online website builder

Pilotenhulp in Eindhoven e.o.

Veel Engelse en Amerikaanse piloten zijn in Brabant terecht gekomen

Nederlandse helpers van geallieerde vliegers 

De volgende namen werden samengesteld uit de lijst in het Nationaal Archief van het Verenigd Koninkrijk van Nederlandse helpers van geallieerde vliegers en ander militair personeel tijdens de Tweede Wereldoorlog die probeerden de gevangenneming door de Duitsers te ontwijken. De namen zijn gesorteerd op stad en gemeente. 

Mobirise

In het archief van Frans Dekkers is een lijst met namen aangetroffen.
Achteraf blijkt dat dit één eerste inventaris is geweest van Pilotenhelpers.
Deze lijsten zijn niet compleet bijvoorbeeld Eindhoven heeft 85 namen, maar de lijst met nummers en namen 9 t/m 16 ontbreekt en ook 61 t/m 81 is niet aanwezig.
Hieronder staan 69 Eindhovense namen uit het Engelse archief.
Hulp aan piloten werd door de Duitse bezetters bestraft met de doodstraf.

Pilotenhelpers Eindhoven

Aarts-van de Heuvel, Maria H.J., St. Martinusstraat 22
Aarts, Hendricus M.J., St. Martinusstraat 22 
Aarts, Johannes C., St. Martinusstraat 23 
Akkerman, Wobbe, Boschdijk
v.d. Berg, Jos., Hoogstraat 310
B. de Bruin, J.M., Locomotiefstraat 39
v. Bruggen-v.Moorsel, Johanna van, Nicolaas Beekstraat 41
v. Bruggen, M.G., Nicolaas Beekstr 41

Coolen, Leonard A., Venstr 7
Cornelese, E.T.J., Lieven de Keylaan 22
Dekker, Jan, Fred. v. Pruisenweg 7
Dirks, Theo C., Schouwbroekseweg 65

Duvigneau, Willem, Kemelrijken 150
Evers, A.J.A., Woenselschestr 10
Freeman-Raats, A.H., Stationsplein 13
Goede, Pieter, Heezerweg 209

Gooskens, C.A., Stratumschedijk 61
Goumans, Josephus, Hoogstr 338
Govers, Henk, Sophia van Wurtemberglaan 34
Haagen, P.J., Molenstr 9
Hermans, J.H.A., Strijpschestr 184
Van der Heijden, Loek, Lakerstr 1
Van Hoeckel, Jan, Tongelreschestr
Van der Holst, J.H., Edenstr 39
Huis, Phil, Heezerweg 161
Janssen, Johannes M.A., Kloosterdreef 25
De Jong, Henk, Akkerstr 18
Jorritsma, W.P., Boschdijk 526
Kiewit de Jonge, H.H., Nic. Beetsstr 41
Kramen, Jacobus P., Pastoriestr 26
Kruyssen, Jac., Stuiverstr 55
Van Lantringen, Cees., Elzentlaan
v.d. Leegte, S.W.P.M., Johan van Eindhovenstr 4
de Leyer, W., Kleine Berg 24

v.d. Linden, Theo (Kapelaan), Stratum 
Pastorie
 v. Lotringen, C.F.M.C., Elzentlaan 17
v.d. Meyden-Krol, Martinus Johanes, Spaarnestrt 2
v.d. Mortel, Johannes, W. de Zwijgerstr. 28
Mudde, Geertruida, St. Severusstr 16
Nibbelke, Herman, Trompstr 25

Nienhuis, J., Nic. Beetsstraat 34
Oijen, Jan, Wal 2
Pekelharing v. Heyst, Mr. A.J., Tongelreschestraat 175
v.d. Putt, Floris, Merellaan 16
Raap, Wilhelmus G., Zeelsterstraat 205C
Raes, Hendrikus, Rubensstraat 16
Raven, Henk, Boschdijk 438
Reukers, Gerardus, Hoogestraat 396
De Rooy, A.J.G., Mecklenburgstraat 29
Rovers, J., Boschdijk 884
Schiphorst, J.H., Hans Steenwinkelstraat
Schoo, D.M., Boschdijk 932
Teunis, Cornelis G.R., Koudenhovenscheweg 71
v.d. Ven-de Haas, Mrs., Tramstraat 1
Venema, Robertus, Anna Paulownastraat 4
Verbeek, Hans, Aalsterweg 298
Verbeek, Otto (Dr.), Paradijslaan 80
Verhoeven, W.L.A., Nieuwe Dijk 37
Verkaik, E.P.W., H.H. v. Brabantplein 14
Voorwinde, A., Goorstraat 7
Vos, Willie, Kootwijkstraat 16
De Vos, W.M.K., Wattstraat 11
De Vries, Wyert, Koekoeklaan 10
Van Vught, Wilhelmus A., Gladiolusstraat 7
Van Wees, Jacobus, Waalstraat 28
Wegener, Adolf Bruno, Sperwerlaan 3d
Wever, Egbert, Plataanplein 7
Wielenga, H.K.J., Edestraat 37
Zigenhorn (Kapelaan) C., Parochie Heilig Hart

Extra namen



Oirschot

Blankers, E.G., A327
v. Emst, Frans, Meidoornlaan 229
v. Esch, Godfried, Schoolstr A296
Foole, J.J., Rijksluisstr. 394a
Gaanderse, Jan Jac., Koesstr. A35
Geerlings, Charles E., Markt A479
Hagemeyer, J.M. (Dr.), A54
v. Kollenburg, no first name, Straten D26
Kuijpers, Wilhelmus, Molenstr F71
Louwers, G.J.P., Ryk Sluisstr. 357a
Roefs, Johannes H., B50
Scholman, H.A.M., Dr., “Groenberg”
v.d. School, Jan, B88
Schreffers, C., no street address listed
Smeets, Hendrik Padre, Paters Montfortanen
Snelders, A., “De Hut”
Termeer, Louis, Molenstr. A444
Vlemmings, H., Krukkert E24
Vosmeer, N.J., Koestr. N35     

