Philips personeel in het verzet deel 1 van 5

1940 - 1944

Een overzicht van het verzet door Philipspersoneel in Eindhoven
Dit overzicht is nooit compleet, we doen ons best maar uw hulp is welkom.

Philips verzet deel 1

Philips in de oorlog
Het "stille" verzet
Productie saboteren
Bankier van het verzet
Geheim agent Philips
Commandant verzetsgroep
Spionage en microfilm
Bouw geheime zender
Herrijzend Nederland

Philips verzet deel 2

Spontane opstand
Eindhovense boksclub
Illegale zender
Sicherheitsdienst
Brandbommen en pilotenhulp
Partizanen en provocatie
Overval DK Geldrop
Verraders
Zender uitgepeild
Leveren radiomateriaal
Post en mensen smokkelen
Minister van Oorlog
Trein duikt onder

Philips verzet deel 3


Wie is nog te vertrouwen?
Voorbereiding op oorlog
Mini-radio’s
Philips vliegenier
Vervalsen documenten
Brandbommen
J uit persoonsbewijs
Verzet in Roemenië en Litouwen
Valse papieren
April-Mei stakingen 1943
Executies bij Phillips
Meer verzet en sabotage

Philips verzet deel 4

Zij, die sneuvelden. Overzicht van personen, werkzaam bij Philips, die in de mei dagen 1940 en tijdens de oorlogsjaren 1940 -1945 zijn overleden.

Philips verzet deel 5

Fotopagina van de viering 50 jaar Philips, tevens een protest tegen de Duitse bezetter.
De viering van het vijftigjarig bestaan van de onderneming op 23 mei 1941 liep uit op een vorm van symbolische verzet.

Philips in de oorlogsjaren
Vóór de Tweede Wereldoorlog was Philips al een technologisch geavanceerd en internationaal opererend concern dat in 1939 in totaal 45.000 mensen in dienst had, van wie 19.000 in Nederland, het merendeel was werkzaam bij Philips Eindhoven. Eindhoven had rond 1940 zo'n 112.000 inwoners

Door deze vergevorderde internationalisering kon Philips de Tweede Wereldoorlog redelijk goed doorstaan en zelfs winst maken. Door allerlei internationale contacten was Philips op de hoogte van de komende oorlog en had al in 1936 draaiboeken klaarliggen, bij een eventuele inval van Duitse troepen. Philips was beter voorbereid dan de Nederlandse regering, Philips kon aan zijn eigen Duitse fabrieken zien hoe de oorlogsindustrie in Duitsland toenam. Deze bezorgdheid werd ook gedeeld met de Nederlandse regering.

Ondanks de vele aanwijzingen en de reeds uitgevoerde Duitse oorlogshandelingen zoals inval in Polen op 1 september 1939 geloofden merendeel van de Nederlanders dat Nederland wel “neutraal” zou blijven en de waterlinie uit 1870-1885 hun zou beschermen. Op 9 april 1940 viel het Duitse leger, onder leiding van Adolf Hitler, Denemarken en Noorwegen binnen. Een deel van het Philips kader en vooral de vrouwen en kinderen (de visie was; "dan hebben de mannen geen familiezorgen.") van het hogere personeel en directie waren vertrokken naar het westen van Nederland. Na twee weken waren deze Philips-mensen weer teruggehaald, het gevaar voor een inval in Nederland was weer even geweken, dacht men. 

In de nacht van 9 op 10 mei, was het duidelijk dat Nederland toch zou worden aangevallen. Een aantal vrachtwagens volgeladen met octrooien, goud, zeldzame grondstoffen en essentiële wapenonderdelen reden richting Engeland. Slechts één beperkt deel van de vracht gelukte het om te ontkomen aan de Duitse inval. Nederland dacht met een waterlinie wel stand te houden, maar Duitse parachutisten bezetten direct achter deze waterlinie de belangrijkste punten in het land. De inzet van parachutisten was in WOII een nieuw en deels geheim wapen van de Duitse oorlogsmachine.  Het Nederlandse leger werd er door verrast.
De Philips top [video De-vlucht-van-de-Philips-directie], het koninklijk huis en de regering ontvluchtten Nederland. Een deel van de directie zet het bedrijf voort in de VS en Engeland. In Nederland begint de bezettingsperiode die in Eindhoven pas na 18 september 1944 is afgelopen.

https://www.anderetijden.nl/aflevering/510/De-vlucht-van-de-Philips-directie

Verzet door Philips personeel

Het verzet onder Philips personeel is zeer divers geweest 


Een belangrijke rol is de financiering van het verzet geweest met veel inzet vanuit Philips. Allerlei zend- en radiomateriaal, onderdelen en complete zenders kwamen tot stand door Philipsmensen die in het gehele land werden ingezet. Ook het verzamelen en versturen van militaire en economische informatie naar Engeland. Vitale oorlogsproductie werd gesaboteerd. Hiernaast is de arbeidsinzet tegenwerken en zijn onderduikers geholpen. Hiernaast waren allerlei mensen actief in plaatselijke en landelijke verzetsgroepen en pilotenhulp. De eerste verzetsmensen, in die periode aangeduid als "illegale werkers" werden al in 1941 opgepakt, Gelukkig zijn daarna veel dapper doorgegaan, waar bij tientallen hun leven verloren. Veel verzetsmensen hebben de oorlog overleefd en de meeste hebben dat gewoon als hun plicht gezien. Verhalen over alle heldendaden waren niet eenvoudig te achterhalen, we doen een poging. 

Philips mensen zijn actief bij de O.D. (OrdeDienst), Het N.C. (Nationaal Comité), R.V.V. (Raad Van Verzet),  P.B (Persoonsbewijzenclub), L.O. (Landelijke Duikorganisatie), falsificatiecentrales, N.S.F. (Nationaal Steunfonds), K.P. (Knokploegen), G.D.N. (Geheime Dienst Nederland), Groep Albrecht, Groep Harry, Groep Wim, Groep Fiat Libertas enz. enz. aldus de Philips Koerier sept. 1954)

De officiële biografie "Onder  Duits beheer" schrijft: "In de verhouding tot het personeel heeft de Nederlandse directie gedurende de oorlogsjaren haar verantwoordelijkheid als werkgever niet uit het oog verloren. Zij zorgde voor het instandhouden van werkgelegenheid en voorzag waar nodig en mogelijk in materiële en morele hulp. Met de tot haar beschikking staande middelen verzette zij zich tegen de Arbeitseinsatz. Evenzeer spande zij zich in om haar joodse werknemers en tal van andere buiten de onderneming staande joden het leven te redden. Bovendien stond zij toe dat zeer vele onderduikers in het bedrijf werden opgenomen en verschafte zij aan illegaal werkers de gevraagde dekmantel. Dit alles was mogelijk op basis van een gedurende de bezetting nog versterkt gevoel van saamhorigheid dat voortkwam uit een in voorgaande jaren gegroeide hechte ondernemingscultuur." 


Verzet moet "geleende" radio's teruggeven aan Philips

Direct na de oorlog wilde Philips wel de vijftig "uitgeleende" Philetta ontvangtoestellen, enkele zenders en zendonderdelen terug hebben, van het verzet. Zij doen een beroep aan oud-illegale werkers in Eindhoven om bij hun vrienden in het verzet in en buiten Eindhoven dit terug te vragen. Vrije Philips Koerier 25 mei 1945, p2.  Ja, de oorlog is in mei 1945 voorbij.

Bankier van het verzet

De invloed van Philips medewerkers was groot bij het financieren van het verzet.
In het midden een van foto Iman Jacob van den Bosch,
Door Lou de Jong omschreven is als "een van de grote figuren van de Nederlandse illegaliteit", zie online pagina 409 De Jong Koninkrijk deel 10b eerste-helft

Walraven van Hall

Walraven van Hall nam het westen van Nederland onder zijn hoede. Hij werkte onder verschillende schuilnamen: Van Tuyl, Barends, oom Piet en zijn bekendste: de Olieman.

dr. ir. N.A.J. Voorhoeve

Medewerker van ir. A.J. Gelderblom

Iman Jacob van den Bosch

Iman Jacob van den Bosch

Iman Jacob van den Bosch kreeg het noorden en oosten toebedeeld. Zijn schuilnaam was Pa van den Berg.
Geboren in Groningen 30 May 1891 -overleden 27 Oct 1944 in Westerbork

ir. A.J. Gelderblom

Als derde leidinggevende nam ir. A.J. Gelderblom het zuiden van Nederland voor zijn rekening.
De schuilnaam was Van Dijk.


Pas in 1948 werd voor een groot deel van Nederland duidelijk wat de "bankiers van het verzet gedaan hadden. "Beide leiders gaven hun leven" staat in de krantenkop vermeld van
Trouw 09 febr. 1948 
Het Algemeen Handelsblad schreef eerder hierover op 5  febr. 1948

Iman Jacob van den Bosch

Iman Jacob Van den Bosch (Kievitlaan 15, Eindhoven) was een van de eersten die in “het stille verzet” ging. Hij was werkzaam bij Philips als afdelingsdirecteur Buitenlandse Expeditie in Eindhoven.

In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog zag Van den Bosch op zijn reizen door Duitsland wat daar gebeurde. ,,Hij had in de gaten dat het de verkeerde kant op ging en waarschuwde. In Eindhoven en omgeving belegde hij informatieavonden over het Duitse gevaar. Daarvoor werd hij door de autoriteiten wel eens op zijn vingers getikt”, vertelt zijn kleinzoon in een interview met Eindhovens Dagblad en andere edities.

Deze Groningse oud-marineofficier was al snel betrokken, in december 1940, bij het door C. G. A. Gehrels opgerichte Verjaardagsfonds. Dit fonds  richtte zich vooral op de financiële ondersteuning van de achtergebleven gezinnen van Engelandvaarders, zeelieden en marinemensen die in geallieerde dienst voeren. Cor Gehrels is er op kleine schaal mee begonnen, om geld verzamelen onder collega's van het NatLab. Al snel werd meer geld ingezameld dan nodig was voor de "verjaardagen" van achtergebleven kinderen. Lees hieronder alles over het Gehrels-fonds dat zijn eigen financieringsstroom is geweest in de bezettingsjaren.

Waarschijnlijk is Van den Bosch betrokken bij de verdeling, toen het meer een landelijk gebeuren werd. Andere Philipsnamen die hierin actief zijn, waren o.a., Harry Linthorst Homan, dr. ir. N.A.J. Voorhoeve, ir. A.J. Gelderblom, A. Voorwinde en Mr. J. L. Hamming. Deze komen hieronder verder aan de orde. 

In 1942 kwam Van den Bosch in aanraking met de in Rotterdam opgerichte Zeemanspot door kapitein Abraham Filippo  en met een Amsterdamse groep die zich onder leiding van Walraven van Hall eveneens bekommerde om de gezinnen van niet naar Nederland teruggekeerde zeelieden en deelnemers aan de Februaristaking in 1941. De "landrottenpot" waar vooral Philips mensen in actief ging samen werken met de Filippo' s Zeemanspot en van Halll. Later heeft van Hall, in goed overleg, het NSF afgesplitst van de Zeemanspot, dit om vooral het verzetswerk te financieren. Kapitein Filippo heeft tot het einde van de oorlog, met de Zeemanspot, de gezinnen ondersteund.

Duitsland had steeds meer Nederlanders nodig, en uit veroverde landen, om arbeidsproductie in nazi Duitsland gaande te houden. Door maatregel van Sauckel (verplicht werken in Duitsland) ontstond de noodzaak om ook de gezinsleden van onderduikers en gevangenen te ondersteunen. Dit vormde voor Walraven van Hall en Van den Bosch de aanleiding om een nieuwe landelijke organisatie in het leven te roepen, het Nationaal Steun Fonds, die zich de financiering van het verzet ten doel stelde. Het NSF werd de financier van de illegaliteit en had het zijn kontakten met de OD, RW en LKP en vooral natuurlijk met de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers.  Philips-personeel gaven ook aan de onderduikers uit eigen kring. (249-0463A Dossier - Nationaal Steun Fonds). Het NSF krijgt een aparte afdeling voor hulp aan Joden die onderduiken om aan deportatie te ontkomen. 

