Robert Wiener

Robert ofwel Rob Wiener schrijft in 1978 een verslag van 13 pagina’s over zijn oorlogstijd: 
"Overzicht van mijn gevangenneming en wat ik zelf heb gezien en meegemaakt in diverse concentratiekampen".  In 1982 geeft Rob een telefonisch interview aan Frans Dekkers, voor zijn boek "Eindhoven 1933-1945". Aanvullende opmerkingen uit dit boek en interview zijn toegevoegd in Rob's verslag.

Ruud Wiener, zoon van Theo Wiener, schrijft over zijn oom Rob: "Het is goed geweest dat je me het verhaal gestuurd hebt. Maar het blijft heftig om het te lezen, want het komt wel dichtbij. Zijn zoon Leo en ik zijn notabene al jaren geleden op zoek geweest naar aantekeningen of zo van zijn vader".
Hiernaast dank aan Esther, kleindochter van Rob. Jan Spoorenberg voor bewaren van dit verslag, dat hij van Frans Kortie heeft gekregen. Han Nieman voor het omzetten van de tekst en al het extra uitzoeken.

Familie Wiener

De vader van Rob Wiener is Nissen Mendel ("Max") Wiener (1886 -1922).
Max trouwt in 1914 met Jolan Grünfeld (1891) uit Boedapest. Het echtpaar komt in 1915 vanuit Oostenrijk naar Eindhoven. Ze wonen vanaf september 1918 in de Hoogstraat 120. Ze krijgen vier kinderen: Rob (3 juni 1915), Theo (1918), Eddy (1919) en Blanca (1920). De vrouw Jolan woont, na overlijden in 1922 van Max, samen met haar broer Aladar Grünfeld in het pand van zijn kledingzaak, Willemstraat 65. In maart 1943 worden Jolan en Aladar, door verraad, naar Westerbork gebracht. Op 13 april 1943 volgt een transport naar Sobibor. Daar zijn broer en zus enkele dagen na aankomst, vermoord.
De vier kinderen Rob , Theo , Eddy  en Blanca  van Max en Jolan overleven de oorlog. Blanca is in periode 1944 /1945 actief als koerierster met de schuilnaam Olzinga en vermomd  als een zuster. Zij brengt berichten tussen Eindhoven en Amsterdam in de periode sept. 1944 -1945.

1939 Eindhoven

Rob Wiener vertel aan Frans Dekkers in zijn boek Eindhoven 1933 -1945 "Wat mij nog razend maakt is de houding van politie commissaris Brinkman. Hij was ontzettend pro-Duits. Dat had ik reeds voor de Duitse inval gemerkt. De tijd waarin de NSDAP-ers van de Duitse kolonie in Eindhoven zich manifesteerden. We merkten het aan de Duitse dienstmeiden die voor de nazi's spioneerden in Eindhovense gezinnen. Maar vooral ook door een vergaande tolerantie van Brinkman. Ik ging vaak dansen bij Verheugen aan de Demer. Op een gegeven moment werd dat steeds meer “besloten”. We mochten er op een dag niet in. Toen zijn we toch door een zij ingang binnen gegaan. En daar zagen we in die zaal een groot aantal gasten in bruinhemden met hakenkruizen. Er was een vergadering of zo. Daarop zijn we met een groep naar Eindhovense politiebureau gegaan om hen in te lichten over deze gang van zaken. Maar Brinkman zei: “Daar kunnen we niets tegen doen... dat is een besloten vereniging.” Hierop zijn we teruggegaan (met leden van de Eindhovense boksvereniging Pugilisten ) en hebben we die lui naar buiten geslagen. Dat was in 1939."

Bokser

Rob Wiener en zijn boer Theo zijn eind jaren dertig, actief lid van de Pugilist, een boksvereniging in Eindhoven.

"Nee dan vroeger, in de dertiger jaren, ten tijde van boksschool de Pugilist van Janus Herks en Sportschool Eindhoven van Huib Huizenaar, twee gevierde pugilisten. Toen was er meer kunde, meer liefde, meer talent. Het was de tijd van het "gecultiveerde boksen" want zelfs intellectuelen, die hun spieren weer wilden leren gebruiken, voelden zich er toe aangetrokken".

Rob Wiener was 3 jaar kampioen bokser van Zuid Nederland in de jaren 1937, 1938 en 1939.

Theo Wiener gaat na 2,5 jaar onderduiken, na de oorlog weer boksen.

Rob Wiener

Geschreven relaas van Rob Wiener.
Het is omgezet naar tekst: lees hieronder verder.
Foto onder 1939/1940  © familie Wiener 

Kinderen wiener


Eindhovenaar Rob Wiener

Overzicht van mijn gevangenneming en wat ik zelf heb gezien en meegemaakt in diverse concentratiekampen.

Dat ik nog leef is door mijn grote constitutie en mijn conditie. Ik was 10 jaar sportman, goed getraind, heb al die jaren aan de bokssport gedaan en was 3 jaar kampioen bokser van Zuid Nederland in de jaren 1937, 1938 en 1939.


Bokser Rob Wiener (© foto beschikbaar gesteld door zijn zoon Leo Wiener)
Periode 1937 -1939

Voor de oorlog had ik een radiozaak in de Willemstraat 65.

Ik ben in Eindhoven geboren op 3 juni 1915, had er veel vrienden en ik had nog twee broers en een zuster, Theo, Eddy en Blanca, die jonger waren dan ik.

