P.A.N. in Nuenen

deel 5

Deel 5 gaat het over de bevrijding van Nuenen

De P.A.N. was zeer actief in de dorpen rond Eindhoven. Na de bevrijding vroeg de Staf van de P.A.N aan de commandanten in de dorpen om hun ervaringen op papier te zetten. Dat is gebeurd en de verslagen zijn bewaard gebleven.


De PAN brengt gearresteerde NSB’ers en anderen op. Links met
stengun Cees Verhoeven, rechts Karel Nolte en nog een P.A.N.-lid.
Bron foto: heemkundekringnuenen.nl

Nuenen

Verslag van de P.A.N. commandant van Nuenen:

"Het opschrift wettigt de stoutste verwachtingen. "Hoe P.A.N. rayon Nuenen werkte, lachte en leed". 

Toch was Nuenen niet het eerst in het P.A.N.-verband opgenomen, maar evengoed droeg het dorp zijn aandeel bij in het daadwerkelijke verzet, en tot in de stad. En wel zo krachtig en opvallend dat ook Nuenen weldra de P.A.N. van zich deed spreken. 

In Nuenen stond ook het gastvrije doorgangshuis voor piloten, onverschillig uit welke richting. De invasie zou nog op heel bijzondere wijze beslag leggen op het vredige dorp. Nadat de Duitsers wat onzacht uit Tongelre waren gezet, hebben zij rond Nuenen een enorme hoeveelheid tankmateriaal samengetrokken, die weer op dit landschap terugviel, toen de Soeterbeekse Dommelbrug binnendoor, hun te riskant leek. 

Toen Dolle Dinsdag van onze Londense premier, hoewel niet voorzien, zijn kolderzieke komst steeds duidelijker aankondigde, toe Duitse troepen en troepjes op de sinds enige ons vertrouwde voertuigen als "anti-plof", kinderwagen, kruiwagen en bakfiets, ook in Nuenen de graag aanvaarde hilariteit hadden gebracht, ontstond het contact tussen de plaatselijke werkgroep van de L.O. en "Frits", de commandant van het district Eindhoven van de Partizanen Actie Nederland. Met tweeën ging men een bezoek brengen aan W 26 (Willemstraat), het adres dat later tot een begrip zou worden, evenals W1 (Wal).

Het contact eenmaal gelegd ziende, is de band tussen Rayon Nuenen en District-Hoofdkwartier steeds zeer nauw en hartelijk geweest. Het contact is slechts eenmaal , zeer kortstondig verbroken geweest, daar oprukken van Duitse eenheden door Nuenen in de richting van Son en Breugel. 


Verzet in Nuenen in 1943

Commandant van ons rayon werd Ger, die eerst als actief lid van Trouw werkzaam was geweest en door activiteit een gewaardeerd medewerker voor de P.A.N. was geworden. Als zijn waarnemer en eerste helper trad op de Heer van Kampen, toenmaals als commies der belastingen gevestigd in ons dorp.  


"De euforie werd nog groter toen een zekere Raaimakers uit Son op zijn motor Nuenen kwam binnenrijden met achter op een Amerikaanse parachutist. Dus officieus was Nuenen op dat moment bevrijd. Ik als Engelssprekende heb hem uiteraard begroet en nadat hij wat sigaretten had uitgedeeld zijn de twee weer teruggereden naar Son." 
 De man rechts is onderwijzer Gradje Peters, de leider van het verzet in Nuenen.

In opdracht van Frits werd overgegaan tot vorming van een kerngroep uit actieve verzetsmannen. Om deze uit twaalf man bestaande kern werd, voorlopig alleen administratief, een grotere troep van rond veertig in de toekomst actieve P.A.N. strijders geconcentreerd. 

Als eerste belangrijke opdracht werd deze kern de onderbreking van de spoorlijn Eindhoven-Helmond toevertrouwd. Toegevoegd aan deze opdracht werd de mededeling dat springstof voor het uitvoeren niet beschikbaar kon worden gesteld en dat we dit dan zelf maar moesten zien op te lossen. Daar moeilijkheden met het verkrijgen van het nodige materiaal moesten wij Eindhoven doen weten dat uitvoering der opdracht ons voorlopig onmogelijk was. Elke nacht werd evenwel trouw gepoogd de verwezenlijking door te zetten. Tot het einde toe vervolgde ons echter de pech en slaagden wij niet ondanks de waardevolle medewerking en inlichtingen van een der kernleden, die zelf bij de N.S. in dienst was. 


""Zeg jongens, kunnen jullie mij een plezier doen en twee koffers voor mij uit het station halen".,
zegt Dick van Schoonhoven die zijn werkelijke naam Simon J. Carmiggelt is. Het kofferavontuur bij het Eindhovens Station leest als een Carmiggelt vertelling.

