free site design templates

18 september 1944

De bevrijding van Eindhoven

1e dr 1959 / 2e dr 1964/ 3e dr 1969

18 september 1944

De bevrijding van Eindhoven
1e dr 1959 / 2e dr 1964/ 3e dr 1969
Kenmerken [62 p.], ill, 20 cm
De Samenstellers: Frans Kortie, Jo van Dongen, Cor van Heugten en Kees Sipkes. Uitgave gemeente Eindhoven.
Opzet was om in 1959 een boekje samen te stellen voor de jeugd om het verhaal van de oorlog te vertellen.
Het beschreven is verhaal is nog steeds actueel

Het voorspel

 

Market Garden

Over de bevrijding van Eindhoven werd voor het eerst serieus gesproken in Brussel. Op 10 september 1944 kwamen Eisenhower en zijn ondercommandant Montgomery daar tot hun compromis: het operatieplan "Market Garden". 

Generaal Eisenhower, de Amerikaan, wilde eerst de haven van Antwerpen vrijmaken vóór de beslissende strijd om Duitsland zelf zou beginnen. Veldmaarschalk Montgomery, de Engelsman, vond zijn chef te voorzichtig. Hij meende met een snelle doorstoot voor de winter in Berlijn te kunnen zijn. 

Ze werden het tenslotte na verwoede debatten eens op "Market Garden": een snelle doorstoot uit het reeds bevrijde Belgisch gebied over de lijn Valkenswaard - Eindhoven - Son - St. Oedenrode - Veghel - Uden - Grave - Nijmegen - Arnhem - Nunspeet. Uit die positie zou een aanval op het Roergebied mogelijk zijn. Het plan van Montgomery dus, maar gematigd. Eisenhower nam er echter de volle verantwoordelijkheid voor. Het is slechts gedeeltelijk geslaagd. Diezelfde dag nog kreeg de staf van het Eerste Geallieerde Luchtlandingsleger telefonisch te horen wat er zou gaan gebeuren. De grootste luchtlandingsoperatie, ooit ondernomen, zou de weg moeten banen, waarlangs de grondtroepen hun snelle opmars moesten uitvoeren. Dit experiment moest in zeven dagen worden voorbereid.

Toen op 17 september de enorme oorlogsmachinerie van de geallieerden in beweging kwam, waren de volgende instructies uitgegaan: drie luchtlandingsdivisies zouden de "corridor" markeren door landingen bij Son en Veghel (de 101e Amerikaanse Luchtlandingsdivisie), bij Grave (de 82e Amerikaanse) en bij Arnhem (de 1e Britse). Hun taak was te trachten de knooppunten en bruggen in handen te krijgen. De Engelse grondtroepen van het Tweede Britse Leger zouden dan zo gauw mogelijk de "corridor" binnenstormen, de aanval doorzetten en in een later stadium een smalle strook langs deze lange Klinkerstraatweg bezetten. Hell's Highway, zouden de Amerikanen later de corridor gaan noemen. De vriendelijke codenaam "Market Garden" is voor hen een grimmige realiteit geworden.


Mobirise

Front nadert Eindhoven

Eindhoven wist, dat het front snel naderde. Er was het ene luchtalarm na het andere; veelvuldiger dan voorheen verschenen Engelse en Amerikaanse jagers boven Nederland. Naarmate de maand Augustus verstreek werd het vliegveld bij Eindhoven vaker onder vuur genomen. Dat betekende niet alleen steeds terugkerend luchtalarm - met een totale verlamming van het stadsleven - maar ook vaak gesprongen ruiten en andere, soms zware schade aan gebouwen. Ook slachtoffers, zoals op dinsdag 15 augustus, toen de omgeving van de St.-Trudokerk in Strijp zwaar te lijden had. Honderden Eindhovenaren werden, al of niet gedwongen, op het beschadigde vliegveld te werk gesteld. Twee dagen later was het wéér raak, toen uit een grote formatie hoog in de lucht een dozijn vliegtuigen zich los maakte en in duikvlucht naar beneden kwam. Treinen, die Eindhoven passeerden, waren voorzien van luchtafweergeschut. Tussen 's avonds 10 en 's morgens 6 uur was het "Spertijd” [avondklok]. Geen mens mocht in die uren zonder bijzondere verlofpas op straat.


14 september 1944 probeert de Duitse bezetter "orde" te bewaren met spertijd en dreigen met de doodstraf

Nederland had ruimschoots zijn deel gekregen van de lasten, die een bezettingsleger nu eenmaal pleegt mee te brengen. Eindhoven vormde geen uitzondering, hoewel het gevrijwaard bleef van al te schokkende gebeurtenissen. Eindhovense parken en plantsoenen, ontspanningsgelegenheden en openbare gebouwen waren al jaren voor de, met een voorgeschreven ster op jas en mantel getekende, joden verboden terrein; honderden onderduikers vonden in of buiten Eindhoven de Brabantse gastvrijheid en ontvingen een gestolen distributiebon kaart als onmisbaar douceurtje [vergoeding of extraatje in geld]; tientallen goede Nederlanders, die op een of andere wijze aan het daadwerkelijke verzet deelnamen door de Duitse zaak schade te berokkenen of de Nederlandse zaak te dienen, riskeerden dagelijks hun leven. En bij deze reeks van vrijheidsbeperkingen kwam de kwelling van de knechting, de geestelijke onvrijheid die iedereen beroerde. Tegen het gedwongen werken in Duitsland wisten de slimsten de vreemdste afweer te vinden. Een voor "Arbeitseinsatz"-keuring opgeroepen Eindhovenaar, wetende, dat de Duitsers als de dood voor eczeem waren, presteerde het om vlak vóór die keuring met zijn derrière in de brandnetels te gaan zitten! 

In die tijd hadden de voedseltochten naar het platteland plaats, om met wat rogge het dagelijks rantsoen iets op te vijzelen. Er was de voortdurende angst voor onverwachte razzia's door de Duitsers, die hiervoor juist de meest onverwachte momenten en plaatsen uitgekozen. Zoals eens tijdens de Hoogmis in de H. Hart-kerk, toen alle jongemannen over het priesterkoor (de ruimte bij het altaar)  en door de sacristie (bewaarplaats voor kleding en zaken die bij de liturgie gebruikt worden) een goed heenkomen moesten zoeken, om uit Duitse handen te blijven. Er waren de pesterijen van de verkeerde Nederlanders, die met de bezetter heulden. Maar dat waren natuurlijk maar kleinigheden in vergelijking met de wreedheden die elders door de Duitse bezetter werden bedreven. Zij tekenen niettemin de sfeer, waarin de oorlogsjaren zich voortsleept. Men mocht niet meer lezen, wat men wilde. Men mocht niet meer zien, wat men wilde en werd in kranten, in bioscoop of in illustraties slechts geconfronteerd met de opgeblazen heldendaden van de vijand; men mocht niet meer luisteren naar wat men horen wilde- en moest genoegen nemen met wat de nieuwe orde te luisteren gaf.



3 mei 1943 zijn in Eindhoven vijf willigkeurige stakers doodgeschoten op het Philipsterrein. In heel Nederland zijn die dag zo'n 180 personen doodgeschoten. Aanleiding van de staking was:
De dagbladen van donderdag 29 april 1943 bevatten een angstaanjagende mededeling. Alle Nederlandse oud-militairen, bijna 300.000 man, dienen zich vrijwillig aan te melden voor krijgsgevangenschap. In Nazi-Duitsland zullen de mannen worden ingezet in de oorlogsindustrie. Meer info: www.niod.nl/nl/nieuws/dagboekfragmenten-de-april-meistakingen-nederlanders-staakt 

Een der grootste wonderen van de oorlog is overigens de vaste overtuiging van nagenoeg alle Nederlanders, dat Duitsland de strijd uiteindelijk zou verliezen en ons land weer vrij zou zijn; een overtuiging, die er ook was, toen Duitsland het ene militaire succes na het andere behaalde aanvankelijk in het Westen en rond de Middellandse Zee en tenslotte in de grote Russische steppen.

 Alsof Eindhoven wist welke belangrijke rol het in de operatie "Market Garden" zou moeten spelen, bereidde het zich, gebukt onder deze steeds kwellende last van de bezetting, op de komende gebeurtenissen voor. De bevrijding kon niet lang meer uitblijven, alles wees daarop. En de ondergrondse krachten, die jarenlang de uiterste voorzichtigheid hadden betracht en in een zo groot mogelijke anonimiteit hadden gedaan wat hun te doen stond, begonnen aan een bijna roekeloze concentratie. Reeds had het werk van de afdeling Eindhoven van de L.O. (de landelijke organisatie voor de hulp aan onderduikers) in augustus een record omvang bereikt: 25.000 gulden werden in die maand aan ondersteuning uitgegeven, niet minder dan 3200 bonkaarten voor het verkrijgen van levensmiddelen werden verstrekt. De K.P. "knokploeg" of, zoals ze later in Eindhoven ook wel werd genoemd, "Koninklijke Patrouille Sander" - zo genoemd naar de schuilnaam van de commandant - en Frits verrichtten ten behoeve van de L.O. overvallen en pleegden sabotage. In het diepste geheim werd de in het beeld van de Eindhovense bevrijding zo karakteristieke P.A.N. (Partizanen Actie Nederland) in samenwerking tussen deze K.P. en de L.O.-leiding opgebouwd. Reeds kort na de grootscheepse geallieerde invasie wist de leiding van deze P.A.N. in Eindhoven en omgeving te kunnen rekenen op een vijfhonderdtal mannen en vrouwen, die gereed stonden om de bevrijdingslegers op alle mogelijk manieren hulp te bieden. En van dat ogenblik af namen dan ook de sabotage-daden, overvallen en andere activiteiten tegen de vijand meer en meer toe.


6 Juni-invasie

Zes juni 1944 waren de geallieerden op de kust van Normandië geland De volgende dag viel Bayeux - deze eerst bevrijde stad van Frankrijk werd, zonder slag of stoot door de Duitsers ontruimd. Op 25 juli braken de Amerikanen bij Avranches uit hun bruggenhoofd. Bij Falaisse werd op 14 augustus de Duitsers een beslissende nederlaag toegebracht. Toen ging het razendsnel: op 24 Augustus viel Parijs (twee weken voor op het geallieerde schema). Op 3 september Brussel. De Engelse voorhoede legde in vier dagen 300 km. af. Het Duitse leger vluchtte in wanorde. Hitler's Derde Rijk wankelde. De Eindhovenaren zagen in die eerste septemberdagen honderden particuliere auto's langs de Wal en Keizersgracht trekken, die de vluchtende Duitsers via Geldrop, Nuenen en Son naar veiliger oorden loodsen. Treinen vol nazivluchtelingen, soms vergezeld van hun Franse vriendinnen, trokken door de stad. Het was voor de stadsbewoners bepaald een bemoedigend gezicht, een hoopvolle bevestiging van de gunstige berichten die de illegale pers verspreidde en de ondergedoken radio's uit Engeland konden horen.

 

Op 3 september verdween plotseling het Duitse afweergeschut van de Philipsfabrieken, ook alweer omdat de bedieningsmanschappen liever wat veiliger zaten. Hetzelfde gebeurde in het Duitse kampement bij De IJzeren Man. Op het spoorweg rangeerterrein verscheen zwaar afweergeschut op rails.

 Omstreeks half zes van die voor de Nederlanders door het massale terugtrekken van de Duitsers zo gedenkwaardige zondag 3 september, werd het vliegveld zwaar en lang gebombardeerd. Er zou niet veel van heel gebleven zijn, vermoedde men in de stad. Ontelbare ruiten in Eindhoven sneuvelden. Er dreef zulk een enorme rookwolk over de stad, dat de zon verduisterd werd.

 Zondag was er de terugtocht van de Duitsers geweest, maandag zette die zich voort, maar er ontwikkelde zich tegelijkertijd een tegenbeweging: een grote, zwaar met boomtakken gecamoufleerde Duitse troep trok door de stad in de richting van België. De optocht van de terugtrekkers werd steeds zieliger. Er bevonden zich nog veel auto's in de stoet, maar de paardentractie groeide. Ook het aantal fietsen. Er gingen zelfs Duitsers te voet en dan liefst vergezeld van een of ander gammel wagentje, waarop de schamele bezittingen werden vervoerd. Maar de elektrische treinen reden nog van Eindhoven naar het Noorden en terug. In de nacht van 4 op 5 September werd Eindhoven opgeschrikt door zware explosies: men was bezig het vliegveld en de zich daarop bevindende munitiemagazijnen op te blazen. Het was een fantastisch schouwspel: eerst een enorme steekvlam, die de hele stad verlichtte, dan na tien seconden een enorme klap, die honderden ruiten vernielde.

