web templates free download

P.A.N. in de dorpen

Deel 3 gaat het over de P.A.N. in Eersel, Veldhoven, Geldrop, Heeze, Leende, Leenderstrijp, Budel-Maarheeze en Lierop-Asten.
Extra aandacht voor kamp Dennenlust

De P.A.N. was zeer actief in de dorpen rond Eindhoven. Na de bevrijding vroeg de Staf van de P.A.N aan de commandanten in de dorpen om hun ervaringen op papier te zetten. Dat is gebeurd en de verslagen zijn bewaard gebleven. 

Dit Deel 3 gaat het over de P.A.N. in Eersel, Veldhoven, Geldrop, Heeze, Leende, Leenderstrijp, Budel-Maarheeze en Lierop-Asten.
Korte verslagen over Bladel, Hapert, Reusel, Netersel, Middelbeers, Hoogeloon en Casteren.

Deel 4 over Valkenswaard, Son, Aalst, Waalre, Nuenen en Wintelre. 


P.A.N. leden arresteren de heer S.C.M. Fontein Strootman, NSB-burgemeester van Eersel (1941 – 1944) op 19 september 1944.
Foto https://beeldbankwo2.nl

Verslagen en rapportages van de P.A.N. commandanten in de dorpen rond Eindhoven.

De P.A.N. bestaat uit de districten Kempen, Eindhoven en Geldrop. 

De districten zijn onderverdeeld in rayons en de rayons in groepen. Aan het hoofd van een district, rayon of groep staat een commandant, die orders van het hogere niveau ontvangt. Je kunt de P.A.N. een militaire organisatie noemen. 

De groepscommandanten in het district Kempen rapporteren over de eerste dagen na 17 september 1944

Groep Bladel

Inlichtingen aan Engelsen doorgegeven toen deze de Nederlandse grens naderden. Eén man als tolk achtergelaten. Vier Amerikanen aan de groep Hapert overgegeven, na een mislukte poging om hen naar de Engelsen te brengen. Wapens afgenomen van twee Duitse deserteurs. Drie Amerikanen naar Netersel gebracht, waar ze door de groep Hoogeloon en Casteren werden overgenomen. Spijkers gestrooid op de wegen.

Onderduikerskamp Bladel

Lezing 1 : 

Bij poging om wapens buit te maken uit een stukgeschoten carrier op de Kroonvense heide werden twee leden van het kamp (W.K. Flipse en J.C.M Freericks) door de Duitsers gegrepen. Flipse en Freericks hadden enkele gewonde Duitse soldaten beschoten en gedood die te voet op weg waren naar een verbandpost, aldus de verklaring van Duitse zijde. Beide partizanen werden door de Duitsers standrechtelijk geëxecuteerd.

Lezing 2 (Gedenkboek) : 

"In de eerste dagen na de bevrijding was het vooral op de dorpen vaak een onzekere toestand. De Duitsers stelden hier en daar posten en versterkingen op volgens verwachte invallende troepen. Deze kwamen uit en verdwenen naar alle richtingen, zodat de bezetter soms zonder strijd kon standhouden en meermalen dorpen van eigenaar verwisselden. Het werd voor de P.A.N. vaak ingewikkeld om op het juiste moment het goede antwoord op zulke samengestelde vragen te geven. 

Bij Bladel was een grote groep op verkenning gegaan om zich zekerheid te verschaffen omtrent de stand van zaken. Op flinke afstand werden zij troepen gewaar. Daar zij verwachtten met geallieerden te doen te hebben gingen Harm Flipse en Willem Freericks vooruit; de anderen zouden op grotere afstand volgen en naar omstandigheden handelen. 

Hoe groot was de ontsteltenis van de groep toen zij hun verkenners na enkele minuten de handen in de hoogte zagen steken. Daar beiden ongewapend waren viel niet veel te vrezen, doch toen de moffen hen fouilleerden vonden zijn toch nog een geweerpatroon. De dappere makkers keerden niet terug en vonden hun laatste rustplaats in de eenmansputten ter plaatse". 

Het oorlogsmonument in Bladel

De tekst op het monument luidt:

'WANDELAAR STA EVEN STIL
EN VOUW EEN POOS UW HAND
BEDENK HEN IN EEN KORT GEBED
ZY STIERVEN VOOR ONS LAND

FREERICKS J.C.M. GEB. 20-10-1925
FLIPSE W.K. GEB. 1-3-1924

BEIDEN WERDEN HIER 20-9-1944
OP GRUWELIJKE WIJZE DOOR
DUITSE SOLDATEN OM HET
LEVEN GEBRACHT'.

Hapert

Spijkers gestrooid. Vier Amerikanen van groep Bladel overgenomen en een paar dagen later naar de Engelsen in Eersel gebracht. Inlichtingen aan de Engelsen verstrekt.
Wapens verzameld, die de Duitsers hadden achtergelaten. Verkenningen gedaan met een achtergelaten Duitse tank. Twee verdachte personen in de eerste dagen na de bevrijding gearresteerd.

Reusel

Gegevens over Duitse sterkte en troepenbewegingen verzameld en doorgegeven aan Casteren en Hoogeloon, vanwaar ze naar de Engelsen werden doorgegeven. 
Drie Duitsers krijgsgevangen gemaakt toen hun wagen door de Engelsen was stukgeschoten. De activiteit werd gehinderd omdat de woning van de commandant door een granaat werd getroffen, waarbij zijn vrouw zwaar werd gewond en twee kinderen werden gedood. 

Netersel

Duitser krijgsgevangen gemaakt. Amerikaans piloot verborgen. De commandant werd als gevolg hiervan door de Duitsers gedood. Bij de intocht der Engelsen werden inlichtingen gegeven over Duitse bewegingen. 

Nicolaas (Klaas) van de Ven, geboren 7 januari 1866, Netersel

Klaas woonde in Bladel. Op zondag 26 september 1944 - negen dagen na het begin van het geallieerde offensief Market Garden - is Klaas van de Ven door de Duitsers doodgeschoten, toen hij in de schemering de straat overstak op weg naar de schuilkelder. Diezelfde dag werd zijn zoon Johannes Cornelis (Kees) van de Ven (20 maart 1903, Netersel) door een granaatscherf dodelijk getroffen. In de overlijdensakten van zowel vader als zoon Van de Ven wordt 10.00 uur als tijdstip van overlijden vermeld.
(Bron https://www.wo2slachtoffers.nl/bio/66815/Ven-van-de-Nicolaas.htm)

Middelbeers

Burgemeester van Middelbeers weigert arbeiders aan te wijzen voor de arbeidsinzet / Arbeitseinsatz. Hij en nog zes anderen worden weggevoerd en komen om. Zie apart blokje hieronder.

We zagen of hoorden niets, maar wisten alles en vertrouwden het toe aan papier en koerier. Niets lijkt zo vertrouwd als hardwerkend buitenvolk, ook al nemen ze de kortste weg, die eigenlijk zowat langs verboden terrein voert. Maar aan zulke goede bekenden kon men toch niet alles verbieden. Zelfs wij keken ervan op, hoeveel Duitsers met één of geen vuurstoot uit een schuilplaats te blazen waren. Wij kregen handen en voeten vrij om met de geallieerden te gaan patrouille lopen tot onder de muren van Best en Oirschot.

Tussen Westelbeers en Hoogeloon staat een Duitse bunker van waaruit oefenvluchten van Duitse bommenwerpers (gestationeerd op vliegveld Welschap) konden worden geobserveerd. De Duitsers gebruikten oefenbommen. Deze "bommen" waren van beton en hadden uitsparingen waarin buisjes met fosfor konden worden geplaatst. Zodra de bom op de grond viel brak het glas en ontvlamde de fosfor. Rook en vuur markeerden dan de locatie waar de projectielen waren neergekomen. Dat was goed waarneembaar vanuit de bunker.

De Duitsers hadden op de Landschotse Heide onder Middelbeers een compleet oefenterrein aangelegd in de vorm van een haven, inclusief vijf zogenaamde "schijnboten". Deze schijnboten waren zandruggen met een lengte van ongeveer 50 meter en een breedte van 7 meter. Ze waren omringd door een geul. Het gebied lag laag en was gemakkelijk onder water te zetten. Om alles zo realistisch mogelijk te doen lijken, stonden op de schijnboten ook nog houten kajuiten. 


De Duitse Beauftragte in  Noord-Brabant. Heeft zes burgemeesters doen wegvoeren, omdat ze geen arbeiders voor werk wilden aanwijzen. Bijna alle burgervaders zijn in Duitsland omgekomen.
K.L.H. van der Putt (Geldrop)
Th.W. Serraris (Heeze)
W.G.C.F. Wijtvliet (Bakel)
M.Ch.O.M.R. Magnée de Horn (Bergeijk)
J.W.A. Smulders (Oost-, West- en Middelbeers)
H.A.J. Veeneman (Son en Breugel)
G.J. Manders (Leende), was de enige van deze groep die het concentratiekamp overleefde.

Burgemeesters In Oorlogstijd

Hoogeloon en Casteren

20 Amerikaanse piloten twee dagen verborgen gehouden en daarna door de Duitse linies naar de Engelsen gebracht. 18 Andere Amerikanen verborgen gehouden tot de Engelsen in Hoogeloon waren. 7 Amerikanen en 4 Duitsers begraven.

Geheel de bevolking van Casteren en Netersel en een groot gedeelte van Westelbeers, Middelbeers en Bladel, gedurende een tot twee weken van voedsel en onderdak voorzien. Zieken en ouden van dagen uit Netersel helpen evacueren. Gesneuvelde burgers begraven. 30 Verdachte personen aangehouden, waarvan 19 na verhoor werden losgelaten en 3 naar Eindhoven werden doorgestuurd. Door de groep werden 19 krijgsgevangenen gemaakt, van wie 3 voor de bevrijding, 6 tijdens de intocht der Engelsen en 10 met of zonder hulp van Engelse patrouilles gedurende de eerste dagen na de bevrijding. Een noodbrug geslagen om het militaire verkeer door te laten. 


Duitsers worden ontwapend en N.S.B. ers opgepakt.

Overzicht P.A.N. in de dorpen


Treinaanslagen bij Best, Borkel en Schaft, Boxtel, Deurne, Leende, Riel, Tilburg. 
Telefoonsabotage bij Best, Eersel, Leende, tussen Vessem en Middelbeers, tussen Asten en Lierop. Hoogspanningsmasten bij Acht en bij de Achelse Kluis. Aanslagen en overvallen bij Baarle-Nassau, Bladel, Eersel, Eindhoven, Haaren, Hapert en Middelbeers. 

Eersel

Verslag van de commandant Kloosterman uit Eersel over de P.A.N. activiteiten vanaf 3 september 1944

"Op 3 september krijgen we bevel een man te zenden naar Casteren te sturen, teneinde behulpzaam te zijn bij het opblazen van spoorrails in de omgeving van Tilburg. Daar dit niet het eerste de beste karwei is, wordt hiervoor aangewezen T.G. uit Steensel, een jongen die reeds enige jaren vertrouwd is met het ondergrondse werk. Hij was onverschrokken, accuraat en sprak met niemand over zijn werk. Hij ging met een persoon van de groep van Hoogeloon. De eerste tocht was echter vruchteloos. Gelukkig daar de eerste trein die kwam Nederlandse burgers vervoerde. Dit zou ook de laatste zijn. De volgende dag werd wederom de tocht ondernomen, nu echter met meer succes. Van Toon vernamen wij allen bij zijn thuiskomst dat de opdracht stipt was uitgevoerd en de resultaten bevredigend waren. 

Zijn collega vertelde ons later dat hij zelf de opdracht niet durfde uit te voeren vanwege het enorm grote gevaar. Het was onverantwoordelijk je hierin te storten. De treinen reden met een snelheid van 15 km en op de locomotief zaten vele Duitsers om het terrein te verkennen. Het enige wat Toon zei, was: "Mijn commandant heeft mij opdracht gegeven en ik moet ze uitvoeren". Alleen sloop hij naar de spoorlijn die in de omgeving van Burgers Dierenpark moeilijk te benaderen is en ging langs de zijkant van de spoorlijn liggen. De treinen volgden elkaar slechts op geringe afstand. Toen drie treinen gepasseerd waren plaatste hij bliksemsnel de springstof. Als een monster vol dreiging naderde de vierde trein. Hij rende weg en was nog geen 200 meter verwijderd toen een enorme explosie de lucht deed trillen. Nog juist zag de kranige partizaan de locomotief als een paard steigeren. De mitrailleurkogels floten door het bos. De mannen waren echter veilig en vonden voor de nacht een slaapgelegenheid bij een gastvrije boer. 

Op 19 september, de dag der bevrijding, nog voor de geallieerden het dorp Steensel hadden bereikt, reed Ko met zijn ordonnans over Knegsel naar Duizel met het doel deze groep een geweer met 5 patronen en 5 handgranaten ter hand te stellen. Juist waren ze Knegsel gepasseerd toe zij door een burger werden gewaarschuwd voor Duitsers, die zich ophielden bij de Driehuis. Ze zagen reeds enige Duitsers op een afstand, lopen. Teruggaan is erg voor een Partizaan, dus werd de motor opgeborgen en ging men te voet verder. Een man van Knegsel voegde zich nog bij het tweetal. Toen de Duitsers op 100 meter genaderd waren, zagen ze het onheil dat hen dreigde. 