De wijze waarop het Nationaal Steun Fonds [NSF] geld inzamelde en verdeelde is populair vertolkt in de speelfilm “Bankier van het verzet”. Helaas is de belangrijke rol van Van den Bosch is in de film totaal afwezig. De NRC van 2 maart 2018 beschrijft uitgebreid hoe deze verzetsbankier, uit de film-geschiedschrijving is verdwenen. Harm Ede Botje beschrijft in Vrij Nederland  6 maart 2018 de 10 historische missers in de film.

De rol van Van den Bosch en andere Philips medewerkers  staat uitgebreid beschreven in de geschiedenis van Philips “onder Duits beheer”. Veel meer informatie is te vinden in het boek van Prof. mr. P. Sanders, "Het Nationaal Steunfonds, bijdrage tot de geschiedenis van de financiering van het verzet 1941-1945", uitgeven in 1960. Dit laatste boek staat nog wel vol met schuilnamen. De eerste krantenbericht  over het NSF verscheen in het Algemeen Handelsblad van 5 februari 1948 waarin Van den Bosch en van Hall genoemd worden.

Het Algemeen Handelsblad van 5 februari 1948 schrijft:

"Toen in November 1941 de bezetter een verbod uitvaardigde aan Scheepvaartmaatschappijen om aan vrouwen van haar opvarenden langer de week- en maandbrieven uit te betalen en slechts toestond haar bedragen uit te keren volgens de normen van Maatschappelijk Hulpbetoon, vergoedingen welke volstrekt onvoldoende waren voor een minimum-levensonderhoud, met het doel de vrouwen in financiële moeilijkheden te brengen, welke de Nederlandse zeelieden dan wellicht zouden dwingen naar het vaderland terug te keren, stichtte de oud-marine-officier I.J. van den Bosch, werkzaam bij Philips in Eindhoven, het Trompfonds*. Daarnaast werkte de Zeemanspot, een organisatie aanvankelijk onder leiding van de „gestrande" kapitein van de Holland-Amerika lijn Philippo, te Rotterdam...  

Men ging zeer vernuftig te werk door naast de giften grote bedragen te lenen en als bewijs voor de lening werd een waardeloos effect of een zilverbon verstrekt, waarop na de oorlog de geleende som zou worden terugbetaald, welke som in code daarop was aangebracht. Van Hall stichtte, toen op grote schaal gijzelaars werden opgepakt, o.w. actieve geldinzamelaars van het fonds, het D.I.Z. (Disconto-Instituut Zeelieden). Dat was het begin!

"Interessant is het te lezen, hoe de leiders van het D.I.Z. de maatregel van de Duitsers, in maart 1943 genomen, waarbij zij bankbiljetten van duizend en vijf honderd gulden plotseling ongeldig verklaarden, saboteerden. Het resultaat was dat de Zeemanspot van ƒ 212.000 tot ƒ 785.000 rijker werd! 


Inmiddels veranderde de situatie; ook andere slachtoffers van de terreur dan de vrouwen van zeelieden hadden steun dringend nodig. Het Trompfonds* werd bij het D.I.Z. ingeschakeld en in de voorzomer van 1943 werd het Landrottenfonds gesticht. Een medewerker van Van den Bosch trok naar Londen en vroeg daar aan de regering- een garantie voor de leningen die gesloten werden en waarbij vooral grote instellingen steun gaven. 

Op 10 januari 1944 schreef de Londense regering een brief, waarin zij zich garant stelde voor een bedrag van ten hoogste dertig miljoen gulden, waarvan voorlopig over een derde deel beschikt mocht worden. Het N.S.F., zoals het Landrottenfonds voortaan werd genoemd, kon van nu af aan -— naast financiële steun voor slachtoffers en onderduikers — ook de onkosten van de Persoons-bewijzen-centrale betalen evenals ten aanzien van distributiebescheiden. De L. O. werd van een grote last bevrijd, doordat zij zich nu alleen bepaalde tot de onderduiker, terwijl het N.S.F. zijn gezin verzorgde. Deze gang van zaken leidde er toe dat de ondergrondse werkers steeds nauwer contact met elkaar kregen. De vakgroep Natura werd opgericht, daarna de vakgroep J die voor de financiering van de Joodse onderduikers zorgde, het Belastingverzet vergde een uitgave van zeven ton, steun aan kunstenaars werd verstrekt en al spoedig was het nodig een boodschap naar Londen te zenden met het verzoek een volmacht voor verdere uitgaven te verlenen. Op 2 Augustus 1944 werd van die zijde de garantie met ƒ 20 miljoen verhoogd".

*Toelichting: De naam Trompfonds is waarschijnlijk genoemd naar notaris J.A. Tromp uit Deurne die in regionale, en zonder zijn naam, in landelijk kranten een advertentie plaatste, in het voor- en najaar van 1945, met de oproep dat deelnemers aan het steunfonds hun geleende gelden konden terugontvangen. Iman van den Bosch, werkzaam bij Philips kende waarschijnlijk notaris J.A. Tromp. Op dit moment is het niet duidelijk of deze verbinding heeft gelopen via familiebanden van ir. Th Tromp die ook bij Philips werkte en actief was in het verzet. In de Philips documenten is geen vermelding van het Trompfonds gevonden. Zie advertentie onderaan dit artikel, die afsluit met “Het N.S.F is het fonds waarvoor door de heren P.J. Kroon en notaris J. Tromp gelden werden verzameld om deze te gebruiken ter ondersteuning van onderduikers en hun gezinnen.”


1942

In 1942 werd een deel van het netwerk opgerold, maar Van den Bosch, die al in 1941 was ondergedoken, wist naar Groningen, zijn geboortestreek, te ontkomen waar hij verder ging met de organiseren van de financiering van het verzet. Philips bleef zijn salaris doorbetalen, pas toen de Duitse op- of toezichter ofwel "Verwaltung" in juni 1943 dit bemerkte is de betaling gestopt. Waarschijnlijk is daarna zijn vrouw Ebba v. d. Bosch—Vestesen, waarmee hij trouwde in 1916 en zijn zoon Hilmar (1924-2005) door Philips "zwarte kas" onderhouden. 

Zijn medewerkster en secretaresse mej. M.H. J. (Tini) de Wilde (haar verzetsnaam is ‘Miep’) moet ook in 1942 onderduiken, zij probeert hem nog te redden bij hun arrestatie in 1944. 

In het zuiden werden de Nationaal Steun Fonds werkzaamheden aanvankelijk daarna gedaan door de Philips medewerker A. Voorwinde (Sperwerlaan 9). Deze moest zich echter terugtrekken [onderduiken?] toen de SD zijn activiteiten op het spoor was gekomen. Voorwinde is wel later betrokken bij pilotenhulp, hij woont dan in de Philipswoning Goorstraat 7. In zijn plaats trad de eveneens bij Philips werkzame ir. A.J. Gelderblom (Merellaan 10-A, nu 12) die al spoedig steun kreeg van zijn collega dr. ir. N.A.J. Voorhoeve (Parklaan 87). Gelderblom was een persoonlijke vriend en een Philips collega van Iman Jacob Van den Bosch, ze kenden elkaar uit de marinetijd. 

walraven-van-hall-premier-van-het-verzet

De meest bekende NSF organisator was Walraven van Hall, alias Wally, [foto hierboven] die nam het westen van ons land voor zijn rekening. Samen met zijn broer Gijs, de latere burgemeester van Amsterdam, en met de hulp van honderden medewerkers slaagde het NSF erin  miljoenen gulden te verzamelen waarmee talloze verzetsactiviteiten en het onderduiken werd gefinancierd.

Sinds september 1943 bestond de top van het NSF derhalve uit Van den Bosch, Walraven van Hall en Gelderblom. Later dat jaar versterkt Jaap Jacob Buijs (schuilnaam Ruys) de NSF top.

In de oorlog nam Harry Linthorst Homan, (zijn broer was oprichter Nederlandsche Unie) hij was voor en in de oorlogsjaren, directiesecretaris bij Philips, in 1940 woont hij in de Zilvermeeuwlaan. Door zijn aandeel in het NSF verzet, dreigde hij in 1942 te worden gearresteerd, zoals van Bosch en Hamming.  Harry Linthorst Homan duikt onder eerst in een zomerhuisje in Sint Michelsgestel en later in Den Haag. Tijdens een vergadering op 13 januari 1943 bij Philips dreigde hij door SD-er Weber gearresteerd te worden. De heer P.R. Dijksterhuis, werkzaam op het hoofdkantoor, waarschuwt hem. Hij vlucht nu definitief via België, Frankrijk en Spanje naar Londen, hij arriveert daar in 1943. Hij bracht de regering op de hoogte van zijn / de steunfondsactiviteiten en aandringen op financiële hulp.' De regering stelde zich mede op aandringen van het Bureau Inlichtingen garant voor de terugbetaling van een bedrag van dertig miljoen gulden aan het Steunfonds. Een microfoto, verborgen in een manchetknoop, van deze belangrijke garantieverklaring kon door een gedropte agent in januari 1944 aan Van den Bosch worden overhandigd. 

Die bankgarantie zou er komen, ter waarde van dertig miljoen gulden, te beginnen met een toezegging voor tien miljoen. De toezegging, op microfiche en verborgen in een manchetknoop, werd door een Nederlandse, uit Engeland gedropte geheimagent naar Van den Bosch gebracht. 

De ondergrondse bank heeft in uiteindelijk ruim 83 miljoen gulden (omgerekend een ruim half miljard euro nu, volgens de koopkracht omrekeningstool bij www.iisg.nl) bij elkaar sprokkelt. Met dat kapitaal zijn honderdduizenden onderduikers onderhouden. In het najaar 1944 waren er alleen al in Nederland ruim 350.000 mensen ondergedoken.

Uitbetalen aan onderduikers

Geld inzamelen en garanties verkrijgen is één ding, het uitbetalen aan onderduikers en stakers een ander. Van de 1900 medewerkers van het NSF houdt de meerderheid zich vooral daarmee bezig. Koeriersters fietsen door het hele land met in de buizen van hun frame en de pinnen van hun zadel onwaarschijnlijk grote hoeveelheden geld. Het gaat allemaal wonderbaarlijk goed. Tijdens de hele oorlog is er niet één die met het vele geld wegfietst en nooit meer terugkomt. [ De feiten wijzen anders uit, zie de lijst van 84 NSF leden zijn omgekomen in hun NSF-verzetswerk.] Eén keer stuit een koerierster op een wegversperring door Duitse militairen. Ze verbergt haar fiets in de bosjes, zoekt onderdak bij een boerderij en kan de volgende dag haar fiets niet meer terugvinden. Wie in aanmerking wil komen voor een uitkering, moet een ‘schadeformulier ongevallenverzekering’ invullen met persoonlijke gegevens. Op deze manier worden de Duitsers misleid, want zo lijkt het alsof het om een verzekeringsmaatschappij gaat. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van onder meer de gezinssituatie en van het laatst verdiende loon.

Lees verhaal in historischnieuwsblad.nl



Van den Bosch reist veel in het land om alles te regelen, gebruikte hij hiervoor een NS dekmantel.