 Dolle dinsdag

Uit het dagboek van een verzetsstrijder: "Ik heb de Moffen zien vluchten. Bij honderden, zag ik ze op de Wal hoek Grote Berg waar ze langs renden, strompelden en reden met de gekste vehikels, op fietsen, platte wagens, - een brandweerauto van een Belgisch dorp getrokken door een paard, wagens van een brouwerij. Een verslagen leger. Op W1 (een pand aan de Wal waar de P.A.N.-staf bijeen kwam) beginnen we nu de spanning pas echt te voelen. Er zijn er al van ons de straat op gegaan in hun blauwe overalls. Het had niet mogen gebeuren, maar nu de Duitsers hun kwartieren verlaten, wordt er in de stad geplunderd en wij moeten alle bruikbaar materiaal voor ons behouden. Vooral in Strijp zijn onze mensen actief...."


6 juni 1944 is de geschiedenisboeken gegaan als D-Day. Op deze dag de invasie in Normandië door de westelijke geallieerden.
Op 14 juni 1944 probeert NSB burgermeester Pulles en politiechef van Leeuwen (bevrijdings)geruchten te onderdrukken

Dolle dinsdag

Veel gewerkt werd er niet meer in die spannende dagen. Men hing wat rond in de binnenstad of bleef thuis, voor zover men niet de gelegenheid te baat nam om in de omtrek op voedsel uit te gaan. De uitzonderingstoestand werd afgekondigd. 's Avonds om acht uur moest iedereen binnen zijn. Op alle mogelijke kleine vergrijpen stond de doodstraf. Het spoorwegverkeer kwam stil te liggen. Steeds meer NSB-ers (Nederlanders, die met de Duitsers samenwerkten) en "Rijksduitsers" trokken de stad uit, hun frontbroeders achterna. Tegen de avond meldde de Engelse radio (ten onrechte bleek later) dat de Engelsen Breda gepasseerd waren op weg naar Rotterdam. Dit was het sein voor wat later dolle dinsdag werd genoemd (5 september 1944), toen de bewoners van zelfs Haarlem en Amsterdam langs de invalswegen uit het Zuiden gingen staan om de door de Engelse radio aangekondigde bevrijders te begroeten. Ze stonden er acht maanden te vroeg. 

Het was in die spannende dagen dat de SS-Generaal Rauter aan de Duitse legercommandant Veldmaarschalk Model [Otto Moritz Walter Model] de vraag stelde: ,,Is er ergens een luchtlanding te verwachten?" 

Wel nee," antwoordde Model, "Montgomery is een voorzichtig veldheer. Die laat zich niet tot dwaze avonturen verleiden." Model verloor tussen 1 en 25 september 75.000 man van zijn strijdkrachten. 

De (onder Duitse controle staande) krant in Eindhoven, Dagblad van het Zuiden, verscheen al enkele dagen zonder vermelding van de namen van de leden van de redactie, zoals in die tijd verplicht was. Na enkele dagen met een half velletje te zijn uitgekomen, kwam er donderdag 7 september helemaal niets meer van de pers. 

Weer stonden de Eindhovenaren voor iets nieuws! In de binnenstad namen de Duitsers fietsen in beslag. Bulletins waarschuwden onder bedreiging van de zwaarste represaillemaatregelen tegen het strooien van spijkers op de straten. Langs de Aalsterweg werd afweergeschut en antitankgeschut opgesteld. 

Steeds vaker kwam het voor, dat Duitse colonnes (op de Boschdijk en de Aalsterweg) door geallieerde jagers werden beschoten, evenals treinen, die sporadisch weer aan het rijden waren gegaan. Zondag 10 september zagen de Eindhovenaren nagenoeg de hele dag jagers in de lucht die treinen en colonnes beschoten. De Engelse radio, veel roekelozer beluisterd dan voorheen, deelde mee: ,,Leopoldsburg veroverd - geallieerden twaalf kilometer van Aken - 16 kilometer van Maastricht."

Uit het dagboek van een verzetsstrijder: "Het is hopeloos in deze chaos wat orde te krijgen. W1 is te klein geworden en we zijn verhuisd naar W26 (een pand in de Willemstraat), waar gelukkig nog een telefoon is, die werkt. Hier ontmoeten elkaar: Sander, Jacques, Frits, Wim, Jan, Eddy, Dré en James, iemand die Paulus vervangt, ik weet niet hoe hij heet. Paulus is ondergedoken, en nog enkele anderen proberen zo goed en zo kwaad als het gaat een plan van actie voor te bereiden. Vooral Sander, Eddy en James met hun mensen brengen wapens binnen. Vandaag nog een handkar vol, die achterom gereden werd. We weten soms niet wat we doen. Eddy kwam, hij belde aan en toen de deur open ging zagen we, dat ie zo rond als een ton was. Hij sloeg zijn regenjas open en zijn buik hing vol handgranaten.... Maar 't is een druppel op een gloeiende plaat. Als we maar wapens krijgen. Maar er wordt niets gedropt. Ze zeggen, .... och, ze zeggen zoveel." Maandag 11 september riep de politie om half zes om: dat de straten binnen een half uur ontruimd zouden moeten zijn .... iedereen begon te hollen.... op de Wal stelden zich Duitse patrouilles verdekt op .... motoren en legerauto's jakkerden voorbij.... Er gebeurde niets. Later bleek dat een paar uur tevoren een paar Engelse verkenningswagens dwars door de vijandelijke stellingen waren gestormd en tot bij Valkenswaard waren gekomen. Na een gesprek met wat burgers, waren de Engelsen op dezelfde manier teruggegaan naar hun stellingen aan het Maas-Scheldekanaal, kort over de grens, in België.

Verkenning Buchanan en Brooks

ingezonden en samengesteld door Han Nieman, juni 2019
[klik hier]

Uit het dagboek van een verzetsstrijder: "Vanmiddag laat hebben we uit de kelders van het klooster Mariënhage alle Duitse munitie weggehaald. Kees, de marechaussee, had de leiding: hij was er het eerst. Wij kwamen later met broodkarren van de Etos. Bakfietsen op houten wielen, die in de lege, stille stad een hels lawaai maakten. En we moesten nog wel over de Vestdijk langs de garage van de Wehrmacht. Enkele paters liepen op de uitkijk te brevieren. We zijn niet gestoord en hebben een massa munitie naar een garage op het Hertog Hendrik van Brabantplein gebracht. Op W26 moeten we weg; de mensen praten over ons; de Willemstraat zit vol illegale actie; bij de tandarts de telefoonpost, verderop de Inlichtingendienst. We hebben nu de zaak verdeeld over de Tuinstraat en het Witte Dorp. Het contact is nu veel slechter. Vanavond moest hals over kop de munitie uit het klooster weer uit die garage weg, net voor de neus van een stel landwachters, maar 't is Eddy gelukt. Vannacht hebben we gegevens gekregen uit de rayons over de bewapening: we hebben als gekken zitten tellen, net of het daardoor meer werd.... Iemand van de O.D. (orde dienst) heeft ons assistentie gevraagd bij een wapendropping, die radio Oranje heeft aangekondigd. Ze hebben de hele nacht buiten gelegen, wel een vliegtuig gehoord, maar er is niets gedropt. 't Is wanhopig, dat ze ons zo in de steek laten."

"Bij een poging om wapens buit te maken op alleen lopende Duitsers zijn in Woensel - vandaag 12 september - twee van onze mannen gedood, Linders en Streefkerk. Ik kende ze niet."

Een dag later: "De groep Eddy heeft op de Parklaan de Grüne (Polizei) overvallen. Er is een vuurgevecht geweest, maar onze mensen liepen in het pikdonker elkaar voor de voeten: ik geloof dat ze een karabijn hebben buitgemaakt en.... één geweer, dat al van ons was. Maar 't is tenminste iets. Beter is, dat ze in enkele rayons al Duitsers te pakken hebben. De meesten laten zich graag vangen om van alles af te zijn. Maar waar blijf je zolang met illegale krijgsgevangenen? Kees is naar het Zuiden, hij moet contact maken met de Engelsen, die bij het Albertkanaal zitten. Zou 't lukken? In het Binnenziekenhuis zijn we met een paar man bij Peter en Tonny geweest, die daar met wat andere mannen en vrouwen plotseling hun hoofdkwartier blijken te hebben voor het Zuiden. Ze weten veel meer dan wij en hebben meer en betere contacten en doen dus wat uit de hoogte. Maar Frits, die graag samenwerkt, houdt met hun orders terdege rekening. 't Wordt er alleen maar moeilijker op. En sommigen van ons voelen zich met deze complicatie helemaal niet lekker. Ik heb bewondering voor de koeriersters, die bergen werk verzetten."

26.000 broden over

 

Tussen het Albertkanaal en het Maas-Schelde Kanaal zaten 15.000 Duitsers ingesloten, duizenden waren krijgsgevangen gemaakt. Geen wonder dat de "Heeresbäckerei" [https://de.wikipedia.org/wiki/Heeresb%C3%A4ckerei] die dag 26000 broden overhield die niet werden afgehaald. Hetzelfde gold voor de voorraad brieven van de veldpost voor de frontsoldaten, die zich in een school aan de Don Boscostraat steeds hoger opstapelde. De voedselvoorziening werd nijpend, al kon men ongestoord de boer op om aardappelen en groenten. De binnenstad was nagenoeg verlaten. In het Zuiden dreunde geschut. Soms kon men zelfs het geratel van mitrailleurs horen. Aalst lag 14 september onder artillerievuur, afgegeven in België. De gasvoorziening uit het reeds bevrijde Zuid-Limburg was afgesneden. Eindhoven maakte zelf watergas [https://nl.wikipedia.org/wiki/Watergas], dat mondjesmaat te krijgen was gedurende een uur in de middag en een half uur ‘ avonds. Donderdagavond 14 september meldde radio Oranje: “ Maastricht bevrijd!” 


Zondag 17 september 1944

Toen de Amerikaanse troepen van de 101e Luchtlandingsdivisie zondagmorgen 17 september in de Dakota's en de zweefvliegtuigen gingen voor de landing in Nederland, hadden ze de boodschap meegekregen: Van u hangt het af of er een snelle beslissing in deze oorlog kan worden bereikt. Generaal Brereton, een commandant van het geallieerde luchtlandingsleger, zei het tot iedereen, waarvan hij persoonlijk afscheid nam. De veteranen van de divisie, die de zware invasie gevechten in Normandië hadden meegemaakt, wisten wat hen boven het hoofd hing. Zij waren nerveuzer dan de nieuwelingen, waarmee de sterk gedunde gelederen waren aangevuld. Bovendien: in Normandië waren ze bij nacht geland. Nu zou het een landing overdag worden. De parachutisten en de trage zweefvliegtuigen zouden een makkelijke prooi van het Duitse afweergeschut kunnen zijn.


Landing bij Son

Het was helder weer. Er werd een zuidelijke route genomen over het bevrijde deel van België. Bij Leopoldsburg sloeg de luchtarmada linksaf naar Nederland. De gevreesde wolkjes van de luchtafweergranaten tekenden zich af tegen de blauwe hemel. Toch waren de veteranen ten onrechte bezorgd geweest. De landing slaagde, beter dan ooit tevoren op een slagveld, beter zelfs dan ooit bij een oefening. Er was slechts twee procent verlies aan mensen en vijf procent aan materiaal. Tussen één en half twee daalden 6769 Amerikanen op de Sonse hei.

 

De Duitse generaal Reinhard, commandant van de Brabantse Kempen met Moergestel als hoofdkwartier, keerde deze zondagmorgen van een inspectietocht in de buurt van Reusel terug. Met ontzetting zag hij de luchtvloot overvliegen. Het aantal zweefvliegtuigen loog er niet om. Minstens vijf maal moest de generaal dekking zoeken in sloten en greppels tegen luchtaanvallen van Britse jagers, die de parachutisten vloot beschermden. Ten einde raad is generaal Reinhard per motor naar zijn hoofdkwartier in villa Zonnewende teruggekeerd, waar hij de eerste berichten van de luchtlandingen bij Son kreeg. Contact met zijn oppercommando bleek niet meer mogelijk. Op eigen gezag requireerde [vorderde] de generaal een duizend man Duitse politietroepen uit de omgeving, die hij ten dele naar Udenhout en ten dele naar Best stuurde. Later bleek het bericht, dat ook bij Udenhout parachutisten waren geland, een vals alarm. In Moergestel werden verspreide Duitse troepen uit België herbewapend, ter verdediging van het Wilhelminakanaal.


Luchtvloot boven Eindhoven

Aan de luchtlanding bij Son was een zwaar bombardement door geallieerde bommenwerpers vooraf gegaan. Heel Eindhoven liep tegen 11 uur van deze zondagmorgen uit om te zien hoe Vliegende Forten en Lancasters, viermotorige bommenwerpers, in formaties van zes of zeven stuks overvlogen. In het noordelijk deel van de stad zagen de bewoners van de daken hoe de bommen bij Son en Best neerkwamen. Tot half twaalf duurde dit bombardement. Om kwart voor twaalf kwamen nog wat vliegtuigen terug om de inmiddels opgeruimde Duitse luchtafweerstellingen bij de IJzeren Man te bestoken. Voor in de middag vlogen de Eindhovenaren weer de daken op: weer trok een enorme luchtvloot over. Dit keer formaties van soms wel zeventig stuks. Transportvliegtuigen, waarvan vele aan kabels zweefvliegtuigen voortsleepten. Daaromheen zwermden de jagers, Lightnings en Spitfires. Duitse afweer was er weinig. Toch werden er een paar transportvliegtuigen neergeschoten.