De andere contacten die in de loop van het verzet de genoemde kern van het illegale werk hadden versterkt waren o.m. L.O., Districtsleiding Eindhoven, N.S.F. en Parool in de dagen dat te Nuenen een belangrijk deel van leiding en redactie zich ophield.  

Uit deze dagen met Parool zal de lezer misschien het geval interesseren dat Ger had met de S.D., samen met Dick (Dick van Schoonhoven is de schuilnaam van schrijver Simon J. Carmiggelt), een der Parool mensen, die later nog vastgezeten heeft maar gelukkig behouden is). Van Amsterdam nu was en zending onderweg naar Eindhoven, per trein. Enkele duizenden nummers van een nieuwe editie vroegen verholen toegang tot een deel van Brabant en Limburg. Deze toegang zou volgens afspraak door Dick en Ger worden verschaft. Nu gebeurde het zowel aan onze als aan Duitse zijde wel eens dat berichten over verzet, sabotage, spionage, contra-spionage etc. en ook wel orders, verkeerd begrepen werden, te laat hun bestemming bereikten of verkeerd overgebracht werden. Het provisorisch karakter dat verzetsorganisaties en natuurlijk vooral haar "bureaux" meestal kenmerkte, het feit dat vele berichten slechts voor mondeling overbrengen geschikt waren en nog vele andere factoren, ook van psychische aard, waren veelvoudig aanleiding tot kleine vergissingen en vertragingen. In het geval nu dat wij weergeven, was door zulk een foutje, de aankomst van de koffers met Parools uit Amsterdam wat laat tot Nuenen doorgedrongen en deze koffers, twee in getal, stonden reeds twee dagen in het bagagedepot te Eindhoven, voor Nuenen wist dat er iets lag. Berichtgever had reçu bij zich, vertelde dat de zaak vertraagd was en Ger en Dick vertrokken met ernstige gezichten op de fiets naar de Lichtstad. De kans immers dat een controle der achtergebleven bagage door Sicherheitsdienst of Gestapo werd uitgevoerd, hing iedereen boven het hoofd, die in die dagen een koffer opgaf op onze stations. 

De ongerustheid van beide makkers bleek ook ten volle gegrond. Een kort onderzoek op het station wees uit dat Gestapo-agenten reeds gedurende twee dagen de wacht hielden in het bagage depot, rustig en waardig, om de koffers met de recepteur met de stille trom of "mit Gewald" naar de Paradijslaan te expediëren. Goede raad was min of meer duur, doch de twee soldaten in burgerjas ontwikkelden onder het "genot" van een Consi en een glaasje bier een plan de campagne dat gebaseerd was op de eigenlijk niet zo dwaze veronderstelling dat alle wachten vermoeiend of vervelend is, dat zelfs mensen die wacht hebben wel eens weg moeten, kortom dat lange wachten de waakzaamheid niet bepaald bevordert. 

Bij het verlaten van het café nog een laatste repetitie:

"Dus Ger, als ik buiten kom met mijn hoed op, dan is er niets voor ons te halen, houd ik hem in de hand, dan weet je het, hé ? Heb je het reçu bij de hand? Nou tot, ja tot wanneer, dat zien we wel. Je slentert maar wat rond, koopt een krantje, drinkt in een op het station uitkijkend café een biertje, als je de uitgang van het bagagedepot maar in het oog houdt. Ajuus, tot straks ".  "Succes Dick, tot straks" In de stationshal begon nu voor Dick een vervelend halfuurtje. Het duurde n.l. ongeveer een half uur voor de kans kwam en de wachthoudende Mof even verdween. Ger stond inmiddels aan de trottoirband en onderhield zich met enige specimina van het genre "Eindhovense straatjongens" intussen het oog gevestigd op het bagagedepot. Op het ogenblik dat, met een brede glimlach over de rand van zijn krantje, het ongedekte hoofd van Dick uit het depot tevoorschijn kwam, de hoed bengelend tussen twee vingers, waarvan de andere drie broeders de krant hielden, was het de beurt aan Ger.  

"Zeg jongens, kunnen jullie mij een plezier doen en twee koffers voor mij uit het station halen. Ik sta hier met mijn fiets en die zet ik liever niet tegen de muur. Voor ieder van jullie aan kwartje. En hier heb je geld voor de koffers".