Het huis waar wij in woonden was het voormalig pand waar burgemeester Verdijk in gewoond had. 

Wij waren in Eindhoven bekend als goede burgers, hadden nooit moeilijkheden met de politie en autoriteiten, en zoals gezegd, onder katholieken of protestanten, voelden wij ons goed thuis.
Wij groeiden tussen hen op, en wij als joodse burgers hebben nooit van racisme of antisemitisme last gehad. Nogmaals zeg ik: wij hadden veel vrienden bij onze stadsgenoten. Tot in 1940, toen begon de ellende, toen de N.S.B. opkwam. 

Ik las in de kranten over Hitler in Duitsland, had ook familie in Duitsland, en kreeg toen vermoedens dat het voor ons ook mis zou gaan hier in Nederland. Ik voelde mij 100% Nederlander. Ik had de pest in de moffen en besloot een radiozender te bouwen. Ik had het vermoeden dat ze ook hier in Nederland zouden invallen en was ondanks (ik wist van de consequenties) van plan die zender te gaan gebruiken. 

Als het nodig kon zijn om de Duitsers te saboteren. Ik keek al vooruit, ik meende er zullen wel meer mensen in Eindhoven zijn die de Duitsers zouden saboteren en de N.S.B. bestrijden.   

Ik was al in 1939 met die zender begonnen. Bij mij thuis wisten ze niet dat ik dit deed, ik zei maar dat het een meetzender was die ik nodig had voor mijn zaak. 

Daar was dan de kous mee af en zij spraken er niet meer over. Anders zouden zij dit waarschijnlijk niet hebben goedgevonden. 

Wij hebben ons nooit met politiek bemoeid. Maar waren, zoals vele joodse burgers, voor het Koninklijk Huis. In Eindhoven was ook een radiohandelaar H. van Hoof, en die kwam ook wel bij mij in de zaak. 

Verraden door de radio dokter

Ik kwam ook wel eens bij hem. Wij hielpen elkaar wel eens, zoals ik ook wel af en toe bij andere collega’s kwam, zoals firma M. van de Rijt (Boschdijk 26) en van Luijt (van Luijt & van Wezel N.V, Merellaan 9).
Ik kende geen afgunst, voor mij waren het collega’s.
Ik had geen flauw vermoeden dat die van Hoof mijn grootste vijand zou worden en ik wist ook niet dat hij bij de N.S.B. was en een functie zou krijgen bij de S.S. als radiopolitie. Dat hoorde ik later pas, toen ik gearresteerd was. Ook dat hij mij heeft verraden. En dat kwam waarschijnlijk door een toevalligheid. 

H. van Hoof 

Van Hoof is na de bevrijding gearresteerd en hij heeft een paar jaar in Vught gezeten. Vooral voor zijn optreden bij de Eindhovense radiopolitie. Veroordeeld tot internering 1950. Echter vanaf voorjaar 1949 adverteert hij weer voor zijn radiozaak.

De zender is klaar

Mijn zender was al klaar in 1940, maar ik was er steeds mee aan het experimenteren. Op een dag moest ik wat koperen buis hebben, ik wou nog een zendspoel maken voor een andere frequentie, dus ging ik naar de Prins Hendrikstraat 36, naar de firma Badenberg. Ik wist dat hij een Duitser was, maar deed ook zaken met hem, en hij was volgens mij een van de goede Duitsers, en volgens mij geen nazi-gezind iemand.   

Dus toen ik daar kwam om die koperen pijp te halen, stond net Hein van Hoof daar. 

Ik zei natuurlijk niet, toen ik het meenam, waar ik het voor nodig had, maar sprak gewoon over de zaken, verder niets. Ik dacht verder nergens aan, dat was in april 1940. 

Toen in 1940 de Duitsers binnentrokken, heb ik die zender verstopt in mijn werkplaats, en was van plan om die te gaan gebruiken, in samenwerking met een of andere verzetsgroep, of zelf er iets mee te doen. Maar zover is het niet gekomen.  

[Natuurlijk was die zender in aanbouw voor het verzet. Alleen een goede vriend, de tandarts, Cor Th. A.M. Hoogenbosch, die zendamateur was wist hiervan. Op de Willemstraat 29 had deze tandarts vanaf 1926 zijn praktijk. Cor Th. A.M. Hoogenbosch was actief voor het verzet. De P.A.N. (Partizanen Aktie Nederland) gebruikte zijn telefoonlijn voor het P.A.N onderkomen op Willemstraat 26. De laatste maanden voor de bevrijding was hij afwezig en opent zijn praktijk weer op 23 oktober 1944. Na de bevrijding van Eindhoven werkt hij tot april 1945 voor Bureau Inlichtingen. Cor Hoogenbosch was naast radiozendamateur ook voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Internationaal Radio-amateurisme. Uit de Nederlandsche radio-zend-amateurs heeft zich een comité gevormd dat zich ten doel stelt hulp te verlenen aan Finland. Op 30 november 1939 begonnen de Sovjetstrijdkrachten zonder enige oorlogsverklaring een aanval op Finland. 120.000 Finse soldaten moesten het opnemen tegen 300.000 door 800 vliegtuigen gesteunde Russische soldaten. ]

Op een middag kwam een stel officieren, Duitsers met auto en motoren, dus van het leger, die zaten op de Oirschotsedijk, bij mij in de zaak. Ze waren al een paar weken in Eindhoven. Heel Nederland was al bezet. Ze waren heel vriendelijk en vroegen of ik met ze mee wilde gaan want zij hadden daar een Funkgerät [radiozender] en dat was defect. 