 Korporaal Evans zag - kort voor de landing - hoe de beide piloten van zijn "glider" - zweefvliegtuig - door granaatscherven van het afweergeschut werden getroffen. Evans had nooit gevlogen. Toch nam hij de stuurknuppel van de beide gewonden over en wist het toestel in de koers te houden. Toen de eerste piloot weer wat bij zijn positieven was gekomen, kon die het stuur overnemen. Evans wijdde zich aan de tweede piloot. Diens slagaderlijke bloeding werd door de korporaal afgebonden. Het zweefvliegtuig landde even later behouden bij Son.

Het bruggehoofd, dat de Engelsen over het Maas-Schelde kanaal in Noord-België na verwoede gevechten hadden gevormd, was door hen met opzet klein gehouden. Uit niets mocht blijken welke verstrekkende bedoelingen het geallieerde hoofdkwartier juist met dit bruggenhoofd had. Het grote geheim "Market Garden" moest tot het laatst toe bewaard blijven. Verrassing zou de grootste troef van de opmars zijn. Om vijf voor half drie dreunden de Engelse tanks over de brug, richting Valkenswaard. Om half een was het bericht ontvangen van de start van de luchtarmada. Om twee uur waren 300 Engelse kanonnen een hels bombardement begonnen op de Duitse stellingen bij de Nederlandse grens. De zes dagen rust, die de Duitsers gegund waren, had de vijand goed benut. Hij had sterke stellingen opgeworpen, die de Engelsen pas na harde gevechten en zware verliezen in de loop van de dag konden nemen. De geallieerden hadden de Duitsers die zes dagen moeten gunnen. Hun aanvoerlijnen waren tot het uiterste opgerekt. Alle voorraden voor de nieuwe grote operatie moesten uit Normandië aangevoerd worden. Alleen daar waren bruikbare havens. Alle andere waren door de Duitsers vernield. In Antwerpen hadden ze zich daarvoor geen tijd gegund. Maar de toegang tot die stad hield de vijand vast in handen door zijn sterke positie op Walcheren.



Generaal Student is jaloers


Generaal Kurt Student, die in 1940 met de Duitse Parachutisten bij Rotterdam landde, zag de luchtarmada over zijn hoofdkwartier in Vught komen. Eerder dan aan het gevaar van deze geallieerde operatie dacht hij afgunstig: Had ik dergelijk materiaal maar ter beschikking gehad! Maar door gebrek aan vliegtuigen en vooral benzine, stonden zijn parachutisten aan de grond. Op een strategisch punt trouwens:langs de weg van het Maas-Schelde Kanaal naar Valkenswaard. Afgunstig keek hij ook naar de 1240 jagers, die tussen de logge transportvliegtuigen buitelden. De Duitse jacht-luchtvloot was lamgeslagen. Hun nieuwe troef - straalvliegtuigen - [Messerschmitt Me 262 Schwalbe] zou pas dagen later (bij Arnhem) verschijnen.

De Sonse hei was door Engelse Typhoons - raketwerpende duikbommenwerpers - en door jagers afdoend "schoongeveegd". Enkele Duitse tanks en gevechtswagens werden onbruikbaar gemitrailleerd en gebombardeerd. Slechts weinig Duitsers konden uit deze hel naar St. Oedenrode ontsnappen.

 Marius Roefs, die in Son dichtbij de brug over het Wilhelminakanaal woonde, zag hoe de Duitsers volkomen verrast waren door de onverhoeds uit de lucht vallende Amerikanen. De kanonnen waarmee ze de brug moesten bewaken stonden nu plotseling in de verkeerde richting - naar Eindhoven - opgesteld. Ze vernietigden haastig hun kanonnen en brachten de ontstekingsapparatuur van de brug naar de Eindhovense wal. De accu werd daar in de kelder van een garage ondergebracht.

Brug bij Son verwoest

Eerst de bruggen in de corridor veilig stellen was de strikte orde geweest aan de Amerikanen. De ervaring van Son was daarom al direct teleurstellend. Toen de parachutisten op tweehonderd meter waren genaderd, vloog omstreeks vier uur die middag de brug in de lucht. De brokstukken vielen tussen de naderende soldaten. Twee kleinere bruggen in de buurt bleken al een paar dagen eerder door de Duitsers opgeblazen te zijn. Voor het kanaal bereikt was, hadden enkele kleinere schermutselingen plaats. Een bazookaschutter stelde een Duits 88 mm-geschut buiten werking. Tien Amerikanen werden bij de gevechten aan het kanaal bij de brug gewond door Duits geweervuur. 

Onder hen was Kapitein Davis. Een hospitaalsoldaat haastte zich hem te verbinden. Onderwijl werd de kapitein voor de tweede keer geraakt. De woorden die hij toen sprak tegen zijn helper zijn als typische galgenhumor opgetekend: "Je kunt beter opkrassen. Ze blijven je toch een slag voor!"


Extra verhaal in pdf over Verovering van de brug in Son

ingezonden en samengesteld door Han Nieman, juni 2019 [klik hier]

Bruggehoofd bij Son

Tegen de avond waren de Amerikanen erin geslaagd een klein bruggenhoofd over het kanaal in de richting van Eindhoven te leggen. Het zou de volgende dag de uitgangsstelling worden voor de bevrijding van die stad. De genie-troepen, die met de Amerikanen waren meegekomen, slaagde erin binnen anderhalf uur een voetbrug over het kanaal te leggen. Er konden slechts twee man tegelijk passeren. De Airborne's ontvingen hier waardevolle inlichtingen en materiaal van de verzetsstrijders. Toen burgers waarschuwden, dat Eindhoven zwaar verdedigd zou worden door wel een regiment Duitsers, besloten de Amerikanen die nacht bij Son te blijven en de grote sprong naar de stad pas de volgende morgen bij daglicht te wagen.

Een Eindhovense politieagent kreeg van de Amerikanen bij Son tot zijn stomme verbazing een karabijn in handen. Het was het enige, maar meest overtuigende, bewijs van inlijving. Anderhalf jaar geleden had de Duitse SS-Generaal Rauter geschreven, dat hij uit de maatschappij moest verdwijnen. Na een jaar was de politieman uit het concentratiekamp gevlucht. Deze zondag was hij van zijn onderduikplaats in Dinther op weg gegaan naar Eindhoven. En verzeilde tussen de parachutisten. De zelfverzekerde rust, waarmee de Amerikaanse soldaten hun taak vervulden en de nonchalante vanzelfsprekendheid waarmee ze de Nederlander accepteerden, heeft op hem het meeste indruk gemaakt. Want de nieuw ingelijfde zelf laaide van opwinding en van spanning. Hij zou meedoen als zijn eigen stad bevrijd werd van het regiem, dat hem uit zijn gezin had gerukt en hem tot het diepst had vernederd in het concentratiekamp.

Joe Mann naar Best

Een andere groep Amerikanen trok in de richting van Best. Onder hen bevond zich de soldaat Joe Mann, die er twee dagen later de dood vond. Zijn naam leeft voort in het monument en het openluchttheater. Generaal Taylor, de Amerikaanse divisiecommandant, geschokt door de vernietiging van de brug bij Son, wilde weten of de brug bij Best soms nog intact was. Zo ja, dan zou het de moeite lonen deze brug te bezetten. Met een kleine omweg zou de corridor toch gered kunnen worden. De compagnie met Joe Mann kreeg dan ook de opdracht: brug bij Best bezetten. 

Generaal Reinhard had het gros van zijn politietroepen, wat groepjes fanatieke SS en wat losse onderdelen naar Best gestuurd. Het waren veel sterkere Duitse troepen dan verwacht was, die het handjevol Amerikanen in de bossen tussen Son en Best opwachtten. Het onderling contact tussen de pelotons werd verbroken. De groep van de Amerikaanse luitenant Wierzbowsky kwam geïsoleerd langs het kanaal te liggen, niet wetend dat de rest van de compagnie zich inmiddels had teruggetrokken, omdat de opdracht onuitvoerbaar was gebleken. Het groepje van Wierzbowsky was slechts achttien man sterk. Het lag onder voortdurend Duits vuur en in de stromende regen. Pas om drie uur 's nachts hielden de Duitsers op met schieten. Het bleef regenen. Wierzbowsky dacht niet aan terugtrekken. Hij hield zich aan zijn opdracht: de brug bezetten. Er bleek later een halve divisie voor nodig om dit uit te voeren. De brug was toen al opgeblazen.

Andere onderdelen van 101e luchtlandingsdivisie hadden inmiddels Veghel en St. Oedenrode bezet. De inlichtingen die de Nederlandse verzetsbeweging deze troepen verstrekte, bleken van onschatbare waarde.



Bij de Duitse terugtocht op 17 september 1944 hebben zij persons en sporen van het station Eindhove verwoest.
Bij de opbouw van dit verwoeste NS-station zijn delen van baileybruggen gebruikt die door de Engelsen tijdens de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van Eindhoven zijn achtergelaten.

Duitsers verwoesten stationsemplacement

Eindhoven had van de daken gezien, hoe de bevrijders noordelijk van de stad waren geland. Dat betekende het eind van de bezetting. De verborgen radio's kwamen tevoorschijn uit luiken onder de grond en geheime kasten en vertelden om vijf uur precies wat er aan de hand was. Radio Oranje gaf berichten over de luchtlandingen en instructies voor de binnenlandse strijdkrachten en de bevolking. De Duitsers lieten er ook geen twijfel aan bestaan, dat deze actie het einde betekende van hun heerschappij in Eindhoven. Ze bliezen alle installaties op en om het station op. Het emplacement werd een chaos van elektrische draden en verschillende loodsen stonden in brand. In de huiskamers kwam het sierkoper weer te voorschijn - verstopt toen de Duitsers het hadden opgeëist voor hun oorlogsindustrie.
Enkele optimisten spraken hun laatste eet-rantsoentje aan.

spoorwegstaking 1944

Spoorwegstaking 1944 deels te laat en deels te vroeg.
De spoorwegstaking was een ramp die zich tot aan de bevrijding zou voortslepen.
Lees achtergrond hierover:
www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/43114/de-spoorwegstaking-van-1944.html


Op zondag 17 september 1944 roept de Nederlandse regering in Ballingschap op verzoek van de geallieerde legertop op tot een Spoorwegstaking. Deze staking moet het het Duitse leger moeilijker maken om troepen en materieel te verplaatsen naar Arnhem, Nijmegen en Eindhoven, waar de geallieerde op die dag beginnen met Operatie Market Garden. Na een oproep van Radio Oranje met codebericht: ‘De kinderen van Versteeg moeten onder de wol’, leggen 30.000 personeelsleden van de NS het werk neer. Het gevolg van deze stakingsoproep is dat bijna alle Nederlandse personeelsleden van de Spoorwegen niet naar hun werk gaan en daarmee het treinverkeer lam leggen. De gevolgen van de staking in bezet gebied zijn groot. De Duitsers winnen de slag om Arnhem en de staking duurt tot aan de bevrijding. Ze maken hun dreigement waar dat een staking de voedselvoorziening in gevaar brengt: terwijl Duitse militairen met ingereden treinen eigen transporten verzorgen, lijdt vooral het westen van Nederland onder de hongerwinter. Ook de 30.000 stakende spoorwegambtenaren zijn niet veilig en moeten onderduiken.
Bron: https://www.tweedewereldoorlog.nl/nieuwsvantoen/spoorwegstakig-begint/

Spoorwegstaking

Radio Oranje riep 's avonds het Nederlandse spoorwegpersoneel op in staking te gaan, om het Duitse vervoer te stagneren. Ondanks de enorme risico's voor de betrokkenen is het een van de grootste verzetsdaden geweest in Nederland, dat aan deze oproep een volledig gehoor werd gegeven. Die nacht dreunden de kanonnen in het Zuiden. In de vroege morgen knetterden bovendien de mitrailleurs in het Noorden. De bevrijding naderde Eindhoven van twee kanten, wisten de bewoners toen. Na een zware tocht hadden de Engelse tanks en de begeleidende troepen tegen de avond een brandend Valkenswaard bereikt. De opmars was ongelukkig begonnen: acht tanks werden door Duitse kanonnen vernield en Hawker Typhoons [Engelse vliegtuigen] hadden de eigen tanks voor Duitse aangezien.