„Een prachtige dekmantel om door het hele land te kunnen reizen.”
Iman Jacob van den Bosch als „controleur 1ste klasse in dienst” van de Nederlandse Spoorwegen. 
foto's NRC

Arrestatie van den Bosch

Bij hun arrestatie 18 oktober 1944, door verraad, slaagde "Miep" zijn trouwe secretaresse er in, van de voorkamer uit, waar zij geboeid zat, van den Bosch toen hij op de voordeur toeliep, nog een teken te geven. Hij liep onmiddellijk snel weg, echter een SD ’er schoot op hem dwars door de ruit en trof hem in de schouder, hij liep door en kon belastende papieren verstoppen bij een fietsenmaker in de stad Groningen. Later toch nog gearresteerd. Hij was in Groningen bekend als "van den Berg" maar hij gebruikte in het noorden van het land weer zijn eigen papieren op van den Bosch. http://loe.niod.knaw.nl/grijswaarden/De-Jong_Koninkrijk_deel-10b_eerste-helft_zw.pdf p.566 

Zonder iets van zijn geheimen prijs te geven werd hij ter dood veroordeeld. Het vonnis werd op 28 oktober 1944 in Westerbork voltrokken. Pas op 14 september 1945 wordt zijn dood echt bevestigd. Welke belangrijke invloed hij heeft gehad in de oorlog wordt niet vermeld  in de Vrije Philips Koerier 1945. De rol van "financierder van het verzet" is door de Duitser onderschat maar na de oorlog pas jaren later duidelijk geworden. Daarom schrijft De Vrije Philips Koerier, nr. 44. in algemene bewoording over van den Bosch: "tijdens de bezetting zeer actief aan de verzetsbeweging".  Ook de herinneringsplaquette zou in 1947 een andere tekst dan " Strijder voor vrijheid en recht" hebben gehad als zijn rol, die van alle 1900 anderen NSF medewerkers duidelijk was geweest.


I. J. van den Bosch

In 1947 is door het personeel van de afdeling Buitenlandse Expeditie het initiatief genomen om een herinneringsplaquette op hun afdeling aan te brengen. Dit als posthume hulde aan hun vroegere chef, de heer I. J. van den Bosch. 

Strijder voor vrijheid en recht

De onthulding vond plaats in juni 1947 in aanwezigheid van Frits Philips, Zijn vrouw Ebba v. d. Bosch—Vestesen heeft de plaquette onthult. Waarschijnlijk waren ook aanwezig zijn zoon Hilmar en zijn secretaresse mej. M.H. J. (Tini) de Wilde (‘Miep’). Helaas is er geen verslag of foto's van deze bijeenkomst, Alleen is er een aankondiging in de Philips Koerier van 24 mei 1947 geweest.

Is de in memoriam verloren gegaan?

Later heeft de familie navraag gedaan over de plaquette. Maar het gebouw waar dit aandenken was aangebracht is gesloopt en de medeling was: de kopergravure is daarbij met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid 'verloren' gegaan.


Straatnamen genoemd naar Iman van den Bosch
Iman van den Boschlaan Waalre
Iman van den Boschstraat Oss (Verzetsheldenbuurt) 
Iman van Den Boschstraat Best 
Iman van den Boschpad  Rotterdam 

(Op 4 mei houdt Waalre de traditionele dodenherdenking bij het beeld ‘Bevrijding’ in het plantsoen aan Iman van den Boschstraat)

 Hij is geëerd en begraven op de begraafplaats Esserveld in Groningen-Zuid.  Daar staat een  monument met een wit natuurstenen beeld van een staande vrouwenfiguur. Achter het beeld is in U-vorm een muur geplaatst. In deze muur zijn 45 stenen geplaatst met daarop de namen van de slachtoffers, hun geboortedatum en de datum waarop zij in het kamp Westerbork zijn omgebracht. Achter de muur zijn de 45 urnen ingemetseld. Iman is gefusilleerd op 28-10-1944 te Westerbork, samen met nog zes andere verzetstrijders.

Gelijknaminge kleinzoon Iman Van den Bosch verdiept zich nu in de geschiedenis van zijn grootvader en hoopt op informatieve reacties op verhaal in ED en deze website. Iman Jacob van den Bosch kreeg postuum het Verzetskruis, de American Medal of Freedom en in 1979 de Israëlische onderscheiding ‘Rechtvaardigen onder de volkeren.’ Dit omdat mede door zijn indirecte financiële bemoeienissen, veel Joden in de oorlog konden onderduiken.

Arrestatie Walraven van Hall

Dat de Duitsers Walraven van Hall, weten te pakken, is uiteindelijk niet zozeer het gevolg van overmoed als wel van verraad in eigen kring. Een jonge jurist in het verzet, de 26-jarige Johan van Lom, valt in handen van de Duitsers en slaat door. Op zaterdag 27 januari 1945 vallen de Duitsers een vergadering van de top van het verzet aan de Leidsegracht in Amsterdam binnen. Walraven en enkele anderen lopen in de val. De Duitsers wisten niet wie Wally (Walraven van Hall) was, ze waren op jacht naar een persoon genaamd "van Tuyl". Later achterhaalden zij, wederom verraad in de gevangenis dat Van Hall en Van Tuyl dezelfde persoon waren. Hierna werd hij op een lijst met Todeskandidaten geplaatst en op 12 februari 1945 gefusilleerd.

Straten genoemd naar Walraven van Hall:
Walraven van Hallstraat Zwijndrecht
Walraven van Hallstraat Almere
Walraven van Hallstraat Zaandam
Walraven van Hallstraat Heemskerk
Walraven van Hallstraat Vlaardingen
Walraven van Hallstraat Rotterdam
Walraven van Hallstraat Middelburg
Walraven van Hallstraat Oss
Walraven van Halllaan Gouda
Walraven van Halllaan Zeist
Walraven van Hallhof Soest 

ir. A.J. Gelderblom

Na het wegvallen van zowel Den Bosch als Wally zet de Philips ingenieur Andreas  A.J. Gelderblom, dapper de organisatie in het zuiden voort.

HBS en Marine-academie 

10 april 1891, Opleiding HBS en Marine-academie van 1909-1920 actieve dienst Koninklijke Marine. Hij komt op 16 juli 1929 bij Philips in dienst. Hij bekleed diverse chef en hoofdenfuncties in het bedrijf en hij wordt in 1937 benoemd tot procuratiehouder.

1946 is hij secretaris van de NV Philips

Na de oorlog in 1946 is hij secretaris van de NV Philips. Overleden op 13 maart 1983. Decoraties: Mobilisatieherinneringskruis 1914-1918, verzetsherdenkingskruis 1940-1945 en officier in de Orde van Oranje Nassau.
Foto hiernaast is A.J. Gelderblom tussen 1920/1930 als luitenant-ter-zee der tweede klasse.

Na het wegvallen van zowel Den Bosch als Wally zet de Philips ingenieur A.J. Gelderblom, dapper de organisatie in het zuiden voort.  Douwe Westra is de gereedstaande opvolger van Van Hall.

De Philips directie was waarschijnlijk wel op de hoogte van de activiteiten van Van den Bosch en andere betrokken bij de fondswerving. Op zijn minst moet er een plausibele officiële verklaring zijn geweest voor zijn veelvuldige absentie. Om die reden althans lichtte Gelderblom, toen hij de leiding van het Steunfonds in het zuiden overnam, Frits Philips in. Waarschijnlijk waren ook De Vries en zijn medewerker W.A. de Jonge, die de ‘zwarte kas' van de onderneming beheerde, op de hoogte. 

De schuilnaam waarvan A.J. Gelderblom zich het meest bediende in de illegaliteit was Van Dijk.

Hoewel het illegale werk van Van den Bosch, Gelderblom en andere bij het Steunfonds betrokken Philipsmedewerkers in hoofdzaak buiten de onderneming plaatsvond, lieten zij binnen de onderneming geen kansen liggen om de bezetter te dwarsbomen. Zo traineerde Gelderblom de productie van Selenium-gelijkrichters, een kennelijk schaars artikel dat de Rüstungsinspektion gaarne bij Philips in licentie van de Nürnberger Schrauben Fabrik wilde laten vervaardigen. Volgens de in het contact met Duitse instanties geijkte manier van veel formalistisch overleg, heen en weer zenden van tekeningen enz., wist Gelderblom ook de productie van gegoten kleppen voor auto's te verhinderen. Opmerkelijk is dat hij daarbij alle medewerking kreeg van de Duitse Fordfabrieken waaraan de kleppen geleverd moesten worden. Natuurlijk kreeg Gelderblom in dit soort zaken ook de steun van directie, collega's en medewerkers. Met name de kring van bedrijfsleiders en bedrijfsingenieurs was in dit opzicht van belang. Deze technisch geschoolde academici genoten een grote bewegingsvrijheid, beschikten over contacten in alle lagen van de onderneming en waren overwegend sterk tegen de Duitsers gekant. In sommige bedrijfsonderdelen kwamen zij 's middags samen tijdens de ‘ingenieursthee'. De stemming was er zodanig dat de enkeling die twijfelde het beter achtte om van deze bijeenkomsten weg te blijven.

Later blijkt dat aan het NSF zo'n 1900 mensen hebben deelgenomen. Hiervan zijn er 84 personen door de nazi's vermoord. Zie apart lijst met namen van omgebrachte personen zoals: uitbetalers, districtshoofden, geldinzamelaars, adviseurs en koeriers.

Na de bevrijding van Eindhoven op 18 September 1944 werd al spoedig de behoefte gevoeld om de illegale werkers als stoottroepen in de Binnenlandse Strijdkrachten te incorporeren (inlijven bij) om ongeordende toestanden te voorkomen. De mogelijkheid daartoe werd geschapen door een overeenkomst waarbij het NSF zich garant stelde voor de soldijen. Dit werd ingegeven door de eis van de situatie, nu het front zich stabiliseerde na het mislukken van de operatie Market Garden als speerpunt, kon alleen Zuid-Nederland worden bevrijd.

Daar de nood van de onderduikers nu opgevangen kon worden door legale hulpinstanties konden de fondsen van het NSF beschikbaar worden gesteld voor de binnenlandse strijdkrachten.

Het NSF verzorgde, na de spoorwegstaking 18 september 1944, voor de financiering van 30.000 gezinnen.

Bij de Gemeenschap van Oud Illegale Werkers in Nederland (GOIWN) treft men alle elementen van deze tijdgeest aan. Vooreerst de politieke vernieuwingsgezindheid en vervolgens het vraagstuk van de illegale werkers in het na-oorlogse Nederland. Hadden de illegale werkers niet getoond de ware leiders te zijn in een tijd waarin het overgrote deel van de natie dan wel niet fout dan zich toch wel laf-individualistisch, kortzichtig en meegaand had betoond? Hoe dan ook de "Bond Nederland" bedoeld als een politiek forum van vernieuwing op een brede basis (ook niet illegalen konden aanvankelijk toetreden) is spoedig versmald tot een belangen organisatie van de oud-illegale werkers. Toen de bevrijding van Noord-Nederland een feit werd groeide het contact met andere stichtingen van oud-illegalen en is ze uiteindelijk opgenomen in de stichting 40-45 nadat reeds een van zijn aktiviteiten in Landelijk Herstel als sociale dienst is gaan fungeren ter verlening van geestelijke en materiele bijstand.

Het district Eindhoven van de GOIWN had aanvankelijk grote invloed omdat Eindhoven door het verloop van het front de hoofdstad van het land was geworden maar men moet met zijn voorzitter Gelderblom bitter constateren hoe groot de afstand was tussen de beleden idealen van de illegale werkers, die al spoedig hopeloos verdeeld raakten, en het harde politiek bedrijf. De GOIWN heeft zijn pretenties niet kunnen waarmaken. Voorzover een voorzitter, in deze hoedanigheid maakte Gelderblom enkele reizen naar Londen en koningin Wilhelmina, bepalend is voor de richting kan gesteld worden dat deze te ironisch en weloverwogen geaard was om zich met de politiek met zijn vaak kunstmatige en oppervlakkige tegenstellingen en harde confrontaties bezig te houden.

Als verzetsman had Andreas Gelderblom door het verlies van zijn vrienden het leven in de diepte leren ervaren. Gelderblom legde in de eerste maanden na de bevrijding van Eindhoven een enorme aktiviteit aan de dag. Een van de akties die hij initieerde was de actie Zuid helpt Noord.