Ik vertelde hun dat ik dit niet kon maken en trouwens, ik had geen zin om iets voor die moffen te doen. Maar zij geloofden mij zeker niet, en toen begon een van die lui wat brutaler te worden en zei dat ik mee moest. Enfin, ik kwam op de kazerne, moest naar dat ding kijken, maar ik zei, daar weet ik niks vanaf, heb geen schema, en als ik dat moest doen wist ik ook niet hoe lang het zou duren. Enfin, ik vertrouwde het hele zaakje niet, want ik vond het gek dat ze net bij mij daarvoor kwamen. Ik zei hun dat ze beter naar de Philips Technische Dienst konden gaan, die waren gespecialiseerd.    

Ze zouden wel zien en ik werd naar de zaak teruggebracht. Ze waren nog steeds vriendelijk en ik dacht niet meer aan die geschiedenis, maar zat er toch wel over na te denken waarom ze bij mij geweest waren. 

Maar ik zag dat die Duitsers overal kochten in Eindhoven en wij werden als joodse zaak niet lastiggevallen. Het leven ging gewoon door, dat dacht ik, maar ik was er goed naast. Na een paar weken dat ik op de kazerne was geweest, stopte er een Duitse wagen. Er kwamen drie hoge pieten van de S.S. bij mij in de zaak, met een paar Eindhovense politiemensen. 



De ruime woning en de winkel van Wiener's en het kledingmagazijn van Jolan Grünfeld, Willemstraat 65 is door de Duitse bezetter in december 1941 in beslag genomen.
In februari 1942 is daar een NSDAP (Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij) kantoor gevestigd. Tijdens de oorlogsjaren kreeg de woning nog andere functies.
Na de oorlog arbeidsbureau/ personeelszaken (afdeling arbeid) van Philips.

Goede contacten met politie

Ik was zeer goed bekend met het Eindhovense politiecorps, kwam ook veel op het bureau, daar verschillende agenten boksles hadden in onze boksvereniging, de Pugilist, van mijn vriend André Rasenberg, vele malen kampioen van Nederland. 

Hij was ook zeer bekend en kwam, net als ik, vaak bij de politie. Hij gaf training aan veel corpsleden. 

Net als commissaris H.J. Pijls, hr. Matla, agenten J.J.M. van de Biggelaar, Gijs Mosterd [ontslagen na de oorlog] , inspecteur C. Verhagen [in het verzet], waren er nog andere boksliefhebbers. Ze kwamen op alle wedstrijden kijken en zodoende kende ik velen in het corps.  

Arrestatie in Eindhoven

Enfin, dus op die bewuste dag, data etc. weet ik niet meer, stonden die drie moffen bij mij binnen en vroegen plotseling of ik wel eens die radiozender wilde laten zien. 

Ik schrok, maar liet niets merken. En zei hun dat ik dat niet had en hoe ze daaraan kwamen, want ik had dit nergens voor nodig. Ik deed goed stom, maar ineens kreeg ik een draai om mijn oren.
Ik stond als vastgenageld, wist niets van hun praktijken en sloeg terug. Ik nam dit niet, maar kreeg nog meer slaag en toen trokken ze alles van de stellingen af, radio onderdelen. Er was veel stuk gevallen. Ze gingen alles doorzoeken en toen vonden ze het apparaat. Dat is die zender, zeiden zij. Ik zei dat ze gek waren. "Het was een reclame apparaat dat ik gemaakt had om een lampje draadloos te laten branden en dat ik nu niet meer gebruikte". 

Maar enfin, het apparaat namen ze in beslag en ik moest onmiddellijk met hun mee. Mocht niets meenemen en mijn zaak moest op slot. Thuis veel gehuil en gejammer, maar niets hielp. Ik moest mee. 

Die Eindhovense politiemensen stonden al gek te kijken, die waren zo’n arrestatie ook niet gewend. Dat er geslagen werd en alles stuk gesmeten werd.  

Ik kwam dus op het bureau en ze kwakten mij in een cel. Ik heb daar, als eerste Eindhovense gevangene, zeven weken gezeten. Dus al de eerste weken dat de moffen Eindhoven zijn binnengekomen. Nu zal ik in het kort vertellen hoe het verder is gegaan. 


Van Alphen (in het zijspan) en Gijs Mosterd [ontslagen wegens fout gedrag in de oorlog] verlaten het bureau Grote Berg 39, nagekeken door de chef, inspecteur Van Keulen. Met inkijk op binnenplaats politiebureau.
Foto https://rhc-eindhoven.nl/ periode 1935

Gefängnis  Bochum

Ze probeerden van alles van mij te weten te komen. Of ik tandarts Hoogenbosch in de Willemstraat kende, ik zei alleen van naam, en of ik verzetsgroepen kende. 

