easy website maker

P.A.N. 

Partizanen Actie Nederland actief met de bevrijding van Eindhoven

Partizanen Actie Nederland
deel 1 /2

De onderstaande verhalen, successen en drama's zijn deels gebaseerd op het niet gepubliceerde manuscript  "Zooals het was. Verzet en bevrijding rond Eindhoven. P.A.N" en het Gedenkboek dat nooit gedrukt is.
In 1944 schreef men de P.A.N. Partisanen met een S. We houden hier de nieuwe spelling aan met een Z.

1Ontstaan van de Partizanen Aktie Nederland

In het manuscript over de P.A.N De Partisanen Aktie Nederland (we schrijven Partizanen) worden 5 oprichters genoemd met de schuilnamen: Sander (militair), Jacques (drogist), W.19 (rechterhand Jacques) en Frits (student) en John Dankelman (luitenant-kolonel).

In augustus 1943 komt Jacques in contact met de LO (Landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers). Er is dan oprichtingsvergadering van de LO-Eindhoven in de consistorie van de gereformeerde kerk aan de Fazantlaan 17. 

Mobirise

Frits = Ad van Hoynck van Papendrecht
Jacques = Jacques Hermans  
Sander = Theo Dirks 
W.19 = Egbert Wever (Eb)
John Dankelman = Theo Dankelman

In september 1943 ontmoeten Jacques en Sander elkaar. Sander is de leider van de Knokploeg (KP) die de eerste openlijke verzetsdaad in Eindhoven uitvoert: met fosforbommetjes - door Sander uit een neergeschoten vliegtuig gehaald en door Jacques in zijn kippenhok bewaard - het houten gebouw met het bevolkingsregister van Eindhoven, in brand proberen te steken. 

Na de arrestatie van Piet de Goede, de LO leider van Eindhoven, wordt de KP Sander steeds actiever. In maart 1944 ontstaat het eerste contact met de partizanen van Frits, als gezamenlijk een overval op het gemeentehuis van Eersel wordt uitgevoerd. 

Frits is dan al geruime tijd bezig met het organiseren van groepen voor gewapend verzet in dorpen rond Eindhoven. 

In juli 1944 ontstaat contact met het verzet in en rond Geldrop en kunnen er drie districten gevormd worden: Eindhoven, de Kempen en Geldrop. Districtscommandanten, de leiding van de P.A.N, zijn Sander, Jacques, Frits en Dankelman. 

Er is contact tussen Frits en Jan van Bijnen ("Frank"), de sabotage commandant van de LPK (Landelijke Knokploegen). De LKP heeft nog geen eigen ploegen in en rond Eindhoven. In Sint Oedenrode zit de dichtstbijzijnde knokploeg van de LPK. Het contact van Frits en Frank leidt niet tot het opgaan van de P.A.N. in de LKP. De P.A.N. blijft zelfstandig, maar zal op bevel van Londen wel samenwerken met de LKP.

In maart wordt het Gemeentehuis in Eersel overvallen. In juni het Distributiekantoor in Bladel. Twee hoogspanningsmasten bij Maarheeze worden in juli opgeblazen.

De P.A.N. heeft in augustus ca. 600 man ter beschikking, maar kampt met een groot tekort aan wapens. De geallieerden naderen en dan komt op 3 september ook voor de P.A.N de opdracht tot spoorwegsabotage op grote schaal. 

Na 'Dolle Dinsdag' op 5 september wordt de P.A.N steeds agressiever. De Duitse stellingen worden intensiever verkend. "Tot het mobilisatie-sein wordt niet in het openbaar opgetreden", is het bevel van de leiding. 

In de nacht van 17 op 18 september 1944 wordt openlijk de strijd aangegaan: Duitsers worden gevangen genomen, N.S.B.-ers opgepakt, materieel buitgemaakt, kabels over straten gespannen en de geallieerden worden ondersteund. 

Bij de bevrijding van Eindhoven kon de massale toeloop van enthousiaste nieuwkomers niet altijd in goede banen worden geleid. Later is er sprake van "meikevers" en "september-artiesten", d.w.z. "Partizanen" die niet uit overtuiging, maar uit eigen belang en avontuur, zich hebben aangemeld. 

In regeringskringen is men beducht voor een te grote zelfstandigheid van de verzetsgroepen. 

Op 23 september 1944 wordt de P.A.N. opgeheven en vormt een deel van de partizanen de 1e Compagnie Stoottroepen. Vanaf 24 september mag men de "herkenbare" blauwe overall en armband niet meer dragen.

Ongevaarlijk was het verzet niet. Twaalf leden van de P.A.N. verliezen hun leven bij de bevrijdingsstrijd in en om Eindhoven.



Activiteiten van de P.A.N.

In het P.A.N. manuscript worden 15 taken genoemd. 

Hulp aan de LO (Landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers) en andere groepen. 

De eigen vervalsingscentrale beschikte over zulke fantastische vervalsingen dat geen mens wist of de stempels en formulieren vervalst waren, zodat vaak de echte uit circulatie werden genomen. Maar de persoonsbewijzen, Z-kaarten, identiteitspapieren en formulieren, stroomden in alle richtingen naar de onderduikers. Bonkaarten met tienduizenden gekraakt, gingen langs de kortste weg van Bladel naar Eindhoven, over Oirschot, Boxtel, Helmond, Geldrop en Nuenen.

Overvallen en aanslagen. 
Gemeentehuizen, distributie kantoren, radio-opslagplaatsen, weermachts-strobergplaatsen, hoogspanningsmasten, waren welkome objecten voor averechts hulpbetoon, tevens geëigende trainingsobjecten. Onnodig te vermelden, dat niet alle ondernemingen slaagden. 

Spoorwegsabotage.
Van Eindhoven uit werden alle treinverbindingen, de hartaders van het Duitse verkeer, onder handen genomen. De springstof werd van de Duitsers gestolen om daarmee rails te saboteren.  Men liet met N.S. hulp, een trein onderduiken, door deze te verstoppen. 

Wegsabotage. [zie affiche
De terugtrekkende Duitse troepen werd het rijdende levensuur zuur gemaakt door speciaal vervaardigde zogenaamde s- Spijkers, die met glasscherven en andere spijkers het wegdek niet veel beter maken, maar nooit zo slecht, dat het meer dan toevallig leek. Vooral in het donker waren strakke en slappe dwarse staaldraden sterke anti-tempo obstructies. (Een staaldraad werd over een weg gespannen. Een hindernis voor motorrijders).

Verkenningen.
Door gespecialiseerde verkenners met betrouwbare padvinders- en militaire ervaring werden opstellingen en versterkingen geobserveerd en in kaart gebracht. Koeriers brachten de waardevolle, maar gevaarlijke gegevens naar de geallieerden. 

Telefoonsabotage.
Het gehele telefoonnet was in kaart gebracht, de R.V.V. (Raad Van Verzet) hielp de gegevens completeren. Eindhoven kon tot een dood vak herleid worden, voor wat de Duitsers betreft. Eerst met prikkers, later met schop, zaag en bijl werd dit ten uitvoer gebracht en wel zo degelijk, dat een Duitse post een geallieerde officier aan de lijn kreeg, die in het Duits de leiding kon overnemen. 

Gevechtshandelingen.
Het eerste doel was, behoud van strategisch belangrijke punten, waarvoor men wapens trachtte te bemachtigen. Tot tweede doel was effectieve bestrijding van wegtrekkende en plunderende vijandelijke groepen en het zuiveren van verzetshaarden. Men ontzag zich niet de vijand tegemoet te treden, zoals bij Hoogeloon, Leende en Wintelre, waar een formele veldslag werd gewonnen.

Arrestaties.
Bij de aanstaande en voltrokken bevrijding werden schadelijke en verdachte elementen in bewaring genomen, ook om hen te onttrekken en ondoordachte reacties van de bevolking die daartoe helaas was opgezweept onder het motto: "bijltjesdag". Deze arrestaties, waarbij in de heersende verwarring misstappen niet konden uitblijven, hebben erger doen voorkomen en verhoed dat onherstelbare uitbarstingen der volkswoede optraden.

Airborn-troepen.
Brabant is rijker aan afrasteringen dan gliders lief is zodat de luchtreizigers soms onzacht en op niet bedoelde plaatsen te land kwamen. De P.A.N. hinderde de Duitsers en hielp de geallieerden, verzorgde en verpleegde getroffenen.  

Gidsendiensten.
De binnenstuivende vreemden hadden allereerst wegwijzers nodig in de voorhoede, maar vooral bij zijwaartse en verschuivende acties. De P.A.N. leverde er bij dozijnen. 

Hulp aan piloten.
Gevallen vliegers werden verborgen, verzorgd en doorgegeven. Vooral naar België. Dit werk was uiterst moeilijk en gevaarlijk en is ook betaald met het leven van meerdere leden en helpers. 

Hulp aan de Burgerij.
Ook zonder bombardement was er genoeg te regelen en te ontzien. Daarnaast was de P.A.N. praktisch de enige betrouwbare politieacht, die verwarring, plundering en mishandeling kon voorkomen. 

Verzamelen van achtergebleven oorlogsmateriaal.
Tot eigen gebruik, tot openbare veiligheid en ter inlevering. Het grote nut hiervan wordt wel tragisch bewezen door menig ongeluk, nog lang nadien, met ooit dodelijke afloop. 

Krijgsgevangenentransport naar Leopoldsburg en Brussel.

Contacten met andere organisaties. 


