Jacques Hermans  

De P.A.N. gezien door Jacques Hermans. 


Landelijke Onderduikers

De gedachtewisselingen in de L.O. Strijp en ook de omstreken van Eindhoven en
Eindhoven zelf, brachten reed in eind 1943 naar voren, dat men voor en tijdens de
bevrijding een behoorlijk opgebouwd en uitgebreid apparaat ter beschikking moest
hebben. Te meer daar het daadwerkelijk verzet geheel door de L.O. en de daaruit
voortgesproten K.P. ’s werd gedragen.

Geen andere organisatie beschikte over een zo grote vertaktheid in die kringen
waaruit straks het verzet moest voortkomen. Immers alles wat was ondergedoken
stond in direct of indirect contact met de L.O. Dit waren dus de principiële
tegenstanders van de Mof die ook niet voor enig risico terugschrokken, in
tegenstelling tot de O.D. die de orde wilde handhaven, lees de macht aan zich trekken
na de bevrijding, doch niet de beschikking had over een voldoende groep personen die
voordien ook de zaak behartigden.
Met Tom als koerier, werden de eerste banden in de L.O. Strijp gelegd, spoedig volgden
besprekingen met Eb en Willy bij Willy thuis door Sander en mij. Ook Onno werd er
later in betrokken. Toen volgden besprekingen met Frits en mij en Dick.
De groepen van Eb en Willy werden uitgebreid, evenals de sinds 1941 bestaande
groep van Ome Gus.

De werkzaamheden voor de L.O. en K.P. gingen intussen naast dit werk voort.
Inmiddels was Sander, door al te grote belangstelling door de S.D. gedwongen zijn
operatieterrein te verleggen. Het contact werd toen verder onderhouden door Janus
en Greet, terwijl af en toe een bespreking met hen gehouden werd door mij.
Door Frits werd contact opgenomen met Frank, Jan Z en Tom woonde een bespreking
als R.C. bij, van aansluiting bij hen was echter geen sprake. Een karabijn van een
ondergedoken N.S.K.K. man werd door Frits meegebracht, bij mij ingepakt en per
post doorgezonden naar Frank.
Een onderduiker verschafte gegevens van het vliegveld, benzineleidingen, welke in
kaart gebracht werden en doorgegeven.
In een bijeenkomst bij mij werden nadere richtlijnen uitgestippeld, Johnie
vervaardigde een kaart van Eindhoven, evenals kleinere kaarten waarop gegevens van
de Moffen en landverraders werden genoteerd.

De namen van de leden, in code, werden bij mij ondergebracht.
Een begin werd gemaakt met een overval op Haaren, Wim T. die deze bespreking zou
komen voeren, werd gelukkig tijdig gewaarschuwd, na mijn arrestatie.
Tom die zich inmiddels ook bezig hield met het pilotenwerk, werd tijdens een transport
gearresteerd.
De volgende ochtend vereerde Weber mij met zijn bezoek en bracht mij ter bewaring
naar het politiebureau. Gelukkig was er geen huiszoeking verricht en waren Eb, Peter,
Willy enz. spoedig ter plaatse en hielpen de zaak verhuizen.
Een vijftal dagen daarna werd ik naar Vught Mariënhof gebracht en na een viertal uurtjes in de kelder gezeten te hebben, verhoord en op vrije voeten gesteld. Alleen
met Gus contact opnemend, die voor de verdere doorzending zorgde, verdwenen mijn
echtgenote en ik naar Venray, nadat er tevoren weer eens onraad was bespeurd.
Eb kwam na enige dagen, bracht het laatste nieuws en ik sprak met hem af een
bespreking te houden in Eindhoven om de zaken te regelen.
Deze bespreking werd gevoerd bij mijn broer, met Paulus, Peter, Johnie, Jan Z., Eb en
Onno? Willy?.
Johnie nam het wijkleiderschap van de L.O. op zich, zodat ik verder geheel voor de
P.A.N. kon werken. Na enige tochten door Limburg, speciaal aantekeningen makend
rond Deurne, keerde ik 14 augustus naar Eindhoven terug.
Op 15 augustus werd mijn zaak en huis gebombardeerd. Het huis werd onder het
mom van opruimen, wederom een vergaderpunt. De telefoon werd aangesloten, deze
bleef tot na de bevrijding en wij begonnen met de zaak te vervolmaken.
Zondag 10 september werden de springstoffen voor de spoorwegsabotage uitgereikt
in het hoofdkwartier W.1 (Wal 1) terwijl de Grüne en Moffen daar rondliepen. Even leek het of
ik zelf ook mee zou moeten helpen deze aan te brengen. Ome Jan zou echter
meehelpen. Doch toen puntje bij paaltje kwam, trok hij zich terug.
Dolle dinsdag (12-9-1944) daaraan volgend, bracht veel extra werk en wapens. In de
school aan de St. Trudostraat werden wapens onder bewaking gesteld evenals
munitie, hiervan pikte Ome Jan een deel in met zijn padvinders.
Door onvoorzichtig optreden werd door de teruggekeerde S.S. en landwacht
geprobeerd ons te pakken, gelukkig ontsprongen allen de dans en waren voor de
overval uit de school. Even daarna sneuvelden door provocatie Henk en Karel.
In een R.C. vergadering werd vervolgens op aandringen van Sp. besloten een Staf
P.A.N. in te stellen, vooral daar door de ondercommandanten niet altijd de nodige
voorzichtigheid in acht werd genomen.