Aalst Waalre

Couwenberg, Piet, Heuvel, Waalre
v. Dijk-Coenen, Anna J., Markt 7, Waalre
v. Dijk, Frans, Stationstr. 154, Waalre
v. Goorden, C.J., Fred. Hendrikstr., Aalst
Kuperus, R., F. Hend.str. 7, Aalst
Luyten, Theodor Pieter, Eindhovenscheweg 31, Aalst
Metzemaekers, Leo G.C., B.v. Dommelenlaan 18, Aalst-Waalre
Zusters v. Moorsel, W.C.E., Stationstr. 232, Waalre
Nijsen, P., Wilhelminastr. 59, Aalst
Perquin, Corn, Willebrorduslaan 9, Aalst
v.d. Pol, Willem, Voorbeek 7, Aalst
Wylaars family, Timmereind 5, Waalre

Namenlijst uit Eindhoven en andere Brabantse plaatsen:
Vught, Bergeijk, Deurne, Waalre, Veldhoven en Oudenbosch.

Klik hier of op het plaatje.

Negen boektitels en algemeen verhaal over pilotenhulp in NL

In dienst van hun naaste

Bart M.Rijnhout – In dienst van hun naaste – Wyt Uitgevers Rotterdam – 1980 – 365 pp. – Softcover – 21,5x15 cm.
Deze uitgave is 2012 opnieuw uitgegeven met extra informatie.
Beschrijving van de lotgevallen van boven Nederland neergeschoten Amerikaanse oorlogsvliegers en van de wijze waarop zij door verzetsmensen werden geholpen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Reis naar de horizon

Hans Onderwater - Reis naar de horizon – Uitgeverij Hollandia – 1985 – 200 pp. – Hardcover – 21,5x14 cm.
Dit boek is het resultaat van vijf jaar onderzoekingen door Hans Onderwater teneinde de ontsnappingsroute "Comete" te reconstrueren, waarlangs talloze boven bezet Europa neergeschoten geallieerde vliegers tijdens de Tweede Wereldoorlog weer de vrijheid wisten te bereiken. De auteur heeft zelf tussen maart 1978 en juli 1983 tweemaal deze befaamde "life-line" van Brussel naar Frans Baskenland gevolgd om de talloze onbekende pilotenhelpers terug te vinden en te interviewen. Aan de hand van het verhaal van de laatste reis van de "Comete", waaraan 3 man van de USAF en 2 man van de RAF deelnamen, krijgt de lezer een uitstekend inzicht in de vele problemen welke men moest oplossen en de talloze risico's welke het verzet langs deze ontsnappingsroute moest nemen om de geallieerde vliegtuigbemanningen in veiligheid te brengen. Een uitstekende documentaire welke zich als spannende roman laat lezen. Vlot geschreven en voorzien van vele authentieke foto's.

Pyama – House

Dr. Frans Govers – Pyama – House – Ontdekkingsreis door het uitgebreide netwerk van de pilotenhulp tijdens de Tweede Wereldoorlog: 1943 -1944. – Kempen Druk Hapert – 1992 – 124 pp. - Softcover – 30x21 cm.
Een boek over de hulp aan neergestorte oorlogsvliegers. De schrijver doet dit aan de hand van aantekeningen van de familie Otten, die in het Brabantse plaatsje Erp een belangrijke schakel in de pilotenlijn vormde. De twee broers en de twee zusters Otten hielden van hun activiteiten een album bij met veel foto's en met bijdragen van de geredde vliegeniers in de vorm van tekeningen of verhaaltjes en gedichten. Met verbazing ziet de huidige lezer hoe deze levensgevaarlijke operatie werd gedocumenteerd als betrof het hier een internationaal uitwisselingsprogramma met Anglo-Amerikanen. Het tekent de naïviteit waarmee dit illegale werk werd gedaan. Het boek is goed geschreven, geeft duidelijke verbanden tussen de luchtoorlog en de pilotenlijn en is een monument, niet alleen voor die familie Otten, maar voor iedereen die bij deze levensgevaarlijke hulp was betrokken.

In dienst van hun naaste

Het boek ''In dienst van hun naaste...'' is gebaseerd op het verhaal van twee pilotenhelpers.
De eerste - Joke Folmer - is een vrouw die nog geen twintig jaar oud, tijdens de oorlogsjaren maar liefst 320 geallieerde luchtmachtmensen en krijgsgevangenen op de 'pilotenlijn' hielp. Ze was een koerierster die haar inlichtingen over neergekomen vliegtuigen vanuit het politiebureau ontving.
De andere pilotenhelper was Bert Poels, die samen met familie, vrienden en kennissen een verzorgings- en opvangcentrum op de Zwarte Plak runde. Eind 1940 werden op zeer beperkte schaal 'piloten' geholpen. Pas in 1942 werd deze tak van verzet wat meer georganiseerd. Zowel Joke Folmer als Bert Poels zijn, zonder dat ze het wisten - nauw met elkaar betrokken geweest. Tientallen jaren geleden werd pas duidelijk dat zij dezelfde piloten hielpen. In deze gewijzigde herdruk worden de door hen geholpen piloten van Amerikaanse afkomst behandeld. De verhalen zijn gebaseerd op keiharde waarheid en van diverse kanten bewezen. Verder veel aanvullingsverhalen, een uitleg over de pilotenhulp en een beeld over de presentatie van destijds van het boek geven het een compleet verhaal over dat heimelijke werk. ''In dienst van hun naaste...''is een boek zonder fantasie of verdraaiingen en - mede door de vele unieke, authentieke foto's - een onmisbare oorlogsdocumentatie.