Organisatieschema P.A.N.

De P.A.N. bestaat uit districten, rayons en groepen. Aan het hoofd van een district, rayon of groep staat een commandant. Een groep voert de orders uit van het hogere niveau.
In het "Het Illegale Verzet boekje" uit 1945 staat dat de P.A.N. in juni 1944 uit 584 man bestaat. 
In 1944 ziet de P.A.N. er ongeveer als volgt uit:

District Geldrop (getal = x man inzetbaar)

Theo Dankelman
Rayon I Budel - Maarheeze 15 
Rayon II Geldrop e.o. 22
Rayon III Someren-Heeze Ben de Graaff
Groep d R 9
Groep H 11
Rayon IV Leende, Sterksel, Nederstrijp
Groep H 6
Groep A 17
Vliegende brigade 10
Rayon V Lierop - Asten
Groep Wim - Koos 20
Rayon VI Nuenen - Gerwen
Groep onder Staf Eindhoven   

District Valkenswaard 

Rayon Valkenswaard
Rayon Bergeijk

District Eindhoven (getal = x man inzetbaar)

Ad van Hoynck, Jacques Hermans, Theo Dirks …
Rayon Strijp Eb en Willy, Ley 200
Rayon Gestel Groep Henk 30
Groep Paulus 35
Rayon Stratum Groep Dré Kousemaker 35
Rayon Woensel Groep James 25
Rayon Tongelre Groep I, II en III
Rayon Centrum Groep Eddy Verkaik 20

District de Kempen

Rayon Veldhoven
Rayon Eersel
Rayon Bladel
Rayon Oirschot


Ad van Hoynck heeft contacten in Valkenswaard, Aalst, Waalre, Leende, Sterksel, Maarheeze, Heeze, Borkel en Schaft, Bergeijk, Veldhoven, Steensel en Vessem.
Theo Dirks in Eindhoven (Strijp), Geldrop en dorpen ten westen van Eindhoven.
In Netersel is Fons van de Heijden de commandant en in Son is dat Sjef Lavrijssen. 
In Borkel en Schaft Thijs van de Ven. In Reusel wordt het huis van de commandant getroffen door en granaat, twee kinderen komen om en zijn vrouw wordt zwaar gewond. De groep in Lage Mierde moest onderduiken.


P.A.N.

Het hoofdkwartier van de P.A.N was gevestigd in de Willemstraat 26 (het ouderlijk huis van Jan van der Harten), Willemstraat 28, Wal 1 (effectenkantoor J. Hurkens en F. Hezemans) en in de Tuinstraat (voormalige marechaussee kazerne). De P.A.N Stratum vestigt zich op de Stratumsedijk.

PAN

Vanaf deuropening van links naar rechts:
Jacques Hermans, ?, ?, Greet Kelder-Vroom, F.A.M. (Frans) van Breugel, Lenie Vroom, Dré Kousemaker, Jan van den Harten, Frits Penson, Leo Scheepjens (op motor)

Het PAN-onderkomen aan de Willemstraat 28 te Eindhoven. 
In de deuropening staat Jacques Hermans van de drogisterij aan de Strijpsestraat en wijkhoofd van de L.O. in Strijp en gedurende de bevrijding staf lid van de P.A.N. Greet (Kelder-) Vroom, met sjaal, staat onder het postkastje dat aan de muur hangt, links van haar staat F.A.M. (Frans) van BreugelFrans was sectie commandant van de verzetsgroep "Blauwe Jagers".
De andere vrouw is Lenie Vroom (zus van Greetje) Rechts van haar staat Jan Dirk van der Harten (lange man), later o.a. Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant
De 3e van rechts is Dré Kousemaker  en op de motor Leo Scheepjens  uit Den Bosch.
De man staande helemaal rechts, met de arm onder zijn hoofd, is Frits Penson (Brandweerman).
Foto is gemaakt tussen 18 en 23 september 1944.

manuscript P.A.N.

Zooals het was verzet en bevrijding rond Eindhoven


Manuscripten van de P.A.N, zoals dat van het www.rhc-eindhoven.nl, werden door Piet Vriens ter correctie aangeboden aan enkele P.A.N. leden. Die gaven hun correcties en aanvullingen door aan de samensteller van het Gedenkboek. Het Gedenkboek van de P.A.N. is echter nooit als boek gedrukt. Er is wel een map beschikbaar met 360 getypte pagina’s, enkele foto’s en tekeningen. Die map is in het bezit van Katinka Hermans, de dochter van Jacques Hermans, een van de leiders van de P.A.N. De complete map is online beschikbaar in 3 delen: deel 1 en deel 2 en deel 3. Zodoende wordt het Gedenkboek van de P.A.N, 75 jaar na de bevrijding van Eindhoven, a.h.w. toch nog uitgegeven. 
 (met dank aan Han Nieman)
Orginele manuscript document is aanwezig bij www.rhc-eindhoven.nl

A.P. Hoynck van Papendrecht 

Een in Eindhoven ondergedoken Delftse student Ad Hoynck van Papendrecht ("Frits") was al vanaf augustus 1943 bezig om mensen voor het harde verzet te verzamelen en bundelde vanaf begin 1944 een aantal jonge mannen en vrouwen uit de regio in de Partisanen Actie Nederland (P.A.N). In juni van dat jaar was de groep, die zelfstandig opereerde, zo'n 90 personen sterk. Ad vindt het werk van de LO (Landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers) niet actief genoeg. Daarom organiseert hij groepjes voor gewapend verzet en sabotage.

Ad Hoynck van Papendrecht

Ad Hoynck van Papendrecht

Ad Hoynck van Papendrecht, 24 jaar in 1944, hij heeft vooral een coördinerende rol. Van Papendrecht was volgens Greetje Kelder, vrouwelijk P.A.N, lid, geen ‘veldman’. "Was meer een denker en planner van alles", vertelt ze later. Van Ad's activiteiten is weinig bekend. 

Ad van Hoynck heeft veel contacten in de omgeving van Eindhoven. Hij maakte gebruik van minstens twee valse persooonsbewijzen. Een op de naam Petrus Adrianus Pees, als bouwkundige en de andere op naam van Adrianus Petrus Stork, met het beroep onderwijzer. 

Een brief aan zijn schuilnaam Stork geeft een beetje een beeld waar hij in juli 1944 mee bezig is: voorbereiding van de bevrijding, munitie verzamelen, bruggen onklaar maken, het leren seinen met morsetekens en hun wapens afstellen

Beste Stork,

Ben er na veel moeite nog in geslaagd, Parabellumpatronen te bekomen, doch niet op het door u opgegeven adres. Bijgaand is een busje, met 38 stuks. Ik hoop van harte, dat ze aan de opgegeven maten voldoen.

Betreffende de brug op de Somerenseweg, kan ik u nog mededelen, dat, nadat wij de brug zullen versperd hebben, wij in staat zijn, de waterstand van de Sterkselse Aa op te voeren tot een diepte van 3 meter en een breedte van ongeveer 4 tot 5.1. Bij eventueel terugtrekken over de Somerenseweg, zullen de Duitsche troepen en absoluut eerst de versperring op moeten ruimen, alvorens verder te kunnen trekken, terwijl de versperring door ons onder vuur zal worden gehouden.

Wat betreft de morsetekens, hiervoor dank ik U hartelijk. Ik kan U hieromtrent mededelen, dat wij een seiner in de arm genomen hebben en dat wij nu geregeld les krijgen en dat we reeds flinke vorderingen maken.

Ook te Bergeijk hebben we tot op zekere hoogte succes geboekt. We hebben de zaak grotendeels voor elkaar gebracht, al. een moest de mantel, waarin de loop heen en weer veerde, nog eens gericht worden op een draaibank. Dat konden wij ter plaatse niet in orde krijgen, doch daar kon Hermans zelf voor zorgen. Wij zijn zondag even wezen kijken en zijn daarop maandagmiddag teruggegaan en hebben van 13 tot 21 uur gewerkt.

Is het gewenst, dat wij nog een tekeningetje maken van de Geldropseweg en van de Somerseweg?


Met vaderlandsche groet,

B. de Graaff


Vals persoonsbewijs van Ad Hoynck van Papendrecht op de naam Stork.
Ad Hoynck ( 24-4-1920 Bergeijk - 20-9-2001 Aalst-Waalre) werkt na de oorlog bij de DAF.
Hij trouwt met Th. A. J. H. (Trees) Visschers.
De vader van Ad is huisarts in Bergeijk. 

P.A.N. bestreed vijand openlijk

Artikel in Groot Eindhoven 21 september 1983

1

Verzetsherdenkingskruizen

De plechtige uitreiking van verzetsherdenkingskruizen door prins Bernhard aan een aantal oud-illegale werkers en oud-verzetstrijders uit Noord-Brabant september 1983 in het Willibrorduskerkje te Waalre. Een aantal van die PAN-leden heeft nu, vanwege hun verdienstelijk maar uiterst gevaarlijk verzetswerk, het verzetsherdenkingskruis toegewezen gekregen.

2

P.A.N.

De mannen en vrouwen die de moed hadden het gevaar te trotseren en zich ingezet hebben voor onderduikers, voor bonkaarten, joden- en pilotenhulp. In Eindhoven en wijde omgeving, de Kempen en de Meierij. herinneren de mensen zich ook de meer actieve verzetsorganisatie de PAN die in 1943, nu precies 40 jaar geleden, werd opgericht 

3

Ad Hoynck van Papendrecht = Frits

Onder de schuilnaam Frits had hij al snel vele van zulke groepen gevormd welke nog werden aangevuld door een aantal groepen dat onder leiding stond van Theo Dirks, die werkte onder de schuilnaam Sander.
Zo had Eindhoven en omgeving in de PAN een unieke verzetsorganisatie die haars gelijke niet heeft gehad in Nederland.