Enfin, ik wist niets en zei niets. Ze begonnen steeds vriendelijk, maar toen begonnen ze te schelden van stinkjood en staken mij met veiligheidsspelden in mijn achterwerk, hielden sigaretten brandend tegen mijn armen. Enfin, ze sloegen als een stelletje gekken op mij los. Zo ging het iedere avond. De laatste avond werd ik weer middernacht uit mijn cel gehaald en naar de Parklaan gebracht. Toen stonden al mijn boksprijzen en medailles op hun tafel. Ze begonnen mij te pesten en vroegen of ik gebokst had. Ze zeiden, een jood is veel te bang om aan die sport te doen en dat ik die bekers en medailles gekocht had. Ik gaf geen antwoord. Ik kon ze wel naar de keel vliegen, zo haatte ik die dikke moffen. Opeens zei die ene mof dat ik maar eens moest bewijzen dat ik kon boksen en moest maar met hem een rondje maken. 

Ik zei hun dat dat niet ging want we hadden geen bokshandschoenen en er was geen boksring. Ik dacht dat ventje is gek en zag wel dat hij zat te judassen. 

Kom doe je jas uit en ik moest voor hem gaan staan en ik moest dan maar zonder handschoenen tegen hem boksen. Hij wilde wel weten of ik kon boksen. Ineens, toen ik mijn jas aan het uittrekken was, kreeg ik een paar slagen op mijn rug, met een gummistok. Ik werd op dit moment zo woedend en sloeg die mof die voor mij stond met mijn rechtervuist op zijn bek. Hij bloedde als en rund, dat zag ik nog wel, maar toen wist ik niets meer. Ik werd bewusteloos teruggebracht in de cel. 

Toen heb ik zeven weken in de cel gezeten en niets meer gehoord van die moffen. Af en toe kwamen ze kijken of ik er nog was. 

Hr. Matla en commissaris Brinkman wisten niets. Ik vroeg hun steeds wanneer ik naar huis kon, maar zij wisten niets. Tot op zekere dag dat men mij vertelde dat de zaak voor het Kriegsgericht kwam; dat zou op het politiebureau zijn. Mijn ouders werden ingelicht door hr. Matla en zij hadden al een advocaat, mr. Van Dijk genomen die mij zou verdedigen. 

Enfin, ik werd op zekere dag uit de cel gehaald. Ik keek mijn ogen uit. Achter de grote tafel was een hakenkruisvlag tegen de muur geprikt. Er zaten 4 of 5 Duitsers in uniform achter de tafel en nog wat S.D. in burger. Tot mijn grote verbazing zag ik H. van Hoof ook zitten, geen familie van mij en zag ook geen Hollandse politie. 

Of iemand de zitting heeft bijgewoond, weet ik niet. Ik moest op het verdachtenbankje zitten en mocht niet achterom kijken. Ik hoefde niet veel te zeggen, dat deed mr. Verdijk voor mij. Enfin, die hele poespas heeft een half uur geduurd. Van Hoof zei tegen die moffen dat ik bij Badenberg een koperen buis had gekocht en dat hij een groot vermoeden had, dat ik die zender had gebouwd. De advocaat kon mij niet helpen. Hij zei dat ik niet de bedoeling had om een zender te bouwen en als zender te gebruiken, maar als reclame apparaat. 

Kort en goed, ik werd tot 2 jaar tuchthuis veroordeeld. Ik had de doodstraf verdiend zeiden ze daar, maar gezien de omstandigheden gaven ze dan maar 2 jaar tuchthuis. 

De volgende morgen zeer vroeg, plotseling, zonder iemand goedendag te kunnen zeggen, kwamen er twee Duitsers in uniform van de S.D. Ik moest achter, tussen hen in geboeid in de wagen zitten. Een ervan had een getrokken pistool. Ik werd in Düsseldorf in de Polizeigefängnis gezet. Heb daar een week gezeten en mocht niet naar huis schrijven. Na een week hebben ze mij naar de Gefängnis van Bochum gebracht. Daar heb ik twee jaar Einzelhaft (geïsoleerde opsluiting) gezeten, zonder te mogen werken in gezelschap, moest pantoffels naaien in de cel. Mocht niet naar huis schrijven, mocht eerst geen pakjes ontvangen. Ik heb toch daar via een bewaker, een oude man, thuis nog kunnen laten weten dat ik in Bochum was. 

Later mochten ze iedere maand een pakje sturen, maar ik heb nooit iets ontvangen. 


Gefängnis Bochum
Meer informatie over de 67 Nederlanders die daar overleden zijn.


Terug naar Eindhoven 

Precies op uur en tijd werd ik na twee jaar in Bochum ontslagen. Ik liep de poort uit met die paar Mark die ik verdiend had en ik was net even buiten de poort, stonden er weer twee van de S.D. en moest ik weer mee. Ze brachten mij weer in de gevangenis van Düsseldorf. Ik vroeg wat dat te betekenen had, ik kreeg geen antwoord. Wel een pak op mijn donder, ze sloegen weer als idioten op mij in. Daar zat ik een week en werd toen voorgeleid. Ik kwam op een kamer met wat S.D.-ers. Ze zeiden dat ik geluk had gehad, dat ze mij niet doodgeschoten hadden. Ik kon weer naar Eindhoven gaan, maar ik moest mij dan iedere dag bij de S.D. in Eindhoven melden. Ik moest daarbij een gele ster op mijn jas doen en ze vertelden mij dat ik deze nooit af mocht doen, dat was dus in 1942. Ik kreeg ontslagpapieren en ze zouden mij naar het station brengen in Düsseldorf. Daar kon ik dan op de trein. Ik kwam daar op het perron, moest op mijn hurken zitten, mijn handen recht vooruit en moest wachten tot de trein aankwam. Dat duurde een half uur en alle mensen keken naar mij. Ik werd moe en als ik mijn handen liet zakken, schopten ze mij.
De trein kwam aan en ik moest achterin de trein in een beestenwagen. In Venlo kwam de machinist, die haalde mij eruit en ik kon bij hem in de locomotief zitten. Ik heb die ster afgedaan. Van hem hoorde ik wat er nu in Holland aan de gang was, hoe het met de joden was en met de oorlog en de N.S.B. en van het verzeten en onderduikers. Dus ik was niet gerust, ik wist niet meer of ik mijn familie weer zou vinden in Eindhoven, want hij vertelde mij dat er al veel joden weggehaald waren in Nederland en naar Dachau en Auschwitz gesleept waren. 