Meer info:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nationaal_Steun_Fonds

Collectie A.J. Gelderblom, oorlogsdocumentatie, Eindhoven, 1940-1945 https://rhc-eindhoven.nl of https://www.archieven.nl
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010370571:mpeg21:p002

https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/26926/walraven-van-hall-1906-1945-bankier-van-het-verzet.html

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/03/02/hoe-die-andere-verzetsbankier-uit-de-geschiedenis-verdween-a1594259

https://www.wikitree.com/wiki/Van_den_Bosch-220

Boeken:                         :

Nationaal Steun Fonds door P. Sanders, 1960, 185 pagina's

Walraven van Hall, premier van het verzet (1906-1945), Erik Schaap, 2006, 176 pagina's

Het NSF heeft na de oorlog tot 1953 bestaan en had nog 22,5 miljoen gulden in kas waarmee mede de bouw van het Nationaal Monument op de Dam en de oprichting van het RIOD (het huidige NIOD, Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) werden gefinancierd.
In oktober 1944 was de NSF betrokken bij de oprichting van "Stichting 1940-1944" die later Stichting 1940-1945 zou gaan heten. Deze stichting, waarbij ruim twintig verzetsorganisaties waren aangesloten, had zich tot doel gesteld om financiële ondersteuning te bieden aan personen of families van personen die tijdens de Tweede Wereldoorlog actief hadden deelgenomen aan het verzet. 


Het N.S.F is het fonds waarvoor door de heren P.J. Kroon en notaris J. Tromp gelden werden verzameld om deze te gebruiken ter ondersteuning van onderduikers en hun gezinnen.
advertentie  Helmondsch dagblad 09-10-1945

Geheim agent voor Philips en vaderland

W.J.H. (Willem / Wim) Schreinemachers 6 januari 1910 – 27-12- 1985 (verzetsnaam rudi)
"De beste momenten van mijn leven waren de eenvoudige momenten"

Opgeleid als spion

In Londen werd Wim Schreinemachers opgeleid tot agent bij het Bureau Inlichtingen (BI). Na zijn opleiding tot radiotelegrafist/codist werd Schreinemachers in de nacht van 8 op 9 oktober 1943 samen met de agent Jos van Alebeek, geparachuteerd.

100.000 gulden

Schreinemachers had bij zijn dropping veel geld bij zich 100.000 gulden, 8000 dollar en 3000 pond sterling dat heeft Tromp verzilverd. Dat “was geheim geld” volgens Somer, toen hij weer terug was in Londen. Dit geld ingezet voor financiering van het verzet en klein deel aangetroffen bij arrestatie van Marten F. Elkerbout.

rudi

ingenieur bij Philips

Hij is 1 januari 1934 bij Philips in dienst gekomen als ingenieur bij de radiobuizenfabriek van Philips.

codenaam

De codenaam die Wim Schreinemachers tijdens de contacten met de Groep Harry en de Geheime Dienst Nederland gebruikte was 'Meester Cornelis'. Tijdens de radiocontacten met het BI maakte hij gebruik van de codenamen Rudi, Lewis, Leatherhead, Wim. Tijdens zijn contacten ”in het veld” gebruikte hij de schuilnamen Hein Roessing en Jan A. Scheltema.

W.J.H. (Willem / Wim) Schreinemachers 6 januari 1910 – 27-12- 1985 (verzetsnaam Rudi)

Hij is 1 januari 1934 bij Philips in dienst gekomen als ingenieur bij de radiobuizenfabriek van Philips. Tromp was toen hoofdingenieur, in die jaren heette dat nog geen directeur, volgens Schreinemachers

Hij had in de prille oorlogsjaren contact met adjudant-onderofficier J. B. Vermeulen van het later Bureau Inlichtingen.

Deze Vermeulen was in Nederland de opvolger van J.M. Somer, een KMA opleidingsofficier die met jonge officieren van de opleiding, een verbindingslijn naar Engeland had opgezet, via Zweden. Door zijn verzetsactiviteiten is Somer in maart 1942 in Nederland ontvlucht en in Londen bij bureau inlichtingen gaan werken, daar is hij al vrij snel hoofd van deze dienst geworden.

Hoe Schreinemachers in het inlichtingenwerk terecht gekomen, is onduidelijk. Hij gaf tot medio 1943 berichten door, het “waren berichtjes van niks” volgens zijn eigen mening. (Interview Frans Dekkers 24 mei 1984) 

In dezelfde periode zocht Tromp naar mogelijkheden om rechtstreeks contact met Londen te krijgen. Met veel moeite kreeg hij toestemming van de Duitse "Verwaltung" of toezichthouder voor een reis naar "neutraal" Zweden, waar een fabriek voor radiobuizen gevestigd was. In mei 1943 stuurde hij Wim Schreinemachers ( alias Rudi), deze kwam daar eind augustus in contact met overste Somer. 


foto's paspoort ® Frans Dekkers


Boven de paspoorten op naam van Schreinemachers
Onder op naam van Rudolf (Rudi) Scheltema
foto's paspoort ® Frans Dekkers

Bureau inlichtingen (B.I.)

In Zweden kreeg Schreinemachers, na diverse inlichtingen checks, een ander paspoort op naam van Scheltema. Dit valse document was door Engelse speciaal vervaardigd. Overste Somer was op dat moment in Zweden en samen officier G.de Jong van Bureau inlichtingen (B.I.) werd besproken dat Wim Schreinemachers in dienst kwam van B.I. Hij is daarna naar Engeland gegaan en kreeg een opleiding in codes, parachutespringen enz. 

Op 9-10-1943 is Schreinemachers samen met van Jos van Alebeek gedropt. Dit verliep rampzalig, zend kwijtgeraakt en marconist deserteert, maar hij kreeg wel opnieuw contact met Tromp. Hij had Tromp geïntroduceerd in Londen bij B.I. “Ze kende de naam Tromp in Londen helemaal niet. Ik heb Tromp namens B.I. aangesteld als medewerker van mijn groep. Ik was organizer. Mijn opdrachten waren boodschappen voor de commandant van de O.D. en het verzamelen van economische berichten. “ Interview Dekkers

Voor de economische berichten ging Tromp zorgen en ir. H. Thal Larsen (alias Herman), ook werkzaam bij Philips zorgde voor de contacten met de O.D. Ook Marten F. Elkerbout (alias "Siem") ook werkzaam bij Philips, gaat voor militaire berichten zorgen. 

Zijn opdracht was het verzamelen van economische, technische en wetenschappelijke gegevens met een accent op het herstel van de Nederlandse industrie en openbare nutsbedrijven. Deze vragenlijst is bekend geworden als de "eleven questions regarding Philips Eindhoven" Voor het beantwoorden van de elf vragen dat enkele maanden in beslag nam, legde Tromp contacten met zijn persoonlijke en zakelijke relaties. Deze kring werd bekend als de groep-Harry, al is eigenlijk niet te spreken van een samenhangende groep. Veeleer was het een netwerk van informanten die Tromp inschakelde bij het beantwoorden van uit Londen afkomstige vragen. Twee belangrijke informanten waren C. von Lindern ("Kok") en Prof.dr. H.J. Zwiers ("Frederik"). In de hierop volgende maanden gaf Tromp economische, sociale, politieke en militaire informatie door aan het B.I. Tromp schatte dat in totaal zo'n 20.000 pagina's op microfilm naar Londen zijn gesmokkeld.

Daarnaast gaf Schreinemachers aan Tromp een opdracht van de Nederlandse regering door, om een noodzender bouwen voor het geval de Duitsers de grote radiozenders zouden opblazen als zij uit Nederland verdreven zouden worden. Dit is de zender “Herrijzend Nederland”. https://nl.wikipedia.org/wiki/Radio_Herrijzend_Nederland

Voor dit project schakelde Tromp zijn collega ir. G. van Beusekom in, die overigens ook behulpzaam was bij het oplossen van problemen met andere illegale zenders.

Schreinemachers had bij zijn dropping veel geld bij zich 100.000 gulden, 8000 dollar en 3000 pond sterling dat heeft Tromp verzilverd. Dat “was geheim geld” volgens Somer, toen hij weer terug was in Londen. Dit geld is ingezet voor financiering van het verzet en klein deel hiervan aangetroffen bij arrestatie van Marten F. Elkerbout.

Bij zijn dropping had hij wel een probleem, geen klein geld bij zich om, een veerpont overtocht van 10 cent te betalen. Hij had alleen briefjes van 100 gulden. Daar hadden de Engelse en Nederlandse inlichtingendienst beter over na moeten denken, vertelt hij na de oorlog.  Hij mocht overigens gratis mee. 

Schreinemachers speelt een belangrijke rol bij het opzetten van de Geheime Dienst Nederland, een netwerk dat overal in Nederland informatie verzamelt en doorstuurt o.a. via Tromp naar Engeland.

Schreinemachers keert bij de bevrijding van Eindhoven terug en is dan tijdelijk medewerker van Somers als hij daar het Bureau Inlichten opzet in het van Abbe museum.
Schreinemachers verlaat Philips, hoewel Otten nog geprobeerd heeft om hem terug te halen, maar waarschijnlijk was de moeizame relatie met Tromp een te groot struikelblok. Hij komt in dienst van Amerikaanse ITT Corporation en daarna werkt hij voor diverse Franse firma’s.
Hij overlijd 27 december 1985 in België.



W.J.H. (Willem / Wim) Schreinemachers in mei 1984
foto ® Frans Dekkers
"Les meilleurs moments de ma vie c'était les moments simples"
Staat op zijn overlijdensadvertentie in de NRC van 28-12-1985.
[De beste momenten van mijn leven waren de eenvoudige momenten]

 ir. G.H. Thal Larsen
Schakel met Orde Dienst (O.D)

ir. Gautier Herman Thal Larsen 1899 - 18-1-1965 was bedrijfsleider apparatenfabriek bij Philips. Hij was als Zweed ook in bezit van een Zweeds paspoort, zodat hij naar "neutraal" Zweden kon reizen.
Hij was ook waarnemend commandant van Gewest 18, van de Orde Dienst (O.D) een verzetsgroep actief in Eindhoven en omstreken.


Foto ir. G.H. Thal Larsen jaren 60
Philips Koerier 23 januari 1965 "In memoriam ir. G.H. Thal Larsen" door ir. Th. P Tromp.

Thal Larsen was waarnemend commandant van de verzetsorganisatie "Ordedienst" in het gewest Eindhoven. Hij hield zich bezig met informatieverzameling en – met hulp van zijn vriend Tromp - met de opbouw van een landelijk radionet dat ingezet zou kunnen worden na de komst van de geallieerden. Hij woonde in Philips ingenieurswoning Uiverlaan 11. Hij had gestudeerd in Delft en hij heeft in 1929 de Rugby Club Eindhoven is opgericht.

ir. G.H. Thal Larsen was al vrij vroeg in de oorlog actief in het verzet en onderhield contacten via de OD in het gehele land. Hij is waarnemend omdat zijn Philips collega en commandant mr. Jaap Hamming was ondergedoken. Later meer over het noodlot van Hamming.
Tromp vertelt in een interview met Frans Dekkers, in 1980,  dat ze samen aan het verzet is begonnen met nog twee collega's "Van Gestel", werkzaam op Philips gasfabriek en zijn assistent op de radiobuizenfabriek: de heer Bloemdaal. Dat was het begin van de verzet-boom met allerlei vertakkingen.

Thal Larsen werkt nauw samen met gewestelijke commandant mr. W.J. van Dijk en Tromp. Hij was ook een van de schakelpersonen tussen Nederland en Londen, via de zogenaamde "Zweedse Route". December 1942 reisde hij met zijn Zweeds paspoort naar zijn land van herkomst. Vanuit Zweden deed hij per brief naar Anton Philips in New York, verslag van een privé-bezoek aan Frits in villa De Laak. Hij zal wel veel meer informatie hebben meegenomen en verteld.