4

14 dagen voor de bevrijding actief ?

Ten onrechte wordt in dit artikel "door een zegman" vermeld dat de P.A.N. al veertien voor de bevrijding al rondliepen met "bekende overall met witte band en rode letters PAN." In hun verslagen treden ze pas in overall op 18 september naar buiten. Wel was de P.A.N., onder hun knokploeg-namen, al maanden actief in het harde verzet, overvallen plegen, sabotage, treinen laten ontsporen enz. Lees activiteiten van KP Sander.

Jacques Hermans

J.H.A. (Jacques) Hermans (alias Jacques)
De drogist aan de Strijpsestraat, tevens verzetsstrijder en staflid van de P.A.N, was met zijn vrouw Mien Hermans-Camps (Wilhelmina, Gertruda, Petronella Camps)  actief in het verzet.
Jacques en Mien hadden 5 kinderen. 

Als je over de Strijpsestraat loopt, schuin tegenover het Sint Trudoplein, sta je er niet bij stil dat de Cafetaria Sint Trudoplein in de oorlog een centrum van de P.A.N was. Er werden vergaderingen gehouden, spullen bewaard en foto’s ontwikkeld voor valse persoonsbewijzen. 

Het gaat om de drogisterij "Het Kruispunt" gebouwd ca. 1936, met een prachtige gaper aan de gevel, die lag aan de Strijpschestraat 130 nu Strijpsestraat 184. De steen waar de "gaper" op stond is nog steeds aanwezig. 

In de nacht van 14 op 15 augustus 1944 werd het Eindhovense vliegveld gebombardeerd. De drogisterij en een veertigtal huizen in de buurt, werden ook getroffen (foto rechts). 

De drogist, tevens verzetsstrijder en staflid van de P.A.N, was Jacques Hermans met zijn vrouw Mien Hermans-Camps. Hij en zijn vrouw hadden de drogisterij en fotohandel "Het Kruispunt". De zakenpartner van Jacques, mevrouw Maria Maas, "tante Mietje" voor de kinderen van Jacques en Mien, verzorgde het ontwikkelen en afdrukken van foto's. 


Mobirise

Met een fototoestel, waar een filmrolletje in zat, werden foto’s gemaakt. Het filmrolletje werd in een zakje afgegeven bij "Het Kruispunt" . Daar werden de foto’s ontwikkeld en afgedrukt. In een Agfa-mapje (fabrikant filmrolletjes) kreeg je je foto’s terug. 

In de zakjes en mapjes werden ook andere spullen aangeboden en verstrekt dan filmrolletjes en foto’s, zoals te veranderen persoonsbewijzen, papieren en vragen over van alles en nog wat, om ze na een paar dagen terug te krijgen, gevuld met bonkaarten, steungelden en antwoorden op vragen.  Zo had de winkel nog een forse illegale functie, die de Duitsers nooit geweten hebben, maar bij veel Strijpenaren wel bekend was.

Soms werd het Jacques te gortig, als zijn ingang wel een fietsenstalling leek of men hen een onderduiker op zijn dak had gestuurd. "We kunnen beter een vlag uithangen, hier verzorgt men onderduikers" was dan zijn gezegde. 

Van foto’s die Duitse soldaten lieten ontwikkelen, ging een kopie naar het verzet, bijvoorbeeld: 


Jacques Hermans

Jacques Hermans

Jacques Hermans heeft in februari 1946 zijn ervaringen in de oorlog op papier gezet. Zijn beschrijving geeft een heel goed beeld van het verzet in Strijp en in Eindhoven en omgeving.

Aantal Strijpse P.A.N. leden

Hermans krijgt van Piet Goede, L.O. leider Eindhoven, Heezerweg 209, het verzoek om een L.O. Strijp op te richten. Dat doet Jacques. Hij omringt zich met mannen als:
P.J. Haagen "Tom", J. Daamen "Johnie" Doelenstraat 31, Dick Bolhuis "Dick F.C." interstedelijk koerier, Rinsema "Onno", Walhout "X.X.", Kapelaan de Kroon "Het Sieraad", Pater Laurentius "De Bruin", P. Weinberg "Wein" Bredalaan, L. Gussenhoven "Gus" Schippershof 12, Wellink "Ley", G.W.J. Roothans "Hans" Strijpschestraat 76, P. Abraham "Peter" koerier en Theo Dirks, leider KP Sander, Schouwbroekscheweg 65.     

Jacques Hermans 14 febr. 1906 - 14 febr.1966

Jacques Hubertus Antonius Hermans is in Venlo geboren op 14 februari 1906. Hij gaat in 1927 als aankomend militair naar Nederlands Indië (Indonesië). Daar volgt hij de kaderschool en wordt hij sergeant bij het Korps Marechausse. Vanwege malaria problemen keert hij, met eervol ontslag, terug naar Nederland. In mei 1936 trouwt Jacques met Wilhelmina Gertruda Petronella Camps. Hij zet de drogisterij en fotohandel van zijn vrouw en haar tante, voort. De zaak wordt in 1937 verplaatst naar de Strijpschestraat 184.  

Pan Strijp

Groepsfoto gemaakt tussen 18 en 24 september 1944.
Voornamelijk P.A..N. leden uit de wijk Strijp in Eindhoven.
Jacques Hermans staat aan de rechterkant, met overal en helm. Hij heeft 3 witte strepen (districtleider) op zijn arm en een “pantservuist?” achter de gordel.

Arrestatie 

Zondagochtend 9 juli 1944 , de dag na arrestatie van Piet Haagen, stapte chef Willy Weber van de Sicherheidsdienst bijna bij Jacques winkel naar binnen, werd gevraagd: "Sind Sie Herr Jacques Hermans".

Daar Jacques niet direct antwoord gaf, zei de begeleidende Nederlandse collaborateur, "Ja, zeg het maar. We zullen naar binnen komen". "Dat zit nog" antwoorde Jacques in gevat Brabants waarmee hij bedoelde "dat is nog zo zeker niet" en liep naar hen toe. 

Weber en Co stoven enige passen terug, grepen in de zakken, en "Hände hoch!" - "Haben sie Waffen?" "Wat moet ik met wapens doen"? was Jacques 's antwoord. Hij had namelijk twee pistolen verstopt in zijn winkel en nog veel meer. Een huiszoeking kon hij niet gebruiken.

Daarom heeft Jacques de moffen naar buiten geloodst. Buiten stond een auto al klaar en hij moest mee. In de auto gezeten, vroeg Weber of Jacques een zekere Frans van Gennip (schuilnaam van Piet Haagen) kende. Hij snapte onmiddellijk, dat er iets met Piet gebeurd moest zijn. Natuurlijk ontkende hij dat. 

Jacques werd niet naar Vught vervoerd, zoals eerst in de bedoeling was, maar eerst naar het Eindhovense politiebureau. Later die week is hij toch naar Vught gebracht.

Het gelukte het verzet om hem tussentijds op de hoogte te brengen, wat er gebeurd was na zijn arrestatie. De ledenlijst van de P.A.N. was direct in veiligheid gebracht, evenals de pistolen, flesjes fosfor, munitie en twee radiotoestellen.
Ze hadden alleen niet kunnen ontdekken waar Jacques de negentig blanco Belgische persoonsbewijzen met stempels, een aantal ontstekingen en zijn eigen persoonlijke valse papieren verstopt had.
In Vught werd Jacques eerst een tijdje in de kelder van het Mariënhof op gesloten, om daarna door een SS Obersturmbahnführer verhoord te worden. De eerste vraag ging over Frans van Gennip. Jacques vertelt dat hij alleen Frans van Gennip kende "als 
de man van zijn nicht ", wat ook nog waar was. Hierna werd de vraag gesteld of er wel eens iemand in de donkere kamer kwam om foto's te ontwikkelen"? Jacques antwoordde hierop: "Vroeger alleen het personeel, en iemand van het vliegveld en Philips", Dat antwoord was schijnbaar ook al goed. 

Hierna gaf hij Jacques zijn persoonsbewijs terug, om het bijna onmiddellijk weer af te nemen, zo genaamd om nummer enz. te noteren. Onder die bezigheid zei hij plotseling. "Ein Kerl hat mich gesagt, sie waren ein Mitglied von eine terrorbend".

Zeer verontwaardigd antwoordde Jacques prompt, dat hij nooit aan politiek deed, en vader was van vijf kinderen. Het gehele verhoor was schijnbaar gunstig in Jacques voordeel verlopen, hij kon vertrekken. Echter niet, nadat de Duitser gevraagd had of hij steeds te bereiken was en of anders zijn vrouw wist waar hij te bereiken was.  Dat werd natuurlijk bevestigend beantwoord, en als kennisgevende waarheid aangenomen. 

Daar Jacques toiletbenodigdheden in een handdoek gewikkeld bij zich had, vroeg deze nette Edelgermaan "of hij soms een papier wilde hebben om dit in te pakken". Zoveel vriendelijkheid mocht niet worden afgeslagen, maar direct daarop zei Duitser, "Maar het is wel een Duitse krant". Ook dat hinderde Jacques niet,  Natuurlijk vertelde hij niet dat de meeste bonkaarten en ander materiaal in Duitse kranten werd vervoerd. Jacques had gelukt dat hij een redelijk vriendelijke mof bij zijn verhoor had getroffen. Hij verliet zijn verhoorkamer. 