No. 1 trachtte zijn mitrailleur te bereiken. Ko zag het …. Een schot…. Dodelijk gewond. Tot de andere Duitser gaf hij het bevel "Handen omhoog". Nee. Liever eerst trachten bij de mitrailleur te komen om die brutale partizanen mores te leren. Een schot trof de tweede Duitse soldaat. Nogmaals het bevel "Handen omhoog !". Een kogel floot over de hoofden der fanatiekelingen. Een derde trachtte het vuurwapen te bereiken. Ook deze viel na twee treffers. Nogmaals het bevel tot overgave. Gewapend met een pistool (de geweerkogels waren op) trokken de partizanen op de Duitsers af. Eindelijk gingen de handen de hoogte in. Er werden 7 krijgsgevangenen werden gemaakt, twee waren ernstig gewond, een had het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld.  

In het geheel werden in dit rayon 36 krijgsgevangenen gemaakt. Op 19, 20 en 21 september was het gehele personeel van de P.A.N. dag en nacht in dienst. De dienst bestond uit: 

1. Het onderbrengen van geallieerde troepen. Het met de geallieerde troepen meezenden van P.A.N. strijders om mitrailleursnesten ed. op te ruimen door lichte tanks. 

2. Het publiek van tanks en auto’s weghouden.

3. Het afzoeken van de bossen naar Duitsers, geweren, munitie, springstof, granaten enz.

4. Het opruimen en schoonhouden van wegen waar geallieerde troepen over trokken, zoals het verwijderen van stukgeschoten auto’s en er voor zorgen dat geen met paarden bespannen wagens over die wegen reden.

5. Telefoonsabotage

Voor deze werkzaamheden hebben meerdere geallieerde officieren hun dank betuigd.
Op 19 september werd een aantal arrestaties verricht waarvan als eerste de [NSB] Burgemeester, [de heer S.C.M. Fontein Strootman] toen hij met schennende hand de nationale driekleur wilde hijsen". Zie foto hieronder.

Veldhoven

Verslag van de commandant Bokhout uit Veldhoven over de P.A.N. activiteiten in september 1944

Een grote moeilijkheid was het bemachtigen van wapens. Hiertoe werden strooptochten ondernomen naar het nog steeds door de Duitsers bezette vliegveld Eindhoven. Kisten handgranaten, geweren, munitie, machinepistolen en pantservuisten werden bemachtigd. We begonnen met 5 pistolen, die eigendom waren van bepaalde leden. Toen de bevrijding daar was, hadden we 7 mitrailleurs (5 lichte en 2 zware), ongeveer 30 geweren en een grote voorraad handgranaten, ik schat ongeveer 500 stuks. De Sectie- en Groepscommandanten waren toen allemaal bewapend met pistool, revolver of machinepistool. De vrouwen van enkele leden (in het bijzonder mevrouw P.) gingen met de kinderwagen naar het vliegveld en vervoerden wapens en munitie onder het bedje in de kinderwagen.

Met de buitgemaakte wapens werd actie gevoerd tegen kleine groepjes Duitse militairen met het gevolg dat 19 Duitse militairen krijgsgevangen werden gemaakt en op 20 september 1944 overgegeven aan de geallieerden te Eindhoven. 


Op Eerste Pinksterdag 12 mei 1940 trokken de Duitsers Veldhoven binnen.
In de pastorie van de H. Caeciliakerk vestigden ze een hoofdkwartier en hingen de vlag met het gehate hakenkruis uit het raam. Op 18 september 1944 werd Veldhoven bevrijd.
bron foto beeldbankwo2.nl

Ik meen dat hiertoe de Don Boscoschool was ingericht. Bij deze actie werden tevens een auto en enkele mitrailleurs buitgemaakt.

Door patrouilles werden tochten ondernomen, naar de Belgische grens, om contact te zoeken met de geallieerden, die de Nederlandse grens naderden. Dit contact werd inderdaad bereikt. Hiertoe moest een cordon van Duitse wachten, die erg schietgraag waren, worden gepasseerd. Op deze wijze werden allerlei berichten uit de Kempen overgebracht betreffende de sterkte van de aldaar gelegerde Duitsers, het verkeer en de soorten onderdelen en alles wat van belang werd geacht.

Omstreeks 6 september 1944 kwamen twee koeriers van de O.D. uit Zuid-Holland aan bij mijn woning. Zij hadden opdrachten en inlichtingen bij zich. Zij verzochten mij hen over de grens te leiden. Door een patrouille van de P.A.N. zijn ze naar de Engelsen in België gebracht. 

Als bijzonderheid kan nog worden vermeld, dat aan alle acties tegen de Duitsers werd deelgenomen door twee Canadese piloten, die vertoefd hadden in de woning van Luitenant T. Zij waren ingedeeld bij de Sectie Zeelst. 

Wij hebben ons verzet tegen het kaalknippen van de "Moffenmeiden", daar dit door ons als onwaardig werd beschouwd.

Geldrop

Een verslag van districtscommandant luitenant-kolonel Theo Dankelman, met de schuilnamen Theo Wieland, John Dankelman, Guus Winkler en Max v.d. Pol.
Ook de naam Doove als commandant staat in een document

Onder ons waren vogels van diverse pluimage: arbeiders, kantoormensen, academisch gevormden; doctors evenals straatvegers, studenten evenals boeren.

Er werd bij ons echter nooit onderscheid gemaakt, wie of wat men was. Er werd wel gevraagd hòe men was. De blaam, welke na de bevrijding werd geworpen op deze mensen, kan door mij niet worden geaccepteerd. Deze is weleer te wijten aan het feit, dat na de bevrijding toen het werk van deze mensen een einde nam, zij hun beding moesten zoeken en uittraden, waarvoor in hun plaats zeer dikwijls avonturiers kwamen, die meenden op een gemakkelijke manier aan geld te komen. 

De samenwerking was allerhartelijkst en er groeide een bijzondere achting en vriendschap. Toen ik mij dan ook meer bezig hield met de hergroepering, bleek dat wij op elkaar konden bouwen. Jammer dat deze goede verstandhouding niet bestendigd kon worden. Na de bevrijding ging ieder zijns weegs, terug naar eigen zorgen en belangen, waarvoor hij moest opkomen. 

Mijn district strekte zich uit van Budel-Maarheze, Geldrop, Someren-Heeze, Lende, Sterksel, Leenderstrijp, Lierop-Asten tot Gerwen en verdeeld in 5 rayons. 

De allereerste opdracht was het vertragen van het terugtrekken der Duitse legeronderdelen, waarbij vooral gedacht werd aan het buit en onklaar maken van rijdend materieel, wapenen, benzine enz. het opblazen van spoorwegen, het onklaar maken van spoorseinen, het in brand steken van Duitse voorraden.

Vooral de groepen Heeze en Lierop hebben zich bij het actieve sabotagewerk buitengewoon onderscheiden, doch hebben in de bezetting de meeste verliezen geleden. Toen het er dan ook op aankwam om gevaarvolle opdrachten te doen uitvoeren, waren het steeds deze groepen die werden uitgezonden. 

Dikwijls heeft de Staf zijn schuilplaats moeten wijzigen en resideerde achtereenvolgens te Geldrop, Mierlo, Lierop en Heeze, doch keerde uiteindelijk tot het oude Stafkwartier te Mierlo terug, van waaruit de operaties werden geleid. Ik moge tevens de gewonden uit mijn groep een eresaluut brengen; mensen die thans reeds lang zullen zijn vergeten.

Ik denk aan de nacht, dat wapens gedropt zouden worden op Willem III. Ondanks het feit dat was doorgegeven, dat dit terrein onbruikbaar was n.l. in beslag genomen, door een radiozender S.S. met ongeveer 80 á 100 man bezetting, werd toch prompt gedropt. De wapens zijn dus midden tussen de vijand gekomen, die hiervan dankbaar gebruik heeft gemaakt. Toch werd opdracht gegeven te trachten deze wapens te bemachtigen. De groep was echter te klein en te slecht bewapend om tot openlijke strijd over te gaan. Daarom werden de Duitse Wehrmachtwagens, welke in de omgeving stonden behoorlijk nagesnuffeld en alles wat bruikbaar was tot buit verklaard. Hierbij waren ook verschillende automatische machinegeweren. 

Er meldde zich een Engelse officier op mijn Stafkwartier te Mierlo met opdrachten welke hoofdzakelijk bestonden uit het zuiveren van streken, die voor een directe opmars van belang waren, het geven van inlichtingen, getalsterkte en weerstandsnesten der Duitsers, het direct doen arresteren van Staatsgevaarlijke elementen.

Als anekdote moge ik hier nog vermelden, dat aan een mijner groepen opdracht werd gegeven de spoorlijn naar Weert van haar verbindingsstukken te ontdoen. Door een klein misverstand gingen hierop 2 groepen uit. Een groep van 4 man uit Lierop en een groep van 4 man uit Heeze. Groep Heeze was druk aan het werk, ondanks de lijnpatrouille der Duitsers, totdat zij op een gegeven moment bijna recht tegenover zich 4 man zagen opduiken, waarop beide groepen dekking zochten. Dit heeft enige tijd geduurd totdat men tot de ontdekking kwam dat men hier met een nevengroep te maken had die op dezelfde plaats de verbindingsstukken zou verwijderen. Dit is ook verenigd gebeurd. 

Midden in de actie werd een Duitse munitietrein op de weg Geldrop – Helmond onder mitrailleurvuur genomen. In de bossen aldaar bevonden zich verscheidene groepen o.a. de radiozendinstallatie. De Duitsers moesten een goed heenkomen zoeken en een plaats waar zij hun gewonden konden deponeren. Hierbij ging onze radiozender verloren, daar de overmacht te groot was en in een bebouwde gemeente ook niet tot openlijke strijd kon worden overgegaan. Er werd ons n.l. de verzekering gegeven dat bij enige weerstand van partizanen, het dorp zou worden uitgemoord. Deze verantwoordelijkheid heb ik niet op mij durven nemen, zodat het terrein van actie werd verplaatst naar de Leenderheide, waarbij verscheidenen Duitsers krijgsgevangen werden gemaakt. 

Heeze

Verslag van de commandant Simon over de P.A.N. activiteiten 

Als controleur bij de C.C.D. werd ik begin 1941 naar Heeze overgeplaatst. Daar kreeg ik contact met S. en K. te Maarheeze. Via K. kreeg ik begin 1942 contact met V. en J.B. te Leende. De organisatie werd beter toen er door V. met de L.O. waas gelegd. 

Inmiddels was het contact met de Witte Brigade ook tot stand gekomen en werden er geallieerde piloten geholpen.  

Aan een vriend van mij, Jo Moerman uit Rotterdam, heb ik medewerking toegezegd aan de organisatie "Luctor et Emergo" en de "Oxo-groep". Jo Moerman bracht mij regelmatig foto’s, documenten, stafkaarten ed. die door mij naar V. te Leende werden gebracht en door de Witte Brigade via Gent naar Engeland werden doorgegeven. 

L. v.d. P (waarschijnlijk brigadier L.N. van der Palen, politie Eindhoven) uit Eindhoven hield ons van alles op de hoogte. 

De landelijke organisatie Luctor et Emergo - in april 1943 omgedoopt in Fiat Libertas -hield zich bezig met het verzamelen en doorgeven van inlichtingen en met hulpverlening aan joden en piloten. Van meet af aan werd samengewerkt met de Ordedienst en de L.O. Reinier David Kloeg (23-2-1908 Rotterdam), een van de oprichters van de verzetsgroep, volgde in België een priesteropleiding. Hij ontmoet de gewezen dienstplichtig militair Mathieu.H.L. Beelen (13-4-1919) uit Tungelroy bij Weert, in 1942 in het Trappistenklooster De Achelse Kluis ten zuiden van Valkenswaard.

 In overleg met de Kloeg begint Beelen in 1942 met de opbouw van een vluchtlijn. Allereerst moest hij op zoek naar een geschikte locatie om de grens met België te kunnen passeren. Die vond hij bij een boerderij aan een parallelweg van de verbindingsweg Weert-Maaseik. De hoeve lag pal op de grens en met de fel anti-Duitse boerin, mevrouw Scheepers, sprak hij af dat zij een wasteil buiten zou zetten als de kust veilig was.

Beelen huisvestte de vluchtelingen tijdelijk in een leegstaande boerderij in zijn woonplaats. Vervolgens loodst hij ze over de grens naar pasteibakker A. Bergmans in Bree, een broer van H. Bergmans, pijpenfabrikant in Weert. Vanuit Bree trekken de vluchtelingen te voet of op de fiets naar Maaseik, vanwaar ze per trein naar Hasselt reisden. Daar zetten ze hun tocht via Brussel voort naar Zwitserland of Zuid-Frankrijk. 

"Pietab, het latere Oxo".

Vanaf mei 1942 was officier P.C.A.M. de Kort, adjudant van het hoofd van Bureau Inlichtingen der Nederlandsche Regering in Londen. Hij bouwde vanuit Sunny Hill de verzetsgroep "Pietab" uit. Pietab verzamelde militaire gegevens, sinds 1940 in het zuiden en later in geheel Nederland. De Kort had de leiding over alle provinciale leiders en ging gegevens zelf ophalen. Na een arrestatiegolf is Pietab in juli 1944 om veiligheidsredenen opgeheven.

Daags voor mijn contact met een andere KP in Heeze onder leiding van K., werd deze KP helaas door de S.D. opgerold. Mijn groep was er aanvankelijk vooral voor hulp aan onderduikers en H.S. was wel de meest verdienstelijke medewerker. 

Nadat ik ook met Frits contact had gekregen leerde ik de P.A.N. kennen, waarbij wij ons direct hebben aangesloten. Langzamerhand kwamen wij aan wapens. 