De auteur Bart Rijnhout is bekend door zijn boeken ''Het mysterie van de L 7788'' dat in 1979 verscheen en veel opzien baarde. Hij is tevens schrijver van het boek ''The sky is our ocean'', dat handelt over de rol van het 311 R.A.F.-Squadron in de Tweede Wereldoorlog. Daarna heeft hij nog een 15 tal boeken geschreven zoals ''Kruisvaarders van de archipel'', een gewijzigde herdruk van ''Luchtbrug Market garden'' en ''Wachters boven het stenen tijdperk'' die bij deze uitgever verschenen.

'Eenige wakkere jongens'

Nederlandse oorlogsvliegers in de Britse luchtstrijdkrachten 1940-1945
Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen ruim 650 Nederlanders deel aan de luchtstrijd boven Europa. Bijna 250 van hen kwamen daarbij om. Wie waren zij? Eenige wakkere jongens is de eerste integrale studie over de Nederlandse luchtstrijdkrachten in Groot-Brittannië. Het boek beschrijft de tot dusver onderbelichte geschiedenis van een groep onverschrokken jongemannen uitgeweken militairen, vrijwilligers van overzee en Engelandvaarders die hun leven riskeerden voor de vrijheid van anderen.
Erwin van Loo, historicus bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, beschrijft voor de eerste keer het aandeel van de Nederlandse oorlogsvliegers tijdens de inzet van de Britse luchtstrijdkrachten gedurende de oorlogsjaren. Hij doet dit vooral vanuit het perspectief van de oorlogsvliegers zelf. Wie waren deze 'wakkere jongens'? Waar kwamen ze vandaan? Hoe bereikten zij Groot-Brittannië en hoe ervoeren zij de oorlog? Daarnaast analyseert de auteur ook het belang van deze periode voor de Koninklijke Luchtmacht voor wat betreft de overgang van het vooroorlogse propellertijdperk naar het naoorlogse straaltijdperk. Een van de betere publicaties over dit onderwerp. Geïllustreerd.

Auteur: Erwin van Loo
Uitgever: Uitgeverij Boom
Nederlands Druk: 1 9789461059260 oktober 2013 Paperback 512 pagina's

Schakels naar de vrijheid

Bob de Graaff - Schakels naar de vrijheid –Sdu Uitgeverij ‘s Gravenhage – 1995 – 203 pp. – Softcover – 24x17 cm.
Dit boek over pilotenhulp in Nederland staat boordevol namen en feiten en is toch overzichtelijk en goed leesbaar gebleven. De auteur geeft een overzicht van het verloop van de luchtoorlog - voor zover van belang voor ons land - en geeft daarna voorbeelden van vormen van hulpverlening en een opsomming van de verschillende organisaties die zich met pilotenhulp bezighielden. De auteur gaat er terecht van uit dat de feiten wel voor zichzelf spreken. Het boek bevat veel anekdotes, maar altijd ter illustratie van een stelling en niet als doel op zich. Interessant is in dit verband de irritatie onder de helpers over het onbegrip van de geallieerde vliegers over de gevaren voor de Nederlanders onder de Duitse bezetting. Het uitgebreide notenapparaat geeft aan hoe verspreid de gegevens waren voordat de auteur aan dit werk begon. Voorlopig is dit hét standaardwerk over de Nederlandse pilotenhulp

Mobirise

Gevangen op de Veluwe 

De ervaringen van ondergedoken geallieerde militairen op de Noordoost-Veluwe 1944-1945
Wolter Noordman – Gevangen op de Veluwe – De ervaringen van de ondergedoken geallieerde militairen op de Noord-Oost Veluwe 1944-1945 – Voorhoeve Kampen – tweede druk – 1999 – 192 pp. – Hardcover – 24,5x16,5 cm.
De Veluwe was in de Tweede Wereldoorlog een gebied waar gemakkelijker dan in andere delen van Nederland, door de lage bevolkingsdichtheid en vooral door de bossen, mensen zich schuil konden houden en konden onderduiken. Onder meer een groot aantal neergestorte geallieerde piloten verbleef gedurende de oorlog een tijd op de Veluwe. Geholpen door boeren, verscholen in hooibergen en schuren, wisten zij aan de Duitse bezetter, die voortdurend jacht op hen maakte, te ontkomen. Dit boek bevat getuigenissen van een tiental militairen aan de hand van correspondentie van de auteur met hen, documenten en interviews met geallieerde onderduikers en onderduikgevers. Sommige van de militairen wisten in oktober '44 de Rijn over te steken naar bevrijd gebied met behulp van het verzet (Operatie Pegasus I). De verhalen geven een gedetailleerd beeld van de moeilijkheden rondom het verbergen van deze militairen en weten, na 50 jaar, nog steeds een spanning op te roepen, onder meer door het consequente gebruik van de tegenwoordige tijd. Ook zijn uitvoerig de Escape- en Evasion Reports (verslagen van de betrokkenen na aankomst in Brabant) geraadpleegd. De tekst is uitgebreid geïllustreerd met unieke foto's en documenten.

Het mysterie van de L 7788

De lotgevallen van een Engelse bommenwerper en zijn Tsjechische bemanning 1940/1944
Bart M.Rijnhout – Het mysterie van de L 7788 – De Walburg Pers – 1979 – 207 pp. – Hardcover - 24,5x18,5 cm.
In de nacht van 23 op 24 september 1940 werd de Engelse Wellingtonbommenwerper L7788, terugkerend van een bombardementsvlucht op Berlijn, gedwongen een noodlanding te maken in de Duivenvoordse polder bij Leidschendam.
Aan de hand van ooggetuigenverslagen en niet eerder gepubliceerde gegevens uit Nederlandse en Amerikaanse archieven heeft de Leidschendammer Bart Rijnhout de geschiedenis van dit vroeg in de oorlog gecrashte vliegtuig nagetrokken en opgetekend.
De lotgevallen van de zes Tsjechische bemanningsleden van de L7788 staan daarbij centraal. Ook wordt ingegaan op de geschiedenis van het 311de (Tsjechische) squadron van de RAF.
Het mysterie van de o.a. bij de bombardementsaanval op het vliegveld Waalhaven ingezette en na de noodlanding bij Leidschendam onder andere beschildering door de Duitsers gevlogen L7788, wordt definitief onthuld.