Twee ongelovige jongensgezichten, verwonderd over die plotselinge gulheid, staren hem aan. Ger houdt het reçu en een biljet van Fl.2.50 al in de hand en steekt het de grootste der twee toe. Aarzelend nog steeds steekt die zijn vieze hand er naar uit, maar als die meneer met zijn in de wind wapperende wilde haardos zegt: "Nou ik zal het goed met jullie maken, een kwartje voor die het eerste terug is" gritst de jongen hem het gele floddertje en de rijksdaalder uit de vingers en de twee vliegen langs Dick het station in. Nauwelijks twee minuten later komen ze ieder met een koffer waar ze bijna onder bezwijken het station uit gestrompeld. Struikelend over de stenen en rood van opwinding wie er het eerste zal zijn buikschokken ze de koffers het plein over. 

Ger gaat ze tegen, sliert de koffers op zijn fiets en zegt nog "dat geld, laat maar zitten, de rest is voor jullie moeite" en zeult met heel zijn vrachtje zo snel als hij kan en mag zonder te vallen en meer speciaal zonder op te vallen, met de koffers naar het Binnenziekenhuis, waar een glunderende Dick hem later komt vertellen hoeveel de toch ruime stationshal te klein was, toen na enkele minuten die mof verscheen en merkte dat zijn kostbare aas van de haak gevreten was. Per auto werden de koffers naar Nuenen overgebracht, vanwaar het detailtransport en bezorging verder gelukkig zonder Germaanse interventie werden afgewerkt. Moge de lezer uit deze historische blunder der Gestapo weer eens blijken dat deze instelling , die overigens wel efficiënt werkte, ook ogenblikken van oververmoeidheid heeft gekend, die haar "noodlottig " werden, als verzetslieden ze maar op tijd bemerkten. 

De tweede opdracht voor de kerngroep Nuenen was het opzoeken van punten die in de loop van de Duitse terugtocht de bijzondere aandacht van de Germaanse schare konden trekken, zoals het Gemeentehuis, stalling, brandweerauto, telefoonautomaat, bruggen en duikers etc. Deze van een toezicht te voorzien en zo mogelijk tegen vernieling te behoeden, luidde de order. Bepaalde objecten werden gedurig in het oog gehouden maar nimmer is van Duitse pogingen tot vernieling sprake geweest. 

Zelf toen de befaamde en beruchte tegenactie der Duitse troepen tegen de geallieerde corridor inzette en Nuenen gedurende twee dagen weer in Duitse handen was, is hiertoe blijkbaar nooit besloten. 

Duitse vernielzucht en wraakgierigheid hebben slechts weinig tijd en kans gehad zich over het geheel der Nuenense bevolking en haar "terroristen" uit te storten. Toen immers het dorp tot aan de brug in Breugel door rond de honderd Duitse tanks werd overstroomd en verder geïnfiltreerd met vrij sterke Pantzer Grenadier eenheden, heeft de bevolking voor het overgrote deel de plaats ontruimd. 


De P.A.N brengt foute Nuenenaren op. Links met helm en stengun, onderwijzer Cees Verhoeven, rechts P.A.N. lid Karel Nolte.
foto: www.heemkundekringnuenen.nl

Door enkele arrestanten der P.A.N. die na bevel tot arrestatie in de loop van de morgen van 19 september 1944 waren opgehaald, en natuurlijk na de middag bij de intocht der Tigers en Panthers door hunnen Freunden werden losgelaten, werden huizen van enkele partizanen aangewezen, waarna een speurtocht tegen leden onzer groep te wachten was. 

Slechts in twee der huizen werd door de Duitsers geplunderd en vernield. De speurtocht schijnt nooit zeer intensief geweest te zijn. Hier en daar werd wel onder bedreiging met Schmeiser en pistool gevraagd: "Wo sind ihre Sohne ? ", deze jongens werden echter nooit gevonden. 

Twee leden van onze groep gevangen genomen te Nederwetten door Duitsers, die achterdocht hadden opgevat, werden door deze niet als "terroristen" herkend. Het "Sie werden erschossen" werd weliswaar zeer vlot medegedeeld, maar de gevechten die ’s morgens na de gevangenneming volgden vergden alle Duitse aandacht, en tijdens een dood punt in de gevechtsacties konden deze twee lieden de vlucht nemen door een raam van het kolenhok der school te Nederwetten, waar men hen voorlopig had opgesloten. Bij deze twee P.A.N. strijders bevond zich nog een arrestant die tegelijk werd opgepikt door de moffen. Deze heeft het onnodig geoordeeld de Duitse bevelvoering in te lichten omtrent zijn ware identiteit. Bij gevolg bleven de Duitse officieren in het onzekere verkeren omtrent de ware bedoelingen van het hele groepje, wat zonder twijfel de levens van twee illegale werkers gered heeft. Na de ontsnapping ging het tweetal "binnendoor" over Eckhart naar Eindhoven. W.26 vernam dat in Nuenen nog steeds heftig werd gevochten. Wij schrijven dan reeds 21 september.   

