandaar ook dat er zulke geweldige prijzen voor wordt gegeven; voor f 8,- tot f 50,-, terwijl 'n boer er 100 kg rogge voor geeft."

Peter van de Grint

Peter van de Grint

Eindhovenaren voor het Obergericht [Hoge Raad]

Bericht in Dagblad van het Zuiden voor Eindhoven Datum 31-10-1942 [Duitsgezinde en gecontroleerde krant]

Wegens verspreiding van Vrij Nederland

Voor het Duitse Obergericht zitting houdend in Huize "Regina Coeli" te Vught, hebben donderdag en vrijdag terecht gestaan: 

A. Vermeeren, geb. 7 Mei 1910, Philips calculator te Eindhoven:
F. Koevoets, geb. 25 Nov. 1919, Philips kantoorbediende te Eindhoven;
P. J. M. van der Grint, geb. 17 Nov. 1922, Philips laborant te Eindhoven;
J. B. A. van Laarhoven, geb. 11 Febr. 1923, student te Eindhoven;
P. Th. Luijk. geb. 16 Febr. 1902, verkoper te Amsterdam;
H. Arends, geb. 30 Sept. 1929. kantoorbediende te Eindhoven en diens vader:
J. Arends, geb. 21 Aug. 1885, afdelingschef te Eindhoven.

De drie eerstgenoemden werden ervan beschuldigd, dat zij te Eindhoven in het voorjaar van 1942 gemeenschappelijk handelende, anti-Duitsche geschriften vervaardigd en verspreid hebben en wel in een bijzonder ernstig geval.
P. van der Grint, tegen wie bovendien bij het Kriegsgericht een strafzaak wegens spionage aanhangig is, had zich tevens te verantwoorden wegens het luisteren naar Engelse radio-zenders.

Van Laarhoven heeft een exemplaar van het illegale blad „Vrij Nederland" in ontvangst genomen; bij huiszoeking werd bovendien een ploertendoder gevonden, dien hij in strijd met het wapenverbod in zijn bezit had.

P. Luijk heeft in Februari en April 1942 aan zijn vriend P. van der Grint twéé brieven geschreven, waarin anti-Duitse uitlatingen voorkwamen.

De verdachten Arends zijn in het bezit bevonden van een exemplaar van „Vrij Nederland"; dit is door alle leden van het gezin gelezen. 

Het duplicatieproces in Cyclostyle is een vorm van het kopiëren van stencils . Een sjabloon wordt op was of geglazuurd papier gesneden met een penachtig voorwerp met een rolletje aan de punt. Een groot aantal kleine korte lijntjes wordt uitgesneden in het geglazuurde papier, waarbij het glazuur wordt verwijderd met het spoorwiel, waarna inkt wordt aangebracht. Het werd in de late 19e eeuw uitgevonden door David Gestetner , die het "cyclostyle" noemde naar een tekengereedschap dat hij gebruikte. De naam bevat " stylus ", een klassiek Latijns woord voor een pen.

Tijdens het verhoor verklaarde Vermeeren, die met Koevoets op de kantoren van Philips werknaam was, dat Koevoets, hem meegedeeld had dat een van zijn vrienden over een cyclostyle beschikte. Hij zou deze gaarne ten nutte van het vaderland gebruiken waarop Vermeeren hem gezegd had, dat hij aan hem zou denken, wanneer hij eens iets had. Kort daarna kreeg Vermeeren een pakketje toegezonden, dat de stencils bevatte voor het nummer van 10 Maart 1942 van het blad, Vrij Nederland". Het pakje was afkomstig van een onbekend persoon en droeg het poststempel van Amsterdam. Hij vermoedde, dat het hem was toegezonden door iemand met wie hij eens in den trein een gesprek had gevoerd, en die bij die gelegenheid zijn adres had genoteerd. De president wees hem op het onaannemelijke van deze verklaring; verdachte bleef er echter bij, dat hij geen relaties had met de verspreiders van het blad.

Vermeeren had de stencils met een pak cyclostyle-papier doorgegeven aan Koevoets, die met Van der Grint ongeveer 35 afdrukken maakte. Zij zonden 25 exemplaren aan Vermeeren, die, naar hij verklaarde, deze afdrukken onmiddellijk vernietigd had daar hij inmiddels angst had gekregen voor de gevaren, die aan zijn bemoeiingen verbonden waren. De overige exemplaren werden onder vrienden verspreid. Onder dezen bevonden zich de verdachten v. Laarhoven en Arends.

Bij de naar aanleiding van deze affaire uitgevoerde huiszoeking werden bij Van der Grint enige brieven met anti-Duitsche inhoud, afkomstig van Luijk, een recept voor springstoffen en andere bezwarende zaken gevonden. Na de verhoren eiste de Staatsanwalt [Openbare aanklager]de volgende straffen:

tegen de 22 jarige Vermeeren vier jaar tuchthuis;
tegen de 23 jarige Koevoets 2 en half jaar tuchthuis:
tegen de 20 jarige P. v. d. Grint 2 en half jaar tuchthuis en een jaar gevangenisstraf, of in totaal 3 jaar tuchthuis;
tegen de 22 jarige Luijk 6 maanden gevangenisstraf met aftrek van preventief;
tegen de 19 jarige Arends Jr. een straf gelijk aan het voorarrest;
en voor Van Laarhoven en de 57-jarige Arends Sr. vrijspraak.

De verdediging van Vermeeren en Koevoets werd gevoerd door mr. P Scheefhals te 's-Hertogenbosch: voor Van der Grint en Luijk werd gepleit door mr. P. J. Emmelot te Utrecht: voor Van Laarhoven trad mr. Noyons als verdediger op. De verdediging drongen aan op clemente straffen voor de daders, die bijna alle jeugdige personen zijn, en de zwaarte van hun vergrijp aanvankelijk niet doorzien hebben. 