Midden in de nacht werden door een gedeelte van mijn groep twee vliegtuigmitrailleurs uit Someren gehaald. Helaas bleken zij niet te werken. 

Toch werden zij bewaard in onze speciale opslagplaats, onder de grond in een kelder van de fabriek van V. in de Kapelstraat. De nachtwaker aldaar T.v.E. was een van ons groepje. Hoe kon het mooier. 

Op klaarlichte dag werd een Nederlandse karabijn uit Eindhoven gehaald, beschikbaar gesteld door L. v.d. P.  

De boswachter J. te Heeze en de veldwachter v. E. hadden eveneens een aantal wapens verzameld. Op 23 oktober 1943 werden de wapens bij hem gevonden. 

De veldwachter dook onder en de boswachter heeft de oorlog overleefd. 

Mijn ondercommandant J.D en ik hebben al het materiaal dat bij hem thuis lag, ondergebracht in onze veilige schuilplaats. Ook de springstof die bij de familie v.d. L. lag, werd veiliger opgeborgen. 

Spoedig daarna werd bij mij door de S.D. een huiszoeking gedaan, waarbij een schuilplaats werd ontdekt. Gelukkig was die helemaal leeg. Omdat ze meteen naar de zolder gingen kon ik de bonkaarten en andere papieren van H.S., waar ik mee bezig was, nog snel in de potkachel gooien. 

Vanaf die dag werd het tijd om een andere slaapplaats te zoeken. Voor J.D. en mij werd dat het varkenshok in de tuin van de familie v.d. L. 

Tengevolge van razzia’s werd het steeds moeilijker om een goed plaatsje te vinden voor onderduikers. Mijn groep wist wel raad. De top van een heuvel op de Lieropse heide werd afgegraven en er werd een kamer van 3 x 3.5 x 2 meter gemaakt. 

Dit vertrek werd water- en zand-dicht gemaakt en hierna werd de heuvel weer natuurgetrouw opgemaakt met zand, plaggen, graszoden en hier en daar een boompje. De ingang werd zorgvuldig gecamoufleerd. Een plattebuis kachel werd geplaatst, er werd een plavuizen vloer aangelegd en 4 opklapbedden, een klaptafeltje en 4 stoelen en potten en pannen, geplaatst. Een der onderduikers, J.E. uit Amsterdam, maakte de maaltijden voor het viertal klaar.  

Helaas ontdekten stropers de schuilplaats. T. v. E. zei mij dat het op de hei niet pluis was. Dat was ook zo want de vier onderduikers werden gevangen genomen. Het lukte echter L. v.d. P. om via een contactpersoon de 4 mannen vrij te krijgen. Zij kregen een Ausweis en werden tewerk gesteld op het vliegveld Eindhoven. 

Op 6 september 1944 ontvang ik een bericht van Frits, waarin hij zegt dat het afwerpterrein Willem III is goedgekeurd: 

P.A.N.

Sin x.

Eindhoven, 6.9


B. de G.,

Afwerpterrein Heeze is goedgekeurd. Coördinaten zijn 3033 54.3. 

Radio België half negen slagzin:

Stel Uw werk niet uit tot morgen.

Seinen de letter W.  

Luister al vanavond. Spullen niet te ver wegbergen. Er kunnen 12 containers komen, elk met 5 kisten. Zorg onmiddellijk voor lampen en eventueel voor paard en wagen. Vlug alles in orde maken.

Frits

P.S. Als afgeworpen is, dan direct koerier naar W.26.

Het afwerpterrein was echter in beslag genomen door een radiozender van de S.S. met bewaking. Van droppings is niets terecht gekomen. 

Ik kreeg op zekere dag, aan het einde van een vergadering, de opdracht een lichtmast tussen Eindhoven en Zuid-Limburg op te blazen. Een zeer prettige opdracht, hoewel we elkaar nogal eens hebben aangekeken. 

Onze eerste taak was een geschikte paal te vinden die bovendien afgelegen moest staan. Ieder kent de bedoelde palen. Een heel ijzeren geraamte van ca. 35 m. hoog. Nadat we de omgeving hadden verkend en meerdere palen achtereenvolgens op de meest geschikte plaats vonden staan voor ons werk, vonden we er toch telkens weer een, die nog meer afgelegen stond, dan alle vorige en zo belandden we uiteindelijk in Huchten. Beter misschien gezegd, aan een heel eenzame paal, ergens tussen Maarheeze en Someren, war geen sterveling in de omtrek woonde. Hiervan verslag uitgebracht en op een zaterdag moesten we in Eindhoven dynamiet, ontstekers, batterijen en een wekker halen. Deze wekker had slechts één wijzer, de grote. Bovendien was er een punt van metaal op de buitenzijde bevestigd, geïsoleerd van het overige deel van het uurwerk. Zodra de ontstekers en alle draden verbonden waren met de batterijen welke seriegeschakeld moesten worden en ook met de wekker, was het contact volledig , als de grote wijzer de bedoelde punt raakte, zou het dynamiet springen. 

Zondagnacht, precies om twaalf uur moest het geval de lucht in. Zondagmorgen was het eerste werk dat S.D. en ik te doen hadden het kneden van het dynamiet, tot je neerviel van de koppijn. Eindelijk ’s avonds met drieën op stap, want ook T.v.E. ging met ons mee. Bij de paal aangekomen, eerst goed de omgeving verkend; daarna met een grote Engelse sleutel alle bereikbare bouten en moeren losgedraaid, vervolgens het dynamiet aan de stijlen bevestigd en de ontstekers aangebracht. Daarna de draad van iedere ontsteker aan de serie geschakelde batterijen bevestigd en de batterijen doorverbonden aan de wekker. 

Ons restte nu nog de andere draad van de ontsteker aan de geïsoleerde punt te bevestigen en als alles goed was zou er niets gebeuren, voordat de wijzer de punt raakte. 

Het was 23.10 uur en we begonnen de wekker op te draaien en de grote wijzer op 15 te zetten, zodat hij drie kwartier de tijd had. Voor ons voldoende om thuis te komen.

Vervolgens gingen we op onze buik liggen, keken elkaar eens aan (misschien zagen we wel een beetje wit om de neus), gaven elkaar een stevige poot. En maakten de laatste draden vast. 

Inderdaad gebeurde er niets. 

Vervolgens naar huis toe. 

De volgende dag, hoorden we dat er 7 lichtmasten om waren bij Huchten. We mochten dus wel aannemen dat onze mast was gegaan en dat de rest erbij gefantaseerd was, hetgeen inderdaad zo bleek te zijn.

De volgende dag nam ik de vrijheid het politierapport, dankzij de medewerking van F.V. even te lenen teneinde er een afschrift van te maken en het daarna weer ongezien op zijn plaats terug te leggen. 


P.A.N.

sin.x.

5-6-1944


P.A. Commandant 3,

Mijn hartelijke dank voor de parabellum patronen, hoewel ik nog niet weet of het de vereiste maat is. Het is wel mogelijk dat ik nog een kleine situatieschets krijg van de Geldropseweg en de Sommerseweg, hoeveel dynamiet nodig is om de diverse onderdelen op te blazen en of er ook ontstekers bij nodig zijn. 

Verder is er waarschijnlijk maandag a.s. een demonstratie in het gebruik van trotyl, waarbij ik verschillende P.A. Commandanten aanwezig zou willen hebben. 

Daarom verwacht ik U zonder tegenbericht a.s. maandag om 3 uur in de Fazantlaan, waar we al eens eerder geweest zijn.

Bovendien is het hoogstwaarschijnlijk dat U de opdracht voor het laten springen van de hoogspanningsmast van de leiding van Limburg naar Eindhoven krijgt, wilt u zo goed zijn de hoogte van de masten uit te vinden en de doorsnede van de steunen en deze gegevens maandag mee te brengen ter bijeenkomst. Kunt U mij verder nog mededelen wat voor soort mitrailleur er in Bergeijk aanwezig is, welk kaliber en of er voldoende patronen aanwezig zijn. 

Ook de hoogspanningsleiding van Eindhoven naar Helmond zou tegelijkertijd verbroken moeten worden. Aangezien ik nog geen tijd heb gehad in Geldrop contact te leggen, wilde ik vragen of U ook voor een van deze masten zoudt kunnen zorgen, en of het mogelijk is dat U zich in verbinding stelt met Rayon 2. U kunt u dan vervoegen bij S. marechaussee, met het wachtwoord "Ik kom voor de Geraniums".

Deze persoon woont , wanneer ik mij niet vergis te Geldrop.

Bepreekt u dan met hem de bedoeling van de P.A.N. en alles wat er over te weten valt. 

Ook het oprichten van een kern van partizanen. 

Met vaderlandse groet, 

Frits

P.S. De vijftig long-rifle patroontjes die U nog had (6 mm) kan Frans in R.4 gebruiken. Tracht Frans ook mee te krijgen voor de demonstratie op maandag en brengt U in ieder geval 4 van de blokjes trotyl mee die Frans in zijn bezit heeft. 

Later kreeg ik de vraag om ook aandacht te besteden aan de spoorlijn oostelijk van Eindhoven. De nodige verkenningen werden verricht maar op het kritieke moment werd ik ziek en moest de uitvoering aan mijn onder-commandanten J.D. en T. v. E. overlaten. 


Brief van B. de Graaff aan Stork (= Ad van Hoynck, Frits) van 5 juli 1944.
Inhoud van deze brief staat hier als overgetypte tekst bij het verhaal over Frits alias 
A.P. Hoynck van Papendrecht 

Zoals uit het voorgaande bleek waren wij ingedeeld in het district Geldrop, onder commando van Dankelman, waarmee wij uiteraard een betere en snellere verbinding hadden dan met Frits in Eindhoven. Zoals reeds aangehaald hadden wij contact in Someren gekregen en tengevolge van enige moeilijkheden werd het commando van deze groep en van die uit de gemeente Sterksel aan mij overgedragen. 

S.K. P.A.N

7-9-1944

Verzoeke voorlopig bevel over Sterksel over te nemen, totdat nieuwe instructies volgen. S. en W. eventueel voorlopig vastzetten en nauwkeurig bewaken (Volgt gegeven bevelen niet op).

Verdere instructies:

Aftocht zoveel mogelijk vertragen, spijkerplanken, grote kopspijkers (asphaltspijkers).

Indien overdag niet mogelijk dan manschappen laten slapen en ’s nachts opereren.

Het belangrijkste punt is nog steeds wapens. 

Spoorlijn naar Maastricht weer hersteld, lopen althans weer treinen. Op open en onbewoonde plek situatie opnemen. Wordt echter patrouille gelopen door Duitsers. 

Voor het H.K.

R.C. D.O. Pan.



16-9-1944

Daar het district aan deze kant van Eindhoven enigszins is veranderd, zijn ook de Rayonletters veranderd: 0 Sterksel, 1 Maarheeze, 2 Budel, 3 Heeze, 4 Leende en Leenderstrijp, 5 Lierop, 6 Someren, 7 Asten, 8 Mierlo, 9 Soerendonk, 10 Geldrop. 

Wij hadden wel genoeg handgranaten, maar niet genoeg ervaring. Wie had gedacht dat de Duitsers als instructeurs zouden optreden, hoewel onwetend.

In het café voelden zij zich thuis en naast hun zware uitrusting beviel het hun zo slecht niet, al was het Dolle Dinsdag geweest. 

Aan een goede herbergierster ontgaat niets en deze zag direct dat de heren aardig in de handgranaten zaten. 

Juist over die dingen was het vaak te doen geweest.

In een goede herberg is veel geoorloofd, maar zij maakte toch bezwaar tegen die gevaarlijke voetzoekers.

"Macht nichts"!

"Nee, maar jullie wilt er toch ongelukken mee maken"?

"Macht sofort nichts"!

"Maar ik heb het er niet hard op, als hier mijn hele winkel de straat over vliegt".

"Bleiben Sie ruhig, kein Unfug bitte, es ist nichts los" !

Of het nu los of vast stond, maar de Duitser was niet zo goed of hij koest gratis college geven in handgranatenexpertise. De leerlinge bleek niet van de snuggerste, zodat de les zo grondig werd, dat ze dezelfde avond werd herhaald, maar toen door Frau Professor.  

Wij moesten een plaats kiezen waar straks onze gevangenen zouden blijven: de gedeeltelijk ondergrondse schuilkelder van de weverij Engelen & Evers op de Nieuwendijk, gebouwd achter de fabriek en voorzien van zware ijzeren deuren. Hieronder foto van weverij Engelen & Evers.

Mobirise

Onze groep welke ik had uitgebreid tot ca. 24 man, had ik in opdracht van de D.C. in twee groepen gesplitst, waarvan een de "Vliegende Brigade". 

De P.A.N. werd opgeheven en omstreeks 23 september ging mijn groep officieel over naar het Regiment Blauwe Jagers, hoewel we op verzoek van de Engelsen onze P.A.N. banden voorlopig bleven dragen. We bleven gelegerd in Heeze, ontvingen van de Blauwe Jagers soldij en van de Engelsen sigaretten ed. Later gingen mannen naar huis of naar het Regiment Stoottroepen. Er was slechts 1 lichtpuntje: 

De BUITENLANDSE TROEPEN, zowel manschappen, officieren als onderofficieren, ZIJ WAARDEERDEN ONS, de Partizanen Actie Nederland, in blauwe overall met witte band. 

De Rayon Commandant Heeze

Rayon III

B.d.G.


De Rifle Brigade neemt positie in even buiten Heeze.
foto: www.iwm.org.uk door Sgt Laing 22-09-1944

Leende

De stroloods en de strohulzenfabriek van de firma W. van Engelen, die op volle toeren voor de Duitsers moest werken, werd in brand gestoken. 