Ik kwam in Eindhoven aan, ging naar de Willemstraat, maar wij woonden er niet toen, vond ik uit. Heb in de straat geïnformeerd en hoorde dat zij nu in de Floralaan 178 woonden, bij de fam. Sanders. 

Onverwacht kwam ik ’s avonds laat bij mijn ouders, broers en zus. Veel vreugde natuurlijk. Toen hoorde ik dat zij geen zaak meer mochten hebben en dat het niet goed ging. Ik vertelde hun dat ik wel al in Duitsland gehoord had van concentratiekampen en vergassingen en dat wij nu maar moesten onderduiken. 

Onze spullen waren allemaal in een loods opgeslagen en agent Mosterd heeft een hoop van onze spullen gepikt. Die was ook fout.

Mijn familie wilde niet onderduiken, ik zei dat ik mij moest melden bij de S.D. iedere dag en dat het er maar beroerd uitzag. Zij wilden dat ik ging onderduiken, maar dat wilde ik niet, daar ik bang was dat ze mijn familieleden zouden arresteren. 

Nog een bijzonderheid, hoe weet ik niet maar de volgende dag, dus toen ik uit mijn bed kwam, stonden er oranje bloemen op de vensterbank, de bel ging en wie kwam mij gedag zeggen, een paar Eindhovense politielui. Wij waren een borreltje aan het drinken en toen werd er gebeld, een Duitse auto, vlug achterom lieten wij de visite uit. Mijn moeder maakte de deur open. Ze vroegen of ik er nog was, toen moest ik komen, en zeiden dat ik mij moest melden op de Paradijslaan, iedere dag. Ik zei dat ik dit al wist. Enfin, weg waren zij. In de namiddag ging ik naar de Paradijslaan. Werd steeds uitgescholden, ze vroegen mij naar die zender, ik zei dat het geen zender was en dat ik er twee jaar voor gezeten heb. Ik vond het nu wel genoeg. 

Ik geloof, de zesde dag dat ik mij weer ging melden en weer weg wilde gaan, snauwden zij mij toe dat ik moest blijven staan. Toen hoorde ik dat ze het politiebureau belden, dat ze mij moesten komen afhalen en insluiten. Later kwamen er twee agenten om mij af te halen, zij spraken met mij en net voordat wij op de binnenplaats waren zeiden ze, loop maar weg, dan schieten wij in de lucht, maar ik zei dat ik dat niet wilde, eerstens voor hun en ook voor mijn familie.      

Dus ik werd weer in de cel gestopt, ik heb vier dagen gezeten. Ik heb thuis via hr. Matla [politie] laten weten dat ik er weer zat en waarschijnlijk op transport ging en dat zij onmiddellijk moesten onderduiken. Dat hebben ze dan ook gedaan. Maar mijn ouders zijn verraden op hun onderduikadres, het adres was fout, die deden het voor het geld en toen ze geen geld meer hadden moesten ze weg. Ze werden opgepakt toen zij naar een ander adres wilden gaan, waar mijn broers zaten. Die zijn toen ook op het politiebureau gebracht, daar hebben zij hun polsen doorgesneden, ze wilden niet meer leven. Het is bijtijds opgemerkt, ze zijn behandeld en op transport gesteld en ze zijn in Sobibor omgekomen.  

Mijn broers en zus zaten ondergedoken bij fam. J. Daamen op de Heezerweg 224 tot het einde van de oorlog. Buitengewoon goede mensen. Dat waren echte Nederlanders. Mijn zus is in het verzet en bij de Stoottroepen geweest.

[Ook op het adres Leenderweg 361  (hoek huidige Floraplein) Eindhoven van familie Jhr. J. W. Loudon - Osieck konden Eddy en Theo Wiener per 13-8-1942 onderduiken. Volgens overlevering, uit 2010 blijkt dat een ruimte achter een zolderkamer, uit respect voor de toenmalige onderduikers, door de huidige bewoners zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat is gehouden." Tijdelijk zijn per 13-8-42 Jolan Wiener-Gruenfeld en haar dochter Blanca ondergedoken op Floralaan 178]


Atty van der Werf: “Ik heb het gijzelaarskamp in het seminarie Beekvliet bij Sint Michielsgestel getekend, waar mijn vader van 13 juli 1942 tot 20 april 1943 gevangen heeft gezeten. Tijdens de oorlog woonden we in Tilburg. Mijn vader was hoofdinspecteur bij de Politie in Tilburg toen hij door de Duitsers werd opgepakt. Uit de website / boek Meisjes van toen. Archief web.archive.org 

Gijzelaarskamp Haaren  

Na vier dagen op het politiebureau kwam ik in Haaren N.B. (Gijzelaarskamp) terecht. Heb ook even in Sint Michielsgestel gezeten en kennis gemaakt met hr. B. van der Werf [ hoofdinspecteur bij de Politie] en nog meer gijzelaars. Zodoende kende ik hr. van der Werf en ben er na de oorlog mee bevriend geraakt. Toen was hr. Van der Werf hoofdcommissaris van de politie Eindhoven. 

