Petrus Sprengers & Hermiena Sprengers- van Tellingen

Familie Sprengers helpen een Joodse onderduikster
en Arbeitseinsatz weigeraar

Petrus (Peter) Sprengers (12-3-1904 - 26-7-1980)
Bron foto: yad vashem

Hermiena Sprengers-van Tellingen (12-2-1908 - 21-4-1994)
Bron foto: yad vashem

Onderduikers op de Iepenlaan 34 Eindhoven. Nummer 34 is 2e voordeur aan de linkerkant.
Of de iepen in 1940 al gerooid waren is onduidelijk, in de jaren 1930 ging in Nederland ca. 60% van het iepenbestand te gronde. De eerste vorm van de iepenziekte is waarschijnlijk afkomstig uit Oost-Azië en werd voor het eerst geconstateerd in 1918 in Noord-Brabant.

Petrus (Peter) Sprengers werkt bij Philips op kantoor en verricht administratieve werkzaamheden. Zijn vrouw zorgt dan voor hun twee zonen. In de 1930 zijn ze getrouwd. In de oorlogsjaren wonen ze in het Philipsdorp: Iepenlaan 34. 

In de loop van 1943 krijgt de familie Sprengers het verzoek om de joodse Mina van der Heim (5-11-1878), bij hun te laten onderduiken. Mina is zo'n 65 jaar oud en is nooit getrouwd. Ze woonde in het begin van de oorlogsjaren verplicht op het adres: St. Catharinastraat 60 waar haar zus en getrouwde man [zie familieband hieronder] ook woonden. Duitsers verplichten Joden om samen in een huis te gaan wonen.
Niemand mocht weten van haar onderduiken en haar plotselinge aanwezigheid bij de familie Sprengers. De kinderen van Sprengers kregen strikte orders om “tante Mientje” nooit te noemen. In dezelfde wijk woonden NSB collaborateurs, wier zoon zich had aangemeld voor de SS. Mina kreeg haar eigen kamer op de tweede verdieping van het huis in de Iepenlaan. Petrus en Hermiena zorgden voor al haar behoeften. Mina bleef tot de bevrijding van Eindhoven in september 1944.

Ook hadden de Sprengers enige tijd een onderduiker die geweigerd had zich te melden voor dwangarbeid (Arbeitseinsatz) in Duitsland. Na de oorlog verhuisde Mina naar Amsterdam, maar het contact tussen haar en de Sprengers bleef frequent. Het was Mina's wens om begraven te worden in de buurt van waar haar redders in Eindhoven woonden.

Waarschijnlijk kreeg de Familie Sprengers en hun onderduikers ondersteuning vanuit het Eindhovense verzet / P.A.N. 

27 augustus 2003 namen de twee zonen van Petrus en Hermiena Sprengers-van Tellingen in het Verzetsmuseum in Amsterdam de Yad Vashem-onderscheiding in ontvangst. Deze onderscheiding is postuum aan hun ouders toegekend. Degenen die in de oorlog Joden het leven hebben gered, krijgen van het Yad Vashem-instituut in Jeruzalem verder de eretitel Rechtvaardige onder de volkeren.

Hoek Wingerdlaan en Iepenlaan. Op de achtergrond Philips bedrijfsschool, sinds 2019 omgebouwd naar 442 luxe appartementen.
foto Google Maps /streetview

Extra 

Bron verhaal: https://righteous.yadvashem.org
Aangevuld met extra bronnen en het online boek "Joodse gemeenschap in Eindhoven".

Mina van der Heim woonde, verplicht in, 1941 op Catharinastraat 60. Daar woonden ook Meijer Blomhoff (30-4-1901 - vermoord in Auschwitz) getrouwd met Eva de Jongh (geen gegevens ?). Haar zus Carolina van der Heim (3-9-1868) woonde op dit adres en zij was getrouwd met slager Maurits Blomhoff (14-11-1867). Haar zus en man duiken ook onder (in Eindhoven?) en overleven de Duitse bezetting.

Blomhoff in 1917 startte slagerij in Vrijstraat 23. Hij moet zijn bedrijf in mei 1942 sluiten (in het kader van de verordening tot verwijdering van Joodsche ondernemingen) en Alfred Toebosch neemt de slagerij dan even over; in 1943 komt het pand in eigendom en wordt het een filiaal van de foute NSB-slager Jos. Ridder uit de Strijpsestraat. Na de oorlog komt de winkel Blomhoff terug: Fa. M. Blomhoff tot 1962. Daarna van 1964 tot 1987 is het bar-nachtclub Femina, dan tot 1993 petit-restaurant Carlton-nachtsalon La Perla; Bratislava sluit er in 1996; in 2000 en vanaf 2011 Subway sandwiches. (bron: http://www.ihesm.com/eindhoven1934/cent/)


Het online boek "Joodse gemeenschap in Eindhoven" door Phocas Kroon 2010 schrijft over:

Verkoop van woningen en winkelpanden door Niederländische Grundstückverwalter

Op basis van verordening no. 154 van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlansche Gebied van 11-8-1941 werd het beheer van joods onroerend goed ondergebracht bij Stichting Niederländische Grundstückverwaltung in Den Haag. Nadat deze stichting de overname van het beheer bij plaatselijke hypotheekkantoren had laten registreren had zij de mogelijkheid om het onroerend goed aan particulieren te verkopen. Via deze weg kwam het geld in handen van de bezetter.

Zo werd op 1-2-1943 in een notariële akte, opgesteld door notaris Hoffmann, vastgelegd dat een huis met bijgebouwen, erf en tuin, gelegen in Eindhoven aan de Vrijstraat nummer 23 groot drie aren achttien centiaren in opdracht van de Stichting Niederländische Grundstuckverwaltung werd verkocht aan Josephus Jacobus Ridder, slager te Eindhoven. In de akte werd vermeld dat de stichting het beheer van het pand op 2-10-1942 had overgenomen van Maurits Blomhoff Catharinastraat 60 en dat deze Blomhoff het pand had gekocht op 12-11-1917.
Met hulp van het kadaster in Eindhoven is de akte gevonden waarbij het pand Vrijstraat 23 op 9-1-1951 weer overgedragen werd aan de familie Blomhoff. Op basis van artikel 20 van het Besluit Herstel Rechtsverkeer E.100 waren de oorspronkelijke eigenaren van door de Duitse bezetter in beslag genomen onroerend goed weer als eigenaar aangewezen. In de akte van 9-1-1951 waren vier partijen genoemd. De erven van Maurits Blomhoff, die op 5-8-1945 was overleden, de heer J.J. de Ridder die het pand in de oorlog had gekocht, de bank die aan heer de Ridder de hypotheek had verstrekt en het Nederlands Beheersinstituut in Den Haag. Dit instituut beheerde na de oorlog, in opdracht van de Staat de Nederlanden, het vermogen van de Niederländische Grundstückverwaltung. In de akte werd vastgelegd dat, om een procedure te voorkomen, het eigendomsrecht in der minne werd hersteld. Hierbij werd het eigendomsrecht “om niet” overgedragen van heer de Ridder aan de erven Maurits Blomhoff. Ook werd vastgelegd dat de vordering van de hypotheekbank op heer de Ridder ten laste kwam van de Niederländische Grundstückverwaltung.

Mina van der Heim (links) en Hermiena Sprengers-van Tellingen
© foto Yad Vashem