Noodsein boven Zeeland

De crash van een Amerikaanse bommenwerper in een Zeeuwse polder
Vlakbij het Zeeuwse dorp Heinkenszand (Zuid-Beveland) stortte op 18 september 1944 een Amerikaanse B-24-bommenwerper neer, op zijn terugreis als bevoorradingstoestel bij de geallieerde operatie Market Garden. Van de tien bemanningsleden overleefden er dankzij hun parachutes acht de crash. Twee jonge vliegeniers kwamen om, zes anderen werden gearresteerd door de aansnellende Duitse soldaten. Maar niet alleen de Duitsers kwamen in actie: plaatselijke verzetsstrijders schoten twee gevluchte Amerikanen te hulp en wisten hen uit handen van de bezetter te houden. 
Dit boek is geschreven om eer te brengen aan de vliegeniers en hun redders (onder wie de grootvader van de auteur). Het geeft zeer gedetailleerde beschrijvingen, tot en met de personalia en de kleding van de crew, de techniek van de B-24, en de karakters van inwoners van Heinkenszand. Het vlot geschreven verhaal citeert overvloedig uit ooggetuigenverslagen, dagboeken en memoires. Het zware lot van de arrestanten, ten prooi aan honger, sadisme en ternauwernood ontsnapt aan een dodenmars, wordt beeldend beschreven in een verslag van een van hen. Een knappe reconstructie, rijkelijk voorzien van foto’s.
Auteur Mark van den Dries
oktober 2012, 320 pagina's

Pilotenhulp in Nederland

In de periode mei 1940 tot mei 1945 zijn volgens deskundige schattingen ruim zesduizend vliegtuigen binnen de Nederlandse landsgrenzen neergekomen. Rond achttien honderd van deze vliegtuigen waren van de Amerikaanse luchtmacht. Het merendeel hiervan is neergestort in de jaren 1943 tot 1945. Bijna vijftienhonderd van deze vliegtuigen waren bommenwerpers, grote machines met meestal tien bemanningsleden. Er is eens berekend dat ruim drieduizend van hen zich met hun parachute hebben moeten redden en aangenomen moet worden dat het grootste deel van hen veilig de grond heeft bereikt. 
Zo zijn vele Engelse, Canadese, Amerikaanse en zelfs Australische piloten en vliegers achter de linies terechtgekomen. 

Pilotenhulp in Nederland

De plaatsen waar de vliegtuigen neerkwamen lagen verspreid door heel Nederland. Alleen het gebied tussen Amsterdam, Rotterdam en Utrecht kreeg een minder groot deel te verwerken omdat zich daar de zwaarste concentratie Duits luchtdoelgeschut (FLAK) bevond en de geallieerde vliegers dit gebied zoveel mogelijk meden. Routes naar het Ruhrgebied en naar het noorden van Duitsland brachten de bommenwerpers boven zowel noord als zuid-Nederland. Vliegtuigen die aangeschoten waren en voor een noodlanding een zo groot mogelijke open vlakte nodig hadden, kwamen meestal op het platteland terecht. De meeste bemanningsleden zijn dan ook in de omgeving van boerderijen en dorpen naar beneden gekomen.

Amerikaanse vliegtuigbemanningen bestonden altijd uit officieren en onderofficieren. Veel van hen hebben het verloren gaan van hun vliegtuig niet overleefd, wanneer de machine in de lucht explodeerde of wanneer men dodelijke verwondingen opliep door Duitse kogels of door een mislukte noodlanding. Ook de parachutes brachten niet altijd redding als men op een te geringe vlieghoogte nog probeerde te ‘springen’. Van hen die levend en wel de Nederlandse grond bereikten werd een deel door de Duitse bezetter of collaborerende Nederlanders gevangen genomen en naar Duitse krijgsgevangenkampen gevoerd.

Over het aantal geholpen geallieerden door de Nederlandse bevolking zijn nauwelijks precieze cijfers bekend. Verschillende bronnen geven verschillende getallen. Het is natuurlijk begrijpelijk dat het verzet in Nederland bij zijn gevaarlijk werk geen boekhouding heeft bijgehouden. Het bepalen van aantallen was na de oorlog dan ook geen gemakkelijke taak. Echter, op grond van betrouwbare berekeningen mag worden aangenomen dat ruim vijftienhonderd geallieerde militairen in bezet Nederland hulp gevonden hebben. Dit aantal omvat zowel de geallieerde vliegtuigbemanningen als de geallieerde paratroepen, die na de luchtlandingen bij Arnhem vast kwamen te zitten. Echt belangrijk is het niet precies het juiste aantal te weten, onze bewondering voor die Nederlanders die hen hulp boden is daar niet van afhankelijk. Het is alleen een maatstaf voor de omvang van het werk. 

De Nederlanders ‘Pilotenhulp', zoals de hulp aan geallieerde vliegers is gaan heten, was een soort verzet waarbij veel mensen benodigd waren. Allerlei mensen maakten deel uit van de pilotenhelpers: boeren, politieagenten, artsen, dominees, douanebeambten en winkeliers. Zowel ouderen als jongeren, mannen en vrouwen zijn de hulp aan geallieerde militairen niet uit de weg gegaan. Hoogstens valt te constateren dat gereformeerden verhoudingsgewijs een groot deel uitmaakten van de totale Nederlandse illegaliteit en dat zij tevens een grote rol hebben gespeeld bij het ontstaan van één der belangrijkste verzetsorganisaties: de LO (Landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers). Ook de socialisten en communisten waren sterk vertegenwoordigd in het verzet. Het Nederlandse volk was zeker in de eerste oorlogsjaren niet massaal bij het verzet betrokken, pas later werd het verzet door een bredere laag van de bevolking gesteund.