Begin september 1944


De hoofdpost werd nu regelmatig bezet.
De post in de Marechaussee Kazerne zag Kees vertrekken met de verzamelde
tekeningen enz. om door de linie te gaan. De tijd ging voorbij met het geven van
instructies, het doorgeven van berichten en het uitgeven van de overalls en
armbanden. De reeds eerder ingeslopen fouten door het te willekeurig aannemen van
personen, kwamen nog niet tot uiting.
Begin september was Henk W aangenomen en belast met Tongelre waar nog geen
goed functionerende groep was.
Toch nog onverwacht kwam na het bombardement van Son en Best, de landing van de
Paratroepen.
Het Hoofdkwartier werd weer verplaatst naar W.19.
De Staf G.S.C. die ook in P.A.N-overall liep, kwam achterom, de moffen zijn er. Gezien
het aantal aanwezige P.A.N-leden, zat er anders niets op dan de mensen van de straat
te sturen en binnen te blijven, om te zien wat er zou gebeuren. Gezien het feit dat bij
schieten op de Moffen represailles op de burgerij zouden worden genomen, was dit
verboden. De moffen waren een 50 in getal en gingen van de Emmasingel de
Keizersgracht op. De wacht in het Telefoonkantoor liet even zijn hoofd zien, met het
gevolg dat hij door zijn helm geschoten werd en sneuvelde.
’s Nachts werd er door de Staf een ronde gemaakt langs alle posten. Na contact met
de Capt. Quissard werd de verkennersgroep A. opgericht welke vertrok met opdracht
tot verkenning links en rechts van de weg naar Nijmegen. Ze keerden de volgende
dag terug na de gegevens via een radiostation bij Gemert te hebben doorgegeven.
Met achterlating van een gewonde in het militair veldziekenhuis te Gemert.
Op de avond van het bombardement luisterden Jan v.d. H en ik op de Heezerweg naar
de radio-uitzending van Radio Oranje.
Onze wagen nam de benen en wij kwamen middernacht bij het nieuwe hoofdkwartier
Stratumsedijk, doch dit was geheel onbewoonbaar. We besloten dan ook weer de
volgende ochtend naar de Willemstraat te verhuizen.
De diverse R.C ‘s waren in gevechten gewikkeld met de Moffen en vergaten hun
opdrachten. Het Gemeentehuis werd niet bezet en ook het Politiebureau werd
vergeten. Dit was het begin van het mislukken van de zuivering.

 

Dagblad v/h Zuiden
11 september 1944 verscheen de laatste foute krant, in dienst van de bezetter.

"Dagblad van het Zuiden"

Jan v.d. H. en ik legden beslag op de persen van het "Dagblad van het Zuiden", zulks
in overeenstemming van de over de radio gegeven richtlijnen. De afspraak werd
gemaakt om hierop Trouw en het Parool te doen drukken.