Januari 1943 wordt ir. G.H. Thal Larsen, mr J. van Blokland en ir. H. Furstner (1898- 1998) gearresteerd, de redenen zijn onduidelijk. Na een dag werd ir. H. Furstner al vrijgelaten. De zaken tegen de andere twee Eindhovenaren bleek ernstiger te zijn. Tromp heeft toen met het schermen met Duitse contacten en het omkopen met radio's, sigaretten en knijpkatten, eerst Thal Larsen en later Blokland vrij gekregen. Soms lukte dat.

Thal Larsen zet zijn illegale activiteiten voort. De radioapparatuur van het binnenlandse inlichtingen net had tot dan toe slecht gefunctioneerd. Daarom werd in 1944 met steun van ir. J.P. Heyboer (1912-1945) die daarvoor door de N.V. Philipsfabrieken te Eindhoven beschikbaar was gesteld, in de werkplaats van J.H. Op den Velde te Zaandam nieuwe radioapparatuur voor de gewestelijke commandanten gebouwd. Het benodigde materiaal werd door bemiddeling van ir. G.H. Thal Larsen en de radio-technicus H.A. Hoekstra van Philips verkregen. Na de arrestatie van Op den Velde op 2 maart 1944 nam Hoekstra diens werkzaamheden over, althans voor zover het de opbouw van het binnenlandse radionet betrof. Johan Heyboer had inmiddels het radionet Zuid opgebouwd en nam op 31 december 1943 de taken van Thijssen over, nadat deze met de OD-leiding in conflict was geraakt en tot de Raad van Verzet (RVV) was toegetreden.

Th. P. Tromp schrijft in zijn memoriam: "In daadwerkelijk opzicht diende hij zijn vaderland door een  taak te vervullen in het verzet, waarin hij, zij het anoniem, op een belangrijkgedeelte een centrale plaats bezette".

Na de bevrijding van het zuiden heeft Thal Larsen de functie van Hoofd van het Centraal Vrijwilligersbureau dat gevestigd is op Keizersgracht 6, Eindhoven.

Hij blijft tot zijn overlijden bij Philips werken, hij zou bijna 40-jaar bij Philips in dienst geweest, als hij niet door een ziekte te zijn overvallen.. De laatste jaren was hij werkzaam als technisch directeur voor Philips Frankrijk. 

Het geweten der natie: de voormalige illegaliteit in het bevrijde Zuiden, september 1944-mei 1945

https://deoranjeboom.nl/wp-content/uploads/2015/02/Jb-47-1994-05.pdf

Mr. W.J. van Dijk, de gewestelijke commandant OD, is in september '44 bevorderd tot kapitein wordt bij de bevrijding bekend door het affiche met een oproep aan de bevolking van het gewest Eindhoven "om orde en rust te handhaven",  als gewestelijke commandant der Ordedienst, OD. Het Militair Gezag laat dit pamflet weer verwijderen, de bevrijding van het zuiden zorgde er niet voor dat politieke spelletjes voorbij waren.


Pas op 18 september 1944 zien Eindhovenaren deze  oproep aan de bevolking van de O.D. Mr. W.J. van Dijk

Ir. Th.Ph. (Theo) Tromp

Tromp opereerde in de Nederlandse illegaliteit onder de schuilnaam 'Harry'. Hij zorgde ervoor dat de civiele en militaire informatie, die spionagegroepen in steeds grotere hoeveelheden verzamelden, op microfilm werd gezet. 

financiële steun 

Tromp gaf ook financiële steun aan enkele verzetsgroepen; mogelijk was dit geld (deels) afkomstig uit de verkoop van enkele diamanten die Anton in beheer van zijn secretaresse mejuffrouw Van Breemen had achtergelaten, en waarvan zij later meldde dat uit de opbrengst onder andere ondergrondse activiteiten waren betaald.

radio- en buizenfabriek

Hij was 1940 onder meer belast met de leiding van de radio- en buizenfabriek van Philips en is tijdens de oorlog directeur van deze belangrijke strategische onderdelen.

reserve officier 

Tromp was tijdens het uitbreken van de Oorlog 10 mei 1944, 36 jaar en was als reserve officier opgeroepen bij de verdediging van Nederland. Tijdens zijn korte internering besprak hij al verzetsplannen met zijn mede (reserve) officieren.

Boek Harry's Dubbelspel

Roman over Schreinemachers en Tromp' s verzet bij Philips tegen de Duitse bezetting. Harry's Dubbelspel is een thiller geschreven door oud-Philips medewerker Herman Vemde. Uitgegeven in 2005, 259 pagina's ISBN: 90-76968-67-5 

Theodoor Philibert (Theo) Tromp werd op 9 juni 1903 geboren te Voorburg. Hij studeerde in de werktuigbouwkunde te Delft en trad als 24-jarige (1927) in dienst bij Philips. In 1928 zond Anton Philips hem naar een pas door het concern overgenomen Lorenz fabrieken in Berlijn waar hij in twee en half jaar vloeiend Duits leerde spreken. Lorenz was een telefoonfabriek die ook radio-ontvangers maakte. In 1934 ging hij terug naar Berlijn en zag hoe sommige "krantenverkopers" van communisten in nazi-krantenventers waren veranderd.  "Opportunisten dus ... volkomen karakterloos", aldus Tromp in een interview met Frans Dekkers.
In de jaren dertig behartigde hij de connecties vanuit Eindhoven met de Philips-fabrieken die in het buitenland elektronenbuizen fabriceerden. Zijn contacten met ‘La Radiotechnique’ in Parijs leverden hem zijn Franse taalvaardigheid op. 

Tromp was tijdens het uitbreken van de Oorlog 10 mei 1944, 36 jaar en was als reserve officier opgeroepen bij de verdediging van Nederland. Tijdens zijn korte internering besprak hij al verzetsplannen met zijn mede (reserve) officieren. 

In 1940 kreeg hij de algehele leiding over de radio- en buizenfabriek van Philips, hier werden belangrijke en strategische radiobuizen onderdelen gefabriceerd.


Gedurende de bezettingsjaren woonde Tromp en zijn gezin in het Villapark, eerst de Lijsterlaan 34 en later op de chique Parklaan 75. Dit alles op loopafstand van zijn collega's, waarvan een aantal in het verzet zaten. Maar ook de NSB burgermeester dr H.A. Pulles, voorheen veearts, woonde om de hoek op Merellaan 2.
Al deze "lanen" komen uit op de Parklaan. De villa Parklaan 54 van de Joodse familie Elias was in 1940 in gebruik genomen door de Wehrmacht, Gestapo, Reichs Luftfahrt Ministerium (RLM), SS Sonderstab Feldmeijer en staf Oberkommando Wehrmacht. Tromp fietste iedere dag langs deze villa.

Vanuit zijn functie als bedrijfsleider onderhield hij contact met de Duitse bezettingsautoriteiten, in het bijzonder de Verwaltung van het Philips-concern. Vanaf 1943 verzamelde hij militaire en economische gegevens die hij naar Londen doorspeelde. Deze inlichtingenactiviteiten ontplooide hij via de "groep-Harry" en de Geheime Dienst Nederland. Ook had hij banden met tal van andere verzetsorganisaties, waaronder de Ordedienst, de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers en de Raad van Verzet. Voorts was hij betrokken bij hulp aan neergestorte geallieerde piloten en onderhield hij contacten met de Militair Attaché in Bern, generaal-majoor A.G. van Tricht. Via het Rode Kruis stond Tromp in contact met Philips-medewerkers in de niet-bezette landen.

Tijdens de oorlogsjaren maakte Tromp gebruik van verschillende schuilnamen: Harry, Siena, Ludovicus, Henk van Heuven, Henk Smits, Piet Hein, XYZ en Piet Schouwstra. Tromp opereerde zeer voorzichtig in contacten en delegeerde meestal via goede vrienden, Philips collega's en familieleden. De Duitse Sicherheitsdienst had op een gegeven moment diverse van deze alias namen ontdekt, maar nooit terug kunnen brengen op één persoon.

Bij het hoge Philips kader was de "ingenieursthee" berucht; Tromp was onder hen een centrale figuur. 

Vanwege zijn positie als bedrijfsleider had hij toegang tot belangrijke economische gegevens en was hij in staat clandestien apparatuur door te spelen aan verzetsorganisaties die een radionet wilden opbouwen. Naar eigen zeggen werkte zijn fabriek de productie van elektronica die bruikbaar was voor het Duitse leger zoveel mogelijk tegen. De productie van radiobuizen liep terug en ze saboteerden de kwaliteit. 

Tijdens het verzet congres in 1980 vertelt Tromp een anekdote hoe ze ingenieus de radiobuizen saboteerden. De heer van Steenis (één van de assistenten op de Elektronenbuizen) had het volgende idee, waaraan ik toestemming gaf :

"In een elektronenbuis zit een kathode met een gloeidraad en een nikkelen buisje eromheen. Daar zit een chemische stof op. Deze stof emitteert elektronen. Dat zijn de dragers van de elektrische stroom om het heel populair te zeggen. Dat buizensysteem moet ingesmolten worden op een voetje en in een glazen ballon. Nu is deze kathode geweldig gevoelig voor chloor. Wij hadden bedacht om toen die grote leidingen van 1,5 meter diameter op het dak van de gebouwen hersteld werden, daar stiekem in een hoekje een klein gaatje te maken. Door die pijpen ging blower lucht van lage druk de fabriek in. U kent wel die vogeldrinkbakjes, zo'n druppelaar. Zo'n bakje hebben we daar opgehangen met chloorzuur HCl (Waterstofchloride), zodat iedere 30 seconden een druppeltje HCl in die blower lucht werd verstoven. Dat ging door de hele fabriek heen en kwam ook bij die machines waar het voetje werd ingesmolten. Er kwam dan een spoortje chloor op de kathode. Nu was het leuke ervan dat je niet direct merkte dat de kathode "vergiftigd" was maar pas na een paar weken. De metingen op de meettafel waren schitterend en we leverden af en de bezetters waren tevreden. Wij vonden het nog veel mooier, want wij wisten dat na een paar weken de buizen niet meer zouden werken door de zgn. "kathode vergiftiging".

Overigens had het verzet hier ook last van dat hun radio niet werkten, want maar weinig personen waren op de hoogte van deze subtiele sabotage.  Door diverse mensen werden de belangrijke onderdelen meegenomen. Trouwens uit het Philipscomplex smokkelen was niet eenvoudig, bij de poorten was strenge bewaking en veel controles. 

In een interview met Frans Dekkers vertelt hij dat hij bij een verzetsgroep was aangesloten " ja, met Thai Larsen, die was hoofd van de OD in Eindhoven, en ik was plaatsvervangend hoofd..." Verder was daar bij betrokken "Van Gestel", werkzaam op Philips gasfabriek en zijn assistent op de radiobuizenfabriek: Bloemdaal.  Die vier mensen, wij kenden elkaar precies en "we wilden ook niet meer contact hebben".  Ieder had weer zijn eigen contacten dat als een vertakte boom ging dat dan verder. "Je moest zo min mogelijk contacten hebben, dan had je de minste kans om ontdekt te worden." zegt Tromp. 

Door het onjuist opgeven en het verspreid opslaan van aanwezige voorraden, konden deze aan de controle van de Duitsers onttrokken worden. Overigens tolereerde Philips geen sabotage van hun werknemers bij niet strategische onderdelen zoals lampen of scheerapparaten.

Tromp gaf ook financiële steun aan enkele verzetsgroepen; mogelijk was dit geld (deels) afkomstig uit de verkoop van enkele diamanten die Anton in beheer van zijn secretaresse mejuffrouw Van Breemen had achtergelaten, en waarvan zij later meldde dat uit de opbrengst onder andere ondergrondse activiteiten' waren betaald. Merendeel van het verzetsgeld kwam via Wim Schreinemachers uit Londen, de zwarte kas van Philips en Nationaal Steun Fonds voor onderduikers.

