Philipsvilla, antieke parel in designstad
Ondanks dat Eindhoven prat gaat op zijn moderne architectuur en design, is de ruim een eeuw oude villa De Laak een van de mooiste parels.
Het pand ligt, met drie bijgebouwen en een parkachtige tuin, op de hoek van de rustieke Parklaan tegenover verpleegtehuis Dommelhoef. Het wordt grotendeels omringd door water, namelijk de samenloop van het beekje de Lakerloop en de rivier de Dommel.
Het pand was van de familie Philips, maar is nu eigendom van Philips NV, dat het gebruikt voor ontvangsten en diners met prominente gasten.
Kort na de vorige eeuwwisseling wilde Anton Philips al op die locatie gaan wonen. Dat was toen een uithoek van de gemeente Tongelre. De eerste grond is in 1903 gekocht, de bouw begon twee jaar later onder
architectuur van J. Hanrath uit Hilversum. Het ontwerp van de tuinen, het park en de oranjerie was van de even vermaarde landschapsarchitect L. Springer.
In 1907 trok de familie erin. De drie kinderen van Philips zijn er opgegroeid. Buurtbewoners herinneren zich die tijd nog goed: het huis stond open voor kinderen uit de buurt en de schaatsfeestjes waren vermaard.
De bouw van De Laak bleek het startschot voor het Eindhovense villapark. Later ging Frits Philips eerst verderop aan de
Parklaan 11 wonen en verhuisde uiteindelijk naar landgoed De Wielewaal. Zijn moeder bleef tot haar dood in 1970 in De Laak wonen. Het huis heeft veel bekende logés gehad; Juliana bleef er overnachten, net zoals Philips wel meer staatshoofden over de vloer kreeg.
Het huis stond toen al vol met kapitale kunst en hing vol met antiek. Het geheel is in 1980 gekocht door de NV Philips. Particulieren worden geweerd. Wie toch door de monumentale voordeur loopt, ondervindt dat als een tijdpoort. Door het vele antiek en de kunst uit de Gouden Eeuw ademt het huis een 17e-eeuwse sfeer. Alles is tot hoogglans gepoetst, inclusief het vele tin dat Frits als hobby had.
Ook de keuken herbergt herinneringen aan de nazaat: hij spaarde antieke wandtegels en rond het kookgerei zijn prachtige tableaus ingemetseld. Het huis is donker, mede door het vele eikenhout, maar monumentale kroonluchters (uiteraard voorzien van Philips-lampen) zorgen voor de verlichting. De achterzijde kijkt uit op een weids terras en de parkachtige tuin.
Traditiegetrouw wordt in De Laak ook het nevendiner gehouden: eens per jaar ontmoeten de mannelijke nazaten van Anton Philips elkaar.
Frits Philips bleef het huis als het zijne beschouwen en kwam er regelmatig als hij in de stad was, ook om met buurtgenoten en personeel 'een bakje koffie te drinken'.
Een (totaal onjuiste) anekdote vertelt dat hij na de dood van zijn moeder bij een rondgang door de Philipsfabriek een man op zijn schouder tikte. "Woon jij mooi?", vroeg de grote baas aan de verbouwereerde Th.J. Massuger die bij de bewaking van Philips werkte. Hij vertelde dat hij in Woensel woonde. "Je hebt 'n eerlijk gezicht, wil je mij een plezier doen?", vroeg Frits, waarop het echtpaar Massuger zo'n 25 jaar als een soort huismeester in de villa woonde. Dit verhaal is gepubliceerd in het ED van 11 augustus 2015. Een dag later schrijft een ingezonden brief over dit verhaal: "klopt in het geheel niet."
Deze bovenstaande anekdote is inderdaad totaal anders. Zijn zoon Jan Massuger schrijft: "Mijn vader Th.J. Massuger is niet door Frits Philips benaderd, maar door contact met de zwager van Frits Philips, Jonkheer H.A.C. van Riemsdijk, de man van het jongste zusje van Frits Philips, Jetty van Riemsdijk-Philips, zijn we bewoners van De Laak geworden. De toekomstige bewoner moest getrouwd en met pensioen zijn. Dat waren twee voorwaarden die de familie Philips hanteerde met betrekking tot de bewoner. Mijn ouders woonden op de eerste verdieping aan de linkerkant van De Laak. In de periode van 1983 tot 2008 dat zij daar woonden, heeft er niemand gelogeerd, ook de heer Jeltsin niet volgens een ander gerucht. Zijn vrouw Naina Jeltsina is wel een keer op De Laak geweest; zij kwam namelijk voor de inzamelingsactie 'de noodlijdende kinderen van Tsjernobyl'.