Het Stafkwartier in de Willemstraat wemelde van geallieerde Officieren, die allen
inlichtingen over de Moffenstellingen wensten.
Kapt. Quissard van de 40 main divisie verzocht mij mee te gaan en in Aalst de nodige
inlichtingen te verstrekken over de Peelstelling.
In de vooravond bezig met verschillende zaken op de Staf, terwijl de wacht nog niet
aanwezig was, kwamen er twee in burger geklede personen binnen en vroegen mij om
inlichtingen. Ze spreidden een kaart uit, maar ik vertrouwde hen niet en ging even
naar mijn pistool kijken. Inmiddels namen ze de benen en vertrokken met spoed op
hun motor en ik had het nakijken.
’s Nachts toen ik bezig was met het opmaken van een staat van beschuldiging voor de
drukker, kwam Dado binnen met een Amerikaanse helm op. Gezien het feit wat
tevoren was voorgevallen, drukte ik hem mijn pistool in zijn maag. Gelukkig kon hij
zich legitimeren door een ander, anders was hij de kelder in gegaan.
Zoals gezegd was de hele P.A.N. met werkzaamheden bezig, de Staf O.D. en G.S.C.
hadden intussen eens gepraat met majoor van Houten van de Staf van de Prins,
zonder de P.A.N.
Hier werd natuurlijk de stand van zaken geheel verkeerd voorgesteld en door
bemiddeling van Drè en Lt. Ruys werd door Drè, die die nacht dienst had, bevel
gegeven dat niemand meer op straat mocht.

P.A.N. opgeheven
Op die bewuste vergadering van Van Dijk, Borghouts en Van Houten, werd de P.A.N.
opgeheven. Onder het motto dat dit de wens was van de geallieerden en van de Prins.
Logisch, zij wezen op fouten die ze niet konden maken, daar ze niets hadden om
fouten mee te maken. Onder hetzelfde motto van de wil van de geallieerden en van de
Prins, werkten de R.C. tegen hun zin mee en werd in een vergadering door Peter
gesproken over de oprichting van de S.N.B.S. (Stoottroepen).
Ook deze werd heel anders voorgesteld dan het in werkelijkheid was. De rest van de
P.A.N. was bedoeld om bij de B.S. (Binnenlandse Strijdkrachten, O.D) als troepen te worden ingedeeld. Na enige
weken was plots iedereen illegaal.
De Staf van de G.S.C. (Gewestelijk Sabotage Commandant, Jan Borghouts, "Peter Zuid") en de O.D. hadden op een prachtige manier zich zo mensen
verschaft om leiding over te geven. Die Staven werden al spoedig bezet met
personen, die of de kat uit de boom kijkers illegalen waren, of een vriendje moesten
helpen, soms erger.


Voor Dolle Dinsdag was door Frits contact gezocht met de O.D. De heren gaven het
antwoord: "Wij kunnen niet met een pistool in de hand tegenover de moffen gaan
staan". Wim K. was daarbij.
Na de bevrijding deed deze zelfde Staf uitspraak over een marechaussee die Sander
en Jo verwondde bij een overval in Eersel. "Deze man is een goed Nederlander en kan
nog veel voor de "gemeenschap" betekenen".
Hoofd Politiezaken was Joris, de man die Ad van de L.O. aan de S.D. aanwees en
Joden aanbracht.
Dit gevoegd bij de fout niet de gegeven instructies voor de bezetting van het
Politiebureau op te volgen, waardoor daar mensen kwamen te zitten die op zijn minst
gesproken, in het geheel geen daadwerkelijke verzetspraktijk hadden.
En het zonder meer onmiddellijk inschakelen van de politie met versterking van z.g.
illegale rechercheurs, moest noodwendig de gehele zuivering in een chaos doen
veranderen. De oorspronkelijke opzet van de illegaliteit, die op zijn hoogst uit een 100
tal werkers te Eindhoven bestond, was zelfs niet meer bekend. De latere oprichting
van de G.O.I.W.N. kwam deze verwatering nog versterken.

Lees ook: https://www.eindhovenfotos.nl/4/Herinneringen_van_stafleden_aan_de_P.A.N.pdf

Lees ook Mijn aandeel  https://www.eindhovenfotos.nl/7/MijnAandeel.pdf