Nauwelijks op de gang, kwam hij Jacques weer achterop en riep hem. Hij bleef verstijfd staan, gelukkig was dit niet uiterlijk merkbaar. De Duitser zei, "een ogenblik, ik moet de wacht nog waarschuwen dat je ontslagen bent". Ja, dat is waar ook antwoordde Jacques. Aan de wacht, vroeg Jacques nog een vuurtje, voor zijn sigaret, en stapte zo gerust mogelijk de vrijheid in.

Zich wel bewust, dat deze vrijheid wel eens niet van lange duur kon zijn. Jacques is nog wel enige tijd geschaduwd, maar tegen Jacques konden ze geen bewijs vinden. Ook de zoektocht naar Eb en Willy is gelukkig zonder resultaat gebleven.



'Strijpschestraat 184, Eindhoven. De winkel van de P.A.N.  wijkleider Jacques Hermans na het bombardement van 19 sept.1944.  Zijn drogisterij "Het Kruispunt" was in 1943/1944 een belangrijk LO/KP en P.A.N. pand.

KP-Sander

Knokploeg "Sander"

Mobirise

Achter op de foto staan de namen: 
1 Ome Jan. 2 Roel Avis. 3 Tom. 4 Willy Vos. 5 Wevers. 6 Luit broer. 7 Teser.
1  Ome Jan =   Roel Looij met leren jas
3  Tom = Piet Haagen als een pseudo-politieman gekleed (in 1944 vermoord)
4 Willy Vos , Kootwijkstraat 16
5 Wevers = Egbert (Eb) Wever, Plataanplein 7 = W.19
foto nov. 1943 verzetsstrijders uit Strijp, natuurlijk niet verstandig om zoiets te maken

Theo Cornelis Dirks, "Sander"

Theo Dirks (10-11-1918) is de leider van de KP "Sander".  Theo verzamelt een aantal mensen om hem heen die de Duitsers met harde hand willen aanpakken, zoals Piet Haagen, Harry Aarts
Er is niet veel bekend over hem, via uit oude kranten sprokkelen we wat informatie over hem op. Theo woonde zijn gehele leven al in Strijp, eerst  met zijn ouders op Zeelsterstraat 76, zijn vader was aannemer. In maart 1943 verhuist hij naar het huis van zijn schoonouders die ook in Eindhoven wonen aan de Schouwbroekseweg 65, toen nog met "sch" geschreven. Hij gaat inwonen bij zijn schoonouders nadat op 4 maart 1943 is getrouwd met de 21 jarige Jeanne van de Cruijs. Theo is dan 24 jaar.

Zijn schoonouders waren het secretariaat van de Eindhovense Lourdes-Ziekenfonds „St Raphael".  In de periode tussen 1938 en 1941 kan je op hun woonadres, je opgeven voor een officiële bedevaartreis naar Lourdes. Georganiseerd voor R.K. werknemers.  Je kon voor 55 gulden een week, dat was wel de goedkoopste 3e klas treinreis, naar Lourdes. In de eerste oorlogsjaren ging deze bedevaart gewoon door. Wat veel mensen niet weten: Lourdes was een broedplaats voor extreem-rechts. Tijdens de tweede Wereldoorlog stond het symbool voor het verbond tussen Vichy-regime en katholieke Kerk. Maar de meeste bedevaartgangers gingen voor hun eigen genezing.

Als militair vocht Theo in mei 1940 in Limburg tegen de Duitse inval en heeft hij nog een brug opgeblazen om de Duitse opmars tegen te houden.

De Lourdes dekmantel, van zijn schoonouders kon Theo wellicht goed gebruiken bij zijn activiteiten als pilotenhelper en P.A.N. lid.
De laatste oorlogsmaanden is Theo onderdoken in Eersel.


Piet Haagen

8-9-1921 Eindhoven - 19-8-1944 Vught
actief lid van de KP Sander. 

Piet Haagen, woonde Molenstraat 9

Piet Haagen


De huizen links zijn Molenstraat 3-5 (hogere pand) en 7-17 (laag rijtje). Dit is een Amerikaanse persfoto van 28 september 1944, waarbij als tekst werd gegeven "twee Nederlandse mannen slepen deze Nederlandse vrouw door een zijsteegje in Eindhoven. Ze hadden haar herkend als de maîtresse van een Duitser".
In het midden van het rijtje huizen aan de linkerkant woonde toentertijd mijn "tante Mieke". Haar zoon Piet was ongeveer een maand eerder opgepakt door de Duitsers toen hij met zijn auto bij een controlepost werd gestopt. In die auto zaten ook twee Engelse piloten. Hij is naar het kamp Vught overgebracht en dat is het laatste van wat er van hem bekend is. Ondanks jarenlang onderzoek is er nooit een spoor van hem gevonden. Bij "tante Mieke" is tot haar dood, de deur nooit meer op slot geweest. Bron EIB 

Piet Haagen

Piet Haagen was in 1934 bankwerker van beroep, later gaat hij zich meer verdiepen in fotografie. Hij neemt ontslag als fotograaf omdat zijn baas de nazigedachten aanhangt.
Later vanaf 1943 ontwikkelt en drukt hij foto’s af in drogisterij Het Kruispunt van Jacques Hermans, ook actief in het verzet, lees verhaal hierboven.

Piet weet aan de Arbeidseinsatz te ontkomen door in de Limburgse mijnen te gaan werken. In 1943 komt hij met de LO van de groep van Jacques in aanraking. Hij is actief de verdeling van de zogenaamde "Philipsbeurs" dat een onderdeel is van het Nationaal Steun Fonds, waarmee hij honderden onderduikers helpt. Piet wordt een actief lid van de KP Sander. 

Hij neemt deel aan de overval op het Gemeentehuis in Eersel op 17 maart 1944 en aan de overval op het Distributiekantoor in Bladel op 16 juni 1944. 

Piet komt in contact met de verzetsgroep rond Harry Aarts, een groep die zich vooral bezig houdt met het vervoeren van piloten richting België. Dit wordt hem noodlottig, verderop meer hierover.

Onder artikel uit: DeZwerver-1946-aug.pdf

Mobirise

Piet Haagen, op deze foto zo'n 23 jaar.  Natuurlijk onverstandig om zo'n foto in oorlogstijd te maken maar zijn jeugdige trots overwint het gevaar.
Hij heeft o.a. meegewerkt bij de overval op het distributiekantoor te Bladel.
Gefusilleerd op 19-8-1944 in Vught.
Na de oorlog is in juni 1946 een „Piet-Haagen-tocht" gehouden

Hendricus M.J. Aarts (Harry) 

20 maart 1915 - 19 augustus 1944

Knokploeg "Sander"

Mobirise

Harry Aarts  
Harry Aarts wordt geboren op 20 maart 1915 in Westerhoven te Bergeijk, als zoon van de veldwachter. Hij is getrouwd en werkt als rechercheur in Eindhoven, waar hij als kostganger gaat wonen aan de St. Martinusstraat 22. Tijdens de oorlog helpt hij, als eind twintiger, samen met plaatsgenoot Rien van Bruggen neergeschoten geallieerde piloten naar verzetsvrouw Coba Pulskens in Tilburg te brengen. Van daar worden ze naar de grens gesmokkeld, om via het Belgisch verzet en Frankrijk en Spanje (Gibraltar) terug te keren naar Engeland. Eerst vervoeren zij piloten, die zij uit Amersfoort krijgen naar Limburg, naderhand vinden zij twee afvoerlijnen in Noord-Brabant. De ene route loopt naar Maarheeze-Budel, de andere route via Oisterwijk naar Coba Pulskens in Tilburg. Voor het overbrengen van piloten maakt Harry regelmatig gebruik van een politieauto, of hij rijdt in een auto met het bord "Politie" achter de voorruit. Zo lopen ze minder kans om na spertijd te worden aangehouden. Harry Aarts heeft de politie-DKW "geleend" op 8 juli.

Op 8 juli 1944 wordt Harry’s wagen, met daarin verzetskameraden Jan Brunnekreef en Piet Haagen en twee geallieerde Canadezen piloten, Frayser en McFayden op de achterbank, bij Moergestel aangehouden. 

Een luitenant van de Wehrmacht meldt dat hij met zijn patrouille op het kruispunt Oisterwijk-Tilburg in Moergestel een DKW-personenauto met een Nederlands kenteken heeft aangehouden. De auto staat op naam van de Eindhovense gemeentepolitie. Het voertuig en de vijf inzittenden zijn meegenomen naar de commandopost van het detachement in Moergestel.

Volgens hun persoonsbewijzen zijn drie inzittenden, Nederlanders, waaronder de bestuurder die politieman zegt te zijn en dit met papieren kan aantonen. Twee andere inzittenden spreken Engels. Het is een verdacht gezelschap en in de auto zijn twee pistolen gevonden.

Als Schönfeld voldoende zekerheid heeft dat de twee Engelssprekende arrestanten luchtmachtmilitairen zijn, verzoekt hij de Luftwaffe in Gilze-Rijen om ze over te komen nemen, zodat ze door deskundigen van de Abwehr verhoord kunnen worden. De piloten Fraser en McFayden zijn bij de aanhouding krijgsgevangen gemaakt en zullen de oorlog overleven.