Grote zorg had ons tijdens deze bedrijven het bruggetje over de Dommel bij Eckhart gebaard. Officieel draagt deze brug maximaal 10 ton. Met pioniers-versterking en veel voorzichtigheid was het echter niet onmogelijk deze brug berijdbaar te maken voor althans de lichtere Duitse pantsers. Eenmaal een bruggenhoofd op de Eindhovense zijde en een behoorlijke aanvoer van troepen en materiaal, wat via Helmond nog steeds mogelijk was en de positie der Engels-Amerikaanse troepen in hun smalle doorgang naar Nijmegen werd er op zijn minst, zeer onprettig door. 

Het optreden echter van een onzer gemeenteambtenaren, woonachtig in de buurt van het betrokken bruggetje, heeft deze calamiteit weten te verhoeden, welk feit voor ieder die Nederlands verstaat, is vastgelegd op een afschrift dat later aan de brug is bevestigd. Deze rustige Nederwetternaar – of zegt men liever Eckharter of Soeterbeeker – bracht de aanstormende pantsers op de hoogte : "da da brugske zo rot waar, lijk ‘n mispel" en "da ge dor mee hunne zwaore auto zeker nie over kost komme". Je moet op het idee komen. Wie niet waagt die niet wint. Dit hebben later de Engelse "woestijnratten" ook gedacht en deze hebben met hun tanks wel de overtocht over de mispel gewaagd en "gewonnen".


Onzin verhaal in 1964 groots gebracht "Over 50 jaar vertellen wij onze kinderen over de wonderbaarlijke redding van onze stad". Eindhoven.
Duitsers kwamen met 260 tanks...maar een tuinman hield hen tegen.

Huis aan huis krant Groot Eindhoven 17 september 1964

De "reddende" tuinman Willem Hikspoors op de brug.

Haar zwakte was haar kracht
Hier moest de mof terug


Op 19 september 1944 had de Duitse 107e Panzerbrigade Nuenen bereikt. Enkele voertuigen naderden via de Soeterbeekseweg Eindhoven. Vervolgens voerde de bezetter een verkenneningstocht uit naar de brug over de Dommel. Volgens het verhaal zou Willem Hikspoors, de tuinman van het landgoed 'Soeterbeek', de bezetter ervan overtuigd hebben dat de brug maar 8 ton kon dragen (wat ook op de brug aangegeven stond). Dit zou het oprukken van de 107e panzerbrigade richting (het reeds bevrijdde) Eindhoven hebben voorkomen.
De oorspronkelijke bakstenen brug is in 1984 vervangen door een betonnen brug. Hierbij werd het oorspronkelijke bord vervangen door een nieuw exemplaar. Ook sinds die tijd is het Willem Hikspoorsbrug. Terwijl het al een naam had nl. Eckartsebrug.

Deze groep heeft na de uitvoering van het geval "openlijk optreden" met alle uitvloeisels ervan, nog slechts een kort bestaan gekend. Reeds op 19 september, de eerste middag van actie naar buiten, werd onze commandant naar Eindhoven geroepen als oud-onderofficier om bij de O.D. dienst te nemen. Na ongeveer drie weken was ook het wachtlopen geëindigd. 

De brigade Blauwe Jagers nam al spoedig de taak der P.A.N. over, voor zover het de politieke recherche aanging. Verschillende onzer jongens namen dienst bij de Stoottroepen of werden ingedeeld bij Britse onderdelen. De opheffing der P.A.N. en omzetting in N.B.S. had de algehele assimilatie van onze troep in de B.S. tot gevolg, terwijl bovendien een groot deel afzag van het tekenen der verbandacte en zo al gauw tot normaal burgerleven terugkeerde. 

Na opheffing der Blauwe Jagers kon van een groep Nuenen in het geheel geen sprake meer zijn". 

Tot zover het verslag van de commandant. 


Cornelis Theodorus Verhoeven werd geboren in ‘s-Hertogenbosch op 3 juli 1921. In 1924 verhuisde het gezin naar Eindhoven en in juni 1927 naar Nuenen, Eeneindschedijk C 221c, later Eeneindseweg 70.

Dit verhaal is deels gebaseerd op onderzoek Heemkunde kring Neunen PDF: www.heemkundekringnuenen.nl

Op 8 februari 2016 overlijdt in Mill, 94 jaar oud, de Nuenense oud-onderwijzer Cees Verhoeven. Hij woonde in Nuenen voor, tijdens en na de oorlog. Hij was lid van het ondergronds verzet en aangesloten bij de Partizanen Actie Nederland (P.A.N). Na de bevrijding van Nuenen in september 1944 sloot hij zich aan bij de Stoottroepen en trok hij met het Engelse leger richting Duitsland. 