Hulzen van roggestro werden vroeger gebruikt om glaswerk in te verpakken en te transporteren. De productie van strohulzen en stromatten was oorspronkelijk een huisindustrie. Als de rogge was geoogst, bleef het stro als afval achter, een goedkope grondstof voor het vervaardigen van strohulzen. Toen de strohulzen voortaan machinaal werden vervaardigd, verkochten de boeren hun stro aan de fabrieken. 


In 1944 werd de fabriek door de ondergrondse P.A.N. in brand gestoken daar men vermoedde dat er strohulzen voor granaten werden gemaakt. 

Contact werd gelegd met de Witte Brigade in België en van daaruit werd o.m. een springlading voor een treinontsporing ontvangen, bestemd en gebruikt voor de lijn Achel-Valkenswaard. De springlading is aangewend, doch wegens vochtigheid of ondeugdelijkheid is deze helaas niet tot ontploffing gekomen. 

Telefoonkabels van een luchtvaartpost onder deze gemeente werden doorgesneden terwijl grote stukken hieruit op onverklaarbare wijze verdwenen. 

Op aanwijzing van Frits werden voorbereidingen getroffen voor z.g. "wapen-droppings", welke echter nimmer gekomen zijn. 

Materialen als wekkers, batterijen, springstof e.d. werden verzameld, teneinde waar nodig of gewenst te gebruiken, voor de vervaardiging van tijdbommen o.a. bij de hoogspanningsmasten te Maarheeze.

Ook werden nasporingen gedaan naar z.g. fosforflesjes en springladingen, die door de geallieerden per luchtballon naar bezette gebieden werden gedirigeerd en op verschillende plaatsen in de gemeente terecht zijn gekomen. Deze materialen werden als prachtige en welkome hulpmiddelen gebruikt bij overvallen, brandstichtingen en vernielingen. O.m. werden deze flesjes door mijn tussenkomst aangewend bij overvallen op het bevolkingsregister van Eindhoven (mislukt), Mierlo en Venlo. Daarbij werden ze nog dikwijls gebruikt, teneinde het blussen te bemoeilijken van Engelse staafbrandbommen, die voor de Moffen op onverklaarbare wijze uit de neergeschoten Engelse vliegtuigen verdwenen en ten opzichte waarvan ik in staat ben geweest verschillende knokploegen met dit materiaal te voorzien. 

Verder inlichtingen ingewonnen, vliegvelden in kaart gebracht, geschutsopstellingen en verdedigingswerken hierop aangeduid, kortom alle mogelijke spionagewerkzaamheden verricht, welke gegevens per koerierster van de Witte Brigade werden bezorgd bij Monsieur M.D. te Gent (België), die de gegevens sorteerde en verder zorgde voor rapport aan de geallieerde legerleidingen en/of regeringen. Van deze weg om spionagegegevens in het bezit der geallieerden te doen komen werd o.m. door mijn bemiddeling ook gebruik gemaakt door de spionagegroep "Luctor et Emergo" waarvoor ik grote aantallen negatieven en rapporten heb doorgezonden. 

Op 24 augustus 1944 des morgens om 5 uur kwam er een kink in de kabel. Door laf verraad werd ik op die morgen door de S.D. van mijn bed gelicht wegens verlenen van hulp aan onderduikers. Maar de organisatie was voorbereid. De werkzaamheden werden onverminderd voortgezet, op de eerste plaats door mijn zusters, die volledig op de hoogte waren met de plaatsen en de behoeften der onderduikers en alle overige lopende zaken. Daarbij werden zij geassisteerd door H., die ook overigens wat de organisatie betrof volledig was ingelicht en aan wiens beleid ik het verdere verloop veilig kon overlaten.

Op 18 september, bij de bevrijding van Eindhoven, ben ik eveneens bevrijd. Op 19 september ben ik naar Leende teruggegaan en tot de bevinding gekomen dat Leende nog niet bevrijd was. Het lag in Niemandsland. 

Kan wel Vliegende Brigade uitrusten met pistool, houd dan echter geen man over. 

In verband met zeer grote activiteit van vrij sterke Duitse patrouilles in de omgeving van Leende en Leenderstrijp waar ik alle mensen dringend nodig heb, stel ik voor een Vliegende Brigade te nemen uit Valkenswaard. Deze zijn tot de tanden toe bewapend en hebben momenteel niets te doen daar Valkenswaard reeds bevrijd is. 

Ik hoop dat U mijn verzoek kunt billijken daar het zeer dringend en nodig is voor de beveiliging van dit rayon. Ik heb al twee maal een koerier met verzoek om versterking aan commandant Engelsen gericht, echter tevergeefs tot nu toe. Vanmorgen heb ik om plm. 6 uur zelf contact gehad met officier der Engelsen, hen zeer vriendschappelijk met hem gesproken waarbij hij mij alle hulp toezegde die helaas tot nu toe uitbleef. Daarom nogmaals, roept U mijn mensen niet weg. Ondanks alles. Ik heb wegens actief optreden van S.D. niet kunnen werken. Zal toch trachten opdracht uit te voeren. Opgaven volgen nog. Nog eens, telefoonkabels nog niet verbroken. Was niet te vinden is ondergronds. Heb informaties ingewonnen. Gaan vandaag opnieuw. 

Op Rijksweg Leende-Weert patrouille S.S. doorlopen. Te Maarheeze zijn doorgekomen vanuit de richting Leende, zestig vrachtauto’s, beladen met plm. gemiddeld 15 soldaten, gaan richting Budel plm. 2-6 lichte kanonnen.

Nadere bijzonderheden, S.S. troepen voornoemd zijn afgeladen te Budel, auto’s teruggekeerd, ledig naar Soerendonk.  

Te Maarheeze plm. 15 auto’s SS ondergebracht bij J.L. Fouragehandel (Jos Lammers ?) nabij station Maarheeze plm. 40 man sterkte.

Niets gebarricadeerd. Geen wapens voorhanden ter verdediging. Verder niets te melden.

P.S. Commandopost in de woning van N.S.B.er aan de spoorlijn bij het station.

Jac.

Des avonds werd het geluid van een naderende tank waargenomen, komende uit de richting Valkenswaard. Bij nadering bleek het een door de P.A.N. uit Valkenswaard buitgemaakte pantserwagen te zijn, bemand met gebrekkig gewapende P.A.N. mensen. Op mijn vraag , welke de bedoeling was van hun tocht, werd geantwoord dat zij zo nodig assistentie wilde komen verlenen aan de hier opererende P.A.N. Met de wetenschap dat in de kom van het dorp nog Duitsers waren, bewapend met een licht kanon, pantservuisten e.d. heb ik deze mensen doen terugkeren naar Valkenswaard.   

Dat dit niet te vroeg was bleek wel hieruit, dat ik langs een andere weg naar huis moest terugkeren om zelf niet in handen van de Duitsers te vallen. 

17 september 1944

Duitse troepen trekken in de voor- en namiddag gedeeltelijk terug van Budel, Soerendonk en Maarheeze o.a. door de bossen naar Someren en richting Heeze-Geldrop. Nog slechts kleine troepenconcentraties in bedoelde plaatsen. ’s Nachts vertrekken eveneens troependelen in vorengenoemde richtingen. Een krijgsgevangene, lid van de SS. In krijgsgevangenschap over laten brengen naar een nabij gelegen plaats om hem gevangen te zetten. Voorts bevinden zich te S. momenteel 3 krijgsgevangenen, welke zich nogal kalm gedragen en even bij de boeren blijven.

18 september 1944

Bij kleine eenheden van 6 man enz. trekken Duitse militairen terug in de richting Someren. Nog een krijgsgevangene bijgekomen, zodat wij thans over 4 krijgsgevangenen beschikken, welke waarschijnlijk spoedig door mij op een betere plaats onder bewaking zullen worden gesteld. 

Hieronder volgen de gegevens van verschillende ter mijner beschikking staande groepen, voorzichtigheidshalve zijn door mij de namen van diverse personen weggelaten:

Groep 1 te S.

1 Commandant: sergeant regiment Grenadiers, 1 pistool F.N. 9 mm., 20 patronen heeft fiets, spreekt Engels en Duits. 6 manschappen waarvan 3 militairen, 5 met een rijwiel en aan bewapening: 1 geweer met bajonet, ca. 100 patronen, 1 karabijn 24 patronen (welke voor Maarheeze bestemd zijn), 1 pistool F.N. 9 mm met 20 patronen.

Groep 2 te S. 

Groep A.L. te A.

Groep B. te S.

Groep 3 te M. en Soerendonk

1 Commandant politie troepen, heeft helm en karabijn met 20 patronen, motor en E.H.B.O. met 7 manschappen, waarvan 3 militairen, 1 met helm, 2 jachtgeweren kal.16 met slechts 16 patronen, 2 pistolen F.N. 9 mm en 32 patronen in totaal, 1 F.N. 7.65 met 40 patronen, 1 browning 6.30 met 6 patronen en 1 jachtgeweer kal. 16 zonder patronen. 

1 Commandant sergeant Infanterie met helm, 1 F.N. 9 mm en 24 patronen, een fiets met 8 manschappen waarvan 5 militairen met 6 overalls, 1 helm, 2 pistolen F.N. 9 mm met 40 patronen totaal, 1 browning 6.10 zonder, voorts allen een rijwiel en 1 vrachtauto met chauffeurs en een E.H.B.O. 

De FN is een semiautomatisch pistool met een kaliber van 9 millimeter. Het wapen werd in 1926 ontwikkeld door John Browning. Het is een single action pistool met een magazijn voor dertien patronen, bedoeld voor persoonlijke verdediging op korte afstand. De effectieve schootsafstand is 25 meter. De Belgische wapenfabriek Fabrique National (FN) in Herstal bij Luik verwierf de productierechten.

De Engelse troepen zijn momenteel reeds onderweg naar Leende. Er bevonden zich zoeven nog grotere eenheden Duitse troepen te Sterksel op terugtocht. 

Ik verzoek U om munitie van 42 patronen F.N. kal. 6.35. pistool, 50 patronen, jachtpatronen kal.16 en 30 patronen kal. 6.10 van een browning. 

Om te besluiten, meen ik als mijn persoonlijke conclusie te kunnen vastleggen, dat de goed-gefundeerde, degelijke en naar vaderlandse principes gevoerde strijd aan het einde bedorven door de z.g. "september-artisten", die voor het merendeel niet geheel van blaam ontbloot zijn, doch thans met lauweren gaan strijken, die anderen toekomen en thans nog zoveel mogelijk trachten de meest verantwoordelijke posten te bezetten om niet alleen zichzelf te vrijwaren, doch bovendien om de principiële ondergrondse strijder in zijn na de bevrijding gevoerde strijd voor rechtsherstel en wederopbouw van de rechtstaat, zoveel mogelijk te beknotten.




Leende: bidden op straat bij passeren begrafenisstoet van de laatste vier slachtoffers van de Duitsers. Foto is gemaakt na de bevrijding van Leende op 20 september 1944.
Foto beeldbankwo2.nl

Leenderstrijp

Johannes Hubertus Rijnders wordt geboren in Valkenswaard op 12 juli 1920.

Voor de oorlog is hij belastingconsulent. 

Piet Willems schrijft in zijn boek: Leende in en rond de Tweede Wereldoorlog.

Naarmate de bezetting vorderde draaiden de Duitsers de duimschroeven vaster aan. Ze verplichtten jonge mannen voor de bezetter te werken, hetzij in Nederland of Duitsland. De keuze was aan de overwinnaar. Wie niet wilde, probeerde door onder te duiken aan de Arbeitseinsatz te ontkomen. Dat onderduiken hield vooral in dat men meestal niet thuis sliep, maar zo nodig zelfs in het veld. Door middel van drijfjachten, razzia's genoemd, trachtten overvalcommando's van de Duitse Sicherheitsdienst (SD) de onderduikers overdag toch nog bij verrassing op te pakken. Een bekende onderduikplek in Leende waren de Dolinger Putten, een gebiedje met baggerskuilen tussen de Paaldijk en de Riesten. Vooral voor de jonge kerels uit Leenderstrijp en daar bij familie of kennissen ondergedoken stadsjongens vormde dat een nabij en gunstig toevluchtsoord. Een buitenstaander kende in dit schier ondoordringbare gebied met diverse uitwegen nauwelijks de weg en het thuisfront kon niet al te omslachtig voor proviand zorgen. Er zat vrijwel constant een vast groepje: Wim van Asten, Piet Bos en Jan Schoone uit Leenderstrijp, en Jan Rijnders uit Valkenswaard. Af en toe kwamen de Strijpenaren Theo Cardinaal , Jozef Joppen en Friedus van Asten hen gezelschap houden. Op het laatst van de bezetting is de schuilplaats, op aanwijzingen van een of meer Duitsgezinde Leendenaren, in brand geschoten. Vanwege de oogst waren de onderduikers er toen toevallig niet.



Zittend v.l.n.r.: Jozef Joppen, Pietje Bos, Jan Rijnders uit Valkenswaard, Wim van Asten, Jan Schoone. Achterste rij: v.l.n.r.: Sjaak van Dijk uit Valkenswaard, Friedus van Asten, Theodoor Cardinaal.
foto bron https://hei-heg-hoogeind.dse.nl

De onderduikers waren genoodzaakt om, als de grond hun te heet onder de voeten werd, op een andere locatie een schuilhut te bouwen. Naar een plek in de natte en ondoordringbare gebieden van Leenderstrijp die nog moeilijker bereikbaar was voor de vijand. Dit hebben ze drie keer moeten doen.