Vanaf 28 november 1942 functioneerde in Londen het Bureau Inlichtingen (BI) dat tot voornaamste taak had het inwinnen, verzamelen en doorgeven van allerlei inlichtingen op politiek en economisch terrein ten behoeve van de Nederlandse regering in ballingschap. Sinds het voorjaar van 1943 berustte de leiding van BI bij overste dr. J.M. Somer (schuilnaam "Karel"). In dezelfde periode zocht Tromp naar mogelijkheden om rechtstreeks contact met Londen te krijgen. Met veel moeite kreeg hij toestemming van de Duitse Verwaltung voor een reis naar Zweden, waar een fabriek voor radiobuizen gevestigd was. In mei 1943 stuurde hij één van zijn stafleden naar Stockholm. Deze W.J.H. Schreinemachers ("Rudi"), kwam daar eind augustus in contact met overste Somer. Op voorstel van Somer ging Schreinemachers mee naar Londen om nog datzelfde jaar als geheim agent naar Nederland terug te keren. In de nacht van 7 op 8 oktober 1943 werd Schreinemachers samen met een marconist gedropt boven Malden, nabij Nijmegen. Zijn opdracht was het verzamelen van economische, technische en wetenschappelijke gegevens met een accent op het herstel van de Nederlandse industrie en openbare nutsbedrijven. Daartoe droeg hij een lijst met vragen bij zich, die was opgesteld door de Nederlandse en Engelse inlichtingendiensten te Londen. Deze vragenlijst is bekend geworden als de "eleven questions regarding Philips Eindhoven". Daarnaast gaf Schreinemachers aan Tromp een opdracht van de Nederlandse regering door, om een noodzender bouwen voor het geval de Duitsers de grote radiozenders zouden opblazen als zij uit Nederland verdreven zouden worden.

Met de directie van het concern wist Tromp het merendeel van de Philips-werknemers te behoeden voor verplichte tewerkstelling in Duitsland. Ook had hij toegang tot de Philips Speciale Werkplaats Vught, die sinds februari 1943 in het concentratiekamp Vught was gevestigd, waardoor hij levensmiddelen en berichten kon meesmokkelen voor de daar werkende gevangenen.

Tromp onderhield ook contacten met sommige SD'ers om gevangenen vrij te krijgen door enkele SD'ers radio's, knijpkatten en sigaretten toe te schuiven. Eén van deze SD'ers was SS-Hauptscharführer Hans Krämer, een Sachbearbeiter bij Referat IV-E (contraspionage). Via deze SD-connectie lukte het Tromp om diverse gevangen genomen mensen vrij te krijgen of hun straf te beperken. Helaas is dat niet altijd gelukt zoals bij zijn vriend Elkerbout of kregen ze wel strafvermindering maar ging de gevangen toch dood aan ontbering zoals Jaap Hamming.

Ook had Tromp nauwe contacten met de spionagegroep Geheime Dienst Nederland (GDN). Deze was opgericht door J.M.W.C. Jansen ("Max") en vanaf eind maart 1944 geleid door W. Schoemaker ("Miki"). Nadat op 19 mei 1944 de contactpersoon tussen de groep-Harry en GDN (M.F. Elkerbout alias "Siem") was gearresteerd, onderhield Tromp namens GDN het contact met BI. Onder codenaam XYZ presenteerde Tromp zich op 30 mei 1944 als de verbindingsschakel met BI te Londen. Miki leverde de inlichtingenrapporten aan en Tromp zorgde voor de contacten met Londen en de financiering van de organisatie. Op deze wijze onderhield GDN een intensief berichtenverkeer met BI.

In maart 1944 gaf de Duitse legerleiding opdracht om in Eindhoven elektronenbuizen voor de Wehrmacht te fabriceren. Om de productie in goede banen te leiden, stelde de Duitse Verwaltung van Philips dr. Rzehulka aan. Met de woorden Rzehulka "noch naast noch boven mij" te accepteren, verzette Tromp zich tegen diens plaatsing. Deze houding had nog geen gevolgen voor zijn positie, maar enige maanden later zag Tromp zich toch genoodzaakt onder te duiken.

Ondanks de Duitse controle van Rzehulka voldeed de productie niet aan de Duitse eisen. Begin juli 1944 bereikte Tromp het bericht dat de directie "an die Wand gesetzt" zou worden als geen verbetering zou komen in de levering van radiobuizen.  Tromp kreeg op 12 juli 1944 de Sicherheitsdienst (SD) aan de deur. Zijn oudste zoon voorkwam arrestatie door te zeggen dat hij alleen thuis was. In werkelijkheid hield Tromp zich verborgen in zijn schuilplaats in huis. Op een fiets die zijn zoon bij de buren klaar zette, wist Tromp te ontvluchten. Tot aan de bevrijding van Eindhoven op 18 september 1944 doken hij en zijn gezin onder. Zijn verzetstaken werden overgenomen door C.L. van Steenis, die ook lid was van de OD, zoals contact voor steun aan onderduikers, valse Persoonsbewijzen enz.

Op 20 juli ontsnapte de Frits de directeur van Philips ternauwernood aan arrestatie door de Sicherheitsdienst (SD). Tijdens de laatste maanden van de oorlog roofden de Duitsers het bedrijf leeg.

Voor zijn verzetsactiviteiten ontving hij in december 1949 de Bronzen Leeuw. Zijn vrouw, J. Gerritsz (Ineke) ontving het Kruis van Verdienste omdat zij "sedert 1943 tot de bevrijding van Eindhoven in haar woning zeer grote aantallen microfilms voor het Bureau Inlichtingen der Nederlandse Regering in Londen [heeft] klaargemaakt, zomede belangrijke gegevens verzameld, onderdak verleend aan verschillende personen en het onderbrengen van een uit Engeland per valscherm neergekomen zender".

Bron: verslag en verantwoording Tromp aanwezig bij Niod
Vlak onder de Duitse neuzenEen blik op de complexiteit tussen verzet en accommodatie (PDF)

ir. G. van Beusekom

ir. G. van Beusekom Koekoekslaan 2 Ehv, stond met Tromp in contact voor alles wat betreft de radiodienst van de O.D. en assistentie ter opheffing van de moeilijkheden, welke oorspronkelijk bestonden met de eigen zender (Jan de Bruin)

dr. J. Hoekstra

dr. J. Hoekstra, ~Nat lab. een chemicus bij Philips, commandaat van de RVV-zuid (Raad van Verzet) leverde een belangrijke bijdrage aan de opbouw van een verbindingsnet van de landelijk operende Raad van Verzet. Later was hij ook organisatorisch actief voor deze Raad. Zijn broer H. Hoekstra werkte ook bij Philips Hilversum en in het verzet. 

Na de oorlog is hij kort minister van Waterstaat, van 4 april 1945 tot 25 juni 1945. Zijn roeping lag meer bij het bedrijfsleven dan politiek en bedankte voor verdere ministerschappen. Hij blijft vervolgens vertrouwensman van de regering en wordt voorzitter van de commissie voor Wederopbouw en Herstel van Eindhoven. In deze hoedanigheid maakt Tromp zich sterk voor de komst van een verhoogd spoor. Dit moet een eind maken aan de frequente verkeersopstoppingen in het centrum vanwege de veelvuldig gesloten spoorbomen. Ook beijvert Tromp zich voor de wederopbouw van Eindhoven.

Hij is altijd betrokken gebleven bij Philips als lid Raad van Bestuur later vicepresident Raad van Bestuur tot zijn pensioen 1 juli 1968.

Hij was ook voorzitter van een commissie die de komst van de Technische Hogeschool in 1960 (inmiddels Technische Universiteit Eindhoven/ TUe) voorbereidt.

In 1969 gaf hij een aanzienlijke som geld aan de gemeente Eindhoven om een internationaal muziekconcours in te richten. Dit werd het Tromp Muziekconcours. 

Dr. Ir. Theo Tromp richtte in 1970 de Tromp Biënnale in Eindhoven op omdat hij vond dat jongeren te weinig kansen hadden. Momenteel heet dit de TROMP International Percussion Competition, Een competitie voor solo-percussie ter wereld, het creëren van kansen en een podium voor jonge percussionisten uit de hele wereld.

Zijn hobby was zeezeilen vooral op de Oostzee, helaas zijn de papieren verloren gegaan waar een familieband blijkt met de Nederlandse zeeheld Maarten Tromp die officier en later luitenant-admiraal was in de Nederlandse marine ten tijde van de Gouden Eeuw. Maar het zeehelden karakter had hij wel. Hij is op 1 juni 1984 overleden. Tromp is sinds 1949 ereburger van Eindhoven.

Bronnen:

Archief Tromp bij Niod
Extra informatie Frans ekkers

Strategische en militaire informatie op microfilm

Via diverse wegen ging informatie naar het Nederlandse Bureau Inichtingen (B.I) maar ook naar de Engelse en later ook Amerikaanse inlichtingendiensten

Microfilm voorbeeld van Rudi voor Karel, een tekening van een bunker, afmetingen en schootsveld zijn aangegeven. Berecht 26 mei 1944


Tromp vertelt trots op 28 mei 1980 tijdens een internationaal verzetscongres hoe de informatie verstuurd werd. "De grootste hoeveelheid informatie ging natuurlijk op microfilm. Deze werd op de meest ingenieuze wijze verstopt, want ze hadden n.l. in Londen ontdekt dat men op een bepaalde manier het dunne laagje, waar de tekst op stond los kon maken van de drager van celluloid. Je hield een vliesdun velletje over, bijzonder vlug beschadigbaar. Maar dat vliesje kon je oprollen. Je kon een potlood nemen, grafietstaafje eruit halen, film opgerold erin en na een stukje grafietstaafje te hebben afgebroken, de rest weer in het potlood stoppen. Zo ging dat potlood dan mee, met agenten. Een andere manier was in uitgeholde sleutels of in boeken. De mensen van Bureau Inlichtingen zijn ervaren boekbinders geworden want ze hebben geleerd filmpjes in de band ervan in te bouwen. Allerlei ingenieuze manieren zijn bedacht om de filmpjes te vervoeren naar hier en naar de overkant. Ze gingen dan met iemand mee die toch toestemming kreeg om naar Frankrijk te gaan of zelfs naar Zwitserland, zoals Mr. W.E.A. de Graaff. Op deze wijze was het wel mogelijk om een vrij groot verkeer te organiseren tussen het verzet in Nederland en de Intelligence Dienst in het vrije Londen". 


Microfilm met gegevens over de Duitse verdeding van Amsterdam.
Geheim Duits verdedigingsplan voor de stad Amsterdam.
17-12-1944 verzonden naar BI in Londen

Gemakkelijk was het natuurlijk niet. Tromp had hiervoor hulp gevonden bij Arnold M. H. van der Heijden. Deze had een fotozaak en kunsthandel in Rechtestraat 54-A. Die snapte het proces van microfilms maken. Helaas overlijdt deze man in het voorjaar 1943, waarschijnlijk gewond geraakt bij het bombardement van 30 maart 1943 ?, waar deel van de binnenstad en ook de Rechtestraat wordt getroffen.  (Arn. M. H van der Heijden komt niet voor op de Eindhovense namenlijst ??)

Een nieuwe microfotograaf was nodig, een verzoek hiervoor ging naar Londen. Het werd Marinus Verhage (9 oktober 1919 - 6 september 1994), hij was als "Engelandvaarder" https://nl.wikipedia.org/wiki/Engelandvaarder in 1942 via Canada naar Engeland gegaan. In Londen werd hij opgeleid tot agent bij het Bureau Inlichtingen (BI) Hij was opgeleid als radiotelegrafist/codist, kreeg een "te korte" opleiding microfotografie. Hij werd in de nacht van 5 op 6 november 1943 samen met de agent Jan Hendrik Diesfeldt (1918 – 1944), in de omgeving van Grave, boven Noord-Brabant geparachuteerd. Na een aantal dagen reisde Marius Verhage door naar Eindhoven. In Eindhoven ging hij onder de hoede van Theo Tromp en de agent Wim Schreinemachers (Rudi) aan het werk op de Tongelresestraat 171. Daar werden alle geheime berichten van het gehele land verzameld. "Op die manier zijn toen duizenden, tienduizenden microfilms naar Londen gegaan met alle mogelijke informatie." Hij kreeg steun van mej. J.H.Hanselaar bij het maken van de rapporten, verbergen van gegevens enz. Ook Mej. R. Lijkles was op hetzelfde adres actief, als het contactpunt voor G.D.N. zendingen, contacten met verschillende illegale groepen en koeriersters.