[extra informatie: Robert Wiener heef gevangenisnummer Ha-569, beroep radiomonteur. Hij arriveert in Haaren op 13-8-1942. Hij wordt daar gevangen gezet, op dezelfde dag komen daar ook vast te zitte:  Salomon Samas (Ha-568)   geb. 1-5-1918 beroep: Typograaf en Salomon Wolf (Ha-572) geb. 28-1-1880 beroep: accountant.

Hij vertrekt uit Haaren op 6-2-1943 om 7.30 uur ( naar Westerbork) samen met:

Martin van den Berg Ha-663 uit Brussel geb. 12-2-1923
Samuel Dotsch Ha-1112 uit A’dam geb. 11-10-1911
Andre Marisco Ha-683 uit R’dam geb. 15-9-1875
Fridrich Lustig Ha-695 uit Deventer geb. 13-9-1920
Barend Wolf Ha-679 uit Den Haag geb. 13-11-1907
Benard J. Wolf Ha-662 uit Meppel geb. 15-10-1921
Bron: met dank aan Henk van Helvert ]

Auschwitz

Van Haaren ging ik op transport naar Westerbork en na een paar dagen als politiek gevangene, ik had een S op mijn concentratiekampkleding, dat betekende Straf geval (Staatsfeindlich), naar Auschwitz op transport. Daar heb ik 1 ½ jaar, kan ook 2 jaar zijn, ik wist geen datums, dagen en maanden, gezeten. Ik leefde als een wezenloze, niets kon mij meer schelen, alleen wilde ik overleven om mij te wreken.


Robert Wiener is op 6 februari 1943 in kamp Westerbork aangekomen (barak 66) en drie dagen later, op 9 februari 1943 op transport gesteld naar Auschwitz.  [Info van www.kampwesterbork.nl]

Volgens bovenstaande document is hij op 3 juni 1945 uitgeschreven bij Auschwitz. Opvallend is het woonadres op het document: Smalle Haven 130 Eindhoven. Daar woonde zijn Éhefrau (vrouw), maar die was er niet. Waarschijnlijk was het een vertrouwd adres waar hij of Duitse instanties eventueel post naar toe kon sturen? En hadden de bewoners contact met zijn broers en zus. Robert Wiener trouwt in 1947 met Josephina Raske. 


Auschwitz

Na die tijd in Auschwitz geweest te zijn, na veel ontberingen, honger, ziektes, 3 x typhus gehad, hongeroedeem, en veel rot commando’s zoals in de steengroeve werken, met een dun pak aan, weinig eten en veel geknuppel door Kapo’s en Vorarbeiter en S.S.

Ik heb in de gaskamers moeten werken. Vrouwen en kinderen kwamen met nieuwe transporten aan. De vrouwen moest ik geheel ontkleden en alle haren afscheren, toen kregen zij een stukje zeep in de handen en moesten wij ze in een zogenaamde ruimte met douches doen, maar wij wisten dat daar gas (blauwzuur) uit kwam. 

Dan werden de lijken van eventuele gouden tanden en van ringen die ze nog aan hadden, ontdaan en werd alles op wagen gegooid, net balen stro, en zo gingen ze het crematorium in, waar de hele dag en nacht vuren branden en waar een verschrikkelijke lucht was. Dat commando was verschrikkelijk, heb dat maar even gedaan. 

Toen vroegen zij een radio technieker, ik melde mij daar voor, met nog anderen, ik werd uitgezocht en moest in de S.S. barak de radio van commandant Thurer (Unterscharführer Theurer) maken, die was defect. 

Dodenmars uit Auschwitz naar Dachau

Heb veel gepikt als ik de kans kreeg, sigaretten, worst, water, brood uit de S.S. keuken. Ik heb veel geriskeerd, maar als je honger hebt doe je heel veel, dat je anders niet zo vlug zou doen. 

Ook toen in 1943 een transport van joden uit Vught aankwam, waarbij diverse Eindhovense joden waren, zoals dr. Slager (kwam 1 mei 1945 terug), Ben Andriesse en nog meer. Die hadden honger en ik sprak met ze dat het met wat geluk en niet op te vallen en te werken, je het misschien kon overleven. Ik ben ’s nachts veel op rooftocht geweest om eten te pikken uit de S.S. keuken en bracht dat mijn kennissen uit Eindhoven. Ik kende het klappen van de zweep al een hele tijd, voordat ze kwamen. Enfin, zij hebben het overleefd, maar zijn door ziekte toch kort na de bevrijding in Holland gestorven. (PS. In Dachau heb ik ook pater Titus Brandsma meegemaakt). 

[Slechts één op de vijf gedeporteerden overleefde de eerste weken in Auschwitz. Robert Wiener was hier twee jaar.]

[Boek Eindhoven 1933 -1945 schrijft: "Met veel geluk heb ik weten te overleven. In het concentratiekamp deed ik op verzoek van de moffen bokswedstrijden. Dan kreeg je extra vlees. Voorts stal ik als de raven. Het interesseerde me op een gegeven moment niet meer of ik al dan niet dood was. Ik sloop dan naar de ss-keuken, brak een ruitje en stal levensmiddelen."]   