De eerste hut stond in de "Bosputjes", de tweede in de "Riesten" en de laatste in de "Berken". Dit was een oud kippenhok dat ze daar naar toe gebracht hadden.

Deze laatste hut is door de Duitsers, 's morgens in alle vroegte zonder waarschuwing in brand geschoten. De hut was verraden door enkele Duits gezinde inwoners.

De onderduikers waren toevallig die nacht niet aanwezig. Ze waren thuis verstopt op de hooizolder omdat het op de boerderijen oogsttijd was. Zo konden ze meteen in alle vroegte aan het werk op de boerderij. Peerke Verduijn (de bijenman) die in de hei de koeien aan het melken was, zag de Duitsers en de verklikkers naar de hut gaan. Deze begonnen zonder waarschuwing direct vanaf het zandpad te schieten. Omdat de ingang van de schuilhut aan de voorkant lag, zou het drama niet te overzien zijn geweest als de onderduikers nog aanwezig waren.

Na de bevrijding van het zuiden van Nederland in de loop van september en oktober 1944 meldt Jan Rijnders zich voor militaire dienst. Hij mag bij een Amerikaans legeronderdeel een training volgen. Jan neemt deel aan de geallieerde omsingeling van de stad Aken en raakt fataal gewond door scherven van een fragmentatiebom. Hij bezwijkt daar aan zijn verwondingen op 18 oktober 1944. Jan is 24 jaar geworden.


18-09-1944. Jan Rijnders was ondercommandant van de P.A.N. in Valkenswaard.

Witte brigade

Voor de pilotenhulp heeft de P.A.N. contact met de Witte Brigade, een verzetsgroep in Vlaanderen.

Deze verzetsgroep voert voornamelijk niet-gewelddadige acties uit, zoals het vergaren van militaire inlichtingen, bijhouden van lijsten van collaborateurs, het opzetten van ontsnappingslijnen voor geallieerde piloten en de hulp onderduikers. De verzetsgroep publiceert ca. 80 edities van een eigen krantje "Steeds verenigd – Unis Toujours". Vanaf 1943 worden veel leden van de verzetsgroep gearresteerd. Bij een vooraanstaand lid was een ledenlijst gevonden en als gevolg hiervan worden 58 leden gearresteerd en naar Duitse kampen gestuurd. In Belgisch Deurne worden bij een razzia in januari 1944, 62 agenten opgepakt en op 9 mei 1944 wordt de stichter Marcel Louette opgepakt en naar Oranienburg (Sachsenhausen) gedeporteerd. Louette keert uiteindelijk terug uit Duitsland en overlijdt in 1978. Er zijn 400 verliezen op 3750 erkende leden.


Leden van de Witte Brigade in Genk in hun kenmerkende overal en zwarte muts met daarop hun kenteken in oktober 1944.

Budel-Maarheeze

Ik kreeg van Dankelman opdracht mij met de groep in Geldrop te melden. Wij rukten uit. 

Zoals men zich herinnert, hadden alle ondergrondse groepen opdracht gekregen hun groep sterk uit te breiden, zodat ook groep Heeze naast de oorspronkelijke kern een aantal betrouwbare jongelui opnam. De groep rukte uit en het restant bleef achter onder de leiding van M.v.E., belast met de bewaking van diverse leden van de N.S.B. en een Duits militair opgesloten in de schuilkelder van de weverij Engelen & Evers

Toen ik met mijn militaire groep, ca. 10 man met anderhalf geweer en een verroeste revolver en pistool, ons doel, het Grote Bos in Geldrop al aardig naderde, waarschuwde mijn verkenner, die vooruitgegaan was, dat hij moffen had gezien. 
Wij naderen langzaam een heuveltje. Op een gegeven moment zie ik onze verkenner zijn geweer aan zijn schouder brengen en op mijn waarschuwing laat hij het weer zakken en antwoordt op mijn vraag, dat er ca. 40 moffen waren.
Ik waarschuw hem zich bij ons aan te sluiten en geef bevel tot terugkeren in de hoop dat wij niet zijn ontdekt. Nauwelijks heeft de man zich bij ons gevoegd of er wordt een salvo afgevuurd. Zeer tot ons geluk was het heuveltje tussen ons in en ik slaagde erin mijn troepje op vooraf klaar gemaakte stellingen terug te brengen, zonder verliezen. Deze terugtocht verliep vrij snel en het verband was uit mijn troepje geraakt. Nadat we de nacht in kleine groepjes, overal verspreid, hadden doorgebracht verzamelden we de volgende morgen vroeg onze strijdkrachten om nogmaals een poging te doen het stafkwartier te bereiken. 

S.D. en ik besloten ons uniform (overall) uit te trekken, onze wapens af te leggen en eens op onderzoek uit te gaan. Weldra zagen we de moffen, ongeveer 500 m van het stafkwartier druk aan het werk met het ingraven van P.A.G. We wandelden rustig verder, totdat we door enkele wachtposten werden teruggehaald des morgens om 7.25 uur. Men had ons en liet ons niet meer gaan. Gevangen en verdacht van spionage. De dag was enkele uren ouder geworden en meerdere gevangenen werden binnengebracht. Een mijner ordonnansen werd gevangkelijk aangebracht; natuurlijk onze ongelukkige S.E. die nog kans had gezien een schriftelijke boodschap van Dankelman op te peuzelen. Nog een mijner ordonanssen n.l. L.M. werd gevangen genomen. Hij had geluk. Na ons waren nog enkele burgers aangehouden en het werd werkelijk een gezellige boel. Nadat de moffen ieder hadden gefouilleerd op wapens, moesten we naast het geschut gaan zitten. H.M. was de eerste en enige die niet gefouilleerd werd. Toen hij naast me zat, zag ik hoe hij beefde. Hij zag lijkbleek, terwijl hij zonder zich te haasten een pistool in de grond groef. Plotseling kregen de moffen bericht dat de Amerikanen naderden en zij begonnen hun stellingen op te breken, terwijl een deel van de troep reeds vooruit vertrok, richting Helmond. De rest brak de zaak af, de kanonnen werden achter vrachtwagens gehangen. Wij werden losgelaten en de moffen waren verdwenen. 

Wij snelden terug naar onze troep en melden ons voltallig bij Dankelman, d.w.z. dat dachten wij, Dankelman was echter teruggetrokken in een boerderij vlak bij de spoorbaan en had berichten achtergelaten dat er nog twaalf mitrailleurs met moffen bemand langs de weg lagen. Wij waren in onze uniformen en gewapend, maar slaagde erin met veel schrik, doch zonder kleerscheuren Geldrop te bereiken. 

Met de eerste Engelsen hebben wij nog enige bossen gezuiverd, waarbij Majoor Scott mij later vertelde dat het resultaat had opgeleverd, want dat enige krijgsgevangenen waren gemaakt. Noch mijn groep, noch ikzelf droegen hiervan enige kennis. Later kreeg ik een brief van Majoor Scott waarin hij verklaarde dat mijn groep hem 37 krijgsgevangenen had uitgeleverd. Als je zoiets leest vraag je je af, ben ik nou gek of is hij het. Maar het staat op papier


P.. D.. H.. Nieuwendijk 12, Heeze, 23 september 
Hij is commandant in Heeze van Rayon 3 van de P.A.N. en heeft aanzienlijke hulp verleend met zijn groep aan Britse en Amerikaanse troepen in zijn regio. 
In het bijzonder heeft hij mijn squadron voorzien van een Duitse verkenningwagen …. , wiens voertuig verloren ging in actie. Dit was in ruil voor een kleine Opel saloon. Hij heeft andere Britse eenheden voorzien van een kleine Duitse commando wagen, 3 grote wagens en enkele motorfietsen. Zijn groep heeft ook piloten geholpen. Gedurende de laatste 4 maanden zijn er 37 Duitsers krijgsgevangen gemaakt.  
Geef ze alle mogelijke ondersteuning die je passend en nodig vindt. 
Majoor Scott, A Squadron 

Lierop - Asten

Ik [ = Koos Stolk] kwam in contact met J.L. [ Jan le Griep verhaal Koos Stolk in Telegraaf 4 mei 1985] van het Spui te Den Haag. Met hem heb ik enige besprekingen gevoerd, zowel bij mij thuis als bij hem. De besprekingen liepen na eerste kennismaking over het opnemen van onze kleine organisatie in het grote verband. Het was ongeveer medio 1941, als ik mij goed herinner, dat ik voor een bespreking naar het Spui ben gegaan. Een onzichtbare hand hield mij echter voor de woning [een café aan het Spui] van  Jan le Griep tegen, zodat ik niet aanbelde. Dit voorval staat mij nog altijd als de dag van gisteren voor de geest. Hoe het kwam weet ik niet, maar ik liep zijn huis voorbij en ik belde niet aan. Ook mijn vrouw stond hierover verbaasd toen ik weer thuiskwam. Ik was n.l. met de bedoeling van huis gegaan om hem te spreken. 

De volgende dag was ik op de zaak, ik werkte toen bij de N.V. Hollander & Khon te Voorburg, alwaar ik hoorde van een inval van de S.D. op het adres waar ik moest zijn. Een wonder had mij gered. Hierbij was ook een zekere M., kantoorbediende van Hollander & Khon bovengenoemd, betrokken, en gearresteerd. Helaas is Jan le Griep na enige tijd gefusilleerd. M. is na jaren concentratiekamp wederom vrijgelaten. Thans is M. weer in functie bij bovengenoemd bedrijf. 

Na de inval zijn wij zeer voorzichtig geworden. Jan le Griep, die van onze groep mij alleen kende, heeft mij nooit verraden, anders had ik zeker de S.D. aan de deur gehad in verband met dit voorval, wat mij echter nimmer is gebeurd. Mijn vrouw was niet zo'n "strijdbare partizaan". Na hier en daar gevist te hebben, wat er voor mogelijkheden waren, heb ik na ruggespraak met mijn vrouw besloten om mij voor 100% aan de Nederlandse zaak te wijden. Immers, de Duitsers wensten ons als soldaat te zien. O.K. ze zouden het ook bemerken. Ik deed alsof ik mij voor krijgsgevangenschap in Amersfoort ging melden, en verkreeg hiermede dat het Rijksbureau mijn salaris, verminderd met de eventueel te genieten kostwinnersvergoeding, door zou betalen aan mijn echtgenote. Alles werd ingesteld op mijn fictieve afwezigheid. 

Vrouw werd gemachtigd bij de Girodienst, Distributie werd geregeld. Vals persoonsbewijs aangeschaft. Kaart uit bevolkingsregister gelicht enz. Bij de Afd. Comptabiliteit werd opgegeven dat ik plm. F. 80,- kostwinnersvergoeding zou gaan ontvangen, wat natuurlijk nimmer gebeurde. Zodoende moest mijn vrouw het met dit bedrag per maand minder doen, wat zij ook in het landsbelang met een blij gezicht heeft gedaan. 

Hierna volgde de actie. Het plan van Wim Gebhard was om een kamp te stichten in de bossen in N-Brabant. Hij had daar contactpunten en ik kon voor de bonnen en aanvoer van gegadigden zorgen. Aldus kwamen de plannen tot het gaan onderzoeken van de mogelijkheid ter plaatse in Noord-Brabant. 

Als eerste contactman moet ik noemen de Heer C.P. te Asten. Deze man bracht ons bij zijn broer J.P., de bakker, die voor brood- en kruidenierswaren wilde zorgen. 

Ook H.P. [Harrie Peeters, winkelier in fietsen, wasmachines en butagasflessen] in Asten werd ingeschakeld voor onze kokerij en verlichting. Toen werd een boscomplex uitgezocht op Hoge Bergen bij Heusden, achter Asten. Een boer daar in de omgeving, die naar het inzicht van de Gebr. P. het best geschikt was, werd uitgezocht en wij gingen ook naar deze eenvoudige Brabantse boer om zijn steun in verband met de voedselvoorziening. Deze boer was v. M.[Marinus Berkers] Alle lof voor deze familie. 

Zij hebben ons fantastisch bijgestaan in onze zeer moeilijke omstandigheden.

Ik zie mij nog gaan met Wim Gebhard  en B. de bossen op 1 januari 1944 te Lierop. We gingen een goed terrein opzoeken, wat na wat speuren, en dank zij de grote bekendheid van B. van de bossen, werd gevonden. Het punt werd bepaald en nieuwe plannen, getoetst aan de ervaringen die wij in het oude kamp hadden opgedaan, gemaakt. Om er een beetje behoorlijk huis te verkrijgen, waren behoorlijke bomen nodig die daar ter plaatse niet aanwezig waren. Hiervoor werd de houtvester gepolst en deze was bereid zijn medewerking te verlenen. Hiertoe gingen wij met hem de bossen in en hij gaf ons de bomen aan die het beste voor ons werk geschikt waren.

Onderduikers kamp Dennenlust.

Gerard Geboers schrijver en onderzoeker vertelt in november 2015
aan bhic.nl over kamp-dennenlust


Kamp Dennenlust lag midden in de natuur.
In 1943 / 1944 was er nog geen A67 aangelegd door dit uitgestrekte natuurgebied.
Met dank aan Gerard Geboers voor aanvullende informatie


Plattegrond onderduikkamp Dennelust

De initiatiefnemers hiervoor waren Koos Stolk uit Den Haag en Wim Gebhard uit Gouda. Beiden hadden hekel aan de Duitse bezetting en dat bracht hen er toe ook in het verzet te gaan.