Cees Verhoeven schrijft in zijn memoires over de P.A.N :

Onderwijzer Gerard Peters (Gradje) Peters zou nogal wat invloed krijgen op mijn militaire "ontwikkeling". Het duurde niet zo heel lang of het verzet tegen de Duitse bezetting kwam op gang en Peters was een van de mannen die een leidende rol in die beweging ging vervullen. Een medeleerling van de kweekschool, Wout de Vries, werd een van de groten uit de verzetsbeweging. Samen met Peters richtte hij de ondergrondse van Nuenen op. Wij hielden schietoefeningen op geheime plaatsen (we hadden namelijk allen een revolver; de mijne kwam van mijn vader). Van lieverlede kwamen de verschillende verzetsgroepjes met elkaar in contact en zo ontstonden de landelijke organisaties die vanuit Engeland instructies kregen. Zo werden er illegale krantjes gedrukt en door ons verspreid. Werd je er mee gepakt dan was de minste straf dat je op transport gesteld werd naar het concentratiekamp Vught waar ook zwarthandelaren geparkeerd werden. Zo ontstond ook het begrip onderduiker, mensen die op de een of andere manier in aanraking waren gekomen met het Duitse justitiële apparaat, en nu een schuilplaats zochten bij vooral boeren of zoals in de Peel in ondergrondse onderkomens. De verzetsbeweging zorgde dan voor bonkaarten voor voedsel. 

Het grotere werk begon zo ongeveer in het najaar van 1942. De spoorlijn Eindhoven-Helmond was ons doel. We zouden de lijn ter hoogte van het station Nuenen/Eeneind onklaar maken zodat een munitietrein zou ontsporen. Een uur voordat de trein zou passeren togen wij, het was zo tegen 11 uur, op pad. Nu hadden de spoorwegen op last van de bezetter Nederlanders in dienst genomen die met een spoorpet op en een rode vlag in de hand langs de spoorlijn patrouilleerden. Op het moment dat wij bij de lijn aankwamen zagen wij een minuscuul lampje naderen, dat moest een van die knakkers zijn. Een meer geharde groep zou korte metten gemaakt hebben met de betreffende persoon, maar wij dropen teleurgesteld af. Misschien was het maar beter zo, represailles zouden zeker het gevolg geweest zijn. Het mooiste van het geval was dat de volgende dag een buurjongen van mij vertelde dat hij die nacht op patrouille iets verdachts had gezien!!! Hij besefte overigens niet dat hij eigenlijk werk deed in dienst van de vijand. Ze zijn overigens na de oorlog hiervoor niet berecht. 

De club uit Asten had de naam Peelsectie, die heel erg actief was. Helaas werden twee leden betrapt bij ook hier een loskoppeling van de spoorlijn en zij werden ter plekke met de kolf van een geweer doodgeslagen. Ook in Lieshout is Piet Swinkels, lid van de hockeyclub aldaar gesnapt, overgebracht naar Vught en op de bekende fusilladeplaats doodgeschoten. Zijn naam is gegraveerd op het monument aldaar. 

Den Dikke (Gerard van Hoorn) heeft op een of andere wijze de arbeidsdienst kunnen verlaten en heeft zich bij ons verzetsgroepje kunnen voegen (veel heeft hij niet kunnen doen). Intussen ging ons "verzetswerk" gewoon door; we verspreidden illegale bladen en we beluisterden de Engelse instructies via de radio, die we niet mochten hebben. Ze waren ingeleverd maar wij hadden er wel enkele verborgen. Als het gevaarlijk werd in verband met razzia’s dan doken wij onder in het kippenhok van de familie Van Hoorn bij de Watermolen.  

De eerste Engelse en Amerikaanse vliegers kwam ik tegen bij een boer een achthonderd meter achter ons huis. Ik kwam daar regelmatig en ik zag dan dat hij steeds nieuwe knechten had. Toen hij er achter kwam dat ik ook deel uitmaakte van de groep van Peters vroeg hij mij of ik Engels kon spreken. Toen liet hij de "knechten" binnen komen en ik kon een gesprek met hen voeren. De boer, Piet Kuiten, kende zoals de meeste mensen toen geen woord Engels. Jammer genoeg mocht ik mijn naam niet zeggen, net zo min als zij dat mochten. Misschien had ik later dan nog eens correspondentie met hen kunnen voeren. De boer kende hun naam en adres wel en heeft later nog lang contact met enkele tientallen gehad. Hij kreeg later ook oorkondes van Eisenhower en de Engelse koning. Onlangs is hij op hoge leeftijd overleden.