Groot risico 

Al in augustus 1941 liet de bevelhebber van de Wehrmacht in Nederland, generaal Fr. Christiansen, bekend maken dat een Duitse krijgsraad vijf Nederlanders had veroordeeld tot de doodstraf. Deze vijf hadden een Engelse vliegtuigbemanning geholpen met voedsel, kleding en geld. Het risico dat men liep was dus erg groot. Toen vooral in de latere oorlogsjaren de ontsnappingslijnen beter georganiseerd waren liep de opgepakte verzetsstrijder een grote kans om vóór zijn executie aan de beruchte verhoren van Rauters ‘Sicherheitspolizei' te worden onderworpen. Angst was dan ook een dagelijkse metgezel van vele illegale werkers. Wanneer geallieerde militairen over straat begeleid werden moest altijd met ontdekking rekening gehouden worden.

Op een dag moest een verzetsman in de Achterhoek naar het dorp Aalten om de voorraden voedsel en kleding aan te vullen. Hij besloot een van de onderduikers, een Amerikaanse piloot, mee te nemen. De Amerikaan, Bobby Brown, kon echter nog maar net fietsen en reed in Aalten op de verkeerde manier over de tramrails. Brown, met een grote jutezak voorraden ging onderuit. Een paar passerende Duitse soldaten hielpen hem weer overeind en zetten de jutezak weer op zijn fiets. De Duitsers waren nogal luidruchtig en onze Amerikaanse vriend lachte maar wat en deed alsof hij ze niet verstond. Eindelijk zaten ze weer op de fiets en vervolgden hun weg.

Ontmoetingen met de fanatieke Landwacht, een door de NSB opgerichte Nederlandse hulppolitie, of met de SD, de inlichtingendienst van de SS, liepen veelal minder gelukkig af.

Ondanks deze risico's bleven duizenden Nederlanders in deze vorm van verzet volharden, meestal zonder zelf op dat moment hun dapperheid te beseffen. Men deed 'het' uit oprechte christenplicht, principiële afkeer van het nationaalsocialisme of gewoon omdat men het op zijn weg tegenkwam. De angst en de onzekerheid wisten deze mensen te overwinnen en dat is wat we noemen: moedig!

Eindhoven

De Eindhovense verzetsstrijders Piet Haagen, Rien van Bruggen en Harry Aarts zijn op 19 augustus 1944 in kamp Vught gefusilleerd. Harry Aarts gebruikte een DKW personenauto van de politie Eindhoven voor het transport van piloten. Op 9 juli 1944 was hij met Piet Haagen ("Tom") en twee Canadese piloten, op weg naar Tante Coba (Jacoba Pulskens) in Tilburg. 

Hun auto werd aangehouden door een Duitse patrouille Moergestel. De piloot Duncan McFayden schrijft na de oorlog in een brief aan Frans van Dijk uit Waalre, waar hij ondergedoken was: "De aanhouding verliep zonder problemen, totdat een Duitse soldaat de loop van het pistool van Piet Haagen tussen de kussens op de achterbank zag".

Lees het hele verhaal in De Pilotenhelpers, over Coba Pulskens en Leonie van Harssel. Klik hier.

De Pilotenhelpers

Lees het hele verhaal in De Pilotenhelpers, over Coba Pulskens en Leonie van Harssel.
KLIK HIER VOOR SPECIAAL PDF

Voordat de Amerikanen in 1942 daadwerkelijk aan de oorlog in Europa deel gingen nemen, waren al bemanningen van de RAF door verzetsmensen verzorgd. In die eerste jaren gebeurde dat nog weinig georganiseerd. Incidenteel werden oplossingen voor hen gezocht maar men wist nog niet goed een weg te vinden om de piloten naar Engeland terug te brengen. In Limburg echter was al eind 1940 enigszins van een routenet sprake. Veel Waalse en Franse krijgsgevangenen ontvluchten hun kamp in Duitsland en kwamen ons land binnen. Door de Limburgse bevolking werden zij over de Belgische grens geholpen op weg naar hun eigen woonstreek. Deze ontsnappingsroutes dienden later als basis voor een betere organisatie van de zogenaamde 'pilotenlijnen', eigenlijk een onjuiste naam, daar het merendeel van een 'crew' niet uit piloten bestond. Maar in de oorlog werden ook alle boordschutters, navigatoren, telegrafisten, bommenrichters en boordwerktuigkundigen door de Nederlandse bevolking piloten genoemd. 


In de loop van 1942 kwamen op bescheiden wijze enkele ‘escape’ lijnen tot stand. Maar in 1943 groeide er meer organisatie in de pilotenhulp. De luchtoorlog werd heviger en ook het verzet in Nederland wakkerde aan door Duitse maatregelen in die periode zoals: de jodendeportatie en de ‘Arbeitseinsatz' (het gedwongen werken in Duitsland). Ook de protesten vanaf de kansel in de kerken hebben hun effect gehad. In het overige verzet kwam een betere organisatie tot stand. Belangrijke hulpverlenings- en huisvestingscentra werden ingericht om de toenemende stroom van geallieerde bemanningsleden te kunnen verwerken. De lijnen bestonden uit een groot aantal onderduikadressen met begeleiders of begeleidsters die de piloten van het ene adres naar het andere brachten. Meestal kenden deze verzetsmensen alleen het vorige en het volgende adres en wisten ze niet hoe de route verder liep. Uiteraard een noodzakelijke constructie in verband met de veiligheid.