Horrocks naar Valkenswaard

De enorme artillerie-steun van 300 kanonnen en ook het estafette bombardement van honderd Typhoons, die de witte weg tussen de groene bossen makkelijk konden vinden, beukten de vijand murw. Zo lukte het de Engelse Generaal Horrocks met slechts één gepantserd bataljon en een infanteriebataljon in de voorhoede naar Valkenswaard door te stoten. De Duitsers hadden twee parachutisten-bataljons, 2 SS-bataljons en één gestraften-bataljon - soldaten, die zich misdragen hadden en nu aan het front rehabilitatie konden verdienen - langs de weg gelegerd. Gedisciplineerde troepen. Toen ze krijgsgevangen waren gemaakt en de Engelsen hen bevel gaven zuidwaarts in looppas langs de colonne te gaan, arriveerden ze in "ware olympische stijl" bij de achterhoede, zoals een Engelsman het beschreef. In een later stadium van de strijd gaven de Engelsen de Duitsers opdracht achterop de tanks mee te rijden. De krijgsgevangenen schrokken zo van het risico, dat ze de opstellingen van de eigen troepen bekend maakten. Voor Valkenswaard was het een vreemde zondag geweest. 's Morgens waren de burgers nog naar de kerk geweest, maar na kerktijd ontstond er de nodige opschudding toen de Duitsers de mannen “opriepen” om stellingen te graven. Het grootste deel verstopte zich of vluchtte de bossen in. 's Middags wordt het hart van de gemeente geteisterd door het Engels artillerie-bombardement en door een aanval met boordwapens van geallieerde vliegtuigen op terugtrekkende Duitsers. Als eenmaal de Engelsen binnentrekken, wordt zelfs van de getroffen huizen nog de vlag uitgestoken.

 

Jawohl...

In het telefoonkantoor van Valkenswaard krijgt die avond de verbaasde telefonist Eindhoven aan de lijn. Even later beveelt een hoge Duitse officier vanuit zijn Eindhovense commandopost: "Valkenswaard moet tot elke prijs behouden blijven." Hij krijgt in vloeiend Duits ten antwoord, dat daar alles aan gedaan zal worden. De vastberadenheid van het antwoord geeft de bezorgde Duitser weer moed. Hij wist dan ook niet, dat het een Engelse inlichtingenofficier was, die hem in zijn taal antwoord gaf.


Engelsen (Household Cavalry) ontmoeten de Amerikanen (506th Regiment of Taylor's Division)  in Woensel.

Maandag 18 september

Bij het kanongebulder uit het Zuiden, kwam maandagmorgen het mitrailleur geknetter uit het Noorden. Eindhoven lag tussen twee fronten. Duitse soldaten liepen door de binnenstad met "pantservuisten" - een licht anti-tankwapen - onder de arm. Een vreemde situatie, want de Eindhovenaren bleven aan het winkelen. Even na de middag zouden de Amerikanen na een paar lichte gevechten in Woensel het centrum bereiken.

 Naar het centrum en de bruggen

Ongewassen, ongeschoren, zware ogen na een paar uur nachtrust in de open lucht en in de stromende regen, waren de Amerikanen die morgen uit hun schuilplaatsen bij Son overeind gekomen. Het werd zonnig, helder weer, toen de ochtendnevel was weggetrokken. "Tot elke prijs het centrum van Eindhoven bezetten. Verspil geen onnodige tijd aan gevechten. Laat de Duitsers maar door onze linies heen sijpelen. De achterhoede rekent wel met ze af." Deze boodschap gaf de commandant van het 506e regiment, kolonel Sink, zijn bataljonscommandanten mee. Het eerste doel was: het bezetten van de vier bruggen over de Dommel in de stad. Zij waren kwetsbare schakels in de corridor-verbinding. Al het andere was bijzaak. De eerste vijfhonderd meter werden afgelegd zonder tegenstand. Toen begonnen de Duitsers zich te weren met geweer- en machinegeweervuur. Het vooroplopende derde bataljon had er weinig moeite mee.

 

Bij de toren van Vlokhoven had zich een sluipschutter verborgen. Zijn schot raakte een Amerikaans officier dodelijk. Met een bazooka - antitankwapen voor korte afstand - werd gereageerd. De sluipschutter liet zich niet meer horen.

 

De politieman, in burger tussen de tot de tanden gewapende Amerikanen, liep mee in het voorste bataljon. Hij zag hoe andere afdelingen in het veld aan beide zijden van de weg gelijk meeliepen met zijn groep op de Woenselsestraat. Achter de ramen zag hij een paar burgers angstig naar de straat kijken. Zouden ze denken dat er Duitsers langs trokken, omdat deze parachutisten ook van die bolronde helmen droegen?'' Het zijn geen Duitsers, mensen, het zijn Amerikanen, het zijn bevrijders", schreeuwde hij door de uitgestorven Woenselsestraat. Op dat sein gingen de deuren open en kwamen de vlaggen tevoorschijn. Even later werd de groep door Duits kanonvuur uit de richting Kloosterdreef tot staan gebracht. Inmiddels was een school met Duitsers door dit bataljon bezet. Uit de Woenselsestraat kwam kanonvuur. Ook mortiergranaten vielen bij de oprukkende Amerikanen. Het zou onnodige offers vragen als het derde bataljon over deze weg verder ging. Kolonel Sink besloot daarom het volgende tweede bataljon langs een oostelijke route (waarschijnlijk Nieuwedijk-Eckartseweg) naar het centrum van de stad te sturen, op weg naar de Dommel-bruggen.

Mobirise

Een parachutist van de 506th poseert op Frankrijkstraat 108 (?) (in 1939 nummer 48) Eindhoven.
Meneer Kluijtmans op achtergrond.

Gevecht Kloosterdreef-Woenselsestraat

Een compagnie van dit omtrekkende bataljon zou echter van deze oostelijke route weer via Pastoriestraat-Kloosterdreef naar de Woenselsestraat zwenken om de Duitse geschutsstelling, die het derde bataljon tegenhield, van dichtbij te bestoken. Een groep van deze compagnie waarvan sergeant Taylor deel uitmaakte, ontmoette onderweg een stafofficier van het bataljon, die vergezeld was van een Nederlander. De Eindhovenaar kende de plaats van de geschutsopstelling. Hij liep vooraan de troep. Bij de hoek naar de Kloosterdreef hield de Nederlander stil. "Het kanon staat hier net om de hoek" vertelde hij. De Amerikanen verspreidden zich tussen de huizen om de Duitsers van twee kanten te naderen. Wie was die Nederlandse vrouw, op de eerste verdieping van een huis aan de overkant van - waarschijnlijk - Kloosterdreef? Sergeant Taylor weet dat hij aan haar zijn leven te danken heeft. Ze stond te gebaren voor het raam, wees naar beneden en stak drie vingers op. Onder zulke omstandigheden is zo'n teken genoeg: drie Duitsers passeerden beneden haar huis, in de richting van het kanon. De Amerikanen stopten. Ze hoorden de Duitse spijkerlaarzen naderen. Luitenant Hall en de sergeants Taylor en Borden sprongen nu net achter de Duitsers de straat op. Waren ze niet gewaarschuwd, dan zouden ze net voor de vijand te voorschijn zijn gekomen. De Duitsers gaven zich zonder slag of stoot over. Dat sergeant Taylor later een dankbetuiging uit Texas kon sturen voor de hulp van Nederlandse burgers, dankte hij ook aan de twee Eindhovenaren, die de straat kwamen afwandelen en in de richting van het kruispunt Woenselsestraat-Kloosterdreef wezen: daar stond het kanon. De Amerikanen hadden het op dat moment nog niet gezien. Taylor gaf een vuurstoot af op de bedieningsmanschappen, die haastig wegdoken. Toch slaagden de Duitsers er nog in het kanon in stelling te brengen en er een paar schoten mee te lossen. De Amerikanen waren toen dicht genoeg bij om het onschadelijk te maken.

 

Er was nog een tweede kanon. Het gaf een paar schoten af, maar toen de Amerikanen naderden, sloegen de Duitse bedieningsmanschappen op de vlucht. Ze werden tot staan gebracht en gaven zich over Veel bewoners van de Kloosterdreef hebben dit gevecht gevolgd. De Amerikanen - vergezeld van leden van de verzetsbeweging die de weg wezen - kwamen aan alle kanten door de tuinen, langs de huizen en door de poortjes op de Duitsers af. Rustig, zelfverzekerd, rechtop over straat zonder dekking te zoeken, zo nu en dan knielend om te vuren. De Duitsers verdedigden zich chaotisch. Ze waren 's avonds versterkt met in wanorde uit Son vluchtende militairen, door de officier-geschutscommandant aangehouden en gedwongen om mee te verdedigen. Een van de kanonschoten beschadigde de slagerij van de heer Wilbers, die met familie en buurtgenoten in de kelder zat. Bij deze gevechten sneuvelden de Eindhovense verzetsstrijders de Braber en Luykx. Terwijl er nog om de kanonnen op de driesprong Woenselsestraat-Frankrijkstraat-Kloosterdreef werd gevochten, dansten en zongen de bewoners van de Woenselse Markt al van bevrijdingsvreugde, gingen de vlaggen uit en werden de Amerikanen omhelsd.



Rond het middaguur staken de zwaarbewapende en met draagbare zend- en ontvanginstallaties uitgeruste miltaren van het 2e bataljon van het 506e regiment de Woenelse overweg over.

Woenselse overweg

Deze groep bevrijders bereikte kort na het middaguur de Woenselse overweg, vergezeld van gewapende mannen van de PAN (Partizanen Actie Nederland). Als een lopend vuurtje gaat het dan door de stad "Ze zijn er". In ganzemars steken de Amerikanen de overweg over op hun typische rubberlaarzen, de bolronde helm op het hoofd. Zwaar gewapend zijn ze met automatische pistolen en scherpe kuitmessen; hun uniform hangt vol met peervormige handgranaten en ze hebben ontelbare zakken op borst, dijen en kuiten. Voor het eerst zagen de Eindhovenaren, hoe de soldaten draagbare zend- en ontvanginstallaties torsten, waarvan de antenne boven de gecamoufleerde helm uitstak. Het enthousiasme in de stad kende geen grenzen; er werd gejubeld en gejuicht, links en rechts werden handen geschud en de eerste Amerikaanse sigaretten werden uitgedeeld. De intocht werd een zegetocht. Toen de eerste Amerikanen de Vestdijk op kwamen, waren ze door uitgelaten Eindhovenaren behangen met oranje en rood-wit-blauw. De eerste vlaggen kwamen aan de gevels. Het publiek stortte zich als razend op de Duitse borden en richtingwijzers, die aan gruzelementen gingen. Alles wat aan de Duitse bezetting herinnerde, werd versplinterd. Portretten van Hitler en Mussert werden op straat verscheurd. Een pop in W. A.-kleding hing in een lantaarnpaal en in een ommezien werden de straatnaambordjes Willems. plein en Sophiastraat veranderd in de oude, vertrouwde namen van Wilhelminaplein en Julianastraat.


gevangen genomen Duitse soldaten in Eindhoven  op 18 september 1944


Filmbeelden van beeldengeluid (niet op YouTube)
Bevrijding van Eindhoven met onder andere: de intocht van de Amerikanen in Eindhoven, de gevangenname en visitatie van Duitse soldaten en collaborateurs (NSB en moffenmeiden), beelden van verwoestingen en oorlogsschade door een bombardement na de eerste bevrijding. Begrafenis van inwoners die bij de laatste gevechten en bombardementen nog omgekomen zijn.

Bruggen bezet geen tegenstand

Even later kreeg de radiopost van de Amerikanen, gevestigd in de kerktoren van Vlokhoven, de verrassende melding van de voorhoede: "We hebben het centrum van de stad bezet. We zitten op de vier bruggen over de Dommel." De commandant van de luchtlandingsdivisie, generaal Taylor kon het nauwelijks geloven. Volgens de inlichtingen zou Eindhoven verdedigd worden door een sterke Duitse strijdmacht. Was die nu, na een paar uur, al verslagen? Generaal Taylor klauterde naar boven. Hij vroeg kolonel Strayer, commandant van de voorhoede, zelf aan de radiotelefoon. Die herhaalde: ,,We zijn in het centrum, hebben de vier bruggen bezet. We ontmoeten geen weerstand meer." De eerste opdracht van "Market Garden" was voltooid. Het wachten was nu op de Britse grondtroepen.

 

Hier en daar werd op straat nog gevochten. Parachutisten haalden Duitsers uit de huizen, die met de handen omhoog voor hen uit moesten lopen. Anderen werden gedwongen languit op straat te gaan liggen, totdat versterking was gearriveerd om de krijgsgevangenen over te nemen. De Amerikanen zorgden ervoor, dat burgemeester Verdijk, door de Duitsers ontslagen maar nu in ere hersteld, in een Amerikaanse Jeep een zegetocht door de binnenstad maakte. Vanaf de kiosk op de Markt las hij een proclamatie voor.