Ze gingen naar Noord Brabant om daar op het platteland een locatie te zoeken voor jonge mannen die wilden ontkomen aan “Arbeitseinsatz” in Duitsland. Ze kwamen via Asten terecht bij Fietsenmaker Harrie Peeters en boswachter Bussers “Den Bus” in Lierop. De plaatselijke jachtopziener wist een ideale plek in de staatsbossen waar, verscholen tussen dichte dennenbegroeiing en nabij een vennetje, het kamp ingericht werd. 

Vanuit het nabijgelegen gehucht Moorsel ging de boerenfamilie Berkers een sleutelrol spelen in de verzorging van de kampbewoners. De eerste groep onderduikers bouwde het kamp zelf met palen en stro. Het werd deels in de grond gegraven en goed gecamoufleerd. Ongeveer dertig mannen, veelal uit het westen van het land, vonden er tot de bevrijding in september 1944 verblijf in wat ze “Kamp Dennelust” [ huidige spelling Dennenlust] doopten. Ook neergeschoten geallieerde piloten kregen er tijdelijk onderdak. Alle kampbewoners werden aangeduid met een nummer. Gebhard en Stolk waren de nummers 1 en 2. Zij bleven veelal buiten het kamp, om nieuwe onderduikers te begeleiden en de contacten met de buitenwereld te onderhouden.

Het kamp ging niet lang na de bevrijding bij een bosbrand in vlammen op. Wat overbleef waren de resten van het oventje dat in het kamp was gemetseld. Op initiatief van de Stichting Comité Lierop 825 en de gemeente werd later het oventje gerestaureerd, een infobord met plattegrond geplaatst en de onderduikersroute uitgezet die op 15 maart 2005 officieel is geopend. In 2013 is door o.a. Gerard Geboers het markeren van de woning en de diverse bijgebouwen de belevingswaarde van die tijd gedeeltelijk terug gebracht.  Er verscheen in 2011 een boek van Gerard Geboers over het leven in het onderduikerskamp en hij geeft een rondleiding. Je kan ook zelfstandig  een wandelroute volgen van de VVV.  


Diverse foto van "onderkomen Dennenlust"
De Strobouw: het huis met woonkamer, keuken en slaapzaal
Op deze webpagina staan unieke foto’s van Kamp Dennenlust van het
Imperial War Museum, Londen.

Mobirise

Gerard Geboers schrijver en onderzoeker vertelt in november 2015 aan bhic.nl over het onderduikers kamp Dennenlust

Onderduikerskamp Dennenlust in de bossen onder Moorsel te Lierop (gem. Someren) werd vanaf eind december 1943 tot de bevrijding op 21 september 1944 bewoond. De jongens uit de regio Den Haag, die aan "Arbeitseinsatz" wilden ontkomen, hielden zich eerder in de bossen op Hoogenbergen (gem. Asten) schuil. Toen het daar in december niet veilig meer was, zijn ze vertrokken.

De Astense fietsenmaker Harrie Peeters was gedurende hun hele onderduikperiode de spil in de hulpverlening aan die jongens. Hij bracht hun leiders Wim Gebhard en Koos Stolk in contact met de Lieropse jachtopziener Mathieu Bussers, die hen op Moorsel een geschikte locatie voor een nieuw kamp wees. Bij de familie Berkers konden ze terecht voor melk en groenten en allerlei andere vormen van ondersteuning. 

Uit P.A.N. documenten

De B. [boer M. Berkers en zonen] zorgden voor het transport, eveneens werd door B. voor stro gezorgd. Ook de B. waren het die ons leerden hoe het dak van het huis met stro te bedekken. Voordat het gebouw, dat bestond uit een woonkamer, 4 x 5 m, een keuken 4 x 4 m. en een slaapzaal 7 x 4 m. waartussen zich nog een hal bevond van 2 x 4 m., klaar was, hebben we ons eerst moeten behelpen met onze keukentent. Tijdens de opbouw, januari en februari 1944 sliepen we bij de B. [de boer Berkers]  op zolder. Ook werd hier gegeten in afwachting van onze zelfstandigheid. Een deel van de jongens was nog bij boeren in Asten en Heusden ondergebracht en een ander deel hadden wij naar het nieuwe kamp gehaald ter assistentie bij de opbouw. In februari [1944] kwamen plotseling twee Amerikaanse piloten in ons kamp die een welkome hulp waren bij de opbouw. Zij zijn echter maar een paar dagen geweest, waarna zij zijn doorgezonden. Inmiddels werd ondanks de koude, sneeuw en hagel doorgewerkt om ons huis in orde te maken. 

Auteur / onderzoeker Gerard Geboers:

"Dennenlust" noemden ze hun nieuwe kamp daar en "Strobouw" de woning van hout en stro, die maximaal 75 m² groot zou worden. Vier van hen hadden een vals identiteitsbewijs en daarmee reisden ze door het land. Voor de anderen was ’s avonds naar Berkers het enige contact met de buitenwereld. In Dennenlust groeide het aantal onderduikers tot dertig. De nieuwkomers kwamen uit het hele land en ook via verschillende tussenpersonen. Stolk had niet langer het monopolie op toelating. In maart kwamen ook de eerste gestrande geallieerde piloten aan. Kapelaan Geboers, aalmoezenier van Dennenlust, was ook actief binnen de LO-afdeling Someren. Enkele van de in totaal vijftien geallieerde piloten, die er zouden verblijven, kwamen via hem. Met Pinksteren zou Dennenlust een heus internationaal sporttoernooi beleven.


De keuken met een kachel en gemetseld fornuis. Alleen het fornuis is overgebleven van het kamp. Deze "oven" is gemaakt door Piet van Velthoven, alias ‘Zeeland’.
https://www.peelbelangonline.nl/nieuws/onderduikerskamp-dennenlust-nagebouwd

Mobirise

Zittend: Leo Houtman. Staand achter stro-wand: Jan Engelsman.


Vlnr: Jack Trend,  Roger Gardner, Ed Walker, Eric Grisdale, Bob Punter en Les Shimmons zijn aan het eten.
Zij zijn allemaal  bemanningsleden van een gestrande Engelse bommenwerper.
De foto is van eind augustus 1944, gemaakt in het Belgische Kinrooi. Zij zijn tijdelijk in Dennenlust geweest en daarna begonnen aan hun moeizame terugtocht naar Engeland.
Meer info https://www.weekbladvoordeurne.nl



 foto boven
Waterput met Piet van Velthoven, alias ‘Zeeland’ 
Piet kwam uit Zierikzee en was technisch geschoold. Hij had de ambitie om het aannemersbedrijf van zijn vader over te nemen. Hij heeft de betonplaten in de put aangebracht tegen het ‘loopzand’ en ook het oventje in de "keuken" gemetseld.
Foto onder: De groentebergplaats

Gerard Geboers:

Van medio april tot juli verscheen kampkrant "D’Onderduiker". Enkele onderduikers voerden de redactie over dit weekblad, dat tijdens de aanwezigheid van geallieerde piloten zelfs tweetalig was. Onderlinge conflicten leidden tot de ondergang van D’Onderduiker.

De leider Wim Gebhard, met talrijke lokale contacten, zou uitgroeien tot regionale verzetsleider. Hij was gevoelig voor de oproep van de overheid om met zijn georganiseerde groep deel te nemen aan partizanenacties. Hij wist alle onderduikers achter zich te krijgen, het zou hem in conflict brengen met een voorzichtiger Koos Stolk. "Zijn" jongens mochten geen risico lopen.

Na enige militaire training moesten de onderduikers in september als partizanen aan de slag. Veel opdrachten zoals het onklaar maken van een spoorlijn mislukten. Ze namen NSB’ers gevangen en lieten hen hun eigen gevangenis bouwen. Bij een partizanenactie op 19 september sneuvelde Frank Doucette, een Amerikaanse boordschutter die sinds zes weken in Dennenlust verbleef, en raakten twee mensen gewond, die door de linies heen naar het ziekenhuis in het al bevrijde Geldrop moesten worden gebracht.

Kortgeleden ontmoette ik de 104-jarige Dien Berkers, die voor de onderduikers de was had gedaan. Pas toen ik over de onderduikers begon, kwam de herkenning. Heel helder zei Dien toen: ‘Het was hoog tijd, dat het afgelopen was, we waren er allemaal aangegaan!’


De laatste foto laat tien onderduikers in de slaapzaal in aanbouw zien en is volgens Piet van Velthoven alias "Zeeland" gemaakt in april of mei 1944. De namen: - Bovenste rij v.l.n.r.: Wim Loof – Piet van Velthoven – Koos Stolk – N.N. geallieerde piloot – Sjef Snijder – Cor Bode – Frits Hoff. - Onderste rij v.l.n.r.: Piet Laurier – Harry Plompen – Jan Engelsman.
Bron foto https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/kamp-dennenlust


De slaapvertrekken

Uit de P.A.N. documenten "Het leven in Kamp Dennenlust" 

Schrijver is Koos Stolk en hij schrijft in de ik-vorm

Met z’n twaalven hebben we ons eind december hier in de bossen gevestigd, we groeven een flinke kuil van ongeveer 75 cm. Diep, en bouwden daarin een hut van boomstammen. Voor de warmte bekleedden we de muren van buiten met stro, en groeven het geheel tot aan de dakrand in. Ons aantal groeide steeds, zodat we bij de bevrijding niet minder dan 45 man telden, waarvan de oude rotten dus bijna negen maanden in die blokhut hebben gewoond. Een hele tijd, als men bedenkt, dat op vier man na, niemand het bos, waarin onze hut stond, mocht verlaten. Wel zaten de mannen niet steeds werkeloos. Er was genoeg te doen. Zo moest er geregeld voor brandhout worden gezorgd, in de buurt van ons kamp ligt een bos, dat er van buiten prachtig uitziet, maar tenslotte niet meer dan een haag van dennen rondom een totaal kale vlakte blijkt te zijn! Dan moest het kamp worden schoongehouden, er moest in de keuken worden gewerkt, alle eventueel in de omgeving gemaakte sporen moesten nauwkeurig uitgeveegd worden, er stonden dag en nacht wachtposten, aan niet-soldaten werd een militaire opleiding gegeven, enz. Ook was er voor voldoende ontspanning gezorgd, we hadden een sportveld met rekstok en kogelvanger, een bibliotheek, die ongeveer 150 delen telde, een eigen tijdschrift "D’Onderduiker", en last but not least…een radio! Aan die radio zit nog een prachtgeschiedenis vast. 


De gevangenis, met zeven gevangenen : een SS-man, een paar gevaarlijke N.S.B.-provocateurs en enige onbetrouwbare kaderlieden van de Arbeidsdienst. 
Dag en nacht stond er een van ons als gewapende wacht voor hun deur

Daarvoor moet u eerst weten, dat we, behalve onze eigen 45 man, nog 7 gevangenen in het kamp hadden: een SS-man, een paar gevaarlijke N.S.B.-provocateurs en enige onbetrouwbare kaderlieden van de Arbeidsdienst. We hadden die heren opgeborgen in de gevangenis , die ze zelf, onder ons toezicht, hadden gebouwd. Dag en nacht stond er een gewapende wacht voor hun deur. 


Met de fiets de accu's opladen om naar radio Radio Oranje te luisteren.
De nazi's trapten harder.

Nu hadden we een radio die op een accu liep. Vanzelfsprekend moest die accu geregeld gevuld worden, en dat gebeurde met een generator die door een fiets werd aangedreven, alles behalve een prettig werkje, de fiets liep wel erg licht, maar men moest tamelijk snel trappen, zodat een normaal mens na een uur doodop was. Toen we gevangenen hadden bezorgde het probleem accuvulling, (want ondanks een overvloed van tijd hadden we aan dat trappen allemaal wel een broertje dood) ons natuurlijk niet meer zoveel hoofdbrekens. Tot onze verbazing zagen we zelfs dat de Nazi’s ons de baas waren, en het presteerden om, weliswaar onder toezicht van een gewapende macht, twee en een half uur snel achter elkaar door te peddelen! Opdat onze jongens naar Radio Oranje zouden kunnen luisteren!

De twee grootste problemen, waarmee we rekening te houden hadden, waren: voedselvoorziening en geheimhouding.

Het was om verschillende redenen onvermijdelijk dat enkele mensen van ons bestaan of onze verblijfplaats wisten. Vooreerst de jachtopziener [Mathieu Bussers], op wiens terrein we zaten, dan de bakker, die grote hoeveelheden brood naar de boswachterswoning bracht, waar het weer door mensen uit het kamp gehaald werd, verder een boer [Marinus Berkers], die voor aardappelen groente, enz. zorgde, en wiens dochter [Dien Berkers] wekelijks voor de kampbewoners waste, en tenslotte nog enige personen, wier hulp in bijzondere omstandigheden in het kamp nodig was.


Ondergrondse schuilplaatsen met kijkgaten waren ingericht,
voorzien van een telefoonverbinding met de hut.

Voor toevallige nieuwsgierigen (want in het dorp wist men dat er ergens partizanen moesten zitten) hadden we onze voorzorgsmaatregelen genomen: de wegen, die ons bos begrensden, werden voortdurend in het oog gehouden door wachtposten, waarvoor ondergrondse schuilplaatsen met kijkgaten waren ingericht, voorzien van een telefoonverbinding met de hut. Dezen maakte alarm door te bellen. Ook moesten zij erop letten, of er vanuit het kamp geen geluiden doordrongen tot waar zij stonden, speelde de radio te hard of werd er op het sportveld te hard geschreeuwd, dan waarschuwden ze door tweemaal te bellen. Voor alle eventualiteiten hadden we nog een alarm installatie aangelegd, waardoor de boswachter ons van dreigend gevaar op de hoogte kon stellen.