Bij een andere boer, waar ik ook veel kwam i.v.m. leermoeilijkheden van één van zijn kinderen, kwam ik in aanraking met Duitse soldaten die achter de boerderij een post bemanden die in verbinding stond met het vliegveld. Het waren dus Luftwaffe soldaten, niet van de meest fanatieke soort. Ze kwamen ook regelmatig binnen om misschien wel koffie te drinken. Ook nu zaten ze binnen, het waren er twee, ze hadden hun wapens buiten tegen de muur gezet. Toen ik weer weg ging liep Van den Heuvel, zo was de naam van de boer, met me mee en zei dat ik die geweren zo maar mee kon nemen. Zo dapper was ik echter niet. Wie weet wat de consequenties zouden zijn. Toen ik een en ander aan Wout de Vries vertelde, vond hij dat ik een kans gemist had. Hij nam direct contact op met Van den Heuvel en overmeesterde in eenzelfde situatie de twee Duitsers en bracht ze ‘s avonds naar een schuilplaats waar ze tot aan de bevrijding gezeten hebben. Er kwam geen harde actie van de Duitsers en naar ik gehoord heb, is Wout met een Luftwaffe-uniform aan in staat geweest wapens te confisqueren. Ik heb het al gezegd: er werd weinig gepraat over dergelijke handelingen. Intussen waren de geallieerden het Albertkanaal genaderd. Het werd een spannende tijd. We kregen allen een soort uniform, een blauwe overall met een oranje band waarop stond PAN (Partizanen Actie Nederland).

De P.A.N vond nu dat de tijd van handelen was aangebroken. De kapper werd ontboden op het gemeentehuis en toen enkele fanatieke P.A.N-leden, meisjes binnen brachten die bevriend waren geweest met Duitse soldaten, kon hij met het kaalscheren beginnen. Mij heeft het niet kunnen bekoren, maar ik had het ook niet alleen voor het zeggen. 


Een kaalgeschoren meisje verlaat het gemeentehuis Nuenen. 
Dinsdag 19 september werden in Nuenen NSB-ers en meisjes die heulden met Duitsers door de P.A.N (Partizanen Actie Nederland) opgepakt. Tegen alle regels in werden in Nuenen de moffenmeisjes kaalgeschoren.

Ik kreeg toen met enkele anderen de opdracht NSB’ers en sympathisanten op te halen. Met getrokken revolver haalden wij zo’n 30 man naar het gemeentehuis, hieronder ook de familie Raessens waaronder Jac met wie wij daags tevoren in Eindhoven waren uit geweest. Ik herinner me nog de blik waarmee hij ons aan keek. Al deze gearresteerden werden overgebracht naar de villa van de burgemeester die al enkele maanden als gegijzelde in St. Michielsgestel zat. 

Wij verwachtten nu ieder moment de intocht van het Engelse leger. Maar tot onze schrik hoorden we reusachtig geratel uit de richting Helmond. Het bleek een complete Duitse tank-macht te zijn. Sjef van Santvoort, een van mijn vrienden, had een ondergedoken motorfiets weer rijklaar gemaakt en zei me dat ik mee kon rijden, want hij wilde naar de Engelse troepen die in de buurt van Valkenswaard waren. Wij hadden onze P.A.N-kleding uitgetrokken en raceten weg, juist op het moment dat er een vijandelijke tank snel naderde. De overigen in de burgemeesterswoning probeerden nog via de achterdeur te ontkomen, maar werden opgevangen door SS-ers die hen onmiddellijk tegen de muur zetten. Dankzij Bertus Raessens, die dus door de PAN was gevangen genomen, zijn de SS-ers niet tot fusilering overgegaan. Hij wist hen ervan te overtuigen dat de jeugdige P.A.N-leden in de steek waren gelaten door de leiding die het hazenpad had gekozen (mea culpa). De Duitsers lieten toen zowel de gevangenen als de gevangennemers gaan en rukten op naar het centrum.

Nuenen was weer bezet. Sjef en ik hadden intussen Aalst bereikt dat net door de Engelsen was bevrijd. Wij hadden al gauw contact met een tankbemanning die ons mee liet eten van hun net uitgedeelde maaltijd. Na de nacht in Aalst te hebben doorgebracht bij familie van een Nuenenaar die er ook tussenuit getrokken was, reden we met ons motorfietsje langs de eindeloze colonne tanks die op Eindhoven aankoersten. 

Het was een groots moment, toen de eerste Tommy’s Nuenen binnenslopen. 

Er waren ook verschillende Amerikaanse parachutisten bij en wie schetst onze verbazing toen we als aanvoerder van het groepje parachutisten Frits van Wijk ontwaarden. Met de karabijn in de aanslag benutte hij de kennis die hij had opgedaan bij de opleiding als Duits soldaat. Ook wij waren inmiddels weer bij de schermutselingen betrokken en toen na een schotenwisseling een Duitser gesneuveld was nam ik zijn karabijn in bezit. Dit was een mooie aanvulling op ons wapenbezit. 