Robert McFayden (Duncan) schrijft na de oorlog een brief over de aanhouding in Moergestel: :

We passeerden Eindhoven zonder avontuur en hadden bijna de buitenwijken van Tilburg bereikt toen we een rood licht zagen op de weg die voor ons lag. Tom had een revolver in zijn hand die hij liet liggen langs de achterkant van de zitplaats – en je kunt je zeker die wilde gloed die hij in zijn ogen had wel inbeelden. Toen wij het licht bereikten, was het niet om de gewone ene Duitser te ontdekken, zoals ik verwacht had, maar een wegversperring van zes personen – een machinegeweer, twee geweren en natuurlijk de altijd aanwezige revolvers. Zo gauw Tom de sterkte van de versperring zag, liet hij het pistool vallen en verborg het onder het kussen van de achterste zitplaats. Intussen had Harry  de papieren voor de wagen en zijn eigen pas overgegeven. Lees de gehele brief hier verder

De piloten zijn onmiddellijk door de mand gevallen omdat zij geen Nederlands spreken. De dag erop wordt ook Coba gearresteerd met drie piloten die in haar huis worden aangetroffen. De piloten worden direct doodgeschoten.  

Harry, Jan en Piet worden naar kamp Vught gebracht. Op 19 augustus 1944, om half negen in de avond, wordt Harry samen met Rien van Bruggen en Piet Haagen terechtgesteld, een half uur later gevolgd door Jan Brunnekreef. Harry Aarts is 29 jaar geworden.

Roel Looij

15-9-1919 Alkmaar - 24-10-1944 Amsterdam

Roelf Hijbo Cornelis Looij
schuilnamen:   ((Kleine) "Jan", "Roel C. Nijsse", "Jan van Zeeland", "Jan Knok")

Persoonsbewijs 

Roel Looij

Roel Looij is ook lid van de KP Sander. Zijn verloofde Agnes Oosterheert, is koerier van de KP Sander. 

Roel vocht tijdens de meidagen van 1940. Nadat Nederlandse militairen werden opgeroepen tot vrijwillig krijgsgevangenschap, dook hij onder en kwam hij in Zeeuws-Vlaanderen (Oostburg) terecht. De KP Oostburg was betrokken bij meerdere succesvolle distributiekantoorovervallen en kraken van bevolkingsregisters. Eén van hun leden, onderduiker Roel Looij, voerde de kraak, helemaal in zijn eentje uit. Men was van plan om het bevolkingsregister in Zaamslag te stelen. Tijdens de nacht van 27 op 28 april 1944 deed Looij daarvoor een verkenning, maar hij besloot vervolgens de kraak direct uit te voeren. Hij brak in met een hamer en een beitel en stopte de 3500 persoonskaarten in een zak. De grote buit woog zo’n 70 kilo. Bij vertrek scheurde de zak echter open, terwijl een Duitse patrouille steeds dichterbij kwam. Looij wist op de fiets te ontkomen. Dit heldhaftig optreden levert hem de naam Jan Knok op. Maar hij was wel hierdoor bekend geworden en het lijk hem verstandiger om zijn verzetswerk te verleggen.

In het voorjaar van 1944 verplaatst hij zijn werkterrein naar Eindhoven en omgeving en gaat hij deel uitmaken van de KP-Sander, waar hij aan de pilotenhulp deelneemt en tot in juli 1944 ook weer overvallen pleegt en kraken zet. 

In de buurt van Baarle-Nassau werd hij samen met andere leden van de KP Sander tijdens een wapentransport overvallen door de S.S. Met achterlating van de wapens en de auto konden ze ontsnappen, onder een hagel van machinepistool-vuur. Lees dit verhaal hieronder.

Roel  was een waaghals en wilde actie. Greet  koerierster moest met hem langs een "schijnvliegveld" waar ze op Duitse Feldgendarmerie stuitten. Roel wilde ze te lijf maar werd tegengehouden door Greet. Later kreeg hij van Theo Dirks van de KP-Sander op zijn donder omdat hij een van de koeriersters (Greet) in gevaar had gebracht.

Roel kwam uiteindelijk in Amsterdam terecht en werd onderdeel van de Trouw-groep. Hij werd verraden en op 5 oktober 1944 gearresteerd. Als represaille op de liquidatie van SD’er Oelschläger werd hij op 24 oktober 1944 op de Apollolaan in Amsterdam gefusilleerd.




De wapenroof in Baarle-Nassau door KP Sander

Van een kapelaan uit Baarle-Nassau die waarschijnlijk ook nog wat avontuurlijk bloed in de aderen had, kregen we een tip, dat daar ter plaatse naast de woning van een dokter, lag een grote voorraden wapens en munitie waren opgeslagen. 

Daar de extra berichten van de B.B.C. betreffende wapenleveranties toentertijd nog weinig uitwerking hadden, besloten we op een radicale manier de groep te bewapenen. 

Janus en drie flinke boys uit Eindhoven kregen de opdracht om dit werkje op te knappen. De kapelaan gaf nauwkeurig de omstandigheden aan. De dokter was door hem ingelicht en gaf zijn volle medewerking. 

Vlak voor de middag arriveerden Jan, Jo en Wim uit Eindhoven in de Acht-Zaligheden. 

Eerst een hapje eten en na de middag op stap. ’t Was prachtig weer, een heerlijk fietstochtje naar Baarle-Nassau. De omgeving werd verkend, niet met z’n allen, dat was te opvallend. Bij de kapelaan een plattegrond gehaald en de omgeving uitgestippeld. 

's Avonds laat zou de chauffeur met wagen komen. Tien uur was hij present en reed hij bij de dokter binnen...... ’s Nachts werd de Duitse voorraadkamer flink aangesproken en de wagen volgeladen. Wat bewapening betreft konden we voorlopig vooruit. Enige flessen traangas, handgranaten, pistolen, mitrailleurs, munitie. In een woord: een buit om van te watertanden.

Besloten werd om pas na vier uur te vertrekken dat een auto in de nacht allicht alarm zou veroorzaken. Half vijf werd de auto geruisloos de straat opgeduwd en het leek ons verstandig om de wagen ook nog verder de straat op te duwen, want de personen in de buurt waren niet allen even betrouwbaar. Het aanslaan van een motor zou hen wellicht kunnen wekken. Dit werd ons ongeluk. Hadden we naar direct weggereden, dan was alles achter de rug geweest.

Nu waren we bijna de straat uit toen van de andere zijde, met een geweldige vaart, een wagen propvol met S.S. mannen, kwam aangereden, die voor wij de wagen op gang hadden reeds stopten. Twee SS-ers sprongen met een pistool voor de chauffeur: "Wass ist da los" ?

De chauffeur die niet van onze ploeg was en ook niet van het vak stond totaal verbouwereerd. Jo die naast hem stond redde de situatie, met veel omhaal van woorden, wist hij de aandacht van alle Duitsers een ogenblik op zichzelf te vestigen.  

De anderen die achter de wagen stonden, maakte hiervan gebruik, want het ging om hun leven.  

Ze vluchtten weg, de een achter een heg, de ander om de hoek van een huis…

De Duitsers keken om wat er te doen was…. Hiervan maakte Jo gebruik om met een formidabele sprong over een heg heen te wippen en tussen de struiken van de tuin te verdwijnen… Een hagel van kogels was het antwoord: mitrailleurs knetterden, lichtkogels werden de lucht in geschoten, vonken ketsten uit de straatkeien, de hele groep SS-ers achter de vluchtelingen aan. 

In Casteren, waar de rest van de groep met spanning, op de uitslag zat te wachten, steeg de onrust met het uur. Het was reeds lang over tijd, en nog steeds was er geen bericht of de overval geslaagd was. Ten laatste was de spanning te erg en werd besloten op onderzoek uit te gaan. In Hoogeloon was nog niemand thuis. Misschien in Eindhoven. Er moest geïnformeerd worden.

Rechtstreeks naar hun huis rijden was te gevaarlijk, want was iemand opgepakt dan werd bijna zeker zijn huis bewaakt en raakten de andere leden ook nog in de klem. 

Bij familie in de buurt moest daarom voorzichtig geïnformeerd worden en dan iemand met een onschuldige boodschap er naar toe, die zou dan wel zien of alles O.K. was. 

Bert voerde dit programma uit en het viel nog beter uit dan verwacht werd.

Hij zou naar de vader van Theo rijden en juist toen hij daar Brinkman, reed ook Janus achterom, die wel een meter hoog sprong toen hij Bert zag. 

Direct moest alles uitgelegd worden: De overval en de vlucht, drie waren in elk geval veilig, dat wist Janus zeker. Jo en de chauffeur was nog onbekend. Nog geen kwartier daarna kwam ook hiervan goed nieuws.

"De moffen hadden geen schijn van kans met hun zware laarzen. We hoorden ze op een half uur afstand nog als gekken door de heggen en over de straten schieten ", vertelde Jo. 

Jammer van de buit, maar gelukkig niemand gepakt…

We voelden ons toch opgelucht.  

Werkzaamheden van de KP "Sander"

In onderstaand verhalen worden de schuilnamen gebruikt

overval distributiekantoor

Einde 1943 werden voorbereidingen getroffen voor een overval op het gemeente bevolkingsregister te Eindhoven teneinde dit te vernietigen.