[Extra informatie: Op zondag waren er in Auschwitz bokswedstrijden tussen boksers uit diverse landen. Volgens de Queensberry-regels, de ronden moeten drie minuten duren en één minuut tussen de ronden. De wedstrijden in Auschwitz vonden plaats op de appelplaats, in aanwezigheid van de verzamelde kamp-SS’ers en de gevangenen. Het waren stille gevechten, de toeschouwers juichten niet. Scheidsrechter was vaak de commandant van het kamp Auschwitz-Monowitz, Hauptscharführer Heinrich Schwarz, de man die de boksploeg, voor zijn plezier, van Auschwitz had samengesteld. Volgens het boek uit 2021: Noah - Het verhaal van een overlevende, ISBN 9789044933147 
Uitgebreid online verhaal hierover op de Spaanse site: https://especiales.marca.com/boxeo-auschwitz/index.html  ]

In 1944, welke maand en datum weet ik niet meer, ging het steeds slechter met de oorlog voor de Duitsers. Er ging het gerucht dat de Russen op weg waren naar Auschwitz. Op een avond kreeg de kampleiding bevel van Himmler om Auschwitz te ontruimen. Wij kregen alleen een brood en een kroes met water, het was vriezend weer, moesten ’s nachts aantreden en op mars te voet met heel dunne kleding naar Dachau. De moffen kregen geen tijd meer om de crematoria en het kamp op te blazen. En zo marcheerden wij dag en nacht met tienduizenden naar Dachau. 

’s Avonds werden wij een paar uur in boerenschuren ondergebracht, er was haast niets te eten. Duizenden en duizenden werden door de S.S,. op mars, neergeknald. 

Oude mensen en zieken die niet meer mee konden, werden koelbloedig onderweg afgemaakt.
En zo kwamen wij na dagen lopen met een klein aantal in Dachau aan. 

Wij werden daar in blok 8 gestationeerd en heb daar tot einde 1945 gezeten tot wij door de Amerikanen werden bevrijd.


De dodenmarsen Nog steeds niet vrij; 
Documentaire: foto Anderetijden 
[Auschwitz werd op 27 januari 1945 door de Russen bevrijd, Dachau op 29 april 1945 door de Amerikanen. De afstand Oświęcim bij Krakau, Polen tot Dachau bij München is ca. 650 km.]


Duitsers waren op de vlucht.

Ook daar werd het kamp net voor de Amerikanen binnenrukten op München, ontruimd. Zij joegen ons de bergen in, dus het bosgebied. Wij moesten allen een groot dal in. Machinegeweren werden op de gevangenen van alle kanten afgeschoten. Daar kwamen heel veel mensen om. Ik ben met nog vele anderen door de vuurlinie kunnen komen en stootte op een legereenheid van de Amerikanen. Een neger richtte zijn geweer op ons, enkele tientallen die met mij gevlucht waren. Toen zag hij dat wij concentratiekamp gevangenen waren en ze namen ons meer naar een Amerikaanse kazerne, een Duitse natuurlijk, maar die hadden de Amerikanen ingepikt.

De Duitsers waren op de vlucht. Toen was ons leed geleden, maar het had geen paar weken meer moeten duren of ik had het ook niet meer overleefd. 

Ik werd erg ziek, ik woog nog maar 70 pond (35 kilo) en ik ging mee naar het militaire hospitaal in Parijs, waar ik een half jaar gelegen heb. Toen ik wat beter was ben ik op transport gegaan naar Eindhoven. Ik kwam op het vliegveld aan en toen kwam ik in het noodziekenhuis op de Emmasingel te liggen. Daarna in het Binnenziekenhuis. Heb nog een half jaar in de ziekenhuizen gelegen.

Weer in Eindhoven

Ik vond toen mijn broers en zus nog terug en we zijn opnieuw begonnen met de zaak. Wij hadden geen rooie cent meer over. Philips heeft ons weer de gelegenheid gegeven om weer te kunnen leven. Wij kregen spullen in consignatie en betaalden als het verkocht was. Na hard werken en sparen hebben wij ons weer kunnen waarmaken, wij hebben nu een drukke zaak en veel vrienden en kennissen. 

Die van Hoof is wel toen na de bevrijding gearresteerden hij heeft een paar jaar in Vught gezeten. Ik ben hem wel nog eens tegengekomen, maar moest mij in bedwang houden om mijn gevoelens niet te uiten. Ik kon hem wel van alles aandoen, als ik hem in mijn vingers kreeg. Maar gelukkig kon ik het opbrengen om te doen alsof hij niet voor mij bestond.

En alhoewel ik in mijn hart de Duitsers haat, kom ik toch meer tot de ontdekking, dat je niet alle Duitsers over een kam kunt scheren. Overal zijn goede mensen en kwade mensen, die heb je onder elk volk. Ook onder het joodse volk. Men mag niet discrimineren. Dat hebben ze met ons joodse ras gedaan en nu nog. 

En dat is het wat de hele wereld tot een puinhoop maakt. 

En daarom mogen we ondanks alles, ook alle Duitsers niet veroordelen. 