Marinus Verhage werkte tevens als radiotelegrafist voor de Zendgroep Barbara. Tijdens de radiocontacten met het BI maakte hij gebruik van de codenamen; Sijmen en Strahan. In het “het veld” gebruikte hij de schuilnaam; Pieter de Leeuw.

Tot de bevrijding van Eindhoven heeft deze centrale gewerkt. Marinus Verhage is wel een keer bij een controle zijn papieren kwijtgeraakt en ontkomen aan arrestatie.

Philips in de Tweede Wereldoorlog: Koopman en spion  (Online Groene Amsterdammer)



Microfilm over de Vliegende bommen, V-2 in Delft.
Dit bericht van 12-03-1945, De Engelse hadden hiervoor veel belangstelling

Cor Gehrels

C. A. Gehrels
Cor is geboren op 20 juni 1906 te Haarlemmermeer en overleden in concentratiekamp Mittelbau (kamp Dora) op 23 maart 1945. Hij was werkzaam bij Philips. Onder zijn leiding werd in het NatLab van Philips een geheime zender gebouwd, hiernaast was hij actief op alle fronten van het verzet.

Vader  van 7 kinderen

Zijn vrouw wist deels van zijn activiteiten.
Hij zei altijd: "Wat je niet weet, kun je ook niet vertellen".  Zijn oudste dochter van 14 jaar komt bij een beschieting door geallieerd vuur, beschietingen vanuit vliegtuigen i.v.m. spoorlijnen, om het leven bij Halfweg op 23 maart 1945, dezelfde dag als Cor overlijd. 

"Herrijzend Nederland"

Hij was de verantwoordelijkste man voor de zender "Herrijzend Nederland"

verjaardagsfonds

Oprichter verjaardagfonds om kinderen en vrouwen die achterblijven te helpen. Eerst een collega van Natlab, later gezinnen marechaussees Dit fonds groeide uit tot het N.S.F.

Actief in verzet

Hij schreef voor ondergrondse bladen en verspreidde die nachts, lopend op kousenvoeten. Hij verzamelde gegevens die naar Engeland werden door gezonden, hij hielp onderduikers en nam zelfs Joden in zijn huis op.....


Cor Gehrels was voor de oorlog voorzitter van de Nederlandse Vereeniging voor Internationaal Radioamateurisme (NVIR).
Cor heeft o.a. een marconisten opleiding gedaan. In zijn jonge jaren heeft hij gevaren op de grote vaart. Hij was een erg actieve zend-amateur (PA0QQ). 

Hij stichtte het z.g. "verjaardagsfonds" in 1940 op (later in 1947 het Gehrelsfonds of "organisatie Gehrels" genoemd, ook soms ten onrechte aangeduid als Trompfonds) voor hulp aan de achtergebleven gezinnen van  aanvankelijk de gezinnen van politieke gevangenen ondersteunde, wierp zich na de afkondiging van de Duitse maatregel met kracht op de verzorging van zeemansgezinnen. Aanvankelijk hield dit fonds zich uitsluitend met verjaardagen van zeemansvrouwen bezig: hen werd op hun verjaardag een bedrag van ƒ25,- uitgekeerd en aan hun kinderen ƒ 10,-. Aangezien het geld bij deze groep door schenkingen in ruime mate binnenkwam kon in een later stadium tot een min of meer regelmatige maandelijkse uitkering worden overgegaan. Deze bestond niet uit een van tevoren vastgesteld bedrag; elke maand werd opnieuw de financiële toestand van de betreffende gezinnen beoordeeld en pas daarna volgde uitkering van het vastgestelde bedrag. In gevallen van ziekte werden extra uitkeringen verricht. De gevers en verdelers bestonden grotendeels uit personen die bij Philips werkzaam waren. Het geheel werd later geleid door I.J. van den Bosch (schuilnaam ‘Pa’ van den Berg) en andere Philipsmensen. Zie het eerder genoemde N.S.F. in dit artikel. 

Hij was uiteindelijk de verantwoordelijkste man voor de zender "Herrijzend Nederland", waar hij al in de eerste bezettingsjaar aan begonnen was, zelfs voordat de Nederlandse regering hiervoor opdracht gaf. De zender was al midden 1942 klaar.

Naast deze activiteiten is Cor ook betrokken bij de harde en gewapende verzet tegen de Duitse Nazi's. De Philipskoerier van 3 oktober 1959 schrijft over hem: "Hij schreef voor ondergrondse bladen en verspreidde die nachts, lopend op kousenvoeten. Hij verzamelde gegevens die naar Engeland werden door gezonden, hij hielp onderduikers en nam zelfs Joden in zijn huis op, hoewel beide echtelieden aanvankelijk hadden afgesproken dat zij, met het oog op hun zeven kinderen, niet iets zouden doen waardoor zij beiden zonder meer voor het vuurpeleton konden komen. Ook hielp hij bij neergekomen geallieerde piloten en anderen te ontsnappen". 

Cor is, begin juli 1943 op zijn huisadres, St Gerarduslaan 10 gearresteerd. Waarschijnlijk doordat iemand die gearresteerd was, zijn adres heeft genoemd. Hij is via politiebureau Eindhoven, waar hij hevig gemarteld werd, overgebracht naar Haaren; vandaar naar Vught en 5-9-1944 op transport gesteld naar Oraniënburg en 23 maart 1945 in het concentratiekamp Mittelbau overleden.

Zijn arrestatie stond in verband met het leveren van politie en maréchaussée-uniformen, welke gebruikt werden om het vervoer van neergekomen piloten met meer veiligheid te kunnen volbrengen. Door hem werd veel zendmateriaal en onderdelen verstrekt, bestemd voor geheime zendinstallaties voor allerlei verzetsgroepen. Cor Gehrels maakte ook deel uit van het netwerk van Rien van Bruggen, Piet Haagen en K.P Sander i.v.m. de pilotenhulp waar hij ook actief in was.

Cor is 38 jaar geworden. Hij laat een vrouw met zes minderjarige kinderen achter.

In Acht is in de verzetsbuurt een straat naar hem vernoemd: Cor Gehrelslaan. Postuum heeft hij het Verzetsherdenkingskruis  gekregen. Dat radio's de zender aanduiding "Herrijzend Nederland" kregen heeft hij niet meegemaakt. Over "Herrijzend Nederland" zie onderaan.

 204U

Collectors item: een Philips 204U uit 1944/1945 met de zenderaanduiding "Herrijzend Nederland" op de stationsschaal

„Organisatie Gehrels”.


Download hier het originele document in PDF, hieronder de tekst versie

LS

Hieronder vindt u enige gegevens over de werkzaamheden van de „Organisatie Gehrels”.

Hoewel de organisatie of het fonds nooit een naam gedragen heeft, was zij toch aan velen onder bovengenoemde naam bekend. Het komt ons voor dat wij den Heer C. A. Gehrels, de stichter en onvermoeide werker van dit fonds, die ons allen door zijn bezielende woorden en nobel voorbeeld steeds aangespoord heeft dit werk voort te zetten en uit te breiden, niet beter kunnen eren, dan door zijn naam voorgoed aan dit werk te verbinden. Hij werd het slachtoffer van zijn menslievend werk en werd door de Duitsers voor zijn nobel streven beloond met het lijden in hun beruchte concentratiekampen tot hij in januari 1945 [ de juiste datum is 23 maart 1945] overleed in het kamp DORA, bij Nordhausen.

Verder zullen in dit verslag geen namen van medewerkers genoemd worden. Wij hopen, dat iedereen, die dit werk steunde voor zichzelf overtuigd is, dat hij deed wat hij kon om ook dit doel van het algemeen verzet te doen slagen. Te weten, dat wij onze plicht deden is onze enige, maar dan ook volledige beloning.

ONTSTAAN.

De directe aanleiding tot het ontstaan van het fonds was een blijk van saamhorigheid van het personeel van een van de fabrieksafdelingen van de N.V. Philips' Gloeilampen fabrieken. Een van de leden van het personeel van die afdeling, die tijdens de oorlogsdagen van 1940 in dienst was bij de Kon. Ned. Marine, behoorde daardoor tot diegenen, die, gescheiden van hun familieleden, jaren lang zouden blijven vechten voor onze bevrijding. Toen nu juist op zijn verjaardag, dezen marineman een zoon geboren werd, besloten zijn collega's om, zoals gebruikelijk, van hun belangstelling bij deze bij de gebeurtenis te doen blijken. Bij de collecte die in kleine kring voor dit doel gehouden werd bleek de offervaardigheid zeer groot. De Heer Gehrels vroeg zich toen af, of er niet meerdere gevallen zoals dit waren en of het niet wenselijk zou zijn ook die gezinnen een blijk van medeleven te geven. Na verschillende besprekingen stelde hij toen voor, om een gezamenlijke actie daartoe op touw te zetten.

DOEL.

Het was de bedoeling in de eerste plaats financiële steun te verlenen in die gevallen waar dit nodig zou blijken. Nog belangrijker werd echter geacht de morele steun die voor de betrokkenen van de getoonde belangstelling zou uitgaan. Hoewel het natuurlijk onmogelijk was, ook maar in geringe mate, voor de betrokken gezinnen het gemis van man, vader of zoon te vergoeden, waren wij toch van oordeel, dat den families het gevoel moest gegeven worden, dat zij niet geheel alleen tegenover de steeds groeiende moeilijkheden stonden en dat offers, die zij moesten brengen, niet vergeten werden, door degenen voor wie ze gebracht werden.

Wij waren van oordeel, dat het niet meer dan onze plicht was hen te steunen en dat het een eeuwige schande zou zijn als zij, die straks na de bevrijding zouden terugkeren zouden moeten constateren, dat wij hun gezinnen in de steek gelaten hadden.

ORGANISATIE.

Het was natuurlijk in de eerste plaats nodig de adressen te verzamelen van diegenen, die voor hulp of belangstelling in aanmerking kwamen. Of te beginnen werden de adressen van hen, die bij de N.V. Philips werkzaam geweest waren zoveel mogelijk verzameld. Dit geschiedde afdelingsgewijs.

Verder verschafte een ambtenaar van de Afd. Sociale Zaken van het Eindhovense Gemeentebestuur ons de adressen van hen, die kostwinnersvergoeding genoten. Zo kwamen wij o.a. in het bezit van adressen van families van marechaussees, die in Engeland waren. Uiteindelijk verschafte een bestuurslid van een organisatie van marechaussees ons de adressen van de families van alle „vermiste” marechaussees. Op deze manier werd het werk, dat eerst een lokaal karakter droeg, steeds meer uitgebreid.

In het begin werd alles vanuit Eindhoven gefinancierd, maar om zo veilig mogelijk te werken werd zoveel mogelijk gedecentraliseerd en werd ernaar gestreefd het bestreken gebied, dat op den duur de drie Zuidelijke Provincies omvatte, te verdelen in verschillende districten, De opzet was deze districten, die hun centrum hadden, in de grotere steden, geheel „selfsupporting!" .te maken, dat wil zeggen dat ieder district ook zelf de benodigde gelden verzamelde. Dit gelukte echter lang niet in alle gevallen, daar de plaatselijke omstandigheden of gebrek aan activiteit onder de medewerkers soms onoverkomelijke hindernissen in de weg legden.