Vooral veel jonge vrouwen hebben als begeleidster dienst gedaan of als koerierster voor het onderlinge contact zorg gedragen. Toen in begin 1944 de Duitse Luftwaffe, na een zwak optreden in de tweede helft van 1943, weer zeer sterk in de lucht was, kregen de pilotenlijnen het erg druk. Het jaar 1944 is dan ook de drukste periode uit de oorlog geweest voor de Nederlandse pilotenhelpers. Een echt landelijke organisatie is deze tak van verzet nooit geweest. Er was veel particulier initiatief, altijd zeer goed gesteund door de LO en de LKP (Landelijke Knokploegen). Vaak ook waren het LO of LKP mensen die in hun woonplaats de pilotenhulp als nevenactiviteit hadden. Als iemand een vliegtuig of parachutes neer zag komen trokken ze erop uit en gingen zoeken naar de overlevenden of het nu overdag was of midden in de nacht. Als men ze vond werden de ‘Tommies' of 'Yankees' voorlopig onder dak gebracht en van voedsel en burgerkleding voorzien. Daarna werd bekeken wanneer en hoe de vluchtelingen 'op een ontsnappingsroute gezet' konden worden. Verschillende routes werden op deze manier door een samenstel van plaatselijke groepen gedragen. Een goede onderlinge communicatie, vele onderduikadressen en een grote inzet van de pilotenhelpers waren noodzakelijk voor een succesvolle operatie. 

De problemen
De pilotenhulp stond voor talloze moeilijke problemen. Zoals altijd bij illegaal werk was de geheimhouding van het grootste belang. Betrouwbaarheid was dan ook één van de belangrijkste eigenschappen van de verzetsmensen. Maar behalve dat was het noodzakelijk zijn omgeving te kennen. Waren de buren te vertrouwen? Woonden er NSB'ers in de straat? Want als er een groep van zes piloten met hun begeleiding op het onderduikadres aankwam viel een groep van zeven fietsers natuurlijk wel op. En als er huiszoeking door de Duitsers werd verricht dan was improvisatie en snel handelen nog de enige kans om het 'geheim' te bewaren. Vooral in de dorpen wist men wel wie er 'fout' was en wie niet. Er waren zelfs dorpen waar in ieder huis wel onderduikers waren, zodat de veiligheid daar goed gewaarborgd was. Het vinden van onderduikadressen was soms een hele onderneming maar vaak was het ook een heel natuurlijke gang van zaken. Voedsel en kleding was een ander probleem.

Voedsel was op de bon en zonder bonnen kon je geen eten kopen. De hulp van de LO en vele distributieambtenaren was dan ook onontbeerlijk. De LO werd voorzien van voedselbonnen door de LKP, die daarvoor regelmatig overvallen pleegde op distributiekantoren. Boeren die zelf op hun land voedsel verbouwden hebben veel onderduikers gevoed. Burgerkleding was noodzakelijk om de geallieerde uniformen te verbergen en daar de militaire laarzen of schoenen veel te opvallend waren moest er ook ander schoeisel zijn. Dit alles kostte geld en dat konden de pilotenhelpers niet allemaal zelf bekostigen. Maar veel kerken bestemden in die tijd de collecte-opbrengst voor de hulp aan onderduikers. De onderduikers zelf vervaardigden soms allerlei handwerk dat huis aan huis verkocht werd.

De financiële organisatie was in handen van de LO die gesteund werd door het NSF, het Nationaal Steun Fonds. Dit fonds zamelde geld in van particulieren en bedrijven en sloot zelfs leningen af die in het geheim mondeling gedekt werden door de regering in Londen.

In de laatste oorlogsjaren hebben verschillende knokploegen van de LKP enkele malen overvallen uitgevoerd op bankkluizen of bedrijven. Soms werden zelfs zeer grote bedragen buitgemaakt zoals bij de overval op het spoorwegpostkantoor te Rotterdam met een opbrengst van f 1.200.000, - . Deze grote bedragen en de kleinere giften hebben ervoor gezorgd dat de hulp aan onderduikers financieel mogelijk was. 

Voor het transport van de geallieerde onderduikers waren meestal valse papieren noodzakelijk. De persoonsbewijzencentrale en de falsificatiecentrale waren illegale organisaties die op dit gebied ongelooflijke prestaties hebben geleverd met veelal zeer primitieve middelen. Er is bijvoorbeeld een ontsnapping bekend waarin een groep piloten met een trein van de Wehrmacht tot aan de Spaanse grens gebracht is. De begeleider beschikte in dit geval over uitstekende papieren van.... de Duitse geheime dienst! Maar meestal was het transport minder spectaculair: auto's, trein of paard en wagen waren veel in gebruik totdat in het laatste jaar van de oorlog deze transportmiddelen niet meer voorhanden waren. Dan bleef de fiets als enige luxe over. Dat leverde weer andere problemen op, omdat veel Amerikanen helemaal niet konden fietsen en soms gevaarlijk over straat zwalkten. In een volle treincoupé was het een natuurlijke reactie om 'excuse me' te zeggen als je een ander op de tenen trapte.

Taalproblemen zorgden dan ook voor heel wat komische, maar ook gevaarlijke situaties. Een regelmatig gebruikte oplossing was om zich voor te doen als doofstomme.. Nogal eens zei een begeleider in de trein tegen een piloot "Ik vertik het", ten teken dat hij zijn treinkaartje moest laten zien.
De onderduikadressen waren lang niet altijd even veilig of soms na een Duitse inval in het geheel niet meer beschikbaar. Dat betekende dat de piloten soms weken of maanden op één plaats verbleven.