Voor de Engelse tanks reed een zogenaamde scouting car, een gepantserd voertuig om verkenningen uit te voeren. De sergeant die het commando voerde vroeg ons enkele onduidelijkheden op zijn kaart te ontcijferen. Tegelijkertijd vroeg hij of we mee wilden gaan omdat wij het voorliggende terrein natuurlijk kenden. Wij stemden er onmiddellijk mee in en Toon van den Nieuwenhof en ik namen boven op het voertuig plaats en de commandant kroop weer terug op zijn veilig plekje in de car. Als levende schietschijven trokken wij op in de richting van Gerwen en van daaruit tot aan het kanaal bij Lieshout. Gelukkig voor ons waren de Duitsers al in massa in de richting van Helmond gevlucht, zodat we weer heelhuids in Nuenen aankwamen. 

Intussen was de P.A.N weer opnieuw geformeerd en diezelfde avond moesten we nog naar Eeneind waar zich volgens berichten nog Duitsers ophielden. Dat bleek inderdaad zo te zijn, maar ze waren niet meer van plan weerstand te bieden en gaven zich gewillig over aan een stelletje "‘vrijheidsstrijders". We hebben ze voor die nacht ondergebracht in een schoolgebouw en de volgende dag hebben de Engelsen zich over hen ontfermd. 

De strijd heeft toen enkele dagen geduurd, maar ze moesten weer terug en nu voorgoed. Bij de gevechten in het dorp zijn een aanzienlijke hoeveelheid Duitsers gesneuveld. Ik vergeet nooit meer een toch wel tragisch voorval. Er lag een zwaar gewonde Duitser bij café de Harmonie. De zoon van de kastelein die geestelijke was ging de luid schreeuwende soldaat de laatste sacramenten toedienen, terwijl een Amerikaan toekeek. Toen de geestelijke hulp verleend was, nam de Amerikaan de toestand in ogenschouw en doodde de Duitser met een gericht schot.  

Wij waren met een groep Engelsen en P.A.N-strijders gekomen tot aan de Lindeboom en zagen een groepje Duitsers wegrennen om nieuwe posities in te nemen. Deze werden door ons onder vuur genomen; ook ik vuurde met mijn Lee Enfield het ene schot na het andere af. Ik heb er twee zien vallen. Je kunt natuurlijk nooit zeggen of het jouw schot was. 

Ik nam in elk geval het geweer van een gesneuvelde mee. Wij slopen met de Engelsen mee dicht langs de huizen van Nuenen in de richting van Gerwen. Bij de "Roosdonk", de molen, liepen we links de akkers in. Via de radio hadden de Engelsen doorgekregen dat er zich Duitsers bevonden op ongeveer 500 meter van ons vandaan. En inderdaad als men zich iets oprichtte kon men activiteiten waarnemen. Wij waren natuurlijk absoluut niet in staat om zoiets te klaren, maar we hadden Engelsen bij ons die door de wol geverfd waren. Met stenguns, brenguns en Lee Enfields en niet te vergeten handgranaten kropen zij op de Duitse stelling af. Wij volgden een beetje op de achtergrond. Er volgde een fel vuurgevecht en voor wij het beseften was de schermutseling ten einde. Er was niets meer te zien. "Come on", zei de Britse officier die de leiding had van de patrouille en hij liep rechtop in de richting waar de vijand was waargenomen. En inderdaad het was voor ons weer contact met Duitsers, maar er was nu geen levende meer bij. Vlak bij elkaar lagen zes lijken. De officier haalde hun papieren uit hun zakken, pikte nog een paar horloges, terwijl enkelen van ons hun schoenen confisqueerden. Toen kregen we de opdracht ze ter plekke te begraven. We haalden een paar schoppen bij een nabijgelegen boerderij en besloten een kuil te graven en ze alle zes tegelijkertijd er in te dumpen. Het is echt niet overdreven, maar toen wij de doden met twee man opnamen, maakten ze wat geluiden bijvoorbeeld een gorgelend geluid uit een wond in de hals bij de ene en een identiek geluid uit een wond in de borstkast van een andere. Ze werden gewoon op elkaar gegooid en zand erover. Later zijn ze weer opgegraven en ik neem aan dat ze nu op het Duitse kerkhof bij Ysselsteyn liggen, waar ik regelmatig kom om o.a. de namen te lezen van nogal wat Nederlanders die in Duitse d


"Het waren vreeselijke zware dagen voor onze parochie". Drie Nuenense pastoors over de bevrijding van hun woonplaats (september 1944). Uitgave: Heemkundekring De Drijehornick Nuenen, 2004.