Ook in het Westen des lands werden pogingen gedaan om tot oprichting van dergelijke organisaties te komen, waarvan er enkele zeer goed geslaagd zijn. Door deze activiteit kwamen wij in contact met organisaties, die op hetzelfde terrein werkzaam waren en die soms over zeer grote financiële hulpbronnen beschikten. Na rijp beraad werd besloten de aangeboden ruime financiële steun te aanvaarden, de daaraan verbonden gevaren ten spijt.

Als tegenprestatie hadden wij ons verplicht alle steungevallen in de omgeving van Eindhoven van deze organisatie over te nemen. Dit zou geheel normaal geweest zijn, als er niet een geval bij was geweest waar het steun aan onderduikers betrof. Juist dit geval is den Heer Gehrels noodlottig geworden.

Hierbij dient opgemerkt te worden, dat om, veiligheidsredenen de organisatie een vrij nauwkeurig omschreven arbeidsterrein had. Gesteund werden de verwanten van hen, die zich buiten het door den vijand bezette gebied bevonden. Hierbij werd niet alleen gedacht aan de gezinnen van hen die in militaire dienst, bij de Landmacht of de Marine waren, maar natuurlijk ook aan de families van Koopvaardijpersoneel en anderen, die op een of andere manier in Engeland terecht gekomen waren bijv. de vele burgerchauffeurs die vanuit Zeeland overgestoken waren.

Het heeft natuurlijk niet ontbroken aan steunaanvragen voor andere doeleinden en het behoeft geen betoog dat deze gevallen niet zonder meer terzijde gelegd werden. Zij werden of doorgegeven aan organisaties die reeds op dat speciaal gebied werkzaam waren óf zij werden door een speciaal opgezette actie geholpen.

Wanneer hier gesproken wordt van veiligheid en gevaar, dan wordt hieronder verstaan gevaar voor het onbelemmerd werken van de organisatie, dus gevaar van de gesteunden,

De organisatie werd verder als volgt opgebouwd:

Op verschillende plaatsen, in fabrieken en kantoren en in de omliggende dorpen, werden „cellen" gesticht onder leiding van één persoon die maandelijks of wekelijks de bijdragen heeft geïnd. Deze droeg maandelijks het verzamelde bedrag af aan de centrale penningmeester die ook weer voor de distributie zorgde.

Verder werden er „contactmannen” aangewezen, die elk een aantal gezinnen bezochten. Dezen onderzochten de financiële toestand van de hen toegewezen gezinnen. Verder lag het ook op hun weg, om naast de financiële steun, ook de morele steun te verzorgen. Naar gelang van de bevindingen van de contactmannen werden de periodieke uitkeringen vastgesteld.

Om ook in die gevallen waar geen directe steun nodig of niet op prijs gesteld werd toch iets te kunnen doen, werd het „Verjaardagfonds” ingesteld. Op de verjaardagen van de gezinsleden of andere feestelijke gebeurtenissen als ook op St. Nicolaas en Kerstmis werd een bepaald bedrag uitgekeerd.

Dit geld kon door de contactman besteed worden voor verrassingen of in contanten uitbetaald worden afhankelijk van de omstandigheden van het gezin. Later werd ook een bepaald bedrag per gezinslid uitgekeerd als vakantietoelage terwijl in vele gevallen textielgoederen, schoenen en levensmiddelen werden verstrekt. Vooral deze levensmiddelenvoorziening heeft prachtig gewerkt, hoewel er soms zeer grote moeilijkheden door de organisatoren moesten worden opgelost.

RESULTATEN.

Nu nog enige cijfers die de voortdurende groei van het werk kunnen illustreren:

In het begin van 1941 werd maandelijks een bedrag van ca. f 200. bijeen gebracht. In de maand Januari 1942 bedroegen de inkomsten f 567.75, terwijl de uitgaven in die maand f 458.20 bedroegen. In de maand December van datzelfde jaar waren de maandelijkse inkomsten opgelopen tot bijna f 1700.-, terwijl de uitgaven dat bedrag nog iets te boven gingen. In 1942 bedroeg de ,,omzet” bijna f 14000.

Uit het hierbij afgedrukte staatje, ziet men, dat de cijfers voor 1943 weer een geweldige stijging toonen.

De cijfers van 1944 zijn lager doordat deze alleen betrekking hebben op de kring Eindhoven, terwijl de cijfers van de voorafgaande jaren betrekking hebben op het gehele Zuiden.

In de loop van het jaar 1943 werd de decentralisatie verder doorgevoerd, en werden de gelden van de kring Eindhoven en de ,,Provincie afzonderlijk beheerd.

De getallen over 1945 liggen nog lager doordat in Maart 1945 de geldinzameling stopgezet werd, het Zuiden was toen al een half jaar bevrijd, en vele steungevallen aan de officiële instanties overgedragen.

Op 1 oktober 1945 bedroeg het saldo nog ruim f 700.-. Dit geld wordt gebruikt om nog steun te verlenen in die gevallen waar langs officiële weg nog niet voldoende geholpen kan worden. De ondersteuning mag niet worden gestopt voordat wij er zeker van zijn, dat de betrokkenen op andere wijze geholpen worden.

Velen werden in de oorlogsjaren op deze wijze gesteund, in de kring Eindhoven alleen al 52 gezinnen. Namens deze gezinnen brengen wij hiermede onzen hartelijken dank aan al diegenen – waarschijnlijk meer dan 1000 personen! — die dit werk gesteund hebben door hun bijdragen. Zij maakten het mogelijk, dat de sympathie van het Nederlandsche volk getoond werd aan de familieleden van hen die streden voor een Vrij Nederland.

OVERZICHT: in gulden 

1941 inkomsten 4135.40  -     1941 uitgaven 3231.32

1942 inkomsten 13754.12 -    1942 uitgaven 13845.49

1943 inkomsten 32920.72 -  1943 uitgaven 32272.43

1944 inkomsten 23861.63 -  1944 uitgaven 22701.69

1945 inkomsten 4171.14 -      1945 uitgaven 6079.00


totaal inkomsten f 78843.01

totaal uitgaven f 78129.93


Saldo op 1 oktober 1945: f 713.08.

‘Herrijzend Nederland’ 

Gedurende de oorlog was op het NatLab bij Philips in Eindhoven in het diepste geheim gewerkt aan een 1400 kilowatt radiozender. Cornelis Gehrels, die ook deelnam aan het ander verzet, had daar de leiding over.
zenddatum van 3 oktober 1944 tot 19 januari 1946

„Hier Herrijzend Nederland, de vrije zender op vaderlandse bodem". Op 3 october van het bevrijdingsjaar 1944, nauwelijks drie weken nadat de stad Eindhoven door geallieerde parachutisten was bevrijd, klonk dit zinnetje voor de eerste maal door de ether. aldus De vrije Philips Koerier 18 september 1946.

Weinig luisteraars zullen deze openingszinnen hebben gehoord, De eerste maanden was er een strenge rantsoenering van de beschikbare hoeveelheid elektriciteit en bijna iedereen had zijn radio moeten inleveren. Opgeroepen werd om lampen uit te doen als men naar de radio luisterde om stroom te besparen. Ook luisteren na 17.00 uur was in bevrijd Nederland verboden omdat het elektriciteitsnet te veel werd belast. 

Belangrijkste was de Philips zender werkte en kon in een groot deel van bezet Nederland ontvangen worden.

Zoals we al vermeld hebben kreeg Tromp, via Schreinemachers, de opdracht van de Nederlandse regering in ballingschap door, om een landelijke noodzender bouwen voor het geval de Duitsers de landelijke radiozenders in Hilversum zouden opblazen. Die kans was reëel als de nazi’s de oorlog zouden verliezen. 

De zender voorbereidingen waren in 1942 gemaakt door dr W. Keeman, die bij zijn moeder woonde op Floralaan 182. Hij werd gearresteerd in Zaandam. De belastende materialen, papieren en onderdelen zijn direct uit zijn huisadres gehaald (door Tromp?) . 

Hierna is er ruimte gevonden in de trijpfabriek, Bleekstraat van Frima Leo Schellens, dit gebouw was door Philips gehuurd i.v.m Engelse bombardementsschade van 30 maart 1943.

Voor dit mega-schaduwproject schakelde Tromp zijn collega ir. G. van Beusekom (Koekoeklaan 2) in. Foto Philips in de trijpfabriek hieronder.

Cor Gehrels heeft al in de zomer van 1942 de zender gereed. Deze verhuisd mee naar de nieuwe locatie. Later vertelt zijn vrouw, " Hij had er altijd verschrikkelijk veel plezier in dat hij aan de zender bezig was zonder dat de toeziende Duitsers er erg in hadden dat het een zender was". Een bestaande installatie voor meting van zendbuizen werd omgebouwd naar een zender. De zender bestond uit 3 losse onderdelen die deels verstopt waren in het Natlab of natuurkundig laboratorium zoals toen heette. Een deel van installatie was zo groot dat deze niet te verstoppen was. Men heeft de Duitse toezichthouder voor de gek gehouden en dat deel van de zender voorgesteld als een meetstation voor radiobuizen, wat ook zo was. 

Cor Gehrels (1906-1945) heeft een groot deel van het bouwwerk gedaan, geholpen door andere collega's. Misschien heeft ook Gerrit Bakker meegewerkt. Gerrit werkte als laborant hij in het Natuurkundig Laboratorium, hij was gespecialiseerd in elektro- en radiotechniek. Hij is later naar Groningen gestuurd om daar een zender te bouwen. Hij is daar betrapt en in maart 1944 dood geschoten terwijl zuid Nederland al bevrijd was. 

In de laatste oorlogsdagen is, toen de moffen alles wegroofden, is de ruimte waar de zender stond, verstopt achter een stapel dozen. De zender was bij de bevrijding van Eindhoven al klaar voor gebruik maar door gebrek elektriciteit, geen waterdruk voor de koeling en administratief gedoe over de zendfrequentie met de Engelsen, pas te beluisteren op 3 oktober 1944.

Een van de eerst omroepsters was Netty Rosenfeld, ze had als Joodse in Eindhoven ondergedoken gezeten. "Zij was een mooie meid en had een prachtige radiostem. Ze kon ook heel goed zingen. Ze heeft hier met diverse bands nog opgetreden onder de naam Netty van Doorn", herinnert Nijsen zich nog in het Eindhovens Dagblad. 

Speciaal uit Engeland was H. J. van den Broek al op 19 september 1944 overgekomen naar Eindhoven om met zijn bekende stem de zender het juiste vertrouwen te geven. In de oorlogsjaren was hij een van de vaste omroepers onder de schuilnaam „Rotterdammer” De heer van den Broek was o.a. met Drs. L. de Jong en A. den Doolaard de ziel van Radio Oranje „de stem van strijdend Nederland”. 

De dag dat van den Broek aankwam, werd Eindhoven gebombardeerd door de Duitsers, hierdoor en andere oorzaken zijn de uitzendingen later begonnen. Negentig procent van de Herrijzend Nederland medewerkers kwamen uit Eindhoven. Na een oproep leverden honderden Eindhovenaren hun platencollectie in, voor de muziek op de zender. 

Herrijzend Nederland zond in mei 1945 dagelijks hele lijsten uit van gevangenen die terugkeerden uit gevangenschap. De communistische krant de Waarheid publiceert de lijsten van ex-politieke gevangen. Een aantal personen komen uit Eindhoven. zoals: Johannes v. d. Haar, Walter Heeren, Jantje Kapman, Stephan Hanstein, Serge Kaplan, Carolus Rijkaart, Walter Heeren, Alfred Pappers, Gerrit Beenink, Aaltje Buys, Francisca Durigo, Johan van Hapert, Maria van Hoop en George de Graaf.

Herrijzend Nederland, naast Radio Oranje in Londen, was vanaf dat moment de tegenhanger van de door NSB'ers geleide gelijkgeschakelde "Nederlandsche Omroep" in Hilversum, die tot 6 mei 1945 uitzond.

Uiteindelijk ging radio Hilversum weer uitzenden voor heel Nederland, een radiozender bouwen is één maar uitzenden van radioprogramma's was toch weer een ander vak.