In het dorpje America in de Peel werd op de hoeve 'De Zwarte Plak' van de familie Poels aan meer dan 300 geallieerde vliegers, 60 gevluchte Franse krijgsgevangenen, 30 joden en vele andere voortvluchtigen tijdelijk onderdak verleend. Veel steun daarbij werd verkregen van de buren, de familie Smedts. Na de bevrijding liepen geallieerde militairen af en aan op de hoeve om met eigen ogen het fameuze onderduikadres te kunnen zien.
Meisje met haar kat is Truus Smedts 
foto beeldbankwo2.nl

Eén van de grootste verblijfscentra was ongetwijfeld de boerderij van de fam. Poels in De Zwarte Plak, gelegen tussen Horst en America in het noorden van de provincie Limburg. Soms wachtten vele tientallen geallieerden daar op hun plaats in de route. Op die afgelegen plek heerste een redelijke vrijheid, zodat men zelfs voetbalwedstrijdjes kon organiseren. Maar als het onderduikadres op een opvallender plaats gelegen was moest men dagenlang verstopt blijven. De inactiviteit en soms het ongeduld, maar vooral de spanning eisten hun tol. De verschillen in landsaard en karakter vergen wel eens veel van de betrokkenen om onderlinge wrijving te vermijden tijdens die lange dagen van wachten. Het is voorgekomen dat een piloot wegliep uit zijn verblijfplaats en op eigen houtje een andere groep pilotenhelpers vond. Amerikanen die sigaretten rookten en gewend waren aan een overvloed van dit rookgenot moest geleerd worden hun sigaret niet alleen maar half op te roken. Geen Nederlander zou zulke grote peuken weggooien.

 "De zwarte plak" had een schuilplaats onder de paardenstal, waarin bij een Duitse overval een vurig paard werd opgesloten. De Duitsers lieten het wel uit hun hoofd deze stal te openen. 

Buiten de boerderij was een grote schuilkelder gemaakt. Soms hing men een bordje met "Mond en klauwzeer" op. Dat hield de Duitsers op afstand. Er was ook een schuilplaats op zolder. Onder de (aard-)appels: "Hier konden drie personen in zitten. Aanvankelijk was deze voor piloten, die soms thuis sliepen, als ze ziek waren en dan niet naar de schuilplaats konden gaan, die twee honderd meter van de boerderij verwijderd lag. Met de razzia in juli 1944 door de S.D. van Ommen, zaten daar in: twee geweren, verschillende revolvers, 40 sabels, pilotenuniformen, documenten en adressen van piloten, die hier waren geweest, ondergrondse foto's, negatieven enz. Piet, een broer van mij, die ook moest onderduiken en ook mede gezocht werd, vluchtte hierin. Zes uren lang heeft hij daarin gezeten. De S.D. sprak tegen moeder: 'Hier moeten geheime gangen zijn, en hier moeten vele onderduikers zijn'. Daarna gingen ze naar de zolder en braken van woede de planken uit de zolder, wat op de foto nog zichtbaar is. Drie planken verder, dan hadden ze alles gevonden en was ons leven zeker voorbij geweest.

Mijn broer, die er uit kwam, was doodop, zeer veel schrik, op het ogenblik dat de S.D. boven hem aan het breken was. Zijn knieën waren eens zo dik opgelopen, dat ze gewoon waren. Het is dan ook met geen pen te beschrijven, de angst die we toen geleden hebben."

Het grootste gevaar voor de ontsnappingslijnen waren de infiltranten. De SD en de ‘Abwehr' (de geheime dienst van de Wehrmacht) beschikten over talrijke zogenaamde ‘V-Männer' die als piloot of hulpverlener een lijn probeerden te infiltreren. Na enige tijd ontwikkelde het verzet allerlei controle systemen. Nieuw opgevangen piloten werd een examen afgenomen om te bepalen of men met een echte Yank te maken had. Wat betekende 'to pancake' (landen) of 'to receive a gong' (een decoratie krijgen)? Als men contact met Engeland kon maken via een koeriersdienst of de radio werden de persoonsgegevens geverifieerd voordat iemand de lijn op ging. Ook deze maatregelen waren de oorzaak van lange wachttijden. Toen in de laatste oorlogswinter het transport zeer moeilijk werd en de geallieerden al aan de Maas stonden heeft Friesland zelfs 'zijn' piloten ondergedoken gehouden tot na de bevrijding.


De Routes Vanuit heel Nederland werden de geallieerde militairen, soms met grote omwegen, naar de zuidelijke provincies gebracht om de grens met België te passeren. Weliswaar is in het begin een enkele maal via de Noordzee een poging gewaagd en er is wel eens een ontsnapping naar het neutrale Zweden gelukt, maar de routes via het zuiden zijn eigenlijk de enige succesvolle geweest. Alhoewel Brabant en Zeeland ook hun aandeel geleverd hebben is de provincie Limburg zeker de belangrijkste geweest voor de grensoverschrijdingen. Een belangrijke aanvoerlijn voor het Limburgse lijnenstelsel liep via de route vanuit Hengelo, via Lichtenvoorde, Nijmegen en Vierlingsbeek naar Venray. Vanuit Venray kon men dan naar diverse grensposten. Enige van de belangrijkste plaatsen van waaruit men de grens kon passeren waren in Limburg: Eijsden, Geulle en Stamproy; in Brabant: Budel, Goirle en Baarle Nassau en in Zeeland: Clinge en Nieuw-Namen. Meestal gebeurde die grenspassage via binnenweggetjes of met behulp van medewerkenden bij de marechaussee of douane. Eenmaal over de grens werden de piloten door het Belgische verzet verder geholpen.