Over onze activiteit tijdens de bezetting en de gevechtshandelingen in onze streek zullen we U later wel meer vertellen. Voorlopig kunnen we volstaan met het vermelden van enige sabotagedaden als, het vernielen van drie spoorlijnen, het doorsnijden van kabels, het verplaatsen van verkeersborden , enz. Allen dit, om onder de terugtrekkende Duitsers verwarring te stichten, gingen we met tien man op patrouille , een van ons was een Amerikaans piloot, een boordschutter, wiens been bij zijn noodlanding, indertijd was geblesseerd, maar die nu al aardig genezen was. Hij werd bij deze operatie door een SS-man neergeschoten, met een totaal verbrijzeld hoofd werd hij naar het kamp gebracht en in het naburige dorp begraven, ’s avonds om tien uur. Het is misschien wel interessant te vermelden dat dit met militaire eer gebeurde in een plaatsje dat nog door de Duitsers was bezet. Twee van onze mannen, die bij ditzelfde gevecht waren gewond werden door de linie heen naar een ander , bevrijd dorp gebracht en daar in het ziekenhuis opgenomen.


Les in omgaan met Duitse geweren en schietlessen op speciaal veldje met zandheuvel om de kogels op te vangen

U zult U afvragen hoe die Amerikaanse machinegunner bij ons kwam, welnu, wij hielpen geregeld geallieerde piloten bij hun terugtocht naar Engeland. In totaal verleenden we zo hulp aan 15 man, 10 Amerikanen, 4 Engelsen en 1 Pool. Sommigen moesten door omstandigheden dagenlang in ons kamp op "doorverbinding" wachten, we hadden daarom ook een twintigtal Engelse boeken in onze bibliotheek. Er waren toevallig twee Amerikanen in ons kamp, toen de gevechten in onze streek plaats hadden. Zoals reeds verteld, sneuveld een van hen, de ander sloot zich aan.

Bij de bemanning van twee Engelse gevechtswagens, die de nacht in onze onmiddellijke omgeving doorgebracht had. Op zekere avond hoorden we motorgeronk , gepaard met een hevig gekraak van takken. Direct werd er alarm gegeven, twee mitrailleurs werden in stelling gebracht, en de hele nacht door was ieder van ons op zijn post. ’s Anderendaags merkten we dat het Tommies waren, die ons hadden opgeschrikt, en dat we dus die nacht voor niets doorwaakt hadden. Maar, dat we daar allerminst over teleurgesteld waren, behoeft zeker geen betoog! Waarover we wel teleurgesteld zijn, dat we, toen we van ondergronds bovengronds waren geëvolueerd, de leiding hadden te aanvaarden van mensen, die niet alleen in bezettingstijd te laf waren geweest om actief tegen de Duitsers te ageren, maar zelfs dat kleine beetje ruggegraat misten, dat nodig is om deel te nemen aan het passieve verzet en om weerstand te bieden aan de bekoringen van de zwarte handel….

Hierna werd contact opgenomen met de P.A.N. Onze commandant was Theo Dankelman. Wim [Wim Gebhard? ] en ik [Koos Stolk] werden beide Rayons-commandant, dat militair gezien minder juist was, doch onder onze omstandigheden uitstekend paste. Wij begonnen met orders uit te voeren, b.v. de spoorlijn bij Deurne en …… opblazen. Dit alles geschiedde met de meest primitieve middelen. Wapens waren er niet. Springstof heel gering. Slagpijpjes eerst ook niet, later wel. Slagkoord was er helemaal niet. Toch is het ons tweemaal gelukt. Ook later acties werden door ons ondernomen, b.v. het maken van gevangenen. Zowel N.S.B.ers die voor de Duitsers van gemak waren als gids, alsook Duitsers die in los verband terugtrokken. Hiertoe was in ons kamp een gevangenis ingericht. Patrouilles, die zowel overdag als ’s nachts werden hiervoor gelopen. Op deze wijze konden we aan wapens komen. Ook werd aandacht besteed om ons rayon te organiseren. Het rayon omvatte de Gemeenten Someren-Lierop-Asten. Het gelukte ons in zeer korte tijd een 130 man te mobiliseren, waaraan ook onze sectie-commandant van G. uit Someren-eind een groot aandeel heeft gehad. 

In augustus 1944 bleek dat de Duitsers de bruggen en sluizen van de Zuid-Willemsvaart aan het laden waren om deze t.z.t. in de lucht te laten vliegen. Doordat hun sterkte te groot was, en een dergelijke actie tegen de bezetters grote repressailles ten gevolge zou hebben, konden wij aan de uitvoering van die plannen niets doen. Toch moest ook hier gehandeld worden en ik heb opdracht gegeven om bij voorbaat een nieuwe brug klaar te maken. Deze is ondanks het gebrek aan geschikt hout toch in het geheim vervaardigd. Bomen werden geveld. Balken gehakt en planken gezaagd. Mijn dank aan de werkers. 

Frank Doucette

Sergeant Vlieger Frank E. Doucette Mass. U.S.A.
12 febr. 1922 
Gesneuveld als actief lid van de ondergrondse verzetsbeweging te Lierop op 19 sept. 1944.
Frank Doucettemonument in de Frank Doucettestraat:
Het 'Frank Doucette monument' in Lierop (gemeente Someren) is een gedenksteen met in reliëf een afbeelding van de Nederlandse en Amerikaanse vlag. De steen is geplaatst op een ondergrond van keien en rode baksteen.
In september 1974 is het monument onthuld waarin grafzerk is verwerkt. Frank Doucette is Amerikaans vlieger † 19-09-1944. Op 21 september 1974 is er een plaquette bijgelegd voor Christina de Rooij en Adriaan Verhoeven.
Monument in Lierop

De 19e september 1944 was voor ons een tragische dag. In de morgenuren was een patrouille onderweg. Deze stootte op een te grote groep Duitsers, waarna met spoed om assistentie verzocht werd. Hiertoe werd door mij, die op dat moment in het kamp was, o.a. aan onze Amerikaanse vriend sergeant Doucette opdracht gegeven met de mitrailleur te gaan assisteren. Deze mitrailleur was een oud machinegeweer uit een Engelse vliegtuig, met een ijzeren statief, dat wij bij een smid hadden laten maken. We hadden een band met ongeveer 40 patronen en een van ongeveer 200 patronen. Hoe de zaken zich precies hebben afgespeeld zouden Wim en Jan beter kunnen vertellen, aangezien ik niet op de plaats aanwezig was, doch Frank Doucette was dood, 2 man gewond. Frank werd later door een boerenkar van B. naar het kamp gebracht en de twee gewonden door de linie naar het ziekenhuis in Geldrop vervoerd. Dit was voor mij en voor allen in ons kamp een grote tegenslag. Ik begon direct te denken, waar zit de fout. Ik was van mening dat onze inlichtingendienst niet goed werkte. In de bossen zelf weet men weinig van de omgeving af. Het is daar over het algemeen rustig en veilig. Ik heb toen ogenblikkelijk mijn plan ten uitvoer gelegd en ben in Lierop een kamer gaan vorderen bij de schoolmeester van B. Deze woonde in een oud Raadhuis van de voormalige gemeente Lierop, hetwelk nu particulier bewoond werd. De Heer v,. B. werkte volledig mede en gaf mij het gebruik van zijn salon en tevens mocht ik zijn bureau in gebruik nemen. In de kelder bevonden zich cellen, die voorziening behoefden, en waaraan ik direct liet werken. Niemand in Lierop wist nog dat ik daar in huis was, en ook kenden zij mij nog niet persoonlijk.

Hier wil ik nog melden dat de kist voor Frank is gemaakt door v.d. S. in de stallen van het Klooster der Eerwaarde Zusters. Het lijk is in de avonduren aldaar opgebaard en de Kapelaan heeft de laatste gebeden verricht. Des avonds om 11 uur is hij begraven. De aanwezigen waren B [Bussers]. de Jachtopziener, die het graf gedolven heeft, Lt. Bradshaw der U.S.A.A.F., Pater X [Geboers], W.G. [Wim Gebhard] en ik [Koos Stolk]. Er werd nog een Onze Vader gebeden, waarna het graf gesloten werd. Dit alles was zoveel indrukwekkender, aangezien de kanonnen in de omgeving bulderden, mitrailleurvuur ratelde. Ieder ogenblik zou een Duitser iets van deze plechtigheid kunnen opmerken. Gelukkig heeft niemand buiten onze groep er iets van gemerkt. De Eerwaarde Moeder Overste was zo vriendelijk om onze voeding te verzorgen.

Koos Stolk vertelt in mei 1985 aan de Telegraaf zijn verhaal

Alle vliegers die via ons zijn getransporteerd. kwa. men weer heelhuids bij de geallieerden aan. Op een na. de Amerikaanse boordschutter Frank Douchette. Hij en zijn commandant Horace Bradshow kwamen boven Eindhoven per parachute naar beneden. Ik heb Frank daar opgehaald. Maar Frank voelde zich opgesloten in het kamp. Hij wilde steeds op de Duitsers af.

Toen die in september 1944 op de terugtocht waren, heeft Gebhard een groepje vrijwilligers gevormd. met wie hij wilde proberen loslopende Duitse soldaten te ontwapenen. Ik vond dat onverantwoord. Als je met onbekwame mensen tegen bekwamen vecht, verlies je het altijd. En ik had de ouders van de jongens in het kamp beloofd dat ik ze niet onnodig in gevaar zou brengen. Ik heb het Gebhard ook afgeraden, maar samen met Frank Douchette en nog een paar jongens uit het kamp is hij er 's nachts toch op uitgetrokken. Frank had een vliegtuigmitrailleur bij zich, maar voordat hij een schot kon lossen, kreeg hij een Duitse voltreffer in zijn voorhoofd. Hij viel op zijn rug met de mitrailleur in zijn handen. Een dag voor de bevrijding. Pater Geboers had de avond ervoor in het kamp nog een mis gelezen en Frank was bij hem te biecht geweest. We wisten dus dat hij katholiek was.


Ik vertelde pastoor Ribbens van de kerk in Lierop dat er iemand gedood was in de strijd met de Duitsers. Maar die pastoor schrok daar zo van dat hij onmiddellijk zei: ,,Ik bemoei me er niet mee, ik wil er niets mee te maken hebben." Naderhand wees hij toch een plekje op het kerkhof aan, waar we Frank konden begraven. Douchette was 's nachts door een van de jongens van Berkers met een kar opgehaald en naar het klooster van de zusters in Lierop gebracht. Moeder-overste Felicité liet hem keurig afleggen en de timmerman uit het dorp maakte in het klooster een kist, zodat verder niemand in Lierop in de gaten had dat er iemand dood was."

,,Iemand die geen oorlog heeft meegemaakt, kan zich niet indenken dat je zo'n begrafenis op zo'n moment gemakkelijk verwerkt. Je bent in die jaren wat ruwer van aard. We droegen Frank midden in de nacht naar het graf. Er was geen laatste zegen, omdat we de begrafenis zo onopgemerkt mogelijk wilden laten verlopen. Bradshow had het te kwaad. Bussers liet de kist zakken en gooide er gauw aarde over. In de verte hoorden we het bulderen van de artillerie.




Hier maakt een medebewoner een herdenking inscriptie voor Frank Doucette
foto gemaakt op 29-10-1944

In 2008 geeft Cor Verheijen een interview aan het Eindhovensdagblad over zijn belevenissen in het onderduikerskamp.

Verheijen was te werk gesteld in Hannover en besloot na zijn eerste verlof niet terug te keren naar Duitsland. Via Nijmegen en boer Van Seggelen in Lierop kwam hij terecht op de boerderij van Frans van Boomen in Someren. In die periode ontmoette hij Miep Slegers, zijn latere vrouw. Na enkele maanden verkaste hij naar het onderduikerskamp. Daar zaten enkele tientallen onderduikers, Nederlanders – veelal niet uit Brabant – zoals Verheijen, en neergeschoten geallieerde piloten: Engelsen, een Pool, een Canadees en Amerikanen.

Tegen het einde van de oorlog ondernamen de mannen steeds vaker in kleine groepjes expedities tegen de hen omringende Duitsers. 

Ze stalen fietsbanden bij een Duitser in Asten ('er paste er geen een, het was de verkeerde maat', zegt Verheijen droogjes), ze hielden NSB'ers gevangen die onderduikers hadden verraden en voerden op 6 september een sabotage-actie uit op de spoorlijn. "Toen vond je het allemaal heel gewoon", zegt Verheijen. "Later denk je: het was eigenlijk wel een linke boel... Ach, hoe oud was je helemaal?"

Op 19 september 1944 werd een hinderlaag op touw gezet met een van de Duitsers ontvreemd machinegeweer. Doucette (12-2-1922), die tenslotte boordschutter was, wilde graag mee. Frank laadde het machinegeweer. "Hij riep nog: 'ik doe er een band van honderd in' en meteen klonk er een roffel van de Duitsers." De 22-jarige Amerikaan werd getroffen in zijn hoofd en borst en viel dood over het machinegeweer. Twee Nederlanders raakten gewond.

Die nacht werd Frank E. Doucette begraven achter de kerk in Lierop. 

Verheijen: "Ik en Wim Peters uit Asten moesten het graf delven, 1 meter 40 diep."