Hiervoor werd gebruik gemaakt van flesjes fosfor, afkomstig van Engelse vliegtuigen. Deze flesjes werden door Sander aangevoerd, en in het kippenhok van Jacques opgeslagen. Na enkele besprekingen, door Jacques, Sander, Dick en Tom, werden ze 's avonds door de ruiten in de afdeling bevolking van het gemeentehuis gegooid. Slechts een van de drie flessen brak. Deze werd door de politiewacht geblust voordat grote schade was aangericht. Dit werd door Dick (Karel) en twee kornuiten van de K.P. Johannes in het reine gebracht.

Op 17 maart 1944 volgde de overval op het gemeentehuis te Eersel, met de bedoeling persoonsbewijzen en zegels hiervoor te bemachtigen, en het bevolkingsregister te vernietigen, of mede te nemen De plannen werden besproken door Jacques, Sander, Dick en Tom ten huize van Jacques. De overval die geschiedde door Sander, Dick, Tom, Wim en Joy mislukte doordat de dienstdoende marechaussee kans zag zijn revolver te bemachtigen, waardoor Sander en Jo verwondingen opliepen. 

Door middel van springstof afkomstig van de mijnen, die verschaft werd door Frits, werden twee hoogspanningsmasten opgeblazen bij Acht door Tom, Jan, Frits en Wim, bij Heeze door de K.P. van Frits. 

Plannen tot het overvallen van het distributiekantoor te Eindhoven leidden bijna tot de arrestatie van Sander.  De plaatsvervangend directeur van dit kantoor werd gearresteerd en naar Duitsland overgebracht. Het verraad dat hier in het spel was, is tot op heden niet opgelost, doch er wordt nog aan gewerkt. 

De overval op het distributiekantoor te Bladel op 16 juni 1944 werd uitgevoerd door Jan, Tom, Sander, Jan C., Jan H, Reeks, Leo en Riek. De besprekingen hiervoor werden gevoerd door Sander bij Bert. De overval was zeer succesvol. De buit werd ter verdere verdeling bij Jacques ondergebracht.  

In samenwerking met Dick, werden door Tom en Jacques fotoclichés vervaardigd van ausweiszen en persoonsbewijzen A.35 serie, na gedrukt te zijn door bemiddeling van Dick werden deze papieren in omloop gebracht. 

Verschillende stro-opslagplaatsen der Duitse Wehrmacht werden door middel van brandpakketten opgeruimd, onder meer door Sander, Janus en Jan C. 

De brandpakketten werden opgeslagen bij Jacques. 



De overval in Bladel 

De overval op het distributiekantoor in Bladel op 15 juni 1944 was zeer succesvol.

Na lang beraadslagen werd het besluit genomen om tot een overval op het distributiekantoor Bladel over te gaan. Bert die reeds meerdere malen op het distributiekantoor was geweest en als kind aan huis werd beschouwd gaf ons de nodige inlichtingen omtrent de ligging, situatie en verdere omstandigheden. 

Theo ging op een goeie dag naar de kassier Jan toe die hij kende van vroeger en Jan bood direct zijn spontane hulp aan, om de enkele losse bonnetjes in te leveren voor de levensmiddelenkaart. Dit was natuurlijk het begin en zienderogen groeide het aantal dat Jan omwisselde waardoor er een vaste band ontstond. 

Zo nu en dan werd ook al eens beraadslaagd met Jan die dan de plattegrond van het distributiekantoor erbij pakte.   

Theo en Jan maakte de plannen steeds definitiever en uiteindelijk na lang en breed beraadslagen was men tot een oplossing gekomen die voor beide partijen de minste risico met zich mee bracht.  

Er was n.l. afgesproken dat Jan, Theo zou waarschuwen wanneer al de bonnen in de kluis waren en dan zou de K.P. zijn slag slaan, bij een nachtelijke overval. 

Het was voorschrift dat de sleutel ‘s avonds na sluiting van de kluis door de kassier Jan in een gesloten en gezegelde enveloppe met begeleiding van politie naar het Politiebureau gebracht moest worden, doch welke maatregel op listige wijze kon worden ontdoken. 

Op de dag dat de overval plaatsvond stopte Jan namelijk een valse sleutel in de enveloppe en bracht die op het politiebureau. Aangezien er 's avonds niet overgewerkt mocht worden deed Jan dit toch en zo had hij op de bewuste avond de goede sleutel te pakken en was hij in het gebouw.

Maar op de bewuste avond dat de overal zou plaatsvinden kwamen in het dorp enkele honderden Duitsers, aangezien wij in de tijd leefde van razzia’s vluchtten vele bewoners het distributiekantoor in en verstopte zich op zolder, zodat op de vastgestelde dag en uur de overval niet door kon gaan, hoewel de ploeg, reeds verstopt in de bossen, lag te wachten. Natuurlijk doodstil zodat Tom enige bravournummers ten beste kon geven van het aandoenlijke Vaderlandse repertoire: De wenende baby. De meid van de bakker. Het ruikt naar. De oude gitaar aan de wand. 

Toen onze K.P. mannen ‘s morgens vertrokken dachten vele boeren met landwacht te doen te hebben en weer vluchtten zij weg, de bossen en velden in, bang om opgepikt te worden. 

Er werd een nieuw tijdstip bepaald en onze jongens stelden zich op de plaats op die zij kregen aangewezen en Jan zou, zoals was afgesproken, een sein geven wanneer de overval kon beginnen, nl. door een bandende sigaar voor een bepaalde ruit te houden. 

Vol spanning lagen onze mannen in het korenveld toen zij eindelijk het lang verwachte sein van Jan zagen die aan het overwerken was, hetgeen hij enkele dagen deed om het niet te laten opvallen. Hierna werd de bepaalde ruit geopend en onze mannen verschaften zich toegang tot het gebouw. 

Stil slopen zij op de tenen naar de bewakers die in een andere kamer aan het praten waren en plotseling schoten zij die kamer binnen en hielden de bewakers een geladen revolver onder de neus, waardoor zij niet veel animo hadden weerstand te bieden. Heel vlug hadden zij een vaste plaats op de stoelen en werden zij stevig gebonden door enkele K.P.-ers, terwijl anderen de kluis leeghaalden die door middel van. .... in ons bezit was geraakt. De bewakers werden in de kluis opgeborgen en de anderen maakten dat zij vlug met hun buit wegkwamen.

Op de terugtocht werd over de sporen hier en daar met hartzeer cognac gegoten, zodat de speurhonden het spoor niet konden volgen. Het laatste slokje werd in bewaard voor een nog nuttiger afscheidsdronk voor mogelijke overlevenden. 

Want het betrof 30.000 bonkaarten in monsterpakketten op 8 fietsen, die niet allen op volbanden (zonder binnenband) daverden, aangezien er drie klapten.

Zo kwam de buit, die lopend in veiligheid gebracht werd door de K.P-ers, na een uur op de afgesproken plaats aan, terwijl onzerzijds Jan naar zijn duikplaats werd gebracht aangezien hij geen risico nam. Bij het bekend worden van het gebeurde ontstond er een algemene verbazing en waardering voor het gepresteerde werk, vooral voor Jan had men veel respect. Direct was de SD in touw en werd alles afgezet. Waardoor de buit eerst na 2 dagen weer verder op een boerenkar weggebracht kon worden naar een klooster, alwaar de Moeder-overste, een mens dat alle gevaar trotseerde en zeer veel voor de partizanen deed, aan de buit een veilige bergplaats toebedacht. 

Maar in die twee dagen gebeurde er nog iets merkwaardigs. De buit was toen opgeborgen in een zeer dicht bos waar praktisch nooit iemand kwam. Een boer echter die er zijn koeien in de buurt ging melken had toevallig zijn kinderen meegenomen en die speelden toen verstoppertje in het bos en vonden de zakken, doch durfde deze niet openen, maar zeiden het natuurlijk wel tegen vader die er in ging kijken en het gebeurde natuurlijk aan de Pastoor ging vertellen, die hem adviseerde maar niets te vertellen tegen niemand. Zo werd op wonderlijke wijze deze buit gespaard.

De overval in Bladel was zeer succesvol. Nadat Jan op 15 juni 1944 heeft deelgenomen aan de overval op het distributiekantoor in Bladel, duikt hij onder. Omdat de Duitsers hem niet kunnen vinden, gaan ze achter zijn familie aan. Als vergeldingsmaatregel wordt vader Simon van Hapert samen met dochter An gearresteerd en als gijzelaar vastgezet in kamp Vught. Zijn vader overlijd aan ontberingen.
 
In het Nederlands Politieblad 24 juni 1944 verscheen een signalement van Jan van Hapert (j.v.H) en de andere daders en een beschrijving van de buit:  


Het signalement van de daders en een overzicht van de 30.000 gestolen bonnen.
Allerlei bonnen voor kopen van vlees, eieren, schoenen, rijwielbanden enz.

Vervolg werkzaamheden van de KP Sander

Verschillende besprekingen met ander KP’s werden gehouden om te geraken tot een groots opgezette overval op kamp Haren, dit plan werd nooit uitgevoerd. 

Tijdens een van de transporten voor het in veiligheid brengen van geallieerde piloten werd Tom gearresteerd. Wij konden hem niet redden en hij werd tezamen met Harry 19 augustus 1944 in het kamp Vught gefusilleerd. 

Daags na de arrestatie van Tom werd Jacques gearresteerd, doordat geen huiszoeking werd verricht, werd hij wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten. 

Bij Bert werden besprekingen gevoerd over een wapentransport van Baarle-Nassau naar Eindhoven, aan dit transport werd deelgenomen door Wim, Jan en Beeks.