 

Uit het dagboek van een verzetsstrijder: ,,Ik heb de rit van de burgemeester door de stad meegemaakt in een jeep. Op de Markt, nadat hij gesproken had, zongen we voor 't eerst in het openbaar weer ons Wilhelmus. Terwijl ik als een beeld zo strak in de houding stond, huilde ik als een gek. Maar ik was niet de enige...."

Ook de eerste NSB-ers werden opgehaald en naar het politiebureau gebracht. Oude uniformen kwamen weer tevoorschijn: militairen van voor 1940, marechaussees met witte tressen, padvinders en andere reeds jaren verboden jeugdverenigingen. Foto's van de Koninklijke Familie kwamen voor de ramen, men liep zingend door de straten. Omstreeks vijf uur kwam er een kleine inzinking in die collectieve feestvreugde. De brandweer maande met luidsprekerwagens tot voorzichtigheid. Men zat nog rondom in de Duitsers. De hoofdmacht van de geallieerden was nog niet verschenen.

 

Een koude nacht hadden de mannen van het Tweede Britse Leger doorgebracht in Valkenswaard. De regen viel bij bakken uit de lucht. De colonnes stonden rijen dik - tot in België - te wachten tot de voorhoede verder zou oprukken. Toen twee Engelse verkenningswagens 's morgens op verkenning uitgingen langs de weg naar Aalst, ontdekten ze tot hun grote schrik drie grote Duitse Panther-tanks op de weg. De tankbemanning zat nietsvermoedend op de gevaartes. De Engelsen gaven een paar vuurstoten op de Duitsers af en maakten toen dat ze zo snel mogelijk wegkwamen, richting Valkenswaard. In hun spiegels zagen ze tot hun stomme verbazing, dat ook de tanks de steven wenden en koers Eindhoven kozen. Ze vermoedden kennelijk dat de gevechtswagens de voorhoede vormden van de Engelse tanks.

Hevige gevechten bij Aalst

Die morgen vorderden de Engelsen maar weinig. Er waren niet zo veel Duitse troepen langs de weg, maar ze hadden zich tactisch in de bossen opgesteld. Anti-tank kanonnen schoten de voorste tanks onklaar. Er moest tenslotte infanterie oprukken om in zware gevechten - soms met de bajonet op het geweer - een doortocht te banen. Er was nog geprobeerd een andere weg naar Eindhoven te vinden, omdat de hoofdweg tussen de bossen de tegenstander te veel mogelijkheden bood tot verdediging. In Oostelijke richting stuitten de verkenners echter op sterke tegenstand. Westelijk bezweek een brug onder het enorme gewicht van een Shermantank. De enige weg die overbleef, liep over Aalst.

 

Generaal Taylor was tevreden over de snelle bezetting van Eindhoven. Maar onvoldaan over de beschadiging van de brug bij Son. Het was van het grootste belang, dat de Engelse grondtroepen hiervan wisten. Zij konden in hun spits dan brugmateriaal meevoeren. Het lukte hem echter niet radioverbinding met de Engelsen te krijgen. Engelsen en Amerikanen werkten volgens een verschillend radiosysteem bij hun verbindingen. Daarom was een Engelse radio-set met eigen bedieningsmanschappen meegestuurd met de luchtarmada. 

Het was een ongelukkig toeval dat juist dit zweefvliegtuig verongelukte. Met deze mogelijkheid was rekening gehouden. Er was een noodverbinding ontworpen via het hoofdkwartier in Engeland. Deze schakel werkte echter die dag niet. De Engelse luitenant Palmer werd omstreeks het middaguur in Woensel dan ook door de Amerikanen met gejuich begroet. Met zijn kleine verkenningsgroep - twee gepantserde wagens - was hij erin geslaagd Westelijk van Valkenswaard een brug over de Run te vinden. Hij moet Zeelst en het vliegveld zijn gepasseerd. Tenslotte kwam hij Noordelijk van Eindhoven uit. Het was toen puur geluk dat hij wel Amerikanen en geen Duitsers tegenkwam. Zijn radioinstallatie maakte het mogelijk contact te leggen met de Engelse voorhoede en de gegevens voor het benodigde brugmateriaal door te geven aan de Engelse genie. Generaal Taylor was een zware zorg kwijt. "En als je ons wilt bellen, bel dan Son 244", werd bovendien doorgeseind. Van die goede raad is gebruik gemaakt, zo vertelt een Engelse beschrijving van de operatie. De telefoonverbinding liep toen nog over een door de Duitsers gecontroleerde centrale in Eindhoven.

 

De Engelse luitenant Tabor was die morgen vlak buiten Valkenswaard onplezierig wakker geworden. Toen het om half vijf licht werd, bleek hij de nacht te hebben doorgebracht vlak bij drie gesneuvelde Duitsers en een onontplofte typhoonraket. Hij was de eerste Engelsman, die ruim twaalf uur later, vrijwel onopgemerkt met zijn pantserwagens over de Aalsterweg binnengekomen, door de stad is geraasd en pas stil hield bij de brug van Son.

 

Terwijl de binnenstad al feest vierde, was tussen Stratum en Aalst die middag nog verwoed gevochten. De Engelsen waren tot hun voordeel volledig op de hoogte van de Duitse opstellingen. Een staf employé van Philips was die dag door de linies gebroken en had een betrouwbare kaart met inlichtingen verstrekt.

Engelse tanks in Eindhoven


Om zeven uur was ook de weg uit het Zuiden vrij. Hevig geratel van rupsbanden over de keien, roepen, schreeuwen, juichen: de Engelse tanks rijden met grote snelheid Eindhoven binnen. Met groot vertoon van macht trokken honderden tanks en gevechtswagens over de Aalsterweg, de Stratumsedijk, recht door de binnenstad via Stratumseind, Rechtestraat, over de kale vlakte van de op 6 December 1942 door de geallieerden gebombardeerde Demer, de Woenselse overweg over, Fellenoord, Boschdijk, Frankrijkstraat, Woenselsestraat, Vlokhoven, richting Son.

En boven op die gigantische stalen rups van het Tweede Engelse Leger de Tommies, de duimen veelzeggend omhoog of met de vingers Churchill's bekende V-teken maken. Op de tanks opschriften in krijt, kennelijk aangebracht bij het binnentrekken van de Eindhovense bebouwde kom aan de Aalsterweg, anderen duidelijk uit Valkenswaard, weer anderen als boodschap van de reeds eerder bevrijde Belgen en alle aan duidelijkheid niets te wensen overlatend. Waar de Belgen en Nederlanders dan al gebrek aan mochten hebben, bepaald niet aan krijt, schreven de Engelsen later. Klitten jongens en meisjes hingen aan de gevechtswagens van Stratum tot de binnenstad. Tot laat in de avond bleef de Engelse route omzoomd met dichte rijen belangstellenden. De lucht van echte benzine, vermengd met de geur van Virginia tabak van de Engelse sigaretten, zal iedereen die het heeft meegemaakt, bijblijven als het typische bevrijdingsluchtje. De tegenstelling tussen de aftocht van de armzalige bezettingstroepen - met fiets en kinderwagen - en deze zegevierende gemotoriseerde strijdkrachten heeft destijds grote indruk gemaakt. De troepen bleven de hele nacht doortrekken en tot verbazing van Eindhoven duurde dat vele dagen en nachten achtereen..


 

Aan verschillende van de gevechten in en om Eindhoven is door eenheden van de P.A.N. deelgenomen. Doordat al van begin september de staven van de verschillende rayons telefonisch contact hadden, dank zij een ingreep van bevriende PTT-relaties, met de centrale post, kon aan de acties van daaruit enige leiding worden gegeven. Op 18 september was weer het hoofdkwartier W26 betrokken, kort daarop ging men, om meer ruimte te hebben, naar de Stratumsedijk, waar een voormalig "Frauenschaft-heim" betrokken werd. Bij gevechten op de Leenderheide kwam een partizaan om het leven. Een lid van de centrale staf raakte gewond. Ook bij Nuenen, Best, Son en Geldrop namen partizanen aan de gevechten deel. Uit een later opgemaakt overzicht blijkt dat de partizanen uit Eindhoven en omgeving reeds vóór de bevrijding en bij al deze acties daarna samen 214 krijgsgevangenen hebben gemaakt, 800 geweren en een honderdtal mitrailleurs hebben buitgemaakt benevens grote hoeveelheden munitie, pantservuisten en handgranaten. Door de P.A.N., hierbij samenwerkend met de vanaf de bevrijding ook openbaar opererende O.D., zijn een 700-tal personen gearresteerd, verdacht van land verraderlijke activiteiten. In het politiebureau en diverse scholen waren voorlopige gevangenissen ingericht. De P.A.N. verloor bij al deze acties 12 man.

 

Dreigend voor de feestende stad was echter de komst van Panzerbrigade 107, inderhaast van het Russische front naar het Westen gedirigeerd. 's Morgens waren de zware en nieuwste Panther tanks van 48 ton met ervaren bemanning en in de strijd geharde Infanterie als ondersteuning op het station van Venlo gearriveerd. Op eigen kracht rolden ze via Helmond en Nuenen in de richting van Eindhoven. Tegen de avond van de 18e september stonden de eerste tanks van deze formatie vóór de Dommelbrug bij Soeterbeek, aan de stadsgrens dus, hoogstens een kilometer van de bebouwde kom. Major Freiherr von Maltzan twijfelde even wat te doen, doch hij meende dat een verkenningsdoorstoot naar Eindhoven op dit punt weinig succes zou hebben. Zijn brigade was juist twaalf uur te laat gekomen om de geallieerden bij Eindhoven de weg te versperren. 

Waarom zijn de Duitsers die nacht - en ook de volgende dag bij Son - niet doortastender te werk gegaan? Op deze vraag, die de Amerikaanse parachutisten bij herhaling hebben gesteld, geven de Duitsers het volgende antwoord: Duitsers aarzelen...

Duitsers aarzelen 

Pantzer-brigade 107 kon Eindhoven niet meer bereiken, omdat de geallieerde strijdkrachten en gepantserde eenheden die zich in de lichtstad hadden genesteld, te sterk waren. Een belangrijk nadeel voor de Duitsers was, dat hun gepantserde voertuigen (de half-rupsen) uitstekend geschikt waren voor de Russische laagvlakten, maar ongeschikt voor snelle operaties in dit Oostbrabantse terrein met smalle, bochtige wegen, sloten, kanalen, riviertjes en zachte, vochtige beemden. Een van de grootste nadelen voor de Duitse pantsertroepen was echter, dat zij bij Eindhoven niet over luchtverkenning beschikten, die bij dergelijke snelle eenheden beslist noodzakelijk is. Zij hadden dus geen zuiver beeld van het geallieerde front.

 

De Dommelbruggen bij Soeterbeek en de Hooydonkse watermolen waren bovendien te zwak voor de 48 ton wegende tanks. Of de waarschuwing van tuinman Hikspoors destijds bij Soeterbeek aan de Duitsers - dat hun tanks door de brug zouden zakken - inderdaad invloed op hun operaties heeft gehad, is moeilijk te zeggen. De Duitse stafofficieren hadden kennelijk meer vertrouwen in het stuwbruggetje achter de Hooydonkse molen. Het had minder ijzeren balken, maar een veel korter draagvlak van peiler tot peiler. Molenaar Chris Raaymakers gaf ze prompt gelijk, toen ze het hem maandagavond 18 september vertelden. Hij wist drommels goed, dat zelfs hun lichtere gepantserde voertuigen 50 meter over de Dommel in de drassige weiden zouden wegzakken. Eindhoven vierde feest. Aanvankelijk onbewust van de Duitse dreiging uit Nuenen. De genietroepen van het Tweede Engelse Leger werkten als paarden aan de brug bij Son. Er werden Duitse krijgsgevangenen bij ingeschakeld. Engelse flankcorpsen waren op weg naar Eindhoven via een Oostelijke route (over Leende) en een Westelijke (over Wintelre). Luitenant Wierzbowsky ging met zijn zeventien man, in stelling langs het Wilhelminakanaal, de tweede nacht in.


Captain Edmund Wierzbowski  in moeilijkheden bij Best

Het was een dag van tegenslagen en teleurstellingen geweest voor dit handjevol Amerikanen. Ze probeerden een opdracht uit te voeren, waar later een halve divisie en een eskadron tanks voor nodig bleek.