Het Obergericht, onmiddellijk uitspraak gevende, legde de volgende straffen op:
Vermeeren: vier Jaar tuchthuis;
Koevoets: twee jaar tuchthuis;
Van der Grint: twee jaar tuchthuis, allen met aftrek van voorarrest;
Luijk: zes maanden gevangenisstraf;
Arends Jr.: 3 maanden gevangenisstraf;
Van Laarhoven en Arends Sr. werden vrijgesproken. 

De president gaf een toelichting op de vonnissen, waarin hij o.a. mededeelde, dat het Obergericht het verweer van Vermeeren, als zou alles slechts een merkwaardige samenloop van toevalligheden buiten zijn wil zijn, niet aanvaardt. Zulke toevalligheden komen in het leven niet voor, en zeker niet bij illegale organisatie.

Het Obergericht heeft vastgesteld, dat „Vrij Nederland" vroeger centraal verspreid werd vanuit Amsterdam; toen dit echter te gevaarlijk werd, zond men voortaan slechts de stencils naar belangrijke plaatsen, waar handlangers verder voor het afdrukken en verspreiden zorgden. Met zeer grote waarschijnlijkheid is hier op dezelfde wijze gehandeld; het valt echter niet afdoende te bewijzen. De verdachten hebben buitengewoon veel geluk gehad, dat hun daad niet als sabotage is aangemerkt. Dit is achterwege gelaten, omdat gebleken is, dat de verdachten niet volkomen op de hoogte waren met het ware karakter van „Vrij Nederland".

Dat de opgelegde straffen niet hoger zijn hebben de daders te danken aan de omstandigheid, dat zij zich slechts korten tijd met deze strafbare handelingen hebben beziggehouden. 

Ten aanzien van de zaak Luijk werd nog de opmerking gemaakt dat in afwijking meteen in Nederland veelvuldig voorkomende misvatting de woorden „Deutschfeindliche Kundgebung" [Anti-Duitse bijeenkomst] in de verordening niet alleen betrekking hebben op uitlatingen tegenover een vergadering van personen, maar dat zij ook elke propagandistische uiting treffen, ook indien deze slechts tegenover één persoon wordt gedaan.


Dagblad van het Zuiden voor Eindhoven Datum 31-10-1942
 [Duitsgezinde en gecontroleerde krant]

Meer verzet en sabotage

Onduidelijk is wie allemaal actief bij Philips zijn geweest tegen de Duitse bezetter. We hebben zoveel mogelijk personen proberen te achterhalen die de oorlog overleefde of helaas gedood werden.
Stuur uw aanvullingen of opmerkingen naar contact.

ir. W. de Vries machinefabriek
Periode 1941/1942 wegens sabotage gearresteerde ingenieur ir. W. de Vries is geprobeerd vrij te kopen voor 30.000 gulden, geen succes op dat moment. Waarschijnlijk de oorlog overleefd.
Bron pagina 243

ir. C.B. Los  (OD)  Zeer actief in PAN verzet in Aalst

Jo Nienhuis (J.R.) verzet en verbindingsofficier, na de oorlog commandant van het Militair Gezag in Groningen / hoofd van de Politieke Opsporingsdienst (POD) Appingedam

P.A.N. Rayoncommandant van Gestel dr. J. F.H. Custers (Paulus) was een chemicus bij Philips. Hij woonde in de Guido Gezellestraat 27.

Philips-employee, J van der Sanden was actief in een verzetsgroep met o.a. hoofdagent J.C. Hoppenbrouwers en hoofdagent en rechercheur Francis van den Broek. Groep Gust en Ka. Lees  http://www.eindhovenfotos.nl/4/verzetsgroep_eindhoven.html

Extra pagina's over Philips mensen in verzet:

Activiteiten van Familie Bienfait /NatLab
https://www.eindhovenfotos.nl/5/Bienfait.html

Onderduiken bij familie kuiper
https://www.eindhovenfotos.nl/5/Kuiper.html


dr. J. Hoekstra, ~Nat lab. een chemicus bij Philips, commandant van de RVV-zuid (Raad van Verzet) leverde een belangrijke bijdrage aan de opbouw van een verbindingsnet van de landelijk opererende Raadvan Verzet. Later was hij ook organisatorisch actief voor deze Raad. Special pagina over hem, zijn familie en zijn broer: https://www.eindhovenfotos.nl/5/hoekstra.html

dr. Jaap Voogd werkzaam als  NatLab-onderzoeker was actief in het linkse verzet en bij de hulp aan Joodse onderduikers. 

Jasper Daams en Willem van Heeckeren, werkzaam bij Philips waren onderdeel van de Westerweelgroep 
Speciale pagina over familie Daams: https://www.eindhovenfotos.nl/5/daams.html

Diverse P.A.N. leden zoals Jacques Hermans, Doove en Piet Haagen hadden een legitimatie bewijs van Philips en waren zogenaamd werkzaam op het. Nat Lab.

Piet Goede bezocht de MTS in Amsterdam, werkte 15 jaar (1933 - 1948) bij Philips en werd o.a. bedrijfsleider van de keramische fabriek van Philips in Eindhoven. In de oorlogsjaren was Piet Goede actief in het verzet en plaatselijke leider bij de LO. Hij was bekend als Piet van Eindhoven. In 1943 door de SD opgepakt. Hij overleeft de oorlog vertrek naar Zuid-Afrika en krijgt 10 kinderen. Piet was gereformeerd en de gereformeerde kerk in de Fazantlaan was vergaderplek van het verzet en L.O. Piet Goede werd opgevolgd door Ad. (A. v.d. Holst) en zijn echtgenote.