Via de belangrijkste centra Luik, Antwerpen en Brussel ging men de grens over naar Frankrijk. Onder de hoede van het Franse verzet ging de tocht verder, soms naar Zwitserland maar meestal door middel van een moeilijke bergtocht over de Pyreneeën door Spanje naar Portugal of Gibraltar. In het neutrale Zwitserland kwamen de vluchtelingen in interneringskampen, zodat de oorlog voor hen voorbij was. Het Iberische schiereiland echter bood alle kans op transport naar Engeland en een hernieuwde deelname aan de bevrijding van bezet Europa. Vanzelfsprekend kreeg deze laatste route dus de voorkeur. Een lange en riskante weg die veelal twee tot drie maanden duurde met behulp van talloze verzetsmensen die daarmede hun leven op het spel zetten. In tegenstelling tot de piloten zelf die niet ‘meer' dan een door internationale conventies geregelde krijgsgevangenschap riskeerden.

In België, maar vooral in Frankrijk opereerde ook een Nederlander: Jean Weidner. Vanaf begin 1943 vervoerde de door hem geleide organisatie 'Dutch-Paris' naast een groot aantal burgers meer dan honderd piloten naar de vrijheid. Het verhaal van de ontsnapping van luitenant-kolonel David Alford is zeker geen standaardvoorbeeld, maar wel één van de vele verhalen. Het is ontleend aan het boek 'In dienst van hun naaste...' van de hand van Bart M. Rijnhout. David Alford vloog als extra bemanningslid met een B-17 bommenwerper mee om de pas aangebrachte radarapparatuur te bedienen. Deze B-17 maakte op 4 februari 1944 een noodlanding in de buurt van het dorp Meddo dat ten noord-westen van Winterswijk ligt. De rest van de bemanning was al eerder 'gesprongen' maar doordat Alfords parachute onbruikbaar was bleef hij alleen achter. Na de noodlanding overleefd te hebben werd hij op een boerderij in de buurt geholpen met een maaltijd en burgerkleding. Hierna ging hij op stap en kwam bij een dorpje ten zuid-oosten van Zutphen. Op een boerderij kwam hij in contact met leden van de ondergrondse. Deze brachten hem naar een schuilhut in de bossen daar vlakbij. Ruim anderhalve maand bleef Alford hier ondergedoken. In deze tijd kreeg hij valse papieren waarop hij als doofstomme schrijfmachinemonteur te boek stond. Nadat de ondergrondse gecontroleerd had of hij wel een echte piloot was werd hij per trein naar Amsterdam gebracht. In Amsterdam bleef hij enige tijd, waarna hij door één van de belangrijkste pilotenbegeleidsters, Joke Folmer, per trein naar Maastricht werd gebracht. Het duurde ongeveer drie weken voordat de Amerikaan vanuit de Limburgse hoofdstad de Belgische grens kon passeren. Samen met andere gevluchte Amerikanen bereikte Alford uiteindelijk in de Ardennen de inmiddels opgerukte geallieerde legers. Naarmate de geallieerde opmars door Frankrijk en België vorderde werd de vluchtroute natuurlijk korter.

En toen in november 1944 zuidelijk Nederland tot aan de Maas bevrijd was betekende een 'crossing van deze rivier de bevrijding. Alhoewel andere plaatsen langs de rivier zeker als 'oversteekplaats' gediend hebben is de Biesbosch toch verreweg het drukste gebied geweest voor het overbrengen van berichten, belangrijke personen en ook geallieerde militairen. Met kano's of roeiboten brachten verzetsmensen bij nacht hun belangrijke lading door de vele kreken. De eerste lijn vertrok van Werkendam door de Biesbosch naar Drimmelen in Brabant. Nadat de Duitsers een deel van de route te zwaar waren gaan bewaken ontstond een tweede route vanuit Sliedrecht naar Lage Zwaluwe dat ten westen van Drimmelen ligt. Het weer in de winter van 1944-1945 was bepaald niet mooi en je moest zeker bij slecht weer goed thuis zijn in dit toen nog door eb en vloed geregeerde gebied om de juiste weg te vinden. Dit was ook de reden dat de Duitse bezetters alleen maar een klein aantal bruggen en sluisjes bewaakten en zich niet al te vaak in dit doolhof van waterwegen waagden. In Sliedrecht herinnert een verzetsmonument nog steeds aan die moedige verzetsstrijders van weleer.

Het effect De pilotenhulp is een belangrijke en riskante verzetstaak geweest, gekenmerkt door menselijkheid. Het helpen van een mens in nood en hem uit de handen van de vijand te houden was de basis. Maar ook was er het idee iets terug te kunnen doen voor die jongens die dagelijks in hun vliegtuigen hun levens waagden. En natuurlijk, het was ook opwindend contact te hebben met iemand uit de vrije wereld, zijn verhalen te horen over landen als Engeland of Amerika en zijn mening te horen over het verloop van de oorlog. Maar ook was de pilotenhulp een belangrijke steun voor het moreel van de geallieerde luchtmacht. Men wist: je kon terugkomen! Hoeveel er terugkwamen is niet precies bekend, hun aantal kan slechts geschat worden. Op de lange weg terug naar Engeland zijn velen gepakt door de Duitse inlichtingendiensten. Maar we mogen veilig aannemen dat vóór D-Day, 6 juni 1944, bijna drieduizend bemanningsleden uit bezet West-Europa Engeland hebben weten te bereiken. Een enorme prestatie van al die mannen en vrouwen die samen aan de pilotenhulp hebben gewerkt.

De vrijheid Na de oorlog, alhoewel meestal vrij lang daarna, hebben veel piloten hun weldoeners nog wel eens gezien. Op reünies, vakanties of herdenkingen komen veel emoties weer boven: dankbaarheid, plezier en de gedachten aan hen die het niet overleefd hebben.

'The Escape' is een Nederlandse vereniging van pilotenhelpers uit de Tweede Wereldoorlog. [ van 1970 tot april 2004] Archief http://www.oorlogsgetroffenen.nl/archiefvormer/The_Escape


Verhaal geschreven door Piet H. Prins uit De Amerikanen en de bevrijding van Nederland : 'a real tough job' 1986. ISBN 90-6707-096-3