[ In boek Eindhoven 1933 -1945 staat nog: Kort daarop kon ik een financiële vergoeding krijgen van IG-Farben, een eenmalige uitkering van 50.000 gulden. Dat heb ik principieel geweigerd. Ik ben opnieuw een eigen zaak gaan opbouwen, met behulp van Philips. Die gaven me uitstel van betaling. Leverden artikelen die ik pas hoefde te betalen als ik deze verkocht. Zo heb ik me weer opgewerkt. Een KZ-syndroom heb ik hieraan niet overgehouden. Wel wat lichamelijk ongemak.]

In onderstaande briefje laat Robert Wiener dat hij de oorlog en alle verschrikkingen heeft overleefd. 



Arbeitslager Monowitz Huisnummer K2 x-1945 
Lieve mensen,
Alles gaat goed, ben gezond en monter.
Ik hoop dat met jullie ook alles in orde is.
En dat jullie gezond zijn.
Ik hoop zeer snel te vernemen dat alles goed is.
Ik wacht op snelle, goede berichten.
Nu, veel groeten van jullie,
Robert Wiener

Extra interview klik hier

Geluidsfragment: Wiener vertelt zijn verhaal aan Frans Dekkers.
Transcriptie van dit gesprek

Blanca Wiener 

De zus van Rob Wiener is koerierster

 1938-1941 Blanca Wiener 

Blanca Wiener (Eindhoven, 1920), ze is in 1942 ondergedoken bij familie van de Ven, Smalle Haven 30 en later Floralaan 178 Eindhoven. Na de bevrijding van Eindhoven door het verzet gevraagd om documenten over te brengen naar en van Amsterdam. Haar de schuilnaam was Olzinga en reisde als verpleegster.
Foto en verhaal op https://blokland.dordtenazoeker.nl

Blanca Wiener als Stoottroeper

Zij trouwt in 1946 te Eindhoven met Maurice Goudeketting geb: 1920 te Velsen. In 1953 vertrekt het echtpaar met hun 2 kinderen naar Toronto Canada.
Maurice Goudeketting schrijft een boek over zijn oorlogs en verzetsbelevenissen: "Memoirs of my life before, during and after World War Two" Te koop bij Lulu.

1944 -1945 Blanca Wiener, 2e rij, 2e van links. Hotel Boschoord te Oisterwijk, herstellingsoord van het regiment Stoottroepen. 

Groep militairen poseert samen met verplegend personeel (zusters), voor hotel 'Boschoord' te Oisterwijk, het herstellingsoord van de Stoottroepen in Noord-Brabant.

Verraad in Eindhoven

Het verraden van Jolan Wiener en Aladar Gründfeld waardoor beide zijn vermoord in Sobibor

Op 8 december 1944 schrijft zoon Eddy Wiener een brief aan de P.T.T. (andere correspondentie is niet aanwezig) over de rol van Meurs en Geerlings in het verraad aan de Gestapo.   

Het laten onderduiken leverde voor sommige personen een gunstige financiële situatie op. Zij lieten mensen onderduiken om er zelf beter van te worden. Van Meurs chanteerde zelfs onderduikers die hun onderduikadres verlieten. Lees onderstaande schokkende brief.

De goede onderduikgevers waren de familie: Daamen (onderduikadres Blanca, Eddy en Theo) , Müller [K. Müller: Groenten, conserven en fruit. Heezerweg 103] en van de Ven, Smalle Haven 30.

Laatste adres van moeder Jolan Wiener is Kamillestraat 33, de joodse bewoners familie Presser, die daar woonden, zijn ook in Auschwitz vermoord zijn. Lees ook https://www.eindhovenfotos.nl/4/bakker.html 
De afwikkeling van deze zaak rondom van Meurs is onduidelijk.

De nieuwste TV-techniek bij Wiener

Philips had in 1939 de eerste TV's ontwikkeld. Door de oorlog is de introductie hiervan uitgesteld. Pas november 1950 eerste publieke uitzendingen in Eindhoven.
Rob Wiener experimenteerde november 1948 ermee.
https://www.eindhovenfotos.nl/6/televisie_eindhoven.html

1948 De gebroeders Wiener van de Eindhovensche radiozaak met dezelfde naam bij hun eigen gebouwde amateur televisie toestel.

 Links staat Rob Wiener de bouwer van de TV. In het midden staat Eddy en rechts Theo.

Na de oorlog: De drie broers starten opnieuw een radiozaak in een noodwinkeltje aan de Fellenoord 72, dat later voortgezet wordt in de Kruisstraat 61 Eindhoven.

1948 Eigen vervaardigde  Televisie-ontvanger

1948 Demonstratie televisie-ontvanger door radio Technisch bureau Wiener. Diverse advertenties in het Eindhovens Dagblad, najaar 1948.

1948 Drie maal per week nodigt Radio-Wiener vrienden en klanten uit om van het laatste wonder van de techniek "televisie" kennis te komen nemen. 

Deze "kijkdagen" waren op de proef uitzendingsdagen van Philips Experimentele Televisie (PHET), drie avonden per week, anderhalf uur lang

Robert Wiener met Frans Dekkers

Foto 1982 gemaakt ter gelegenheid van het verschijnen van het boek "Eindhoven 1933 -1945".
Dit boek is later verboden verklaard zie www.fransdekkers.nl


Foto van Rob Wiener met verzetsherdenkingskruis op de begraafplaats Oude Toren, waarschijnlijk bij dodenherdenking begin jaren tachtig 

(foto van Frans Dekkers).

  1. Meer achtergrond Boek-Joodse-gemeenschap-06-2010.pdf geschreven door Phocas Kroon, 2010