Bij het vertrek met de buit werden zij overvallen door de SS. Onder een regen van mitrailleurkogels ontsnapten zij. Helaas met achterlaten van vrachtauto, buit en rijwielen. 

De overval op de radio-opslagplaats te Bladel, waar 26 radiotoestellen werden buit gemaakt, werd uitgevoerd door Sander, Wim, Frits, Beeks, Janus, Jan G. en Frans. 

De telefoonsabotage, waardoor Eindhoven praktisch is afgesloten geweest van de overige plaatsen, werd uitgevoerd door de KP Sander en de volgende personen en groepen der P.A.N.: Groep Eersel, Groep Acht, Groep Oirschot, Groep Ome Jan, en KP "Frits". De volgende lijnen werden door middel van springstof vernield. Eindhoven-Den Bosch, Eindhoven-Valkenswaard, Breda-Tilburg, Tilburg-Turnhout, Tilburg-Den Bosch, Helmond-Deurne, Breda-Lage Zwaluwe, Eindhoven-Weert, Den Bosch-Nijmegen. De besprekingen hierover werden uitgevoerd bij Jacques en Bart. 

De springstof werd uitgereikt in het geheime hoofdkwartier van de P.A.N. in het centrum van Eindhoven: Tegen half tien stop te bij de Districtscommandant P.A.N. Eindhoven een auto. Daar er geen andere wagens mochten rijden op zondag dan die van de Mof of SD en aanverwanten, was onze D.C. (Districtscommandant) oprecht verwonderd. Deze verwondering veranderde spoedig in enthousiasme toen bleek wat er gebeuren moest. Er kwam met deze wagen een opdracht van het geallieerde Hoofdkwartier, terwijl een honderdtal kg. plastiek (kneedbom, plastic explosives) alsmede een prima vakkundig instructeur met toebehoren waren afgezet bij het Hoofdkwartier van de P.A.N Wal nr. 1. Onze D.C. tevens KP-leider moest onverwijld alle rayons op de hoogte brengen alsmede de andere D.C-en en zorgen dat voor de uitvoering onmiddellijk minstens acht ploegen naar Wal nr. 1. gingen om verdere instructies en plastiek in ontvangst te nemen. Dit bleek nog noodzakelijker, toen de contacten van Frank in Breda, Tilburg en 's-Hertogenbosch niet te bereiken waren, en dus het gehele werk neerkwam op de beide KP-en aangevuld met enkele groepen van de P.A.N.

Tegen half elf hadden de diverse berichten alle Rayonscommandanten bereikt. Dat er werk aan de winkel was en ze onverwijld op Wal nr. 1 moesten komen.
Niet gehinderd door druk burgerverkeer, kwamen ze met onregelmatige tussenpozen binnen, sommige alleen, anderen met twee of drieën. Voor de deur van Wal nr. 1 slenterden chagerijnige Moffen heen en weer, en een eindje verderop stond zelfs een overvalwagen van de Grüne. 

En op Wal nr. 1 binnen, werd theorie gegeven, over de juiste plaats waar, en de juiste wijze waarop de springstof kon worden aangewend, vermoedelijk niet eerder gebruikt. Struikelend over plastiek en slagkoord in het nauwe keukentje waar de lessen gegeven werden, ging er een die zich zo in het hartje van de stad niet zo erg prettig voelde in verband met een zeer recente kennismaking van de plaatselijke SD chef even polshoogte nemen of er soms een achteruitgang was. Deze was niet aanwezig. 

Aan de straatzijde waren een drietal jongelieden opgesteld, een pistool, het handkanon zoals dit in de wandeling genoemd werd, gereed, om als het nodig was hun huid zo duur mogelijk te verkopen. 

Een van de aanwezigen die er van Speijk allures op na hield, opperde het plan dat ze in het uiterste geval de 100 kg. plastiek nog konden opblazen. Deze uitlating bezorgde hem een lang niet mals gestelde terechtwijzing, daar men ook te denken had aan de omwonende burger, die hierbij nodeloos het leven zouden verliezen. 

Maar de Moffen namen geen notitie van het onooglijke kantoortje met zijn spiegelruit met gordijntjes ervoor, al stond er in het vertrek dat vroeger waarschijnlijk winkel geweest was, ook een zeer groot aantal fietsen, die wanneer de deur openging voor de Fietsenorganisators zichtbaar waren. 

Misschien hadden ze onderling wel de nodige aanmerkingen en die "Dumme Hollander" die in zo’n tijd, terwijl zij vochten voor de vrijheid van Europa, nog naar een makelaarskantoor gingen. Van achter de ruiten werden de passerende Moffen door ons drietal schep, doch grinnikend gadegeslagen. Moppen werden op hen en hun Führer getapt en in het keukentje ging de theorie snel doch rustig verder temidden van plastiek, slagkoord en fockpencile (?) en KP-ers in hun element.

Eindelijk was zover, de porties waren eerlijk verdeeld en de opdrachten werden uitgegeven. Alle lijnen in het zuidelijke gedeelde van Noord Brabant Oost moesten zo mogelijk die dag de lucht in, het voornaamste was, lijnen met verbindingen naar België en Duitsland. Er was geadviseerd om bochten, wissels of bruggetjes te nemen als beste plaats, deze plaatsen waren het moeilijkst te vervangen. Het geneesmiddel voor de Weermacht was netjes in tassen of pakjes verpakt en in de volgorde van het binnenkomen werd weer vertrokken. Een enkeling moest een grote afstand afleggen en ging per trein, echter alleen onder conditie dat hij zijn fiets mocht meenemen. Voor het terugkomen beweerde hij. De laatsten waren vertrokken, zonder haast en zonder ongelukken. Toch hadden we nog een strop, want eenieder zat vol spanning te luisteren naar de komende explosies. Deze pret werd ons echter niet gegund, de geallieerde vliegende forten deden die middag nog even het Eindhovens vliegveld aan en in die concurrerende geluiden, gingen de onze helaas verloren. 

Om van de Moffen te horen, hoe zij hun strop vonden toen ze tot diverse minder aangename ervaringen kwamen, had niemand tijd, daar ze allen als goede burgers op tijd binnen moesten zijn !! Alle acht ploegen deden hun werk zoals men van goed beloonde Vaderlanders kon verwachten en keerden behouden huiswaarts.

De wegsabotage die bestond uit het werpen van flesscherven en spijkers op de weg en het aanbrengen van staaldraad en autovallen werd uitgevoerd door beide KP-en door personen uit de P.A.N. groepen. 

Gegevens van de G.D.N, fotokopieën, enz. werden door ons naar België doorgezonden. Steeds werd onderling contact, ook het vervoeren van wapens enz., onderhouden door koeriers, later door koeriersters, toen de koeriers niet meer ongehinderd konden reizen. 

Koeriers waren: Tom, Martin, Jan G, Janus en Ben.

Koeriersters waren: Greet, Agnes en Rie. 

Greetje Kelder-Vroom

Actief lid groep Sander
Op 1 januari 2012 overleed op 92 jarige leeftijd Greetje Kelder.
Greet Kelder-Vroom is draagster van het verzetsherdenkingskruis

Greet en Wim

Vlnr James Tak, Greet Vroom, "Frits", Lenie Vroom en Charlie Walsek


Foto rechts boven gemaakt in oktober 1944 bij Don Bosco school. Vlnr James Tak, Greet Kelder-Vroom, Ad Hoynck van Papenfrecht ("Frits"), Lenie Vroom en Charlie Walsek 

Greetje over de P.A.N: 

Greetje Vroom was gedurende de oorlogsjaren lid van de P.A.N. Haar man Wim Kelder zat bij het leger en ging na het uitbreken van de oorlog in de ondergrondse, omdat hij als militair in Nederland niets anders kon doen. In zomer 1942 trouwen Greetje 22 jaar en Wim Kelder 25 jaar. 

Door een vriend van Wim werd haar op een gegeven moment gevraagd of ze "een boodschap" wilde doen. Hij maakte voor haar een afspraak bij het station waar ze iemand zou ontmoeten. Daarvoor kreeg ze een helft van een stuk papier dat moest passen in de andere helft van degene die contact met haar zou zoeken. Dat was Theo Dirks uit de Schouwbroekseweg.

Turkse pasje

Wim Kelder is bij een groot activiteiten van de P.A.N. betrokken. In hun woonhuis, toendertijd Kerkakkerstraat 43a, heeft een illegale zender gestaan, "de vloerkleden zijn door het accuzuur verpest", vertelt de hun zoon Bert later, volgens Greet.

Wim was betrokken bij de wapenroof in Baarle-Nassau door KP Sander, opblazen van de hoogspanningsmasten bij Acht door Tom, Jan, Frits en Wim. De overval op de radio-opslagplaats te Bladel, waar 26 radiotoestellen werden buit gemaakt, werd uitgevoerd door Sander, Wim, Frits, Beeks, Janus, Jan G. en Frans. Verder allerlei zaken voor en tijdens de bevrijding.

Wim een van de eerste P.A.N. leden die contact maakte met de Britten "Are you Americans?" roept Wim. "No British" was het korte antwoord. Lees hierover in deel 2 P.A.N.

Greet Kelder-Vroom (overleden 1 januari 2012) en Wim Kelder (overleden 1 april 1975) Beide ontvangers van het verzetsherdenkingskruis. Hun zoon Bert heeft postuum voor zijn vader het verzetsherdenkingskruis in ontvangst op 18 september 1981 genomen. 