Toen het licht was geworden, die maandagmorgen 18 september, zagen de parachutisten hoe ze tegenover een veelvoud aan Duitsers lagen. Om elf uur vloog de brug de lucht in. Hun doel was in duigen gegaan, de opdracht - de brug onbeschadigd in handen krijgen - onmogelijk geworden. Ze konden er geen bericht van geven naar de eigen stellingen. Joe Mann en Hoyle waagden een uitval. Mann vernielde met zijn bazooka een Duits kanon. Hij werd door twee schoten gewond. Hoyle nam de bazooka over en vernielde een ander kanon. Niemand in het Amerikaanse hoofdkwartier wist iets van het verdwaalde groepje. Een Typhoon zag het voor Duitsers aan en bestookte de ingegraven soldaten. Niemand werd geraakt. Om drie uur 's middags deden de Duitsers een aanval. Ze werden teruggeslagen. Luitenant Watson, een genieofficier, die als brugdeskundige was meegegaan, werd gewond. Even later werd soldaat Luther gedood. Soldaat Northrup ernstig gewond. Mann werd weer twee keer geraakt. Zijn beide armen werden noodgedwongen verbonden en waren onbruikbaar. Het verbandmateriaal was op. Luitenant Laier en sergeant Betras probeerden uit te breken, om hulp te halen. Betras kwam gewond terug. Laier, ook gewond, had zich overgegeven. Er verschenen twee Engelse gevechtswagens aan de overkant van het kanaal. Luitenant Palmer, die 's morgens langs een Westelijke route bij toeval contact met de Amerikanen had gemaakt, was op verkenning gegaan. De Engelsen schoten de Duitsers van de Eindhovense kant van het kanaal weg. Korporaal Corman vond een bootje en roeide naar de Engelsen. Hij kwam terug met een kist verbandmateriaal. Wierzbowsky vroeg Palmer of hij een bericht over zijn positie wilde doorgeven aan het hoofdkwartier. Maar de Engelsen kregen geen verbinding. De Amerikaanse luitenant begon toen zijn mannen naar de oever te dirigeren. Hij wilde ze overroeien. De Engelsman riep terug, dat ze moesten blijven waar ze waren: er zou gauw hulp opdagen. Drie soldaten kwamen van verkenning terug met drie Duitse hospitaalsodaten. Ze begonnen - op verzoek van Wierzbowsky - de gewonden te verbinden. Maar ze hadden het bloedplasma niet bij zich, dat Watson en Northrup zou kunnen redden. Een patrouille van de E-compagnie bereikte de stelling van het groepje afgesneden Amerikanen bij toeval. Toen ze weer weggingen beloofden ze het bericht van de vernieling van de brug en over de toestand van het troepje door te geven aan het hoofdkwartier. Later bleek, dat alleen het bericht van de vernielde brug was doorgekomen.

Versterking trekt terug

Toch, voor in de avond kwam er weer hulp. Een verdwaald peloton van de D-Compagnie. De commandant, luitenant Mottala, besloot de nacht (van 18 op 19 september) bij de mannen van Wierzbowsky door te brengen. Midden in de nacht werd de flank, door deze verse hulp verdedigd, zwaar door de Duitsers aangevallen. Mottala's mannen zwichten voor de overmacht. Ze zwommen of roeiden naar de veilige Zuidelijke oever van het kanaal. Oververmoeld en gerustgesteld door de versterking, waren de mannen van Wierzbowsky in slaap gesukkeld. Ze merkten niets van het vertrek. De Engelsen, die aan de overkant hadden staan wachten, dachten dat de overkomende soldaten tot de groep van Wierzbowsky behoorden. Ze namen de gewonden van Mottala mee. En lieten later in Son geen bericht achter over het vergeten peloton. De morgen van de 19de september begon ook aan het Wilhelminakanaal in een zware mist.



De Duitse legertop tijden Market Garden. Ze overleven allemaal de oorlog, alleen Model pleegde zelfmoordaan het einde van de oorlog .
Van links naar rechts:
Veldmaarschalk Model, generaal Student, generaal Bittrich, majoor Knaust en generaal Harmel

Dinsdag 19 september

 

De Engelse tanks “denderde” dinsdagmorgen in alle vroegte over de net voltooide baileybrug bij Son. De nacht hadden ze doorgebracht op de wegen en zijwegen van de opmarsroute. De genie-mannen hadden in recordtempo gewerkt. "Market Garden" stond of viel met de ijver van de bruggebouwers. Deze 19e september werd een kritieke dag. De 107e (Duitse) pantserbrigade lag als een grimmige bedreiging langs de corridor, de situatie bij Best was kritiek.

 

De Duitse Veldmaarschalk Model, die zijn hoofdkwartier al van het klooster Sint Paul in Arcen naar Oosterbeek had overgebracht en daarna haastig naar Terborg evacueerde, kon nu een beeld krijgen van de Engels-Amerikaanse bedoelingen als hij een lijn trok langs de luchtlandingsplaatsen: Son-Veghel-Grave-Nijmegen. Doortrekken van de lijn toonde de bedreiging van Duitsland zelf. En dit werd bevestigd door de papieren, die Generaal Student uit een neergeschoten Amerikaanse "glider"-zweefvliegtuig in handen kreeg.

 

Generaal Reinhard had een vreemde strijdmacht naar Best gedirigeerd. De Arbeits- und Baubataillonen van de Duitse luchtmacht konden beter met de spa en de troffel omgaan dan met het geweer. De politietroepen waren gevreesd om de terreur, die zij op de burgerbevolking hadden uit te oefenen, maar grote frontervaring hadden zij niet. Daartussen door werden uit Frankrijk gevluchte infanterie-eenheden opgesteld en wat fanatieke ss.

Duitsers horen tanks....

 

Om zes uur 's morgens begonnen de gevechten om Best. Engelse tanks en artillerie versterkten de slechts met licht materiaal uitgeruste Amerikaanse luchtlandingstroepen, nadat de brug bij Son klaar was. Een Amerikaanse verkenningspatrouille sloop door de bossen zo dicht bij een vijandelijke stelling, dat ze de Duitsers verstaan konden.

 

Een zweefvliegtuig piloot van deze patrouille verstond Duits. De Duitsers zo ving hij op, overlegden - diep onder de indruk van het geluid van de naderende tanks - over de mogelijkheid van capitulatie. De Amerikanen profiteerden dankbaar van die wetenschap. In deze hoek van het slagveld gaven zich even later 159 Duitsers over op eerste aanmaning van de Amerikanen. Na twee uur waren er 700 krijgsgevangenen. De oogst van de gehele dag was 1100 krijgsgevangenen. Toch werd er soms hevig gevochten: de Duitsers lieten 600 doden op het slagveld achter. De plotselinge ineenstorting van de tot dusver zo hevig verdedigde Duitse stellingen bij Best was een volslagen verrassing voor de Amerikanen.


Joe Mann sneuvelt

Toen het licht werd, die morgen, zag Wierzbowsky Duitsers uit de mist opduiken. De vijandelijke patrouille vermoedde na het vertrek van Mottala en zijn mannen geen tegenstand meer. Betras gooide een handgranaat. Anderen volgden zijn voorbeeld. De Duitsers gooide de granaten weer terug vóór ze ontploften. Betras kaatste er opnieuw twee terug. Een derde miste de dekkingskuil. Een vierde raakte het machinegeweer en explodeerde in het gezicht van Laino. Koller werd door een kogel aan het hoofd geraakt. Laino voelde weer een granaat tegen zijn knie vallen. Zien kon hij niet meer. Hij zond de granaat terug voor deze ontplofte. De volgende handgranaat kwam op Joe Mann af. Hij zat tegen de achterzijde van de kuil, waarin zes man zich hadden opgesteld. Mann voelde hoe de granaat achter hem viel. Maar zijn armen zaten in verband, onbruikbaar door de vier verwondingen van de vorige dag. "Granaat" riep hij. Volledig bewust van de consequenties, gooide hij zich op de granaat. Die ontplofte. Mann stierf twee minuten later. Drie man in de kuil bleven ongedeerd. De drie anderen werden vrij licht gewond. De granaat zou deze zes minstens levensgevaarlijk hebben gekwetst als de ontploffing niet door het lichaam van Mann was gesmoord.

 De Duitsers bleven aanvallen. Slechts drie man van het Amerikaanse groepje waren ongedeerd. Wierzbowsky gaf zich over. Diezelfde middag - bij de massale aanval van de Amerikanen en Engelsen - wist de groep zich weer te bevrijden. De bewakende Duitsers werden als krijgsgevangenen overgeleverd.

 Joe Mann kreeg postuum de hoogste militaire onderscheiding die Amerika kent. In het naar hem genoemde natuurtheater van Best, kort bij de plaats waar hij sneuvelde, is een monument geplaatst. https://nl.wikipedia.org/wiki/Joe_Mann



Eindhoven feest

Dat Eindhoven op dinsdag 19 september in feeststemming verkeerde, zal iedereen wel duidelijk zijn. Overal hingen Nederlandse en geallieerde vlaggen, iedereen droeg oranje. De winkeliers waren er als de kippen bij om hun etalages op het vreugdevol gebeuren af te stemmen. Driekwart van de bevolking stond weer langs de route van het doortrekkende leger om het machtige gebeuren gade te slaan. Inmiddels ontmoette men oude bekenden, onderduikers en joden, die nu weer in het openbaar durfden te verschijnen. De bakens waren nu verzet. NSB-ers werden opgehaald. Vrouwen die met Duitsers hadden omgegaan, werden kaalgeschoren.


Op 18 september 1944 wordt Eindhoven bevrijd door de Amerikaanse 101e Airborne Divisie in samenwerking met het Britse 506e regiment parachutisten en andere eenheden van deze divisie.
Het feest in de stad is groot. Enkele vrouwelijke inwoners van Eindhoven gaan met de bevrijders van de Amerikaanse 101e Airborne Divisie op de foto.

van links naar rechts:
onbekende vrouw. Harry Buxton, geb.Oklahoma USA 8-8-1920, gesneuveld Veghel NL 27-9-1944 begraven in California USA. Hij was korporaal, behoorde tot 101st Airborne Div., 506 Parachute Infantry Regiment, woonde in California. Hij was ongehuwd. Vervolgens Fransisca Martina Janssen, geboren in Bladel 31-3-1922. Geheel rechts sergeant Norman A. Capels, geb.ca. 1918 overl. 17-2-2001 in Syracuse NY. Hetzelfde legeronderdeel als Buxton.
Beide militairen werden gedropt in Son NB op zondag 17-9-1944.
bron: https://beeldbankwo2.nl/

Dreiging uit Nuenen

 De geruchten van Duitse bewegingen bij Nuenen in de richting van Son werden steeds hardnekkiger. Die toestand was niet plezierig. De Amerikanen en Engelsen hadden alle krachten ingezet tegen Best. De brug bij Son werd slechts door een handvol mensen bewaakt. Het divisie-hoofdkwartier - ook in Son - lag vrijwel onverdedigd. Een kolonel zocht wat mensen in het hoofdkwartier bijeen en ging op verkenning. Tot zijn schrik ontdekte hij ten Zuiden van het kanaal zes Duitse tanks. De molenaar van Hooydonk, Raaymakers, had gelijk gekregen: vier Duitse gepantserde "halfrupsen", die deze middag door de weiden tussen de Dommel en de straatweg koers zetten naar de corridor zakten kansloos in de modder weg. Maar even later vonden de Duitse tanks toch de enige begaanbare Dommelovergang: de duiker aan het Wilhelminakanaal. De Dommel stroomt hier onder het kanaal door. Het was een gevaarlijke passage. De tanks moesten de veilige dekking achter de kanaaldijk prijs geven, om over de duiker te rijden. Daarna konden ze weer veilig in de laagte verder ratelen. Hauptmann Wedemeyer nam dit risiko. Zijn 107de panzer-brigade was het die om half zes de Amerikanen op nog geen 200 meter van de corridor op de brug bij Son bestookte. Voor de eerste tank door een goed gericht bazooka schot werd geraakt, wist de bemanning nog 5 schoten op de brug te lossen. Overtrekkende Engelse auto's werden in brand geschoten. De brug werd slechts licht beschadigd.

Aanval Son afgeslagen

Generaal Taylor was persoonlijk naar de Sonse heide gegaan om er versterking op te halen en naar de bedreigde brug te dirigeren. Het ene anti-tank kanon dat hij kon vinden, schoot direct raak: een Duitse tank werd het zwijgen opgelegd. Dit tweede verlies scheen indruk te maken op de Duitsers. Tot stomme verbazing van het handjevol verdedigende Amerikanen bliezen zij de aftocht. De vijand wist kennelijk niet hoe zwak de brug werd verdedigd.

Majoor Elkins was die morgen met een waarnemend officier en drie man per jeep op verkenning gegaan op de Sonse heide. In de bossen werd het groepje omsingeld. Eén van hen, Robert Allen, wist te ontsnappen en bereikte diezelfde middag nog het eigen hoofdkwartier na een avontuurlijke voettocht, waarbij hij toevallig geen enkele Duitser was tegengekomen. De waarnemend officier slaagde daarin pas de volgende dag.