Bezetting Lierop
Rapport geschreven door Koos Stolk
Kortom, Lierop werd door ons bezet. Echter, de geallieerden kwamen niet. Daar zaten we als partizanen op een ver vooruitgeschoven post. Zonder voldoende kleding, schoeisel, en niet te vergeten, met 1 ½ wapen. Toch hebben we het ongeveer 3 weken bezet gehouden, ondanks verschillende dreigingen van Duitse zijde. Wel geloof ik dat het woord Partizanen bij de Duitsers zo’n vrees aanjoeg dat wij hieraan onze macht te danken hadden. Zouden de Duitsers op de hoogte zijn geweest van onze miserabele bewapening, dan geloof ik vast dat zij zich heerlijk in Lierop hadden gevestigd, in plaats van wij.

Intussen werkte onze commandant G. in Someren reeds aan de zuivering van deze plaats. Aldaar bestond de O.D. en de K.P. Hiertussen was een groot verschil. De O.D. stond bekend als minder heldhaftig. Dit is voorzichtig uitgedrukt. De K.P. reed met een auto waarop een mitrailleur was bevestigd door de straten. Al heel snel werden zij als de Oranje-W.A. betiteld. Hiertussen stonden G. en zijn mannen als Partizanen. 

Bandenroof -1

Een andere opdracht was een kraak te zetten in een bandenfabriek in de gemeente Asten. Deze lag op gehoorsafstand van een school waarin de SS was onder gebracht. Ik zelf was met deze opdracht belast. Hoewel wij met vele moeilijkheden hadden te kampen is dit ons gelukt, enkele honderden banden werden buitgemaakt en ondergebracht bij H.P. te Asten, hier bleek dat slechts een vijftiental banden voor ons geschikt waren, de rest hebben wij toen wederom met groot gevaar dezelfde nacht teruggebracht.

Vermeldenswaardig is eveneens nog dat wij des morgens om 5.15 uur , onder wij te verstaan R.H.[Rinus Hildernisse], G. v.d. B. [G v.d. Born] en ondergetekende werden aangehouden door de S.S. een wachtpost op de brug over de Zuid-Willemsvaart, terwijl een jute zak met fietsbanden in ons bezit was, terwijl wij tevens vuurwapens droegen. Doordat ik mijn tegenwoordigheid van geest kon bewaren, mijn kameraden eveneens, konden wij deze knapen rustig overbluffen en onze weg ongestoord voortzetten. 

Bandenroof -2

Gisterenavond te 22 uur met groep Asten bij fa. v. Heugten rijwielbanden gekraakt. Opbrengst ver beneden verwachting n.l. 6 buiten- en 10 binnenbanden, maat 28 – 1 ½. Hiervan werd 1 stel plus 1 binnenband aan groep Asten uitgereikt. Voorts aan Koos 2 stel, aan de koerier voor huishoudelijke transporten 1 stel, aan de G.C. Lierop 1 stel, aan de koerier Lierop-Asten-Someren 1 stel Op het kantoor werd door ons een schrijven achter gelaten, luidende: 

Hedenavond waren wij genoodzaakt bij U in te breken, daar wij voor het goede doel dringend om banden verlegen zaten. Tot onze spijt was onze moeite grotendeels tevergeefs daar wij de maat die wij nodig hadden 28 – 1 ½ niet in voldoende mate aantroffen. Wij namen 6 buiten- en 10 binnenbanden maat 28 – 1 ½ . Afrekening volgt! Ondertekend: ORANJE gaat boven al.

In de nu komende dagen bleek dat ook de geallieerde legermacht in onze omgeving niets te maken wou hebben met de O.D, er werd door enige Engelse officieren een bespreking gevraagd met de leiding van de P.A.N., er werd ons toen verzocht Lierop te blijven bezetten met het gebied langs het kanaal tussen sluis 9 en 12, zulks in verband met nog rondzwervende groepen Duitsers en steeds over het kanaal komende patrouilles Duitsers. Deze opdrachten zijn door ons nauwgezet uitgevoerd. 

Naar ik meen was het op 23 september 1944 vervoegde een Engels officier zich bij mij die zich voorstelde als Commandant van een vijftal zware tanks, met het verzoek met hem mede te gaan op de tank, teneinde voor goed een Duits verzetsnest achter sluis 10 voor de Zuid-Willemsvaart uit te roeien. Ik stemde hierin onmiddellijk toe en wij togen op weg, halverwege werd er halt gehouden, om de tanks gevechtsklaar te maken en het aanvalsprogram te bespreken na diverse inlichtingen te hebben gegeven en honderd en een vragen te hebben beantwoord, werd de tocht voortgezet. Aan het kanaal aangekomen werd onmiddellijk begonnen met vuren, hetgeen prompt door de Duitsers beantwoord werd met mitrailleur en granaatvuur. Dat mijn positie boven op de tank hachelijk werd, behoeft verder geen betoog, temeer nog daar deze tanks zich nu tijdens het gevecht geheel sloten en ik wegens plaatsgebrek binnen, buiten mijn eigen maar moest zien te redden. 

De K.P. van het toen nog bezette Deurne had gebrek aan wapens. Van geallieerde zijde werd toen gevraagd om een 35 tal vrijwilligers om stenguns door de Duitse linies heen naar Deurne te brengen. Men had hiervoor slechts een paar mensen de resterende 32 vrijwilligers werden binnen een half uur door ons geleverd.   

Ik moge hierbij opmerken dat mijn illegale loopbaan mij alleen reeds enkele duizenden guldens contant geld heeft gekost (waar ik nu broodnodig om verlegen zit). Dat ik thans met een eigen bedrijf niet meer ingeschakeld kan worden, omdat ik tijdens de oorlog niet actief genoeg was, zodat mijn concurrenten nu mijn portie hebben opgeslikt.

Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen de SS.er te doden, hij bevindt zich op het ogenblik bij ons in het kamp onder speciale Amerikaanse bewaking. Ik hoop dat U zich met deze oplossing zult kunnen verenigen. 

15 september 1944. Hedenmorgen kreeg ik bezoek van de Kapelaan uit Someren, mijn vertrouwensman sedert het begin van ons duikwerk. Hij kwam met een zeer vervelende boodschap. Laatstleden nacht moet een gewapende troep de boerderij van een zekere Th. wonende in de Somerse Heide zijn binnengedrongen met het doel er wapens te ontvreemden. Het zijn N.S.B.ers en de boer zelf is enige dagen geleden vertrokken zodat alleen de vrouw met enige kinderen nog in huis zijn. Het vervelende is nu dat de Kapelaan een overval vreesde en er op aandringen van de vrouw een paar mannelijke personen als bewaking heeft ingekwartierd met als gevolg dat er twee partijen, beide van de goede richting tegenover elkaar kwamen te staan. Er zijn geen slachtoffers gevallen omdat er niet geschoten werd maar de gevolgen hadden heel anders kunnen zijn. 

Hedennacht van 21 uur tot 4 uur met twee gewapende stoottroepen gepatrouilleerd en in hinderlaag gelegen tot het verkrijgen van de opgedragen artikelen, echter zonder resultaat. Bericht ontvangen vanuit L. omtrent een te interneren Feldwebel. De man [ Albert Schulz, 23-12-1917] gisteravond met een patrouille opgehaald en de buit afgenomen. 

Bericht dd. 11-9-1944 ontvangen. Opdracht tot vervaardigen van knuppels wordt heden door mij aan betreffende instantie verstrekt. Het is mijn bedoeling iedere groep uit te rusten met tenminste één vuurwapen, de overige leden met knuppels. 

Voorts hartelijk dank voor de sigaretten; verder een misschien onbescheiden vraag, is het mogelijk het ganse rayon van deze zo noodzakelijke materie van Uw kwartier uit te voorzien?

Hoewel met lede ogen zie ik mijn schrijfmachine naar U vertrekken, ik beveel hem in Uw goede zorgen aan. 

Ik had de order uitgevaardigd dat wij op de eerste plaats de vriend van de bevolking waren en deze dus zeker niet mochten terroriseren, op de tweede plaats moest er zonder aanziens des persoons gehandeld worden. Toen kwam de fatale dag. Radio Oranje meldde dat alleen de O.D., K.P. en R.V.V als verzetsorganisaties werden erkend, waarna de grote verwarring kwam. Van het Commando N.B.S. uit Eindhoven kregen we bevel ogenblikkelijk de gehele P.A.N. te ontbinden en dit heb ik [ Koos Stolk] dan ook uitgevoerd. Wat er in ons omging is niet te beschrijven. Wij, die midden in het verzet waren geweest, gewonden en zelfs een dode te betreuren hadden, werden uitgeschakeld.


Koos Stolk bezoekt in 1985 opnieuw Dennenlust en vertelt
 erover in de Telegraaf van 4-5-1985

Koos Stolk vertelt in mei 1985 aan de Telegraaf zijn verhaal hoe het na 21 september 1944 is verlopen.

De volgende ochtend, op 21 september 1944, waren de eerste Engelsen bij ons kamp."

,,Dennenlust" werd opgedoekt, Gebhard vertrok naar de stoottroepen en Stolk en zijn groep van ondertussen zestig man oefenden als Partizanen Actie Nederland voorlopig het gezag over Lierop uit. Toen de geallieerden Lierop definitief bevrijdden, kreeg Stolk opdracht om zijn groep op te heffen.

Stolk, die nooit de verzetsheld heeft willen uithangen zou voor de rest van zijn leven een dankbare herinnering hebben overgehouden aan die tijd in de Moorselse bossen bij Lierop als hem niet bepaalde zaken in de schoenen geschoven waren, waar. door hij op zijn zachtst gezegd ontgoocheld en verbitterd is geraakt.

.. Vlak na de oorlog sprak je nog wel eens over die tijd en als dan het woord bonkaarten viel, was de eerste reactie: daar heb je zeker lekker aan verdiend. Gebhard en ik hebben veel geld gespendeerd aan ,,Dennenlust". Toen het kamp werd opgeheven, was er nog 1100 in kas. 


Dat geld hadden we van wildvreemde mensen gekregen, die ons in het geheim hielpen.
Maar bij de geldzuivering in september 1945 kregen we er geen cent van terug, omdat ik niet kon aantonen waar dat geld vandaan gekomen was. ,,Ik geloof niet dat er in de oorlog filantropen waren", zei een ambtenaar van Financiën tegen mij. Toen werd ik ontzettend kwaad en dacht: Stolk waar ben je nu mee bezig geweest? Je hebt je eigen hachje in de waagschaal gesteld en nu dit. Maar de grootste klap in m'n gezicht kreeg ik, toen de jongens die bij ons in het kamp hadden gezeten, zich achter mijn rug af vroegen waar hun kleren en handdoeken gebleven waren. Ze suggereerden ermee dat ik daar wel beter van geworden zou zijn. Dan ga je zwijgen en dan wil je er eigenlijk niets meer mee te maken hebben. Pijnlijk is natuurlijk ook dat ik van de onderduikers weinig of niets meer hoor. Ik heb nog wel mijn medewerking gegeven bij hun aanvraag voor het verzetskruis. Ze hebben het gekregen. Ik ook. Maar zo'n onderscheiding zegt me eerlijk gezegd niet zoveel. Maar ondanks die nare nasmaak zou ik, als er weer een oorlog kwam, weer precies hetzelfde doen. Want er blijft één herinnering, die niemand me kan afnemen. Vrijwel alle mensen die ik heb kunnen helpen, zijn weer heelhuids thuisgekomen."


Onderduikers in Kamp Dennelust /Dennenlust

Hieronder de namen van Nederlandse bewoners die een langere tijd in het kamp hebben gewoond.

binnenkomst Achternaam schuilnaam Extra gegevens
01Gebhard, Wim  uit Gouda
02Stolk, Koos  uit Den Haag
03Houtman, Jan uit Rijswijk
04Stolk, Piet  uit Wassenaar
05Zonneveld, Nico uit Wassenaar
06Kemper, KoosJan Kamperuit Den Haag
07Kooij, Hans van der kooi /kooyuit Rotterdam
08Hildernisse, Rinus    uit Den Haag
09Been, Jan uit Den Haag
10Engelsman, JanTom uit Den Haag
11Houtman, Leo uit Rijswijk
12Vinkestijn, Jan 
13Born, Gerard van der 
14Plompen, Harry uit Den Haag
15Bode, Cor 
16Hoff, Frits  
17Velthoven, Piet vanPiet Zeelanduit Zierikzee
18Loof, Wim  (W.B.) 
19Snijder, Sjef (O.L.J.)  
20Laurier, Piet  
21xx 
22Smits, D.  
23Magnee, P. 
24Loorn, D. v.d . 
25Huig, Dick 
??Verheijen, Cor 
Resultaat invoerveld gefilterd uit invoervelden
Zij woonden een jaar in een bos

Zij woonden een jaar in een bos – 1 augustus 1943 - 21 september 1944, door Gerard Geboers. 1e druk 2011.

Al lezend herbeleeft u de geschiedenis van deze groep onderduikers en die van de mensen die hen hielpen. Bij het schrijven heeft de auteur dan ook gebruik kunnen maken van een vijftal dagboeken, talrijke interviews, de kampkrant, plattegronden en zelfs van foto’s uit die tijd.

De 2e druk versie kost 19,90 € excl. 8,00 € verzendkosten
bestellen https://www.gerardgeboers.nl/zij-woonden-een-jaar-in-een-bos/

of:
https://www.gerardgeboers.nl/wandelingen/


YouTube film Vloggers voor Vrijheid - Onderduikerskamp 'Dennenlust'
Ruud van Otterdijk ging met Gerard Geboers naar een onderduikerskamp en ze spraken over Gerard's ervaringen met 'verborgen' oorlogsverhalen.