Op 18 september 1981 werden in het stadhuis van Eindhoven verzetsherdenkingskruis uitgereikt aan Brabantse personen die zich gedurende de bezetting actief in het verzet hebben getoond. De onderscheidingen werden uitgereikt door de commissaris van de koningin in Noord-Brabant, de heer Jan van der Harten ( staat in het midden en P.A.N. lid)
Burgemeester Gilles Borrie staat achter Greet Kelder-Vroom, (vooraan midden met witte jurk).
De Eindhovenaren die verder de onderscheiding ontvingen waren: mevr. Garcia-Van der Doorn, mevr. J. van Bruggen-Van Moorsel (P.A.N.), de hr. en mevr. P. Deynen-Van Oss, de hr. en mevr. A. Verhulst-Sperber en de heren J. Dekker, C. van Donselaar, M. Fest, W. Heiligers, C. Kootkar, Th. Lansman, J. Luijendijk, A. Perquin, A. Piels, F. van Riel, J. Smit en Mark van de Snepscheut.
Ook werd het verzetskruis verleend aan dr. ir. Th. Tromp en postuum aan zijn overleden echtgenote.
Helemaal bovenin staat Bert Kelder die heeft postuum, voor zijn vader Wim Kelder, het verzetsherdenkingskruis in ontvangt heeft genomen.

Het Verzetsherdenkingskruis is geen koninklijke onderscheiding, maar een nationale die werd ingesteld bij Koninklijk Besluit (nr. 104) op 19 december 1980 ter gelegenheid van de 35ste herdenking van de bevrijding. De onderscheiding is bestemd voor deelnemers aan het verzet tegen de bezetters van Nederlands grondgebied in de Tweede Wereldoorlog.

Nog meer avonturen van Greetje

De P.A.N was verdeeld in verschillende kleine cellen die opereerden in de dorpen rond Eindhoven. Een daarvan was de groep Sander, genoemd naar haar leider. Van die groep maakte Greetje en haar zus Lenie deel uit. Zij smokkelden geallieerde piloten en Nederlandse onderduikers naar de Belgische grens in samenwerking met een Belgische verzetsgroep. 

Primair waren de vrouwelijke PAN-leden koeriers, maar ze waren ook zeer gewaardeerde inlichtingenverzamelaars. Begin september 1944 werd Greetje, samen met Ilse Engel uit de Hooghuisstraat te Eindhoven, door Eddie Verkaik gevraagd om te onderzoeken of er in de bossen rond Eindhoven Duits afweergeschut aanwezig was. Ze werden vlakbij de Duitse batterij ontdekt maar wisten de Duitsers van hun onschuld te overtuigen door te zeggen dat ze paddestoelen aan het zoeken waren. Ilse Engel verzon het verhaal toen ze werden ontdekt. 

Thijs van de Ven uit Borkel en Schaft was 16 jaar maar een boom van een vent. Samen met hem smokkelde ze af en toe ook vee. Greetje was bang dat het beest ’s nachts geluiden zou maken, waardoor ze zouden kunnen worden verraden. Thijs zei heel nuchter: "Hij zegt er ginne inne…."

Hij deed zeep aan de muil van het kalf waardoor het de hele tijd schuimbekte en lippen likte en daardoor niet telkens "boe" geluiden maakte. Op die manier hielden ze de smokkelwaar stil. 

De P.A.N. mensen waren altijd zeer scherp. Als ze Amerikanen of Engelsen moesten wegbrengen moesten die alles inleveren. De Duitsers konden op grote afstand al ruiken als er een Amerikaanse of Engelse sigaret was opgestoken. Inleveren dus met de horloges, kleding, kauwgum ringen. Bron o.a.  https://kleinspr.home.xs4all.nl/greetje%20kelder.html

Uit het leven van een koerierster

Het koffiewater kookte, de waterdamp steeg als een stofmassa omhoog tegen het plafond, vlug werd het brood gesneden en een maaltijdje bijeen gezameld, dat lang niet voor een normaal door kon gaan. Hoe kon het ook anders, altijd in beslag genomen door die koeriersdiensten, halve maaltijden, halve nachtrusten, lange reizen, en waarvoor dit alles, dacht Greet (Greet Kelder, koerierster KP Sander), die zich inspande vlug haar eigenaardig maaltijdje te maken.

Is het enkel voor een stukje grond dat Vaderland genoemd wordt ? Gisterenavond is daar ook al de hele tijd aan doorgebracht. Zijn het enkel plichten die het geweten doen opleven, maar hoe kunnen dit plichten zijn, nauwelijks 20 geworden, praktisch nooit met de wereld die je omgeeft in nauw contact geweest, hoe kan men daartegenover plichten bezitten ?

"Hoe kon het geweten, die zachte stem die je niet hoort waarvan zij komt, je toch tot zulke "zinloze" acties in staat stellen, want iedere dag betekende deze plicht een kans het leven te verliezen en was nu dit leven een niet te grote prijs, of offer dat men bracht."

"Speelde hier geen andere onzichtbare, onmeetbare van nature in de mens aanwezige krachten die ons zeggen dat wij niet alleen voor ons zelf op deze aarde zijn, maar evengoed met onze medemensen in allerlei opzicht verbonden zijn". Al deze gedachten speelde door de brein van Greet die zich gereedmaakte haar nieuwe reis en opdracht te vervullen.

Wekkers ophalen voor springstof

Tijdens het ontbijt werden de laatste voorzorgsmaatregelen getroffen voor de reis naar Heerlen. Want daar moesten de wekkers gehaald worden die nodig waren om de springstof op een bepaalde tijd te laten springen. De heenreis had natuurlijk niets om het lijf, ook de terugreis verliep heel spoedig, doch op het laatste moment begon in de tas van Greet een wekker en tikken en direct daarop ontstond een hel geluid van een aflopende wekker, de niets vermoedende medepassagiers blijven heel rustig en zeggen enkele lachverwekkende opmerkingen. Maar Greet maakt snel een einde aan het grapje en steekt een speld tussen het raderwerk van de wekker, zodat de apparatuur geen verdere stagnaties kan veroorzaken.   

Bij aankomst worden de wekkers naar het bekende adres gebracht waar men al zit te wachten op de meegebrachte ondingen, daar er eerst onderricht gegeven moet worden over de behandeling van de springstof met de wekkers. Dit duurde niet lang want de grootste moeilijkheden losten zich automatisch op.

Na het onderricht werden de commandanten ingelicht waar en welk object nu het onderspit moest delven en werden de tijd stippen van uitvoer vastgesteld, twee hoogspanningsmasten zouden worden omvergehaald, waardoor de gehele regio van stroom verstoken zou zijn en geen werk voor de bezetters meer zou leveren.

Twee hoogspanningsmasten ten westen. en een ten oosten. zouden het onderwerp worden van een nieuwe "terreurdaad".

W.F.R.J.J. en nog 3 collega's uit Valkenswaard zouden hun beste beentje voortzetten. Op een zondagavond, de zon had haar laatste hulp van die dag aan de verdrukte, opgejaagde mensheid gebracht, en daar togen in het schemerdonker onze mannen op stap, voorzien van hun dodelijk middel.

Met de grootste voorzichtigheid moest men de twee masten naderen, want op weinig afstand hiervan stond de kazerne die propvol gestopt was met "Wehrmacht" en op diverse plaatsen in de omgeving hiervan patrouillerende wachten om naderend onheil af te slaan.

Met een tijdverschil van een uur waren onze mannen, na verkenning vooruit gestuurd te hebben, om te zien of de plaats veilig, op de plaats van bestemming aangekomen en in minder dan geen tijd waren zij bezig de springstof aan de masten te bevestigen.

Maar een groep deed de noodlottige ontdekking dat hun meegebrachte werker niet liep, en om geen tijd te verliezen werd besloten de hele springstof aan één mast te bevestigen, waardoor het succes geheel verzekerd was. 

Na een half uur ingespannen werk was alles aan de mast bevestigd en keerde men zo vlug men kon huiswaarts om de uitwerking gade te slaan, want volgens berekening zouden om 11 uur avonds de lichten uitgaan wegens het gemis aan elektriciteit. 

Thuisgekomen onderzocht men de defecte wekker en moest men tot aller verbazing bemerken dat de speld die onze koerierster erin had gestoken nog steeds op dezelfde plaats zat.

Twee minuten na de afgestelde tijd hoorde men de geweldige ontploffing, zag men de lampen flikkeren, doch zij gingen niet uit. De verwoesting was schijnbaar niet geslaagd. De volgende morgen trok er eentje uit op verkenning en kon constateren dat er een wacht bij de mast geplaatst was. Toen men de volgende dag ’s middags in de trein langs de plaatst des onheils reed, zag men een in allerhaast opgetrokken palenwerk dat de mast heeft moeten onderstutten, vanwege zijn "blessure" en nog steeds stond "Die Wache am Mast".

Het verzet moest men leren en er ging veel fout... de bevrijding was nabij.

Mobirise

Onschuldig waren de vrouwelijke PAN-koeriers niet. Greet Vroom toont hier haar pistool. Ze had ook schietlessen gehad en vocht mee op de Leenderhei tegen Duitse soldaten. 


lees verder in de delen P.A.N. 2  (na 17 september 1944) en delen 3 - 4 over verzet de omliggende dorpen


Eind deel 1
Deel een ;  1944 - 17 september 1944
Deel twee:  18 september  - 24 september 1944