Probst en Topper

Korporaal Probst en soldaat Topper werden met hun jeep gevangen genomen. Ze boden aan om Duitse gewonden te vervoeren. Na twee uur knepen ze er - met twee gewonde Duitsers - tussen uit. Naar de eigen stellingen. Met nog drie Amerikaanse gewonden gingen ze vandaar op zoek naar een verbandpost. Ze verdwaalden en reden de Duitse linies bij Best binnen. Weer krijgsgevangen. Ze wisten een Duitse kapitein ervan te overtuigen dat ze uit pure menselijkheid de (duitse) gewonden kwamen brengen. De Duitser werd geroerd door deze sportiviteit. Hij leidde de Amerikanen persoonlijk door de linies en wees de weg door het niemandsland terug. De beide mannen keken goed uit en kwamen in hun hoofdkwartier met waardevolle gegevens over de Duitse stellingen. Majoor Elkins lag zes uur in de heide, terwijl er boven zijn hoofd een mitrailleur duel werd uitgevochten. Toen ontdekten de Duitsers hem. Ze raakten zo opgewonden over de vangst, dat hun waakzaamheid verslapte en zij niet merkten, dat zij op hun beurt door Amerikanen werden omsingeld. Zo werd majoor Elkins binnen een paar minuten door de eigen mensen weer bevrijd.

Het Duitse aanvalletje op Son had ook Eindhoven gealarmeerd. Terwijl de eindeloze colonnes door de stad voort rolden, terwijl andere eenheden links en rechts in de stad een bivak opsloegen, terwijl men op verschillende plaatsen kleine benzine kampvuurtjes zag branden, vooral onder het geboomte van de Elzent, waar Engelse militairen hun potje kookten of zich stonden te wassen of te scheren, klonk plotseling het alarmerende bericht, dat iedereen van de straat af moest. De Duitsers zouden in aantocht zijn voor een tankaanval, uit de richting Nuenen.

 

Mobirise

Bombardement op Eindhoven

Even later, het was inmiddels al donker geworden, hing de lucht boven de stad vol lichtkogels, terwijl juist Radio Oranje triomfantelijk begon met de uitzending van Robert Kiek's reportage over de bevrijding van Eindhoven. Enkele naïevelingen meenden dat het oranje-vreugdevuur was. Maar hun illusie werd wreed verstoord door het gieren en ontploffen van de eerste bommen. De Duitse luchtmacht, gesteund door het ontbreken van enig afweergeschut in Eindhoven, bombardeerde de met Engelse troepen en het zwaar oorlogsmaterieel waarmee de Eindhovense straten vol stonden. Steeds weer gierden de bommen omlaag. De mensen die in hun kelders of waar dan ook enige dekking probeerden te vinden, hoorden dat afschuwelijke geluid van laag overvliegende bommenwerpers, het neersuizen van de bommen en daarna de drie of vier oorverdovende ontploffingen per vliegtuig. De huizen stonden op hun grondvesten te schudden. Werden ze niet onmiddellijk getroffen dan vlogen toch de ruiten er uit en viel de kalk van het plafond. Overal kraakte en dreunde het. Links en rechts, voor en achter hoorde men de voltreffers. Wie de moed had om even poolshoogte te nemen zag de stad op vele plaatsen branden. Vooral de binnenstad. Ruim een half uur duurde het bombardement. Pas na enkele dagen wist men, dat het juiste aantal slachtoffers de 200 overtrof. Zolang moest er tussen de puinhopen gezocht worden. De meest getroffen delen van Eindhoven waren de omgeving van de St. Catharinakerk in de Rechtestraat - Stratumseind, het kruispunt Hertogstraat - Stratumsedijk en een schuilkelder aan de Biesterweg waarin dertig mensen zijn omgekomen. Eindhoven had zijn bevrijding duur betaald. Die nacht trokken velen met extra kleren en wat beddegoed de stad uit en bleven die nacht In de open lucht, bang, dat de Duitsers het niet bij dit ene bombardement zouden laten. In de vroege uren van de 20e september trokken met moeite verzamelde groepen van de P.A.N., plotseling voor een geheel andere taak geplaatst, naar de gebombardeerde punten om te helpen bij de opruimingswerkzaamheden.

 In de Stratumse heide, tussen Eindhoven en Tivoli, lagen die nacht velen te bidden en te hopen, dat het oorlogsgeweld mocht ophouden. Hun angst kreeg een gruwelijke entourage in de vlammende binnenstad, die de hemel in de verte in een oranjegloed zette. Een satanische bevrijdingsverlichting. Eindhoven wist wat het betekende, Hell's Highway.


Vrijwilligsters doorzoeken gebombardeerde Eindhovense woning naar privé spullen

Licht van vrijheid blijft branden

 Maar in het spookachtige licht van die vlammenzee kon men op een van de fabriekstorens het rood-wit-blauw zien wapperen als een symbool, dat - ondanks de rouw en ellende - er het grote goed van de vrijheid was. De vlammen van de ingestorten huizen werden al spoedig gedoofd. Maar het licht van de vrijheid bleef branden. De Duitsers hadden er een gewoonte van gemaakt het restje van hun Luftwaffe tegen een pas bevrijde stad in te zetten. Ook Parijs was een dag na zijn bevrijding gebombardeerd.


Overblijfselen en uitgebrande huizen in de Hertogstraat Eindhoven, na Duits bombardement op 19 september 1944

Ook de Engelse en Amerikaanse troepen in de stad hadden hun verliezen. Enkele getroffen munitiewagens ontploffen bij de Hertogstraat en vergroten de schade. De soldaten namen op vaak heldhaftige wijze aan het reddingswerk deel. Velen van hen stonden bloed af om zwaar gewonde burgers te kunnen redden. De brandweer had vrijwel machteloos gestaan. Door bomschade was er geen druk op de waterleiding.

De voorhoede van de Engelsen, die 's morgens over de brug bij Son was gegaan, had 's middags om 12 uur de buitenwijken van Nijmegen reeds bereikt. In vijf uur was de spits vijftig kilometer opgerukt, over deze smalle, slechts hier en daar door Airbornes beschermde weg.

Generaal Mc. Auliffe - de ondercommandant van de Amerikaanse luchtlandingsdivisie - had 's avonds bij Son een strijdmacht samengesteld uit koks, schrijvers, zweefpiloten en chauffeurs. Hij nam zelf het bevel van deze groep. Enkele uren heeft de bescherming van de corridor van dit weinig strijdvaardige groepje afgehangen. In de loop van de nacht arriveerden versterkingen van het toen verstilde gevechts toneel bij Best. Een klein beschermend mijnenveld kon voor de brug worden gelegd.

Engelsen en Amerikanen was er alles aan gelegen te weten wat er nu precies uit de richting Nuenen voor gevaar dreigde. Een gezamenlijke verkenningspatrouille ontdekte nachts een langstrekkende troep soldaten. Een soldaat liep door een greppel vlak langs de Engelse kolonel. "Dat is toch een van jouw vrienden," vroeg hij aan de Amerikaanse kapitein Wilder. "Neen, dat zijn Duitsers", antwoordde de Amerikaan. "Wat vind je dat we moeten doen?" vroeg de Engelsman. "Er tussenuit knijpen, en zo gauw mogelijk" vond kapitein Wilder.

Tweede aanval op Son 

In de ochtendmist van 20 september 1944 bereiden de Duitsers een nieuwe aanval voor op de brug bij Son. Zij hadden versterkingen gekregen en opnieuw ontstond een hachelijke situatie. Tien Engelse tanks kwamen de bedreigde Amerikanen te hulp. De eerste wierp zich zo driest in de strijd, dat hij het mijnenveld binnenreed voor de verdedigers hadden kunnen waarschuwen. De Duitsers schoten de tweede onklaar. Een met benzine geladen tankwagen van de Engelsen - op weg naar Nijmegen - werd in brand geschoten. In de loop van de morgen werden de Duitsers definitief bij de brug weggeslagen. Er werden 185 Duitsers gevangen genomen. De verliezen van de verdedigers waren gering. 's Middags werd de directe bedreiging van de brug bij Son definitief weggenomen. Engelse tanks, in geïmproviseerde maar afdoende samenwerking met de Amerikaanse Infanterie, slaagden er in de terreinen tussen de Dommel en de corridor van Duitsers te zuiveren.

De 107e (Duitse) pantserbrigade trok zich terug op de lijn Nuenen-Nederwetten. Engelse tanks en Amerikaanse luchtlandingstroepen liepen in de loop van de dag storm op de nieuwe Duitse stellingen bij Nuenen. Het werd een hevig gevecht, waarbij aan beide kanten gevoelige verliezen werden geleden. De strijd bleef onbeslist en de aanvallers trokken op de stad terug om zich voor te bereiden op een nieuwe aanval de volgende dag. Voortdurend, zo blijkt uit de Duitse ooggetuigenverslagen, hebben de verdedigers van Nuenen in angst gezeten voor een zware luchtaanval. Op de smalle wegen bij Nuenen zouden de gevreesde Typhoons een ware ravage onder de op een gehoopte tanks hebben kunnen aanrichten.

Geen overgave in Best

Met een witte vlag voorop begaf een groepje Amerikanen zich deze woensdag naar de opgeblazen brug bij Best. Een kapiteln, een militaire tandarts als tolk en een lid van de Nederlandse verzetsbeweging waren als onderhandelaars met de Duitse commandant aangewezen. Uit gesprekken met gewonden was de Amerikanen gebleken, dat de vijand in deze sector schoon genoeg zou hebben van het hopeloze vechten tegen de nu overmachtige tegenstander. De mannen werden door de Duitse voorposten opgewacht. Ze kregen ieder een blinddoek voorgebonden. Vijfhonderd meter verder onderhandelen ze in een commandopost met de Duitse commandant, een majoor. De majoor zag geen mogelijkheid tot overgave. De onderhandelaars werden weer geblinddoekt en naar het niemandsland teruggeleid. Onderweg vertelden de Duitse begeleiders, hoe het hen speet, dat de onderhandelingen op niets waren uitgelopen.

Nuenen bezet

Consolidatie

 Best vormde geen serieuze bedreiging meer. De situatie in Son werd door de geallieerden eveneens volledig beheerst. Nuenen bleef een gevaar. Twee compagnieën parachutisten, versterkt met Engelse tanks, trokken in de morgen van donderdag 21 september 1944 naar Nuenen. De bewegingen waren die nacht zorgvuldig voorbereid. Maar bleken nu overbodig: zonder slag of stoot trok de voorhoede het dorp binnen. Pantserbrigade 107 had die nacht opdracht gekregen terug te trekken op Helmond. Er wachtte een nieuwe opdracht en een hergroepering, De brigade had zware verliezen geleden in de strijd bij Son en Nuenen. Versterkt met een SS-bataljon, reserve-onderdelen van de Wehrmacht "luchtafweer" en een afdeling artillerie - de kanonnen moesten door gasgenerator auto's worden getrokken - zou deze strijdmacht onder bevel van de parachutisten-overste Walther nog een ernstige aanval doen op de corridor bij Veghel en Uden. Het was de "Kampfgruppe Walther" geworden.


Intocht van de paratroopers op Boschdijk 18  Eindhoven september 1944
bron foto's  en meer op: https://kleinspr.home.xs4all.nl/bevrijding-eindhoven/bevrijding07.html

Irenebrigade trekt binnen 

Kort nadat de parachutisten van het 506e bataljon, de mannen die maandag Eindhoven hadden bevrijd, Nuenen waren binnengetrokken, arriveerden ook de beide Engelse flank korpsen. Het een kwam via Veldhoven, het ander over Heeze. Tegelijk met hen kwam de Prinses Irenebrigade, een in Engeland gevormd Nederlands onderdeel, dat aan de strijd om Frankrijk en België had deelgenomen. De komst van deze Nederlandse soldaten bracht Eindhoven opnieuw in feeststemming. Het bombardement van dinsdagavond had rouw en angst gebracht. De geruchten van sterke Duitse concentraties om de stad versterkten het gevoel van onzekerheid. De komst van een hechte, getrainde formatie landgenoten - die toevallig samenviel met een definitieve keer in de gevechtssituatie om de stad - betekende een garantie voor veiligheid.

 

De komst van de beide flank corpsen betekende ook het einde van de taak van de Amerikaanse bevrijders, de 101e luchtlandingsdivisie, in het gebied om Eindhoven. Voor hen bleef Hell's Highway echter nog een afschuwelijke realiteit: ze werden overgeplaatst naar de bedreigde steunpunten van St. Oedenrode en Veghel. Ze zouden er opnieuw te maken krijgen met de 107e pantserbrigade, die er - versterkt tot "Kampfgruppe Walther" - de 23ste september in zou slagen de corridor te doorbreken. Maar na een dag wisten de geallieerden - met verbazingwekkende snelheid, zoals Duitse stafofficieren later getuigd hebben - tot tegenactie over te gaan en de toevoerlijn te herstellen. Sind was van "Pantserbrigade 107" bijna de helft van de officieren gesneuveld. De rechterflank van de Engelsen, het Achtste Legerkorps, bereikte 19 september Leende, de 20ste Someren, de 22ste Weert, de 24ste Deurne en de 25ste september Helmond.

Het Twaalfde Legerkorps kwam bij Duizel op Nederlands gebied, bereikte de 19de september Veldhoven en nestelde zich op 20 september in Best en Oirschot.