Uit het verslag van pastoor Aldenhuijsen over de bevrijding van Nuenen: 


"De prijzen zijn soms fabelachtig hoog. Terwijl ik nog voor vijf jaren een pond spek kocht voor nauwelijks 20 cent, wordt een prijs van 20 gulden nu door velen gaarne betaald. Textiel is de laatste tijd helemaal niet aan te komen en voor een nieuwe fiets die vroeger fl. 100 kostte betaalt men nu fl. 1.500.

Zo ongeveer de laatste 10 minuten voor ’t Lof zagen veel mensen hoe geallieerde vliegtuigen trossen van parachutisten uitwierpen, zo ongeveer in of vlak achter Son.

Maandag morgen (18 september) is er een enthousiasme in de gemeente Nuenen! 

De "ondergrondse actie" begon actief te worden. Ze schenen instructies gekregen te hebben door de officielel ergerleiding van de geallieerden officiële erkend en gesanctioneerd te zijn. Deze ondergrondse werd "illegale actie" en nu worden ze partizanen genoemd. Partizanen Afdeling Nederland. Mensen van de PAN. 

Toen ik dinsdag ’t kerkplein op kwam, vroegen vier partizanen en een marechaussee mij een man uit de kerk te roepen, die zij moesten arresteren. Daarmee begon de dag. Telkens kwam er weer een voorbij die opgesloten werd, NSBers en anderen. Meisjes die met Duitsers "gelopen" hadden, werden op het Gemeentehuis kaalgeschoren en weer op vrije voeten gesteld. 

Woensdag 27 september is er een autobus uit Eindhoven gekomen met mannen die weer meerdere mensen in Nuenen hebben opgehaald en in bewaring genomen". 


Heemkundekring De Drijehornick, jaargang 28, nummer 2, september 2019.

Over de P.A.N: 

"In Nuenen werden teksten gemaakt door Koos Vorrink voor het Parool, een illegale krant. Vorrink zat ondergedoken bij ingenieur Rodenburg aan de Berg 46. 

Burgemeester Van Rijckevorsel van Nuenen zat in een verzetsgroep van burgemeesters, die de naam Croy droeg. Tot de Croy groep behoorden verder Theo Mostermans van Lieshout, Hein van der Weiden van Stiphout, Robert Schoepp van Son en Breugel, Oscar Haffmans van Aarle-Rixtel en in het begin ook de burgemeesters van Asten en Someren. Willem Wijnen van Asten en Petrus Smulders van Someren werden op 14 augustus 1944 door de Duitsers doodgeschoten langs de Zuid-Willemsvaart. Toen in juli 1944 de burgemeesters opdracht kregen om mannen te leveren voor de aanleg van verdedigingswerken langs de Zeeuwse kust, werkten zij niet allemaal even goed mee. Burgemeester van Rijckevorsel dook onder. 

In de loop van 1943 en 1944 nam het verzet toe. In Nuenen was een aantal personen actief in het verzet. Zij hielpen geallieerde piloten aan onderduikadressen of zochten voor hen een vluchtroute. 

In de nabijheid van het zomerhuisje van de familie Paulisse in de Gerwense bossen, was onder een zandheuveltje een geheim verblijf voor onderduikers en Engelse en Amerikaanse piloten gemaakt. Hier was een depot van de Bossche knokploeg Margriet, waar gevoelig materiaal, wapens en dergelijke, was ondergebracht. Op 14 augustus 1944 werden vier leden van deze knokploeg gearresteerd. Ze werden op 19 augustus ’s avonds om 21:00 uur in kamp Vught gefusilleerd. 

Bovendien werd er gesaboteerd. Zo werd op woensdag 6 september 1944 om ca. 03:00 uur op de spoorlijn Venlo-Eindhoven op het baanvak Helmond-Nuenen nabij km. 45.5 in een losgemaakte rail een lading springstof ontdekt.  

Dinsdag 19 september werden in Nuenen NSB-ers en meisjes die heulden met Duitsers door de P.A.N (Partizanen Actie Nederland) opgepakt. Tegen alle regels in werden in Nuenen de moffenmeisjes kaalgeschoren. Zij werden vervolgens ondergebracht in de leegstaande villa van burgemeester van Rijckevorsel aan de Broekdijk". 


Dagboekje over Nuenen in de periode 11 tot 20 september 1944. 

De week van Dolle dinsdag 19 september 1944 in Nuenen
Gepubliceerd in het tijdschrift van de Heemkundekring Nuenen "De Drijehornick" onder de titel
"Twee dagen oorlog - Nuenen september 1944"
september 2004
http://janvanbakel.nl/Nuenen/Dolledinsdag.htm

Startpagina PAN