Na Veghel gingen de Amerikaanse bevrijders van Eindhoven naar de Betuwe. Bij hun acties in Nederland hebben zij 3000 man verloren. Hiervan waren 752 gesneuveld. Juist toen de divisie toe was aan een welverdiend verlof in Frankrijk werd zij onverwachts tot een nieuwe taak geroepen: de verdediging van het Belgische Ardennen plaatsje Bastogne tegen het Kerst-offensief van de Duitsers. Na Bastogne telde de divisie nog 10.000 valide manschappen. De helft was in Europa afgevallen; gedood, gewond of krijgsgevangen.

Slag bij Overloon

 General-Oberst Kurt Student voerde het bevel over de lijn Nijmegen-Roermond. Hij dirigeerde gevechtsgroep Walther naar het gebied van Overloon, ter bescherming van het Maas bruggehoofd van Venlo, als voortdurende bedreiging bovendien van de corridor. Daar konden de gepantserde strijdkrachten van Freiherr von Maltzan ten volle profijt trekken van het terrein. De 7e Amerikaanse Tankdivisie liep als eerste storm bij Overloon De strijd bleef onbeslist. Een tweede stormloop in oktober, nu door Engelse tanks, dreef de Duitsers over de Maas. Het was een van de zwaarste, bloedigste gevechten van de oorlog. De enige tankslag ook die op Nederlands gebied is uitgevochten.


Vrachtwagen opgesierd met teksten: Welkom in Eindhoven, Weg met de mof, Welkom in Stratum
foto is gekleurd

Tankslag bij Eindhoven? 

De Duitse en geallieerde gegevens vergelijkend, blijkt, dat de snelle actie van de Amerikanen een tankslag bij Eindhoven op of om 18 september heeft voorkomen. "Pantserbrigade 107" kreeg geen kans op maandagavond de stellingen om Eindhoven te betrekken, die de Britse opmars uit België had moeten stuiten. De verrassing van "Market Garden" heeft dus een dubbele betekenis voor de stad gekregen. Eindhoven werd niet alleen bevrijd, maar stad en streek zijn er waarschijnlijk door behoed voor een tankslag, die zelfs in Duitse ogen nog kort voor 18 september onvermijdelijk leek. Die tankslag is uiteindelijk, in plaats van bij Eindhoven, geleverd bij Overloon. Een oorlogsmuseum in dat Noordelijk Peeldorp herinnert nog aan dit wapenfeit. Het is tevens een plaats van bezinning op de waanzin van de oorlog.

 

"Market Garden" is in zijn doel mislukt. De Engelse parachutisten, die bij Arnhem waren geland, zijn nooit door de grondtroepen bereikt. Ze stuitten op sterke, toevallig aanwezige Duitse strijdkrachten. Slechts tweeduizend van de 10.000 mannen van de Eerste Engelse Luchtlandingsdivisie konden zich ten Zuiden van de Rijn in veiligheid brengen. Deze Engelse luchtlandingstroepen hadden de zwaarste opdracht.

 

Ze moesten het langer kunnen uithouden dan de beide Zuidelijker gelande Amerikaanse divisies. Ze hadden bovendien het nadeel van sterke tegenstand en de te grote afstand tot hun doel: de Rijnbrug bij Arnhem. Slecht weer belette de luchtstrijdkrachten te hulp te komen en voorraden en versterkingen uit te werpen. Vele Eindhovenaren hebben zich in de maanden tot de wapenstilstand geschaard in de rijen van de vechtende bevrijders. In deze stad zijn onder leiding van de verzetsstrijder Peter Zuid [= Jan Borghouts] uit de P.A.N. de Stoottroepen gevormd, die na een korte opleiding deelnamen aan de barre wintergevechten van 1944-1945. Anderen werden opgenomen in de zwaar gedunde rijen van de Amerikaanse luchtlandingsdivisie.

 

Voor de verschillende illegale groeperingen, die inmiddels "versterkt" waren door vele "ondergrondsen van het laatste uur", waarbij jammer genoeg elementen waren die zelfs deze naam niet verdienden, was ook een andere tijd aangebroken. Op de Emmasingel - in een Philipskantoor - zetelde de Staf-Zuid van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Hun commandant Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden bracht op 23 september [in het boekje staat foutief 19 september] een bliksembezoek aan Eindhoven.

 

Uit het dagboek van een verzetsstrijder: "Ik heb niets meer kunnen schrijven. Er is zoveel gebeurd intussen. Door de aanwezigheid van een commando-zuid, waarvan wij te weinig wisten, zijn wij als plaatselijke staf, nadat ons stuk voor stuk alle taken ontglipten, in een luchtledig komen te hangen, wat voor velen onzer heel moeilijk te verteren is.

 

We zijn vrij, maar we weten amper meer wat dat betekent. Velen hadden daar andere verwachtingen van, maar welke dan? Na zolang op eigen Initiatief en eigen verantwoordelijkheid zoveel voor de vrijheid te hebben gedaan, kunnen ze dit alles niet verwerken. Dagelijks ontdek ik, dat er mensen zijn in mijn eigen omgeving, van wie ik dat nooit gedacht heb, die ontzaglijk goed werk hebben gedaan. Wat wisten we weinig van elkaar! Zorg voor de Joden, die er zoveel in Eindhoven ondergedoken waren, koeriersdiensten, sabotage-daden, illegale pers. Je hoort telkens nieuwe dingen, nu er geen geheimen meer zijn. Er is nu, in deze verwarring, maar één gedachte: het Noorden moet vrij en daar moeten wij hier toe bijdragen. Er schijnt nog via een bestaande lijn telefonisch contact te zijn met bezet gebied; konden we ze maar beloven, dat het niet lang meer duren zal...."


Herrijzend Nederland

 Acht maanden duurde het nog voor Duitsland zijn nederlaag erkende. Toen pas kon ook in de rest van Nederland de vlag uit, na een afschuwelijke honger- en terreurwinter. Bevrijd Eindhoven werkte in die periode niet alleen aan het eigen herstel. Een groot deel van de voorbereidingen voor de wederopbouw van overig Nederland is hier getroffen. Symbolisch voor die periode was de naam van de enige vrije radiozender op eigen gebied: Herrijzend Nederland, Eindhoven.


Waarom?

 

De terugblik naar de 18e september 1944 zal voor de jongsten onder ons de vraag doen rijzen: Waarom maken we ons daar nog zo druk over? Waarom waren die opofferingen, die angst, die zorg en dat afschuwelijke bloedige krijgsbedrijf nodig? Het Hitler-regime werd eigenlijk pas volledig ontmaskerd na de capitulatie op 5 Mei 1945. Toen gingen de concentratiekampen open. Miljoenen hadden hier de dood gevonden. Hun enig vergrijp was vaak slechts, dat zij zich tegen het Hitler-regime hadden geuit. Zes miljoen Joden zijn in deze kampen uitgemoord. Hun misdaad was, dat zij a priori tot vijand waren verklaard van Hitler-Duitsland. De vrije wereld wist toen dat de strijd rechtvaardig was geweest; een weerzinwekkende waanzin had een volk beheerst, een continent bezet, een wereld bedreigd. De geallieerden hadden terecht hun geestelijke spankracht omgezet - na een voorheen ondenkbare inspanning - tot een onoverwinnelijke wapenmacht. Wij in Nederland kenden het regime al aan den lijve. Vrije meningsuiting werd verboden. De bezetter probeerde de vrije, democratisch gegrondveste, organisaties te persen in zijn maatschappelijke ordening onder leiders met dictatoriale bevoegdheid. Geheime politie spande een web van verraad. De industrie werd ondergeschikt gemaakt aan de Duitse oorlogs- en machts bedoelingen. Arbeidskrachten werden als slavenarbeiders weggevoerd. Godsdienst, oorspronkelijk denken en vrijheidszin leefden echter te sterk in onze samenleving om opgelost te worden in een nieuwe Naziorde. De bezetter en zijn meelopers werden buiten de veel grotere gemeenschap van betrouwbare gehouden. Uit deze overgrote groep was het echter slechts een klein deel, dat de toon durfde geven door een vrije mening te verkondigen en demonstreren in de vrije pers, door het verzorgen en vervoeren van onderduikers, het doorgeven van berichten aan de geallieerden, het zenden van koeriers en neergeschoten vliegers naar de vrije wereld. Tenslotte ook door met de wapens de vijand te weerstaan. Hoe zeer ook van belang voor het geestelijk welzijn van ons volk, dit groepje was onmachtig het regime te breken, het zo onbarmhartig te ontmaskeren als na 5 Mei 1945 is gebeurd. Van die taak hebben zich do miljoenen soldaten gekweten, die Europa van Hitler verlosten. En daarom hebben de Eindhovenaren zich niet voor hun ontroering en zelfs niet voor hun tranen geschaamd, toen de Amerikanen en Engelsen op 18 september 1944 Eindhoven binnentrokken. Daarom ook is het van belang het onvergetelijke moment van de bevrijding van Eindhoven in ere te houden en deze hergeboorte van onze vrijheid te blijven herdenken.


Ten besluite

 

Dit boekje over de bevrijding van onze stad wil bepaald geen geschiedschrijving in de gebruikelijke zin van het woord zijn. Het bedoelt vooral voor de jeugd van onze stad een duidelijk beeld te geven van de bevrijding van Eindhoven en de sfeer te beschrijven van de beklemmende spanning en de ontroerende ontspanning welke deze bevrijding betekende voor allen, die haar mochten beleven. Juist om die sfeer te treffen hebben wij ons niet beperkt tot de grote lijnen van de gebeurtenissen, maar hebben wij ook getracht de schijnbaar onbelangrijke details te schetsen, die kenmerkend waren voor de situatie. Om één voorbeeld te noemen: het verhaal van Joe Mann vonden wij belangrijk. Niet omdat zijn heroïsch gedrag van invloed is geweest op de bevrijding van Eindhoven of op de loop van de "corridor". gevechten, maar wel omdat het een onbarmhartig beeld geeft van de oorlog verschrikkingen en van de opofferingen, die van onze bevrijders gevraagd zijn. Wellicht zal onze jeugd het voorrecht der herwonnen vrijheid niet ten volle kunnen beseffen. Wij vertrouwen echter, dat zij na lezing van dit boekje, met meer begrip en met meer respect zal opzien naar het bevrijdingsvuur, dat indrukwekkende symbool van onze zwaar bevochten stadsbevrijding.

 

Deze overweging bracht Frans Kortie op het denkbeeld om de bevrijding van Eindhoven, dit historisch hoogtepunt van onze stadsgeschiedenis, te laten beschrijven. Het gemeentebestuur bleek bereid aan deze gedachte niet alleen zijn sympathie maar ook zijn financiële medewerking te geven, zodat met de samenstelling van dit bevrijdingsboekje begonnen kon worden. 


Jo van Dongen verzamelde het materiaal over de situatie en de sfeer in de stad, Cor van Heugten wist de nodige gegevens van Duitse zijde te vinden, terwijl Kees Sipkes, na bestudering en bewerking van de geallieerde operaties tenslotte de montage van deze uiteraard enigszins uiteenlopende bijdragen heeft uitgevoerd.

 

De foto's, die de omslag en de tekst illustreren zijn van: v. d. Kerkhof, Postema, Starink en Foto "Visie". Het is in dit bestek onmogelijk om alle boeken en verslagen, die wij geraadpleegd hebben, te noemen. De belangrijkste staan hieronder vermeld.

 

Zeer erkentelijk zijn wij tenslotte voor alle persoonlijke getuigenissen, ooggetuige verslagen en alle andere mondelinge of schriftelijke informaties, welke wij bij de samenstelling van '18 september 1944, de bevrijding van Eindhoven", mochten ontvangen.

 

De Samenstellers: Frans Kortie, Jo van Dongen, Cor van Heugten en Kees Sipkes


Geraadpleegde boeken:

- Crusade in Europe / General Dwight D. Eisenhower.

- Normandy to the Baltic / Fieldmarshall Viscount Montgomery of Alamein, K.G.

- Memoires / Fieldmarshall Viscount Montgomery of Alamein, K.G. 

Rendez-vous with Destiny / Rapport and Northwood.

- The Household Cavalry at War / Roden Orde.

- Club Route in Europe / Ronald Gill and John Groves.

- Struggle for Europe / Chester Wilmot

- War Report  / B.B.C. (6 June 1944 - 5 May 1945)

- A Record of the war  (the twentieth Quarter) / B.B.C.

- Short story of 21 Army Group / Hugh Darby and Marcus Cunliffe.

- Van Warschau tot Hiroshima (deel 3) / J. J. C. P. Wilson.  

- Een Tommy in de Lage Landen (The only way out) / R. M. Wingfield.  

- Zoals het was / P. Vriens

- Bevrijdingsjournaal / Postema

- Geschichten des Zweiten Weltkriegs / Kurt von Tippelskirch. 


toevoeging 2019

Extra foto's van https://www.iwm.org.uk/

https://beeldbankwo2.nl/nl/

foto's gekleurd met https://colourise.sg/ en https://www.colorize.ml/